Het zit hem in de genen…

“Waar kijk je naar?” Vraag ik vriendlief op een avond als we alle twee op de bank zitten. Hij met de afstandsbediening in zijn hand. Ik met een boek voor mijn neus. “Naar een film…” Ik kijk van hem naar het beeldscherm. Het enige dat ik zie is een versnelde weergave van, vermoedelijk, een film. Ik duik mijn boek weer in om verder te lezen. Na een paar minuten is het nog steeds stil. Ik werp weer een blik naar de tv en zie nog steeds de film in versnelde weergave voorbij komen. “Hij is alweer begonnen hoor!” Roep ik hem toe. Geïrriteerd kijkt hij mij aan. Uit zijn concentratie gehaald. “Ja, dat weet ik!” Is het enige antwoord dat ik krijg.

“Heb je deze film dan al gezien?” “Nee!” “Waarom spoel je hem dan door?” “Ik kijk alleen naar de leuke stukjes van de film. De rest snap ik ook wel als ik hem versneld afspeel!”

Tot zover de uitleg …

Inmiddels weet ik niet beter en schenk hier geen aandacht meer aan. Ik ben het gewend dat hij zo naar zijn films kijkt. Ik wil een film van de allereerste seconde tot en met de (en het liefst de hele) aftiteling zien. Ik vind het irritant als ik een aantal zinnen niet hoor, het beeld niet kan zien of de muziek niet mee krijg. Als ik op ga in een film doe ik het goed. Hij vindt het dan ook heerlijk als ik er niet ben. Zo kan hij ongestoord een film of drie op een avond bekijken.

Een jaar of negen verder…

“Waar kijk je naar?” Vraag ik Uk op een avond als we alle twee op de bank zitten. Hij met de afstandsbediening in zijn hand. Ik met mijn Ipad voor mijn neus. “Naar een film…” Ik kijk van hem naar het beeldscherm. Het enige dat ik zie is een versnelde weergave van, vermoedelijk, een film…

Mijn blik gaat van Uk naar vriendlief die elders in de woonkamer zit en weer terug naar Uk. Uk kijkt op zijn beurt van de tv naar mij. Haalt zijn schouders op en zegt: “Ik kijk alleen de leuke stukjes van de film. De rest snap ik ook wel als ik hem versneld afspeel!”

Ik zucht, en zucht nog eens.
Zo vader, zo zoon…

Mediteren is te leren…

Met mijn ogen stijf op elkaar hoor ik aan wat ik moet doen. Ontspannen was opdracht één. Volgens mij kan ik dat niet in een ruimte waar nog 12 mensen zitten. Stel je voor dat ze alle 12 naar mij zitten te staren?! Met één oog open en het andere dichtgeknepen scan ik de ruimte. Iedereen zit er relaxed bij, met zijn ogen gesloten. Behalve ik… Poging twee. Ik sluit mijn ogen opnieuw, zucht diep en volg de vrouw die ons door deze meditatie heen loodst. Terwijl ik nog bezig ben mijn oogleden zonder spastische bewegingen te ontspannen hoor ik haar de volgende opdracht in het rijtje op-weg-naar-totale-ontspanning voorlezen. Zie je, dat krijg je nu als je niet op zit te letten… Ik laat mijn ogen voor wat ze zijn en check mijn ademhaling. Dat gaat al een stuk beter. Inademen door je neus, uitademen door je mond. Het hele riedeltje wordt stap voor stap afgewerkt en aan het einde van de meditatie zit ik er zelfs ontspannen bij. Niet slecht…

Iedereen ervaart mediteren op zijn eigen manier. Vol verbazing hoor ik mijn medecursisten aan, als ze vertellen wat ze in die paar minuten hebben meegemaakt. Ik voelde niets bijzonders, zweefde niet boven mijzelf uit, en was ook niet “weg”… Als ik dat van de andere hoor, zinkt de moed mij in de schoenen. Ik heb nog een hoop te leren deze dagen. Maar dan hoor ik dat niets fout is. Als ik een paar minuten lekker ontspannen heb kunnen zitten, dan is dat helemaal prima. Kijk, dat biedt perspectief.

Hoewel het nog wat onwennig voelt, heb ik bij de eerst volgende meditatie het ontspannen gevoel al sneller te pakken. Ik kijk nog even snel de kamer rond voor ik mijn ogen sluit. Dat dan weer wel… Ik begrijp nu dat ik niks fout kan doen en even relaxen is ook niet verkeerd. Na een minuut of tien hoor ik her en der mensen uitrekken en gapen. Slaperig worden de oogjes geopend. Daar heb ik totaal geen last van. Ik ben super wakker en klaar voor de rest van de cursusdag. Mediteren is blijkbaar te vergelijken met een powernap maar dan anders. Wat een uitvinding!!

De daaropvolgende dagen krijgen we verschillende meditaties voorgeschoteld. Niet alleen gericht op ontspanning, maar ook op het gebied  van jezelf “aarden”, loslaten of er flink op los fantaseren als we ons zelf veranderen in Alice in Wonderland. In die laatste meditatie kan ik mij overigens prima vinden. Inbeelden en ervaren. Legaal dagdromen en vervolgens energievoller wakker worden. Fantastisch toch!!

De meditaties worden tijdens de cursus voorgelezen. Dat is ideaal, zeker voor een beginner als ik. Nu hoef ik mij alleen maar te concentreren op de oefening. Een bijkomend voordeel is dat de vrouw die ze voorleest een heel rustgevende stem heeft. Ik laat mij met haar meevoeren door de verschillende “opdrachten” van de meditatie. Ogen dicht, handjes op schoot en “zennen” maar…

De geluiden in de omgeving lijken nu een stuk duidelijker. De vogels die kwetteren in de bomen. Een blaffende hond. Een auto die, naar mijn mening veel te hard, voorbij rijd. Na een paar minuten hoor ik haar stem nog vaag op de achtergrond. Wat grappig, ik slaap niet maar toch lijkt het wel zo. Ik ben mij bewust van waar ik ben, maar toch ook weer niet. Ik zit niet meer op de bank, ik zit zelfs niet meer in dezelfde ruimte als mijn medecursisten. Ik zweef in een soort luchtbel waar het heerlijk rustig is. Ik voel mijn armen en benen niet meer, alleen hoe mijn longen zich vullen met lucht als ik diep inadem. Het lijkt wel of ik uit duizenden lichtgevende stukjes besta en tegelijk uit helemaal niets. Vederlicht. Plots hoor ik dat het weer tijd is om naar het hier en nu terug te keren. Dat we bij de eerstvolgende ademhalingen weer helder van geest zijn. Blijkbaar heb ik iets gemist. Oh nee… Ik heb toch geen gekke dingen gedaan in die paar minuten dat ik aan het “zweven” was?? Voorzichtig open ik mijn ogen en tegelijk besef ik dat dit dus mediteren is…  Ik had nog wel een uurtje of wat in mijn luchtbel kunnen vertoeven. Heerlijk!!

Mediteren… Inmiddels weet ik beter. Niks geen zweverig gedoe, maar je lichaam even wat rust gunnen en je hoofd leegmaken. Een heel bewust momentje voor jezelf in het hier en nu. Het is bijna overal uit te voeren en kan op ieder moment van de dag. Zo vaak en zolang als jij zelf zou willen. Voor de mensen die het net als ik onzin vonden… Ik kan het jullie zeker aanraden eens te proberen!!

Herrie onder de motorkap…

“Hier, hier hier… Dat bedoel ik…”
“Wat?”
“Hoor je het niet?? Kijk, hier is het weer!!”
“Waar moet ik kijken??”
“Nee, luister nu, hoor je het niet? Gek wordt ik er van!”
“Ik hoor alleen jou!!”
Zegt vriendlief na mij geïrriteerd aangekeken te hebben. En bedankt!! Het geluid dat onder mijn auto vandaan komt lijkt nog het meest op ijzeren castagnetten die op hol geslagen zijn. Ik weet niet veel van auto’s maar ik weet wel dat ijzeren castagnetten niet onder een auto horen te zitten…

“Kijk, de rem doet ook raar.” Zeg ik terwijl ik keihard op de rem trap. Vanuit mijn rechter ooghoek zie ik vriendlief een halve meter naar voren schieten. “Zoooo… Met je rem is niks mis hoor. Met je gordels trouwens ook niet!! Gelukkig maar anders had je nu mijn oogballen van je voorruit kunnen schrapen!” We kijken elkaar een poosje stilzwijgend aan en moeten dan hard lachen. Het lachen is zo erg dat ik niet meer kan stoppen. De tranen staan inmiddels in mijn ogen. Het was een hilarisch gezicht. Vriendlief denkt daar iets anders over maar lacht uiteindelijk toch mee. Waarschijnlijk om mijn gehinnik.

Eerder op de dag had ik al neurotisch in het boekje zitten zoeken naar de betekenis van de extra “sfeerverlichting” die King Toet te pas en te onpas op zijn dashboard liet zien. Gezellig, zeker tijdens de donkere dagen. Maar nu het langer licht is, vind ik het overbodig. De garage had hem inmiddels al twee keer gereset aangezien de storing maar “klein” was. Dit hielp meestal een weekje voordat de sfeerverlichting zich weer liet zien.

De motorkap gaat open, alsof we er verstand van hebben. We gluren naar binnen en zien wat er hoogstwaarschijnlijk onder een motorkap hoort te zitten… Vriendlief draait aan een schroefje, plukt wat onder de kabels vandaan en komt vervolgens met de mededeling dat mijn ruitervloeistof bijna op is. Nadat het reservoir is bijgevuld besluiten we het hierbij te laten. Zelf repareren kunnen we toch niet. We weten niet eens wat er loos is. De volgende dag maak ik een afspraak bij de garage waar de Beetle Expert er naar mag kijken.

Na een dag zwoegen komt hij met de mededeling dat de “luchtmassameter” het begeven had. Dat zorgde ervoor dat King Toet af en toe een eigen leven ging leiden. Zo sloeg hij wel eens spontaan af, wilde hij niet starten, stotterde hij als ik “plankgas” wilde of gaf hij zelf gas als ik niks deed… Dat laatste was nog het meest enge van alles.

Bij de garage ontstond een, volgens zeggen, eerlijke ruil. Een rib uit mijn lijf voor de sleutels van King Toet. “Alles doet het weer naar behoren!” Was de mededeling. Ik startte de motor en verhip… de lampjes waren uit. De motor hoorde ik niet meer en hij reed weer als vanouds. Ook de daarop volgende dagen bleven de lampjes op het dashboard uit.

Nu King Toet gemaakt is kunnen we weer onbezorgd onze rondjes rijden. Heerlijk met het dak open. Dat durfde ik namelijk niet meer. Stel je voor dat er een storing op zou treden terwijl het dak open is en het zou gaan regenen… Ik zag het al helemaal gebeuren dat ik zou kunnen badderen in mijn eigen auto. Gelukkig is het niet zo ver gekomen. Dus kom maar op met het mooi weer, wij zijn er klaar voor.

Heb ik weer…

“POOWNIE!! Op de Dordtse Dom sta je hoger hoor!!” Ik por met mijn ellenboog tussen zijn ribben en duw uit alle macht zijn 400 kilogram van mijn poezelige voetje. Hij tilt zijn hoef net ver genoeg op zodat ik mijn voet uit de kreukelzone kan halen. Onverstoorbaar graast hij verder terwijl ik mijn tenen weer in hun normale proporties probeer te krijgen door ze heen en weer te wiebelen. Pas na een paar seconden komt de stekende pijn. Ik rek en strek mijn voet maar dat maakt het gevoel er niet beter op.

Poownie heeft nog steeds niks in de gaten. Terwijl ik naast hem heen en weer sta te springen van mijn linker op mijn rechtervoet, ondertussen de pijn proberen te negeren. Na 20 minuten rondjes dansen ben ik het zat en strompel terug naar stal. Met in mijn kielzog een geïrriteerde poownie die niet begrijpt waarom we nu al weg gaan.

Op stal wil ik het liefst mijn schoen uittrekken en mijn voet in zijn waterbak laten zakken voor verkoeling. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat ik daarna niet meer in mijn schoen kom. Dus de voetjes blijven waar ze zitten. Ik zorg dat alle andere klusjes op stal met enige spoed gedaan zijn voor ik huiswaarts keer.

Eenmaal thuis, gelukkig woon ik dicht bij, schop ik mijn schoenen uit om de schade te bekijken. “Das niet zo slim he!! Zeker niet vlak voor de wintersport!!” Zegt vriendlief die over mijn schouder mee kijkt. “Ik wilde de hardheid van mijn botstructuur nog even testen!” Zeg ik quasi nonchalant. Maar ik vrees toch even voor de naderende wintersport als ik weer naar mijn voet kijk. Een flinke bult op mijn wreef, een grote schaafplek en een rood, paarse kleur hebben hun intreden gedaan. Het is zo pijnlijk dat ik een sok bijna niet kan verdragen.

Mijn voet is het eerste dat ik de volgende dag bekijk als ik wakker wordt. Zelfde kleur, zelfde afmeting, alleen de pijn is wat minder. Ik mag er inmiddels weer aanzitten zonder dat ik op mijn tanden moet bijten. Lang lopen en staan wordt hem niet die dag. De twee daaropvolgende dagen gaat het gelukkig steeds iets beter. De bult is weggetrokken. Alleen de rode paarse kleur op mijn wreef is gebleven. Op hoop van zegen ga ik mee op wintersport…

Met enige voorzichtigheid prop ik mijn voet in mijn snowboardschoen. Een voordeel is dat hij daar stevig zit en schuiven niet kan. Een nadeel is dat ik niet zonder mijn voet te gebruiken kan boarden. Lopen met deze schoenen aan is toch wat pijnlijker. Eenmaal de bindingen vast voelt het alsof Poownie weer op mijn voet staat. De eerste afdaling, ik vrees met grote vrees… Tenen, hakken, tenen hakken, dat is wat mijn voetjes de komende week moeten doen. Maar als we beneden zijn lijkt het of de pijn naar de achtergrond verdwenen is. Misschien moesten ze gewoon even “loskomen”?

Als we de eerste dag achter de rug hebben en terug zijn in het hotel ben ik de pijn eigenlijk helemaal vergeten. Als ik mijn sokken uit doe schrik ik op van wat ik zie. De rode paarse kleur is veranderd in donkerblauw met zwart… Geschokt laat ik mijn voet aan vriendlief zien. Die eerst zijn neus ophaalt en vervolgens mijn voet aan een grondige inspectie onderwerpt. Niks ernstigs, de blauwe plek zakt nu wat naar beneden waardoor je tenen er nu ook “zo” uitzien… “Dus ze vallen er niet af??” “Dat hoop ik niet voor je!”

De dagen daarop wordt de blauwe plek steeds iets minder en alleen met lange stukken lopen of lang staan voel ik mijn voet. Gelukkig heeft het mijn wintersportvakantie niet verpest. Sterker nog, het was wederom een prachtige week met mooi weer en lekkere (rustige) pistes om te boarden. En voor op stal ga ik opzoek naar schoenen met stalen neuzen!!

Een boodschap van Opa…

Waarom was ik zo jong toen mijn opa en oma kwamen te overlijden? Waarom kwam de interesse in hun achtergrond, hun leven en hun verhalen pas veel later? Ik zit soms met vragen waar ik nooit een antwoord op zal krijgen. Nu ik van beide kanten geen opa’s en oma’s meer heb en mijn ouders er ook niet meer zijn, ben ik nog meer geïnteresseerd in de geschiedenis van mijn familie. Ik moet het doen met de verhalen en herinneringen van mijn ooms en tantes. En zo nu en dan raken we hierover aan de praat.

Tijdens één van deze gesprekken toverde mijn tante een heel oud fotoalbum tevoorschijn. Bij het vastpakken was ik even bang dat het uit elkaar zou vallen. Het is een album dat mijn opa in elkaar gezet heeft volgens de scrapbook-methode die bekend was rond de tweede wereldoorlog. Speels ingeplakt en her en der versierd met stukjes kant . Mijn voorliefde voor fotografie heb ik duidelijk van alle twee mijn Opa’s geërfd.

Ik zie foto’s van mijn Opa bij verschillende monumenten en beelden. Ik zie mijn Opa die omringt is door mooie dames. Hij was duidelijk een charmeur. Van al die mooie dames heeft hij mijn oma gekozen om een gezin mee te stichten en om mee “oud” te worden. Ik zie mijn overgroot oma, de huisdieren die ze hadden, delen van het huis en het erf. Als ik verder blader zie ik mijn tante als peuter en mijn vader als baby. Alle twee geboren in Indonesië. Sommige dingen kan mijn tante zich nog herinneren . Voor ik het weet zijn we al aan het einde van het album. Het enige album dat mijn tante heeft.

Ik wil meer van mijn familiegeschiedenis opsnuiven en vraag oude fotoalbums op bij de rest van mijn ooms en tantes. Op een avond, als ik alleen thuis ben en nergens door gestoord kan worden blader ik één voor één de albums door. De verhuizing, dagjes uit, feestjes en kleine ooms en tantes komen voorbij. Bij het openslaan van het derde album valt een losgelaten foto op de grond. Ik raap hem op en besef dat ik iets heel speciaals in mijn handen heb. Een pasfoto van mijn Opa, die hij op zijn 24e verjaardag aan mijn Oma gegeven heeft. De tekst achterop de foto is na zoveel jaar nog goed zichtbaar. Mijn Opa heeft mij zojuist deelgenoot gemaakt van een klein stukje geschiedenis tussen hem en mijn Oma. Zijn bijnaam, Bluebird, was mij niet bekend. En ik durf te wedden dat niet eens al mijn ooms en tantes dit weten.

Hoe langer ik naar de foto kijk hoe specialer hij voor mij wordt. Ik maak een foto van de foto zodat ik het origineel weer terug kan stoppen in het album. Terwijl ik het album sluit, sluit ik ook mijn ogen. Ik bedank mijn Opa dat hij dit met mij wilde delen. Mijn honger naar meer geschiedenis is nog niet gestild. Maar voorlopig kan ik weer even vooruit!

Boodschap van Opa

Oud de oude doos: Modern oorlog voeren…

Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam daar verhaaltjes tegen die ik zelf alweer (bijna) helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs smakelijk moeten lachen. Hoe verzin je het?! Dacht ik bij mijzelf. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blogje uit de oude doos:

Taskforce 141

Neem zoveel mogelijk goede wapens mee, zorg dat je perk 1,2 en 3 (of wat dan ook) zijn bijgewerkt en gereed zijn voor gebruik. Elimineer alles wat beweegt, behalve je eigen maatje natuurlijk. Zeer belangrijk: Zorg dat je zelf niet geraakt wordt. Missie start in 3-2-1….

“Juist en wat betekenen die vage tekentjes daar rechts in beeld nou?” vraag ik aan mijn vriend terwijl zijn gezicht vol opperste concentratie staat en zijn handen de controller van de PS3 krampachtig omklemmen. De kleine man aan de andere kant van mij op de bank zucht en zegt dan op een toon waar de ongeloof en irritatie nog net niet van af druipt: “Dat laat zien hoeveel keer je dood bent gegaan!” “Oh” is het enige, iet wat dommige, antwoord wat ik uit kan brengen. “Dat is dus 16 keer in tien minuten tijd.” Niet echt iets om trots op te zijn bedenk ik mij.

We spelen Call of Duty Modern Warfare en met WE bedoel ik vader en zoon. Ik kijk alleen maar toe hoe de één na de ander afgeslacht (sorry een ander woord heb ik er echt niet voor) wordt om vervolgens weer op te staan soms gevolgd door een onderdrukte vloek van één van de heren naast mij.

Spelletjes horen in mijn beleving voor ontspanning of afleiding te zorgen maar bij ons thuis is dit niet aan de orde. Onze woonkamer is sinds enige tijd veranderd in een war zone waar de mensen van Tour of Duty jaloers op zouden zijn. Vader en zoon strijden om de beste titel, de beste wapens en de meeste levels. Soms spelen ze wel eens samen maar over een gezelschap- of familiespel valt dan niet te spreken. Het is nou éénmaal niet leuk om door je zoon afgeknald te worden en er op zo’n manier achter te komen dat je eigenlijk niet echt meer mee kunt met “de jeugd van tegenwoordig”. Een aantal weken geleden kwamen ze er achter dat je met dit spel ook online kunt spelen met elkaar. Nu zitten de heren gezellig met de buurmannen (ieder in zijn eigen vertrouwden omgeving weliswaar) voor de buis en knallen ze alles af wat beweegt in de hoop beter en sneller te zijn dan de ander.

Ik was nu toch wel erg benieuwd waar de laatste weekenden zoveel over te doen was. Dus ik besloot om eens een middagje de beeldbuis te observeren in de hoop daar achter te komen. Persoonlijk heb ik nooit zo heel veel opgehad met de gewelddadige spelletjes voor de Nintendo, WII en dan nu de PS3. Ik ben meer van de Super Mario en Donkey-Kong generatie.

Zodra het beginscherm te zien is moeten er verschillende keuzes gemaakt worden. En daar ben je mij dus al kwijt. Hoe moet ik in vredesnaam weten waar ik uit moet kiezen? Al die verschillende wapens met al die extra keuzes… Gelukkig hoef ik dan ook alleen maar mee te kijken. Zowel vriendlief als ukkepuk scrollen met het gemak waarin een tijger zijn prooi aan stukken scheurt door het beeldscherm, hebben hun keuze gemaakt en starten, nadat genoeg andere online gebruikers zich hebben aangemeld, het spel. Terwijl mijn twee Navy Seals naast mij op de bank om de beurt PS3 duimen aan het creëren zijn probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat het spel te volgen. Al snel heb ik in de gaten welke personen er aan onze kant staan en wie er naar de eeuwige jachtvelden gestuurd moet worden. Terwijl de één speelt legt de ander mij uit hoeveel granaten er nog over zijn, hoeveel we voor of achter staan, hoe je meer punten kunt verdienen en welk level echt niet te doen is.

Na een half uur bekijk ik de tv inmiddels met andere ogen. Het ziet er, ondanks de tomatensap die geregeld rijkelijk over het beeldscherm druipt als je doodgeschoten wordt best grappig uit. (grappig is volgens de jongens in dit geval nogal een understatement.) Ik had mij voorgenomen om mij als toeschouwer niet te mengen in dit spel, aangezien ik in hun ogen toch alleen maar onzin uit kraam wat oorlogvoeren betreft. Maar mijn mond houden is nou niet iets dat bij mij past. Inmiddels ga ik ook zo op in het spel dat ik al aangeef waar de vijand zich bevind.. “Ja, daar daar daar, links boven in de hoek.” of “schiet um neer!!”Als of dit enige zoden aan de dijk zet. Het valt mij op dat je als niet deelnemende partij meer ziet dan wanneer je het spel zelf moet spelen. Ik krijg bijna zin om die controller van één van de twee af te pakken en het ook eens te proberen. Maar iets van trots weerhoudt mij. Ik voel mij ook een beetje dommig omdat ik niet eens weet welk wapen ik zou moeten kiezen en hoe ik voor of achteruit zou moeten lopen, laat staan schieten… Van één van de twee krijg ik een controller voor gehouden. Ik twijfel even maar mijn ego neemt de overhand. Ik bedank voor het aanbod. Afgaan vind ik niet erg, maar niet op het oorlogsveld!!

Hier word ik vrolijk van…

Nu het al een aantal dagen vies, smerig en nat weer is buiten krijg ik steeds meer zin om de gordijnen dicht te doen, mijn bedje in te kruipen en te beginnen aan mijn winterslaap. Mijn gemoedstoestand staat namelijk in directe verbinding met de barometer. Maar helaas. De winterslaap moet wachten tot de zomervakantie. Het smerige weer trotseer ik dagelijks met opgeheven hoofd (de eerste tien minuten als ik in de auto zit, op weg naar poownie…) om daarna diep weg te kruipen in mijn vijf lagen kleding! Door je te omringen met dingen die je leuk vind en dingen die je vrolijk maken ga je je vanzelf ook vrolijk voelen. Tenminste, zo werkt dat bij mij. Dus hieronder volgt een soort van happy list. Dingen en gebeurtenissen die mijn humeur een stukje opschroeven:

~     Een mooie blauwe lucht. Het maakt mij niet uit of ik moet werken of vrij ben. Als de lucht  blauw is en het zonnetje zich laat zien dan oogt alles altijd vriendelijker;

~     De lente die er aan gaat komen. Hij lijkt nog ver weg met al dat smerige weer. Maar het bewijs is geleverd nu het in de morgen weer vroeger licht is en het langer duurt voor de lampen in de straat weer aangaan;

~     Poownie die, dankzij het uitblijven van de winter, zijn wintervacht beetje voor beetje aan het verliezen is. Nu hebben we weer een reden om flink te poetsen. Verbazend om te zien dat hij onder die smerige vacht echt nog wit is. Het liefst rij ik hem door de wasstraat maar dat heeft met zoveel regen toch geen nut;

~     Het gesprek dat ik met een grote uitvaartbegeleider (bij ons in de regio) gehad heb met betrekking tot de uitvaartfotografie. We hebben gepraat over onze passie. Hij over zijn werk als ondernemer in de uitvaart en ik als fotograaf. Er zijn mooie ideeën besproken. Nu kijken of, en hoe, we hier invulling aan kunnen gaan geven… Dit verhaal krijgt dus nog een “wordt vervolgd…”

~     Voor het eerst in zeven jaar tijd krijgt Foto Hamar (sportfotografie) haar eigen logo. Zodra het af is gaat ook de website een complete metamorfose ondergaan. Toegankelijker, professioneler en meer van deze tijd;

~     De naderende wintersportvakantie met familie en vrienden. We zijn net terug maar gaan graag nog een keer, wat vervelend nu!!

~     Het weekendje weg naar Brugge met vriendlief dat reeds gepland is, evenals onze zomervakantie;

~     Na een half jaar wikken en wegen heb ik eindelijk een keuze gemaakt en mij opgegeven voor een cursus bij Mieke Zomer op de Zomerhof;

~     Hoewel ik mijzelf streng had toegesproken om direct in het nieuwe jaar weer te gaan hardlopen heb ik dat even een maandje opgeschoven. In het blad “Runners world” las ik namelijk dat de meeste blessures in de maand januari ontstaan. Dat wilde ik graag voorkomen (of had ik gewoon geen zin en tijd??). We zijn inmiddels voorzichtig aan begonnen en de eerste kilometers staan weer geregistreerd;

~     De tijd en de rust vinden om lekker te lezen en helemaal op te gaan in het verhaal. Heerlijk om zo boeken te verslinden;

~     De eerste sporttoernooien van dit jaar staan al gepland. Foto Hamar is te vinden op het Jaap vd Wiel toernooi in Dordrecht en twee hockeytoernooien bij GHC Rapid in Gorinchem. Daar gaan hopelijk nog wat toernooien aan toegevoegd worden;

Alleen al het teruglezen van bovenstaande maakt mij vrolijk. Ik krijg zin om nieuwe dingen op te pakken. Mijn kilometertjes te lopen. Vakantieverslagen door te nemen en fotoalbums in elkaar te zetten.

Wat voor effect heeft het vieze weer op jouw humeur?
En wat doe jij om vrolijk te worden?

Dat verzin je toch niet…

Oké, wie heeft dit bedacht en had daarna het lef om er patent op aan te vragen? Verzin dan iets met een sluiting. Zodat ik niet iedere zaterdag een wedstrijdje hoef te houden met het bolletje, het behouden van mijn rechterhand en het deurtje van de wasmachine.

Waar ik het over heb? Over die ronde plastic bolletjes of vierkante plastic bakjes zonder dekseltje of sluiting. Met een open bovenkant dus. Je kent ze toch wel? De bedoeling is dat je ze vult met vloeibaar wasmiddel en ze daarna bovenop de vuile was plaatst in de wasmachine.

Ik weet niet hoe het er bij jullie thuis aan toe gaat? Ieder weekend ga ik de uitdaging weer aan. (Zolang de voorraad nog niet op is…) Plaats het bolletje op de vuile was in de machine (die altijd voller gevuld is dan op de reclame, want ik was nu eenmaal niet wanneer ik maar een halve trommel vuile was heb) en sla dan in één vloeiende beweging met mijn linkerhand het deurtje dicht. In de hoop dat mijn rechterhand sneller uit de machine is dan het deurtje sluit en deze twee bewegingen ook nog sneller zijn dan het bolletje dat altijd van de vuile was af stuitert, in het ergste geval tussen het deurtje en je hand in zo over de vloer, en hierbij zijn doel misloopt… Toegegeven, de vloer heeft er in tijden niet zo schoon uitgezien sinds ik was met een wasbolletje!

Wat is nu juist het nut van dit bolletje? Het voorkomt dat een deel van de zeep ongebruikt de afvoer in verdwijnt. Het gaat bij mij dan niet de direct de afvoer in, maar het komt ook niet op de daarvoor bestemde plaats.

In één woord: kansloos!! Geef mij maar gewoon waspoeder. Makkelijk te doseren, het deurtje van de wasmachine blijft heel en ik hoef niet bang te zijn dat ik per abuis mijn eigen hand af hak…

Een onvermijdelijke botsing…

Het is vrijdagavond rond de klok van 22.00 uur. Het is smerig en koud weer. Ik rij van stal naar huis en ben slecht gehumeurd. De paarden zijn elkaar in de haren gevlogen en mijn arme poownie heeft het onderspit moeten delven. Het beest zag er niet uit en was flink toegetakeld. Mijn gedachten dwalen af en zijn opzoek naar een oplossing voor dit probleem. Dan opeens zie ik hem staan. Ik weet dat ik niet meer kan remmen en uitwijken naar links of naar rechts zou zeker een verpletting met de banden van King Toet betekenen of een botsing met de betonnen muur van het tunneltje tot gevolg hebben. Ik kom te snel dichtbij. Zijn blik spreekt boekdelen en dat is het enige dat ik op dat moment kan zien als ik over hem heen rijd. Dat, en zijn zwarte kraaloogjes. We weten alle twee dat ik hem ga raken. Op tijd remmen lukt niet meer maar toch rem ik zo hard ik kan af. Ik hoop dat het beestje klein genoeg is om onder de auto door te passen. Ik hoor een harde klap en weet dat het laatste wat ik dacht niet is gelukt.

Mijn hart zit in mijn keel en het zweet breekt mij aan alle kanten uit. Ik zet de auto boven aan de dijk en ren terug naar het tunneltje om te kijken welke schade ik heb aangericht. Daar ligt hij, klein en hulpeloos met zijn kopje achterstevoren. Het is een waterkipje. Er vormt zich een brok in mijn keel. Het is mijn schuld dat hij daar zo ligt. Ik loop snel op hem af om te kijken of ik hem nog kan redden. Hij knippert met zijn oogjes en ademt zwaar. Godzijdank leeft hij nog. De vraag is voor hoelang…

Ik haak mijn handen onder zijn donzige lijfje en grijp hem van de grond. Als we hier blijven staan worden we straks alle twee plat gereden. Op het moment dat ik hem optil maait hij met zijn grote poten om zich heen. Ik schrik mij rot bij de aanblik van zijn grote klauwen. Zijn nagels zijn vlijmscherp en zodra er één in aanraking komt met mijn vinger moet ik mij verbijten om niet te vloeken van de pijn. Zijn poten zijn in ieder geval niet gebroken.

Ik neem het schepseltje mee naar de eerste de beste lantaarnpaal zodat ik wat meer licht heb om hem te onderzoeken. Zijn poten doen het in ieder geval. Toch bekijk ik ze, iet wat gebiologeerd, om te zien of er echt niks aan mankeert. Als zijn grote grijpers in orde blijken te zijn doe ik de vleugeltest. Ik vouw eerst links en dan rechts helemaal uit en zoek naar mogelijke afwijkingen. Die zie ik niet. Zijn kop heeft hij zelf alweer in de plooi gebracht. Ik voel aan zijn nek en zijn hoofd en constateer dat alles, aan de buitenkant, nog zit waar het moet zitten. Als laatste check ik zijn snavel. Deze is ook niet gebroken. Alles lijkt het nog te doen. Ik houd het diertje een minuut of tien op schoot en praat er tegen. Meer om mijzelf op mijn gemak te stellen. Na enige tijd voel ik hem weerstand bieden. Hij begint te maaien met zijn poten en wil weg. Tijd om hem los te laten en te zien op hij weer op eigen benen kan staan.

Omdat ik niet wil dat hij straks weer geplet wordt neem ik hem mee naar een slootje met een strook gras. Daar zet ik hem neer en doe zelf een paar stappen achteruit om hem niet op te jagen. Hij kijkt wat schichtig om zich heen. Even ben ik bang dat ik toch met hem naar de dierenarts moet. Maar dan strekt hij zijn nek en draait zijn kop naar links en naar rechts. Zoals wij zouden doen tijdens een warming-up voor het sporten. Vervolgens doet hij een paar wankele pasjes en schud zich daarna helemaal uit. Afgezien van een shock heeft hij er klaarblijkelijk niks aan over gehouden. Mijn weemoedige gevoel begint langzaam weg te zakken. Ik spreek hem toe dat ik hem niet meer op de straat tegen wil komen en loop daarna terug naar mijn auto.

Als ik de volgende morgen de gordijnen van de woonkamer open, staat er een waterkipje in het midden van de tuin. Vastberaden loopt hij op mij af. Ik vraag mij af wat dat beest in mijn tuin doet. Wij hebben namelijk alleen maar een terras en afgezien van een mereltje of een mus-achtige-vogel zijn er zelden gevleugelde vrienden te vinden. Zelfs Uk vind het raar. Als ik de deur open maak kiest hij eieren voor zijn geld. Hij draait zich om en klautert onhandig over de schutting van de buren. Verbouwereerd blijf ik achter. “Hij komt je vast bedanken dat je hem gisteren niet aan zijn lot hebt overgelaten!” Zegt Uk, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik krab mij achter mijn oren en moet daarna lachen. “Ja, dat, of hij komt wraak nemen!” Zeg ik. “Maar laten we maar van jouw opmerking uitgaan.” Zeg ik er achteraan.

Als ik later op de dag een bezoek aan stal ga brengen stop ik toch even bij het slootje. Ik speur de hele waterkant af en loop naar de plaats waar ik hem gisteren heb achter gelaten. Het waterkipje is nergens te bekennen. Gelukkig maar…

2013 in vogelvlucht…

Donders, wat is 2013 voorbij gevlogen. Dagen werden weken, weken werden maanden en hopla, zie hier, het einde van het jaar! Ondanks dat de tijd blijkbaar een trein moest halen, is het jaar niet aan mijn neus voorbij gegaan. Stond 2012 in het teken van verwerking en opnieuw beginnen, was 2013 het jaar van accepteren, loslaten en doorgroeien. Veel gedaan, ondernomen en beleefd. Hieronder een korte samenvatting.

Met de familie zijn we dit jaar twee keer op wintersport geweest. Een paar jaar geleden wist ik nog niet dat ik zo kon genieten van de sneeuw en dat ik überhaupt kon snowboarden. Dus wat een bofkont was ik toen we besloten twee keer te gaan. Een volle week Centerparks met Uk en twee vriendjes zorgden voor genoeg hilariteit en gezelligheid in de zomer. Hier is een nieuwe hobby geboren namelijk het wakeboarden. Niet dat ik hier aan mee gedaan heb, ik stuiterde alleen maar over en door het water tijdens het waterskiën. Maar Uk kon het aardig en is van plan hier in het nieuwe jaar vaker mee bezig te zijn. Samen met twee tantes en mijn nichtje bracht ik een bezoek aan de Paus, liep ik de Bernini route en keek ik mijn ogen uit in het oude maar oh zo mooi Rome. Nog niet in Rome geweest? Zet hem op je lijst voor het nieuwe jaar!!

Een groot gedeelte van 2013 was ik bezig met hardlopen en haalde ik mijn doel tijdens de Seuterloop. Het hardlopen moest aan het einde van het jaar plaats maken voor meer tijd met het paard. We zijn lid geworden van Penny club de bokkesprong en kunnen ons nu uitleven op de manege waar we gebruik mogen maken van de verschillende rijbanen en een heuse springtuin. In het nieuwe jaar gaan we deze twee hobby’s dus fanatiek oppakken. Ik weet nog niet wat mijn nieuwe doelen zullen worden met het hardlopen maar daar kom ik in het nieuwe jaar nog wel op terug.

Uk en zijn voetbalteam zijn flink gegroeid. Van de F-jes naar de E-tjes en door naar de D. Ze hebben veel wedstrijden en toernooien gewonnen. Met hen is Foto Hamar ook gegroeid. Dit jaar hebben mijn foto’s meer dan eens in kranten, tijdschriften en op internet gestaan. Ik mocht zelfs een aantal dagen bij het EK jeugd boksen fotograferen. Ook de verkoop van mijn foto’s liep lekker. Mijn werk bleef niet onopgemerkt en de vereniging van Uk heeft gevraagd of ik op een originele manier een muur van drie bij vier meter wil aankleden met foto’s van spelers van de club. Hoe tof is dat?! Omdat het allemaal zo goed gaat heb ik ook besloten om de website van Foto Hamar in een nieuw jasje te laten steken. Daarover in het nieuwe jaar meer. De uitvaartfotografie begon dit jaar ook te lopen. Ik mocht getuige zijn van verschillende, vooral bijzondere, diensten en heb deze families een mooi aandenken van de verdrietige dag mogen geven. Inmiddels werk ik samen met verschillende uitvaartbegeleiders. Hopelijk groei ik in 2014 nog meer in zowel de sport- als de uitvaartfotografie.

De moeilijkste en tevens meest bevrijdende dag dit jaar was het uitstrooien van het as van mijn moeder. Haar as werd verdeeld in vier ballonnen en op aftellen van Uk hebben we haar, haar vrijheid terug gegeven. Het was een mooie dag waar ik nog steeds met gemengde gevoelens op terug kijk. Met het loslaten van de ballon liet ik ook mijn moeder los. Na twee jaar verdriet werd het tijd om verder te gaan.

2014. Een nieuw begin. Een schone lei. Ik heb alweer een aantal mooie plannen op de agenda staan. De eerste vakantie is reeds geboekt en er gaan nog wat leuke uitstapjes volgen.  We hebben nog drie dagen voor het jaar echt om is. Maar van hieruit wens ik jullie toch alvast een knallend uiteinde van 2013 en een sprankelend begin van 2014…

Tot in het nieuwe jaar!!