Wie de schoen past…

“Jeetje, die zijn leuk!!” Hoor ik Zoonlief roepen. Ik schenk er geen aandacht aan, want hij deelt de hele dag graag mee wat hij ergens van vind ongeacht wie er luistert. Ik houd daarom mijn blik op mijn beeldscherm gericht en lees verder waar ik gebleven was. Ondertussen hoor ik hem wat schuifelen en rommelen in de gang, de trap op en iets harder dan anders weer afrennen. “Ik pas ze ook nog!!” Hoor ik hem vervolgens zeggen. Met zijn laatste woorden klettert de schoenlepel van de trap. Kabaal op kabaal, ik ben uit mijn concentratie en draai mij met een zucht om.

Zoonlief wandelt tussen de gang en mij heen en weer. “Mmm ze zijn wel iets te ruim bij mijn tenen. Maar verder zijn ze echt wel leuk! Ik mag ze zeker niet aan als ik zo ga voetballen?” “Wat denk je zelf?! Roep ik naar hem.” Dan pas realiseer ik mij waar hij het over heeft. Mijn blik gaat van zijn hoofd naar zijn voeten. Ik kan wel lachen en janken tegelijk als ik hem zie staan. Aan zijn ooit zo pietepeuterige schattige voetjes, met über schattige inimi wiebelteentjes, pronken mijn nieuwe gympen. Het feit dat hij mijn gympen aan kan zonder te struikelen over zijn eigen voeten betekend dat hij wel erg groot aan het worden is. Het opgelegde groeiverbod heeft hij aan de wilgen gehangen. Er is niks pietepeuterigs en schattigs meer aan zijn voetjes. Ze hebben nu (al) de afmeting van maatje 36/37. Nog één maat erbij en hij kan daadwerkelijk mijn schoenen aan.

Vriendlief loopt naar de gang en pakt een doos van de grond. “Hier zitten jouw nieuwe schoenen in!” “Oh.” Is het enige dat hij uit kan brengen. Zonder pardon worden mijn, nog nette, gympen uitgetrapt en wordt de doos uit zijn handen gegrist. Mijn hand is sneller dan die van zoonlief en ik grijp een schoen uit de doos. “Als jij mijn schoenen past dan pas ik ook die van jou!” Roep ik hem toe terwijl ik al een verwoede poging doe hem aan krijgen. “Helemaal niet!! Jouw voeten zijn veel te groot voor mijn schoenen!!” Ik frons mijn wenkbrauwen en kijk hem aan. “Oh…” is het enige dat ik zeg. Ik geef hem met gespeelde tegenzin zijn schoen terug. “Ga je schoenen dan maar snel passen!”

Na wat geklungel met de veters heeft hij ze aan. “Jeetje, die zijn leuk!!” Roept hij. “Ik pas ze ook nog! Ze zitten helemaal goed!” Ik moet lachen om zijn reactie. Wat een makkelijk kind is het toch ook. “Mag ik dan wel met deze voetballen??” Zegt hij met een vragende blik. Zo makkelijk, maar vreselijk eigenwijs!!

De mooiste ster…

Ik loop door de polder. Het is inmiddels donker. De bijna volle maan schijnt zo fel dat ik geen extra licht nodig heb om te zien waar ik loop. Het water ziet er sprookjesachtig uit met de mist er boven. In de verte hoor ik vogels spetteren in het water. Maar verder is het stil. Geen wandelaars, hardlopers of fietsers. Ik ben alleen op dit stukje aarde. Mijn blik dwaalt naar boven. Hoe langer ik kijk hoe meer sterren er aan de gitzwarte hemel verschijnen. De één na de ander twinkelt en straalt. Als of ze één voor één willen laten weten dat ze er nog zijn.

Ik glimlach en zwaai naar boven. Gelukkig is er niemand die mij zo ziet staan. Voor mij is het de laatste paar maanden een gewoonte geworden om op deze manier gedag te zeggen. De lucht is al even niet meer wat het geweest is. Want vandaag is het precies twee jaar geleden dat de hemel er een ster bij kreeg. De mooiste…. Mijn moeder.

De vraag, of het normaal is dat ik iedere dag nog aan haar denk, heb ik inmiddels naast mij neer gelegd. Het zal vanzelf wel minder worden. Net als het verdriet dat, op sommige momenten nog zo intens en overweldigend kan zijn, ook steeds wat minder wordt.

Als ik thuis kom van mijn wandeling steek ik de kaarsjes aan. Niet zomaar voor de gezelligheid. Vandaag branden ze met een reden. Om terug te stralen naar de hemel, om te laten weten dat ik er nog ben en haar niet ben vergeten.

voor jou...

Wat was er mis met de oude?

Mijn lieftallige collega’s waren hem gesmeerd en ik bleef als enige over om het fort te bewaken. In rustige tijden vind ik het niet erg om alleen achter te blijven. Sterker nog, ik vind het heerlijk. De rust die dan op de werkplekken hangt is bijna sereen te noemen. Totdat het gesnerp van de telefoon de lucht om je heen doet trillen en het geluid als een straaljager je oorschelp invliegt. Maar so far, so good. Het is stil, op een zacht melodietje na. Ik kan het niet direct plaatsen en denk dat één van mijn collega’s zo slim is geweest om haar telefoon te vergeten. Ik loop één voor één de kantoorruimtes af maar zie geen telefoon liggen. Na enige tijd is het geluidje ook weer weg. Meer aandacht verdiend het niet dus ga ik verder met mijn werk.

Enkele dagen later, als ik in de keuken bezig ben met koken hoor ik dat zelfde melodietje weer. Dit keer niet ergens vaag op de achtergrond maar kneiterhard. Ik ben zo gebiologeerd door het geluid dat ik vergeet waar ik mee bezig ben. Ik loop naar de tuin om te horen of ik het kan lokaliseren. Het is zo’n bekend deuntje en dan opeens weet ik waar ik het van ken. Het komt uit het oude sierradendoosje wat ik als klein kind heb gehad. Zo eentje met een ballerina die opgevouwen ligt te wachten tot jij met je gretige handjes het dekseltje open (dicht-open-dicht) doet. Vervolgens draait ze 100.000 pirouettes, aangezien ze niets anders kan dan dat, voor het spiegeltje waar jij jezelf in moet bewonderen maar dat kan niet omdat haar tutu in de weg zit!! (Ken je die doosjes?)

En daar stond ik dan… Als aan de grond genageld en gehypnotiseerd door het bekende deuntje. Ik kon nog maar aan één ding denken: Ik moet daar ook naar toe!!! Het geluid kwam nu duidelijk hoorbaar uit de straat. Dus liep ik naar de voorkant van het huis. Ik had een soort voorbijtrekkend circus verwacht, iets met rondhuppelende ballerina’s (daar heb je haar weer) een clown op een rode bal (ik haat clowns) een leeuwentemmer (ik vind tijgers mooier) en jongleur met brandende fakkels (wat een stomme sport) en een aantal witte paarden die de mooiste kunstjes deden (waar mijn paardenbeest jaloers op zou zijn) maar niets van dit alles trok er nu aan mijn neus voorbij. Het was nog veel schokkender, het was onze nieuwe ijscoman….

Het deuntje werkt als vliegen op stroop. Hordes kinderen liepen er achteraan. verbaast liet ik het tafereeltje aan ons huis voorbij gaan. Moeten we dit nu echt iedere avond aan gaan horen? Nog voor ik aan het eten begonnen ben? En waar is die “oude” gebleven?

(filmpje is niet door mij gemaakt, het is zelfs niet dezelfde ijscokar. Maar het deuntje inclusief volume zijn identiek!)

 

Wist je dat…

  • Mijn blog vandaag precies twee jaar bestaat!! HIEP HIEP HOERA! HIEP HIEP HOERA!
  • Ik begonnen ben met bloggen op Hyves maar graag een breder publiek wilde zonder direct mijn privacy en dat van mijn familieleden en vrienden overboord te gooien. Via, via kwam ik bij WordPress terecht en zit hier nog steeds;
  • Ik niet verwacht had dat ik het zo lang vol zou houden om iedere week, en in het begin twee tot drie keer in de week, een stukje te schrijven. Maar dat ik het nog steeds erg leuk vind om te doen. Hoewel ik mijzelf niet meer de druk op leg om perse iets te plaatsen. Als de inspiratie of tijd er niet is, dan moet het maar even wachten;
  • Mijn blog gaat over de dagelijkse dingen die ik mee maak. Verder komen mijn hobby’s: fotografie en hardlopen, veelvuldig aan bod. Ik schrijf eigenlijk nog steeds zonder vooropgesteld plan en wil dit blijven doen;
  • De onderwerpen die geplaatst worden in Afscheid, uitvaart en uitvaartfotografie verreweg het meest gelezen worden. De dood is een fascinerend onderwerp. Dat was zo toen ik er net over begon te bloggen en dat is nog steeds zo. Het is geen makkelijk onderwerp en luchtig is het al evenmin. Maar het is goed dat er over gesproken en geschreven wordt. Ook het onderwerp uitvaartfotografie kan niet vaak genoeg onder de aandacht gebracht worden. Mensen moeten het “normaal” gaan vinden. Hoe jong of oud ze ook zijn;
  • Er sinds een aantal maanden veel meer “likes” worden geplaatst op mijn blog. Zelf vind ik dat ook een handige knop.  Als alles al is gezegd, of je ergens geen woorden voor hebt, dan volstaat een simpele klik op die knop waarmee je toch kunt laten weten dat je het gelezen hebt;
  • Mensen door verschillende zoektermen op mijn blog terecht komen. Afgezien van mijn eigen naam, Foto Hamar en alles wat met Uitvaart & uitvaartfotografie te maken heeft zijn de woorden Wordfeud en Dans Macabre favoriet;
  • Ik het erg leuk vind om jullie reacties te lezen! Het motiveert mij en zet aan tot meer schrijfsels. Het is leuk dat je werk door andere en (vooral) onbekende(bloggers) gelezen wordt die  daadwerkelijk de moeite nemen om een reactie achter te laten. Bedankt voor al jullie grappige, lieve, leuke en hart-onder-de-riem-stekende reacties en natuurlijk ook de feedback die ik per mail, twitter en facebook van jullie mag ontvangen;
  • Ik nu door ga voor een derde jaar bloggen op rij! Een eigen domein durf ik nog niet aan want ik snap niet zoveel van HTML codes en dat soort dingen. Voorlopig volstaat dit. Ik hoop dat ik jullie, zowel de oude als de nieuwe lezers, ook het komende jaar weer terug mag zien op mijn blog!!

Stilte na de storm…

Druk, drukker en drukst. Zo is de afgelopen periode bij ons op de zaak het best te omschrijven. Er is meer werk bijgekomen, maar de deadlines zijn het zelfde gebleven. Om de georganiseerde chaos in goede banen te (blijven)leiden is er een blik oproepkrachten open getrokken. Zijn de teams nog meer op elkaar aangewezen om er voor te zorgen dat alles bleef lopen zoals het zou moeten lopen. En werd er een beroep gedaan op onze eigen creatieve geest om zaken nog efficiënter af te handelen. Uiteindelijk bleef de geoliede machine lopen zoals het moest. Baas blij, klanten blij en wij genoeg overuren op onze kaart om daar, waar nodig, van het zonnetje te kunnen genieten.

Je raakt gewend aan een bepaalde werkdruk als je een tijd lang op één en het zelfde tempo door racet. Ook aan je werkzaamheden die langzaamaan, ook-al-wil-je-het-niet-maar-het-gebeurt-toch, steeds meer worden. Soms mopper je eens wat, maar veelal doe je gewoon wat er van je verwacht wordt. Nu we per team een aantal vaste helpers hebben is het werk beter te verdelen waardoor we toch de kwaliteit kunnen leveren zoals iedereen dat van ons gewend is.

Zoals ik al zei raak je gewend aan de werkdruk en deadlines. Als dan opeens, zo uit het niets, de zomervakantie voor de deur staat is het een vreemde gewaarwording als je van de chaos en hectiek in eens stil staat. Het is net zoiets als de wildwaterbaan in de Efteling overleefd hebben waarbij je probeert niet nat te worden en dus halsbrekende toeren uithaalt waardoor je bijna dat rubberbootje uit lazert en daarna in de gondoletta belanden (je weet wel, die saaie witte bootjes die in een gezapig tempo door het water worden voortgetrokken) S T I L  &  S A A I.

De eerste week was het dan ook even wennen. Ik had iedere dag het gevoel iets over het hoofd te zien. Ik maakte lijstjes om te voorkomen dat ik daadwerkelijk iets zou missen. Alsof mijn dagindeling niet meer klopte. Ook de extra helpers werden een stuk minder ingezet en konden genieten van hun vrije dagen, zodat we elkaar niet om 12.00 uur wezenloos aanzaten te gapen.

Gelukkig vieren niet alle bedrijven vakantie deze zomer dus draaien we op een rustig tempo door. Naast de normale werkzaamheden hebben we nog wat zomerklusjes op onze 2-do lijst staan. Helemaal stilstaan doen we niet. Het fijne van deze periode is dat we nu bij kunnen komen van de afgelopen paar maanden. Even een tandje terug schakelen en rustig opstarten. Aan het einde van de middag zijn de meeste bureaus ook daadwerkelijk leeg in plaats van de stapels papierwerk dat in de drukke periode blijft liggen. Maar als ik heel eerlijk ben hoeft zo’n rustige periode niet al te lang te duren. Ik word er zo verveeld van en heb vervolgens moeite om het beetje werk dat er ligt in de juiste volgorde weg te krijgen.

Voor nu moet ik maar niet al te veel klagen en het er even van nemen.
Ik vraag mij af hoe de baas tegen siësta’s aan kijkt…

 

Toeren met Toet …

Het kwik steeg in onze achtertuin tot een graadje of 31. In de schaduw was het heerlijk vertoeven. In de zon misschien net iets te warm. Maar het kon mij niet schelen. Ik had wat zonnestraaltjes in te halen dus bleef ik liggen waar ik lag, ondanks de zweetpareltjes die langzaam op mijn voorhoofd zichtbaar werden. Vriendlief lag op de lounge set met zijn pootje omhoog, net zoals de afgelopen drie dagen. Na een meniscusoperatie mocht hij de eerste vier dagen niets anders doen dan alleen het noodzakelijke, naar de wc en koffie zetten. Heel vervelend met dit weer!! Maar na drie dagen “binnen” zitten wilde hij er toch ook wel even tussenuit.

“Boor… Wil jij zo even een stukje toeren met mij?” klonk het rechts van mij. Ik draaide mijn hoofd en keek in het gezicht van vriendlief die mijn blik met zo’n grote smile beantwoorde dat een tandpasta reclame er jaloers op zou zijn. Dat kon ik niet weigeren en binnen een minuut of tien zaten we in King Toet met het dak open en de raampjes omlaag. Met het zonnetje aan een blauwe hemel is het heerlijk om een cabrio te hebben.

Zonnebril en petje op mijn knar, ik was er klaar voor. “Waar wil je naar toe?” Riep ik als chauffeur. “Oh, gewoon een stukje rijden. “ Was zijn antwoord. “Een stukje rijden? Heb je geen idee waar je heen wilt of wat je wilt zien?” Als ik iets niet kan is het doelloos rondrijden. Voor je het weet rij je vijf keer het zelfde rondje. Dus ik kraakte mijn hersens en bedacht mij dat mijn laatste rondje hardlopen van acht kilometer door de polder een mooie begin voor onze route was. Ik had dit stuk zelf ook nooit eerder gereden of gelopen en verbaasde mij vooral over al het groen, de stilte en de vele paarden die er vanaf de dijk te zijn zien. De mooie dijkhuisjes zijn ook echt de moeite waard om eens te bekijken. “En dit heb jij allemaal gelopen van de week?” “ja ja!!” Zelf ook nog steeds onder de indruk van mijn eigen hardloopprestaties. We kwamen aan de achterkant van het dorp uit en ik besloot langs het water “De Waal” verder te rijden richting Rijsoord. Zo’n beetje alle jongelui uit het dorp hadden zich hier verschanst om te zwemmen, varen en te zonnen. Wat een leuke bedrijvigheid aan de waterkant.

De rit ging verder langs oude boerderijen, mooie villa’s en pittoreske dijkhuisjes. De dijkhuisjes lagen overigens aan een zeer claustrofobisch dijkje. Dus waren we erg blij toen we dit stuk achter ons konden laten. Ooit reed ik hier met het paard en was het mij niet opgevallen dat de huizen wel heel dicht op elkaar staan. Maar ik moest nu geen tegenligger tegenkomen want dan had één van ons het stuk achteruit terug moeten rijden. (En nee, het was geen één richtingsverkeer). Inmiddels waren we twee dorpen en een uur verder. Wat was ik blij met mijn petje op mijn knar aangezien mijn gezicht al aardig verkleurd was. Mijn armen daarentegen waren mooi rood. Bizar hoe snel dat gaat, alsof je aan het strand ligt te bakken. Vriendlief had nergens last van en genoot van het zonnetje en het uitzicht.

Het werd tijd om weer richting huis te rijden maar ik werd de andere kant op gedirigeerd. Eerst moest er nog een lekker Italiaans ijsje gehaald worden bij de ijssalon. Het leven van een chauffeur is zo gek nog niet!!

Rome 2013

Eindelijk was het dan zo ver. Een half jaar geleden besloten we met zijn viertjes naar Rome te gaan. Mijn twee tantes, mijn nichtje en ik. Een vakantie zonder mannen, die het wandelen en bezichtigen van oude “stenen”, beelden en kunstwerken niet tot hun hobby rekenen. Mijn nichtje had op voorhand al een “roostertje” in elkaar gezet zodat er geen kostbare momenten verloren konden gaan met het uitzoeken en napluizen van wat-we-zeker-gezien-moesten-hebben. De metro, die om de minuut vertrok, kon ons naar verschillende hoeken van de stad brengen en vandaar uit deden we alles te voet. Hoewel een segway huren ook een mogelijkheid was.

Natuurlijk moesten de toeristische trekpleisters bezocht worden: De Spaanse trappen, het Pantheon, het Colosseum, het Piazza Navona , de Trevifontein, Castel Sant’Angelo met de engelenbrug om maar een aantal dingen te noemen. Stuk voor stuk prachtig om te zien. De geschiedenis hadden we paraat in ons tour boek van Rome. Bijzonder dat deze oude gebouwen nog steeds overeind staan en bezocht worden door zo veel mensen. Zeker het bezoek aan het Colosseum gaf mij een WAUW gevoel. Hier, op deze plek gebeurden het allemaal!! Liepen de gladiatoren door de straten en de arena en galoppeerden de paarden over de weg… en nu?? Nu lopen wij hier!

Voor een bezoek aan het Vaticaan hadden we een hele dag gepland. Voor kerk- en kunstliefhebbers zeker de moeite waard. Overigens ben ik geen van twee. Ik wilde het gewoon gezien hebben. Het was er druk. De Efteling op een zomerse vakantiedag was er niets bij. We hebben meer dan een uur in de rij gestaan om de Sint Pieter in te komen. Gelukkig vermaakten we ons prima met mensen kijken,  het doornemen van de geschiedenis van het Vaticaan en foto’s maken. Eenmaal binnen wist ik niet waar ik kijken moest. Het plein met alle zuilen is mooi en groot, maar de kerk van binnen is zowaar nog mooier en groter. Dat het groot en hoog ik merk je pas echt zodra je de koepel aan het  beklimmen bent. Halverwege de tocht, zodra je over de galerij loopt en je zicht hebt op het schip van de kerk beneden je en de resterende koepel boven je. Prachtige muur- en plafonschilderingen. Nog steeds vraag ik mij af hoe ze dat in die tijd hebben gedaan. “Riwal hoogwerkers” bestond toen echter nog niet… Een rondleiding door de tuinen hebben we overgeslagen en ook de sixtijnse kapel moest een dag wachten aangezien deze al om 15.30 uur de deuren sluit.

De volgende dag zijn we alsnog naar de Sixtijnse kapel gegaan. Ik wist niet zo goed wat ik er van moest verwachten omdat er aan de buitenkant niets bijzonders of moois te zien is. Maar ook dit was weer een groot gebeuren waarbij de buitenmuren de oudheid aan de binnenkant verbergt. Het is een groot museum met verschillende ruimtes en gangen met als klap op de vuurpijl de sixtijnse kapel, met het door Michelangelo beschilderde gewelf. De wandelgangen er naartoe waren allen voorzien van muurkleden en beschilderde plafonds. En natuurlijk met honderden mensen die voor en achter je de rij sloten. Het was voor mij iets te veel van het goede. Even stil staan om iets te bekijken lukte eigenlijk niet. Dit vond ik erg zonde want hierdoor heb ik maar half kunnen genieten van al het moois.

Als je dan toch in Rome bent en een fan bent van schrijver Dan Brown, dan moet je natuurlijk ook de Bernini route gelopen hebben. De route liep als een rode draad door onze vakantie zodat we niet onnodig heen en weer bleven lopen, we hebben hem daarom ook niet op volgorde gelopen. (Geen idee waar het over gaat?  Wikipedia  )  Het verhaal begint met onderstaand raadsel:

“Van Santi’s aardse graf met duivelsgat, mystieke teek’nen kruislings door de stad.
Het lichtend pas is daar en beidt uw tocht, laat engelen u wijzen wat u zocht.”

Wij hebben het duivelsgat  gevonden. Evenals de teek’nen en de engelen. Daarvoor moesten we de kapellen, beelden en fonteinen bezoeken die genoemd werden in het boek (Santa Maria Della Vitoria, Het Sint Pietersplein, Het piazza del Popolo en het Piazza Navona). Er zijn zelfs complete excursies te boeken met gids. Dat was voor ons niet nodig. Mijn nichtje was mijn “wikipedia” voor die dagen. Ze wist zo’n beetje alles.

Een mooi stad met heel veel historie, lekker eten en gezelligheid. Soms wat aan de overbevolkte kant. Druk druk druk!!! De prijzen vond ik overigens heel erg mee vallen. Zolang je maar niet midden op een plein een broodje hamburger besteld. De meeste bezienswaardigheden zijn gratis. Voor de Sixtijnse kapel, Castel Sant’Angelo en het Colosseum moet echter wel een bedrag betaald worden evenals een kleine bijdrage bij sommige kerkjes. Vier dagen Rome was voor mijn gevoel te kort. We hebben wel alles gezien wat op de planning stond, maar had er graag nog wat meer tijd voor uit willen trekken. Ach wie weet… Als we ooit nog wat tijd over hebben.

Voor nu staat er in ieder geval een nieuwe stedentrip in de planning. We zijn er nog niet helemaal over uit waar we naar toe gaan, maar dat we weer gaan staat vast!

** Helaas geen foto’s aangezien WP van slag is.

Terug van weggeweest…

Wiens idee was het om een dag maar 24 uur te geven? Ik bedoel, is dit ooit in overleg gegaan of heeft iemand zomaar besloten: “Nou, 24 uur lijkt mij wel wat!!  Persoonlijk had ik gestemd op 28 uur in één dag. Zo had ik tenminste nog wat tijd over om bij te tanken van alle leuke dingen die er te doen zijn en heb ik misschien ook een klein beetje het gevoel dat de tijd niet als zand door mijn vingers weg glipt.

De afgelopen twee maanden heb ik niet eens tijd gehad om te bloggen of om blogjes bij te lezen. De drukte op de zaak kwam tot een hoogtepunt waardoor mijn collega’s en ik aardig wat uren hebben overgewerkt om de zaak draaiende te houden. Ook thuis was er genoeg te doen. Verjaardagen, feestjes, bezoek aan Rome en de nodige reportages vergden allemaal aandacht. Het weer zat niet bepaald mee en daarom konden de paarden het weiland nog niet op. Dat betekende een knorrig paard en iedere dag naar stal om hem beweging te geven en zijn stal te doen. Nog een paar dagen en de mei maand is ook alweer voorbij. Het gaat allemaal zo snel!

Niet dat het alleen maar nadelig is, een vliegende tijd. “Elk nadeel heb zn voordeel” (Cruijffiaans gezegde) Een maand later dan gepland staan de paarden eindelijk buiten. Met regendeken op, dat dan weer wel. Op wat toernooien en een inhaalwedstrijd na zullen er de weekenden geen sportreportages meer zijn. Op de zaak wordt het nu ook aanzienlijk rustiger. Verwacht wordt nog een opleving net voor de zomerstop. Maar voor nu kunnen we even op adem komen.

Kortom, er blijft weer wat tijd over om de boel te herzien. De rommel op te ruimen en nieuwe projectjes te starten. We beginnen met het bloggen en het bijlezen. Daarnaast zijn we (weer) begonnen met hardlopen. Er moeten nodig wat boeken uitgelezen worden. Het paard zal er over een week of twee, drie ook weer aan moeten geloven en we zijn opzoek naar een nieuwe stedentrip aangezien Rome erg goed bevallen is. We hoeven ons wederom niet te vervelen de komende tijd.

En, heb ik nog wat gemist de afgelopen twee maanden?
Heb je zelf een leuk blog geschreven? Laat dan een linkje achter bij reacties…

Opeens heb je het…

… Je wordt schilder!! Nee hoor, niets van waar. Ergens in december schreef ik een blog dat ik een eigen werkplek in huis aan het creëren was. Met alleen wat nieuwe meubels vond ik de kamer nog steeds te kil. Ik besloot na een nachtje slapen de kamer ook een andere kleur te geven. Het witte bureau viel namelijk in het niet tegen een zandkleurige muur. Ik wilde dat twee muren er uit zouden springen dus die moesten bordeauxrood worden. De andere twee muren zouden, net als het bureau en de kast, stralend wit worden. De radiator kon niet achterblijven en moest ook wit geverfd worden. De kamer zou een metamorfose ondergaan maar vervolgens paste de luxaflex, eveneens zandkleurig, weer niet bij de rest van de kamer. Dus ook die werd weg gehaald en er kwam een prachtig nieuw rolgordijn voor terug.

In de kerstperiode was ik vrij en besloot mij bezig te houden met het schilderwerk. Ik beschik wel over een timmermansoog, maar helaas niet over een “vaste hand”. Ik riep vriendlief er bij en samen hebben we de kamer afgeplakt. Ik kwam er achter dat dit een tijdrovende rotklus was. Maar het zou mij daarna wel een hoop ander werk besparen.

De vrouw van de Gamma, dat zeg ik, Gamma, vertelde mij dat ik de muur waarschijnlijk twee keer moest schilderen voor de kleur dekkend zou zijn. Rood schijnt namelijk een erg lastige kleur te zijn. Dit had ze niet gelogen. De eerste keer was de muur niet rood, maar roze. Hoewel ik dit verwacht had, was het effect toch wel erg schokkend. Dit komt noooooit meer goed, dacht ik. Dat wordt een schilder inhuren!! De tweede keer schilderen was hij donker roze en zagen we alle strepen, vegen en banen van de eerste keer er doorheen. Want, zo neurotisch als ik ben moest ik namelijk overal aanzitten, vlekjes wegstippen, banen van links naar rechts en boven naar beneden uitrollen. Het enige patroon dat zichtbaar was, was chaos. Jammer, dat moest dus nog een derde keer. Schilderen is een vak apart.

Van mijn oom kreeg ik een paar tips en sloot hierna de neuroot in mij op. Ik ging systematischer te werk en warempel het hielp. Een derde keer schilderen maakte de kleur donkerder maar de patronen van de voorgaande keren waren her en der nog zichtbaar. Een vierde keer (en een tweede pot verf verder) begon het er echter al op te lijken. Ik kreeg weer hoop dat ik het toch zelf kon doen en die “echte schilder” overbodig was.  Als finishing touch schilderde ik de muur nog één maal. Na het drogen had de muur de kleur die hij hebben moest en was hij streep loos en veeg vrij.  IMG_0103kopie

De twee aangrenzende muren moesten nu nog wit geschilderd worden. Met grote zorgvuldigheid had ik de rode muur afgeplakt en met een nog grotere zorgvuldigheid hanteerde ik de kwast en roller. Ik wilde er niet aan denken om die rode muur nog een zesde keer te moeten doen… De witte verf kreeg ik met gemak op de (juiste) muur en na elke muur twee keer gedaan te hebben (in plaats van vijf keer) zat mijn klus er op.

De kale vloer heb ik opgevuld met een schapenvacht. Aan de rode muur moeten nog drie witte fotolijsten met sportfoto’s van eigen hand komen te hangen. Ik heb al twee mooie platen uitgekozen. Nu nummer drie nog. Aan de witte muur moet het logo van uitvaartfotografie Hamar komen te hangen. Ik ben er alleen nog niet over uit of ik dit op canvas laat drukken of dat hier ook een fotolijst voor moet komen.

Leuk om er achter te komen dat je soms meer kunt dan jezelf denkt en die irritante pietje-precies- genen heb ik dus duidelijk van mijn vader geërfd…

Een kleine impressie...

Een kleine impressie…

Je ruikt in ieder geval niets meer…

“Moet dat zakje opgezogen worden?” “Ja, volgens de gebruiksaanwijzing wel.” “Maar dan raakt ie verstopt, dat past nooit!!” “Zet die stofzuiger nu maar aan, dan zien we wel wat er gebeurd.” Op bevel van vriendlief zet ik de stofzuiger aan en zuig het zakje met het witte poeder van de grond. De stofzuiger slurpt het op, maakt even een stikkend geluid om vervolgens op volle toeren verder te gaan. Zo, die zit. Kunnen we eindelijk het huis stofzuigen zonder muffe lucht. Ik trek “fikkie” achter mij aan door het huis en begin aan mijn klus.

“ZOOO PHOE .” Ik kijk geschrokken achterom en zie vriendlief nog net niet groen en geel worden. “Wat een lucht komt er uit dat ding…” Verontwaardigd kijk ik hem aan. “Wil je nu van die stofzuigergeurtjes af of niet?” Maar dan bereikt de bedwelmende geur van Lilly of the Valley ook mijn neusgaten. Niet alleen mijn neusharen voelen a la minuut verschroeit aan. Ook mijn reukvermogen neemt drastisch af. Nu begrijp ik waarom je nare stofzuigergeurtjes niet meer ruikt, je ruikt gewoon helemaal niets meer als je klaar bent met stofzuigen.

Zodra de kamer weer stofvrij is zetten we de deuren even tegen elkaar open. Frisse lucht gaat boven Lilly of the Valley.
Volgende keer nemen we lavendel… :mrgreen: