Keep the faith…

De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Lees *hier* het vorige deel.

Die avond, toen iedereen weg was en ik alleen met Poownie achterbleef, kei verrot en aangedaan door alles wat ik gezien en gehoord had, kwamen de tranen. Van alle opgebouwde spanning, wanhoop en ellende maar vooral ook van opluchting. Een weg terug was er niet meer. Misschien zou ik hem nog een gebit aan kunnen meten, één met een gouden tand of zo. Staat wel hip, toch? Voorzichtig liet ik mijn angst los en leunde, net als Poownie nog iet wat onbeholpen, op de woorden van Vivianne: “alles komt goed!” 

Je zou zeggen dat je na zo’n inspannende dag als een blok in slaap zou vallen. Niets is minder waar. De indrukken van de vorige dag zorgden voor een onrustige nacht. In alle vroegte haastte ik mij naar stal. Ik trof Poownie etend aan, totaal niet gehinderd door het missen van zijn voortanden. Vanaf een afstandje bleef ik kijken. Het bloed had zijn lippen roze gekleurd maar verder was er niets aan hem te zien. Blijkbaar was de pijn die hij nu voelde een verademing met de pijn die hij al die tijd gehad moest hebben. 

Wat mij vooral verdrietig stemde was de beredenering van de arts uit Ridderkerk, die Poownie als eerste onderzocht heeft. Ik moest vooral zelf blijven voelen aan zijn tanden. Wanneer ze los zaten, zou hij ze komen trekken. De tanden van Poownie zouden nooit uit zichzelf los komen te zitten! De wortels waren helemaal vergroeid en misvormd! Hij zou dus al die tijd met helse pijnen blijven rondlopen. Hierdoor niet meer goed kunnen eten en alsmaar verder achteruit gegaan zijn. Zo zou hij volgend jaar waarschijnlijk niet eens halen. Of je een paard van 25 zo’n operatie aan moet doen? Ja, dat moet je! Het is een verbouwing van zijn kaak, ook dat! Vraag jezelf eens af: Zou jij zelf niet geholpen willen worden als je (vreselijke) kiespijn hebt? De arts had ons op zijn minst door kunnen verwijzen naar een andere kliniek, wanneer hij zelf deze klus niet zou willen klaren…

Inmiddels zijn we ruim vijf weken verder en Josje en Vivianne hebben (gelukkig) gelijk gehad. Zijn kaak ziet er heel wat rustiger uit. De wonden zijn voor een groot deel al dicht gegroeid. Je zou hem nu eens moeten zien!! Een compleet ander paard met dito uitstraling. Geen idee of hij de 30 gaat halen, maar hij is in ieder geval pijn vrij, aangekomen en conditioneel ziet hij er ook een stuk beter uit. Het is wonderbaarlijk hoe snel hij na de operatie alweer stond te eten en te grazen!! Want zelfs dat kan een paard zonder voortanden!

Ik ben Josje heel erg dankbaar voor haar geduld, doortastendheid en bemiddeling. Maar ook Dierenkliniek Benschop Oudewater, Vivianne en Xandra. Twee toppers die op locatie ruim 3.5 uur bezig zijn geweest. Niet snel onder de indruk waren van de smerige klus die hen te wachten stond. Ons heel goed begeleid hebben. Tijdens de operatie heel veel verteld, laten zien en laten voelen hebben. Vooral ook het waarom hebben uitgelegd! Deze dames hebben mij het vertrouwen terug gegeven dat ik eerder bij (vee)artsen ben kwijt geraakt. Poownie is er nog niet. Maar we zijn een heel eind op de goede weg. Binnenkort lekker het weiland op, zodat we allemaal even bij kunnen tanken…

 

 

***

Alles komt goed…

Even voelde ik mij terug bij af… Lees hier: deel I.

Maak je geen zorgen, zei Frank. Mijn vrouw gaat contact met je opnemen en als zij niet kan, dan kom ik zelf! Alleen al bij het horen van die woorden viel er een last van mijn schouders. Binnen een half uur werd ik al teruggebeld door Vivianne van Leeuwen, werkzaam bij Dierenkliniek Benschop & Oudewater.
De ingreep: heftig, bloederig maar zeer zeker nodig!
Geschatte tijd: zeker drie tot vier uur?! Als het mee zit!
De afstand naar ons? Tja, we lagen niet geheel op de route in hun werkgebied, maar een uitzondering maken kon natuurlijk altijd. Er werd een afspraak ingepland en ik werd voorzien van de nodige informatie. 

Hij moest nog twee weken uitzingen voor de operatie plaats zou vinden en ik verwende hem waar ik kon. Gelukkig ging het grazen bewonderenswaardig goed. Dat deden we dan ook vaak en heel veel. 20 mei om 10.00 uur was het zover. Zelf had ik de hele nacht naar het plafon liggen staren en besloot om 8.00 uur maar naar stal te gaan. Kon ik Poownie nog een “galgenmaal” voorschotelen. Klokslag 10.00 uur stonden er twee “kaakchirurgen” op de stoep. Vlotte dames die van aanpakken wisten. De stal was in no-time omgebouwd tot OK. Niet geheel steriel maar voldoende om te opereren. 

Poownie voelde nattigheid maar liet zich toch verleiden om naar binnen te lopen. Hij kreeg een flinke roes die hem nog maar net op de been hield en zijn kaak werd plaatselijk verdoofd. Ik hoefde er niet langer bij te blijven maar besloot dit wel te doen. Het is toch je kind he! Ook de staleigenaar was zo lief om er heel de tijd bij te blijven voor fysieke hulp en mentale steun! Toen de verdoving eenmaal zijn werk deed kon het “feest” beginnen. De artsen vertelde tot in detail wat ze deden en waarom. Na een grondige inspectie moest er flink in het tandvlees worden gesneden. Een beitel werd met een hamer tussen de tanden en het tandvlees gejast. Geloof mij, geen pretje om te zien. Zijn tanden bleken muurvast te zitten. Er moest dus nog meer gesneden en gebeiteld worden om er beweging in te krijgen. 

Langzaam werd mijn witte mooie Poown rood van kleur. Om nog maar niet te spreken over de armen en het gezicht van de arts. Nog steeds werden wij van commentaar voorzien. Het leek op een live uitzending van National Geographic. Stuk voor stuk trokken ze er verwrongen en vergroeide tanden uit. Zo erg dat ik mij af vroeg hoe dit in hemelsnaam in zijn kaak heeft kunnen zitten. Na ruim drie uur was de klus geklaard. Alles onder het bloed en Poownie’s kaak een gapend gat wat niet gehecht werd maar uit zichzelf dicht zou moeten groeien.

Een uitleg over hoe verder en geruststellende woorden van de arts volgden: Alles komt goed! De verdoving raakte langzaam uitgewerkt. Poownie wist niet helemaal wat hem was overkomen. Bij mij stond het echter haarscherp op mijn netvlies. Ik heb een sterke maag, maar mijn geest draaide overuren. De operatie was nog geen uur geleden en hij stond alweer hooi naar binnen te schuiven. Iet wat onbeholpen maar het lukte wel. Het was zo sneu om te zien en tegelijk vond ik hem zo’n gigantische bikkel!! Tot laat op de avond bleef ik bij hem en hield mij vast aan de woorden van de arts: alles komt goed!

 

Volgende week lees je hoe dit verder afloopt….

 

***

 

Operatie Poownie deel I…

Poownie heeft het afgelopen jaar een hoop voor zijn kiezen gehad. Het begon vorig jaar mei met een verhuizing naar een nieuwe stal met dito kudde. Nog geen maand op zijn nieuwe plek en hij had al een flinke peesblessure te pakken waar hij heel de zomer van moest revalideren. Gedeeltelijk los van zijn nieuwe vrienden. Aan het einde van de zomer moesten ze terug naar hun winterverblijf. Ook dat was flink wennen. Geen stallen meer en zelf zorgen voor een eetplek aan een van de hooiruiven. Gelukkig allemaal met zijn lieve vriendinnetje aan zijn zijde. Dat hij afviel was voor mij niet heel gek maar binnen enkele weken was hij zo vermagerd dat we zijn ribben konden tellen. Ook zijn vacht zag er niet uit. Om over de blik in zijn ogen nog maar niet te spreken. Dat ging niet helemaal goed. 

Hij werd inmiddels flink bijgevoerd. Er kwam ander hooi en samen met zijn vriendinnetje ging hij een gedeelte van de dag in een eigen paddock. Zo konden ze ongestoord eten. Hij ging er beter uitzien. Zijn wintervacht zette goed door en hij kwam weer iets aan. Maar het ging nog steeds niet zoals ik wilde. 

Tandarts Josje kwam langs. Na een grondig onderzoek kwam ze tot de conclusie: EOTRH. Een ziekte waarbij de snijtanden oplossen of een teveel aan cementvorming rondom de wortels ontstaat. Beide zou ook nog mogelijk kunnen zijn. Hierbij komt de tand los te zitten of de wortel vergroeid en misvormt de kaak helemaal. Met alle gevolgen van dien. Geen wonder dat hij zo afviel, hij kon niet goed eten en verging waarschijnlijk van de pijn. Artsen weten nog niet precies hoe deze ziekte ontstaat. Er is tot op heden ook geen behandeling voor. De enige remedie is de aangetaste snijtanden te laten verwijderen. Bij Poownie, mogelijk, allemaal… 

Poownie liep ook al enige tijd met deze aandoening. Dit nieuws sloeg in als een bom. Zijn vorige tandarts had dit duidelijk moeten zien. Maar gaf ieder jaar aan dat ie een prima gebit had. Ik kwam te weten dat EOTRH heel pijnlijk en ongemakkelijk is. Verder kunnen paarden prima leven zonder voortanden. Zeker wanneer ze hun (gezonde) kiezen nog hebben. Gezien de pijn die hij had moest ik echt stappen ondernemen. Ik maakte een afspraak met de kliniek in Ridderkerk. Nadat er foto’s waren gemaakt en Poownie onderzocht was wilde de arts mij niet verder helpen. Zijn tanden zaten nog veel te vast. Een operatie zou zeker 3 uur duren en een complete verbouwing van zijn kaak betekenen. Of Poownie pijn had? Dat wist ie niet. 

Gedesillusioneerd keerden we huiswaarts. Weet je hoe frustrerend het is als twee doktoren lijnrecht tegenover elkaar staan en jij er tussenin zit? Poownie bleef in die tussentijd met al zijn ongemakken zitten. Ik belde Josje en vroeg haar wat te doen. Een second opinion volgde bij twee andere tandartsen. Beide kwamen met dezelfde mededeling: Tanden er uit en snel!! Terug naar Ridderkerk was voor mij geen optie. Dus belde ik Frank van Leeuwen in Utrecht, één van de twee artsen die Josje had benaderd voor een second opinion. Frank komt namelijk ook op locatie.

Het bleek dat hij kort ervoor gestopt was als paardentandarts. Alle spullen had hij overgedragen aan zijn vrouw. Ik zag het probleem niet, was het niet dat zijn vrouw werkzaam is bij een compleet andere kliniek. Jeetje, wat nu?! Even voelde ik mij terug bij af… 

 

Hoe dit verder gaat lees je volgende week in deel II

 

 

***

Terug op het nest…

Ergens rond de kerstperiode kwam het hoge woord er uit. Zoonlief wilde weg bij FC Dordrecht. De beslissing kwam voor ons niet geheel uit de lucht vallen. Maar de knoop doorhakken was echter aan hem. Hij had er goed over nagedacht en kon zijn keus, voor een 15 jarige heel goed onderbouwen. Hij heeft er veel geleerd. Niet alleen over het spel maar ook over zichzelf. Een aantal super leuke jaren gehad en zelfs nieuwe vriendschappen gesloten. Het mogen voetballen bij een BVO is voor veel jongens een droom. En voor hem één die uitkwam. Het betekende wel dat ie er veel voor moest laten. Vier tot vijf keer in de week trainen, zaterdag een wedstrijd, gezond eten, vroeg naar bed en minder tijd voor vrienden en familieleden want trainen. ’s Avonds was hij vaak pas laat thuis dus ook laat en vaak alleen eten.

Het laatste jaar dat hij speelde was het voor hem geen hobby meer. De trainer vond dit. Zoonlief vond dat. Het opgebouwde vertrouwen vervloog als stof op de wind. Hij zat grote delen van de wedstrijd op de bank. Hij moest veel laten maar kreeg er te weinig voor terug. Hij wilde voetballen. Niet bankzitten. Het hoort er af en toe ook gewoon bij. Maar niet in de mate die hij opgedragen kreeg. Hij ging met steeds minder plezier tot voor hem de maat vol was. Hoewel ik helemaal achter zijn beslissing stond vond ik het wel jammer. Doorzetten op het moment dat het tegen zit is ook een leerproces. Maar aan de andere kant, in hoeverre is het nog een hobby wanneer je dit met tegenzin uitvoert?

Helemaal stoppen met voetbal was voor hem geen optie. Hij wilde graag terug naar zijn oude cluppie. Omdat het seizoen al in volle gang was ging dit niet zomaar. Hij mocht zich melden bij de technische staff waar hij na het houden van een pitch, werd toegelaten tot zijn oude team. Het team dat al die tijd zonder hem was verder gegaan. Hier en daar aangevuld met een nieuw gezicht maar vooral zichzelf was gebleven. Het was daarom even wennen. Aftasten en elkaar opnieuw leren kennen.

Het was een mooie tijd bij FC Dordrecht. Een periode die op alle fronten leerzaam is geweest. Ook voor mij. Ik mis de ouders en spelers wel. Gelukkig kan ik nog eens terug om platen te schieten. Maar het is ook erg fijn om terug te zijn op het oude nest. Alsof ik niet ben weggeweest. Hoewel… Er zijn wel wat zaken aangepakt. Een prachtig kunstgrasveld, een pannakooi en het terras bij de kantine. Tja, en over de spelertjes hoef ik het niet meer te hebben. Dat zijn inmiddels flinke kerels geworden. De gastvrijheid van de club en vooral de trainer geven mij het gevoel dat ik m’n plek aan de zijlijn weer kan oppakken waar ik het een paar jaar geleden heb achter gelaten. Erg fijn!! 

Zoonlief heeft na een paar maanden het plezier in voetballen weer terug en zijn draai in het team gevonden. Sommige trainers en spelers mist hij wel. Maar het is ook erg fijn om weer echt een onderdeel van het geheel te kunnen en mogen zijn. De kers op de taart was de laatste wedstrijd van het seizoen, waarbij hij met zijn team  kampioen is geworden.

groepsfoto van gravendeel O17

’s Gravendeel O17 kampioen 2018-2019.

 

 

 

***

Door de ogen van Draak…

“Nee, ik ga echt niet mee!” Ik ren mooi nog een rondje door mijn kooi. Fladder met mijn vleugels en gil nog even overdreven. Zie mij maar eens te pakken! Ik maak er een show van. Als Amazone moet je, je niet zomaar gewonnen geven. Maar dan zie ik mijn reistas. “He leuk, waar gaan we naar toe?” Zo snel als ik mijn act opvoer, zo snel kan ik hem ook weer laten varen en stap in. Als ze de voorkant dichtritst roep ik alvast gedag naar de heren die lekker niet mee mogen. 

Het was even wennen maar de reistas bevalt wel. Ik moest wel leren mijn evenwicht te bewaren. Dat geschommel was nieuw voor mij. Verder is het fijn dat ik iedereen kan zien maar niet iedereen mij. Vooral de roofvogels in het park. Die zien mij aan voor een groene duif! Nu ik op mijn gemak zit durf ik ook meer geluid te maken. We gaan vandaag op de fiets. Dat is nog wel een dingetje. Ik zie namelijk niet waar we heen gaan want ik zit dus in die tas, op haar rug en beweeg daarbij ook nog eens achteruit. Ben je al wagenziek bij het idee?! Dan begrijp je dat ik dit ook niet zo tof vind. Het is gelukkig maar een klein stukje, zegt ze. 

Als we stilstaan en ik van de achterkant naar de voorkant gehesen wordt zie ik pas waar we zijn. Ik herken die haarbal vanaf een afstand. Poownie is zijn bijnaam. Als ze hem roept komt ie nog ook. Hoe dom!! “Run furball run!!” roep ik. Straks moet je naast mij op stok. Dat past nooit in die tas! Wanneer hij dichterbij komt steekt ie ook nog eens zijn neus in de tas. Als een groet, denkt ze. Waarschijnlijk wil ie gewoon weten of ik niet te knagen ben, net als die roofvogels. Ik groet hem toch maar netjes en roep “hallo!!”. De andere paarden lijken dit blijkbaar grappig te vinden want ze komen ook even buurten. Kijk die aandacht bevalt mij dan wel weer. 

Haarbaal heeft het voor elkaar hoor. Lekker liggen rollen in de blubber. Zijn vacht is normaal gesproken wit. Maar komt nu eerder in de buurt van vaalbruin met hier en daar een zwarte plek. Ik lig helemaal in een deuk, nu moet ie eerst door de “wasstraat”. Ik zie aan zijn kop dat ie het gepoets maar niets vind. Om hem erdoorheen te helpen fluit ik een mooie melodie. Dan gaat de tijd nu eenmaal sneller. Als ie dan eindelijk schoon is gaan we een stukje wandelen. Nou ja, ik laat mij dragen in mijn tas. Mensen die we onderweg tegen komen vinden het geweldig om te zien hoe ik als een koning wordt rondgesjouwd. Ze vragen ook altijd of ik kan praten?! Domme vraag, natuurlijk kan ik dat!! Je moet hun reactie eens zien als ik “hallo”, en “dank je wel” zeg.

Na een uurtje zijn we terug. Haarbal mag nog even met mij op de foto voor onze wegen zich weer scheiden. Jeetje, al die frisse buitenlucht en indrukken maken wel moe hoor. Als we thuis zijn kruip ik lekker op stok in mijn kooi. De rest van de dag zal je mij niet meer horen of zien.

 

Lees “hier” het originele verhaal dat ik vorig jaar schreef.

Paard en papegaai samen aan de wandel.

 

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen insta-account.

***

Brutus…

Het grote verschil tussen mijn vriend en mij? Auto’s en autorijden. Nou ja, dat niet alleen. Maar het is wel één van de zaken waarin onze meningen én smaken mijlenver uit elkaar liggen. Helemaal wanneer hij zijn rechtervoet niet geheel onder controle heeft. Hoe harder, hoe beter. Menig moment heb ik met zweethandjes naast hem gezeten. Biddend dat de mensen op de middenbaan, of welke baan dan ook, hun Fiat Panda uit het jaar nul niet opeens naar links zouden sturen, waarna we de bestuurder uit het handschoenenkastje van “Brutus”, zijn scheurijzer, zouden moeten peuteren

We zijn onderweg naar Zeeland (en het feit dat jij dit leest, betekent dat ik die rit heb overleefd) als ik een vaag zoemend geluid opvang. Dit geluid, dat al snel gepaard gaat met een keboink-keboink, lijkt ergens bij het rechtervoorwiel zijn oorsprong te vinden. Een seconde of wat later begint ook de voorkant van de auto van links naar rechts te schudden. Maar… wij rijden rechtdoor op een goed geasfalteerde weg! Iets klopt er niet. Het lijkt nog het meest op een centrifugerende wasmachine die niet helemaal waterpas staat, aangedreven door een kudde op hol geslagen paarden. Een stuk of tien! Het geluid wordt erger, evenals het geshake van links naar rechts. Ik weet niet veel van auto’s maar dit behoort niet tot de standaard geluidsuitrusting van onze race-kar.

Het klamme zweet breekt mij uit. Door een aantal keer flink hard te remmen (thank god voor de gordel) en het doen van de elandtest op een verlaten stuk parkeerplaats, houdt het piepen en stuiteren op. (Thank god again, nu voor het feit dat ik nog niets gegeten heb.) Nu de auto normaal blijft doen, komt mijn hartslag enigszins tot bedaren als we op plaats van bestemming zijn aangekomen.

Als we na een gezellige dag weer naar huis gaan, zijn we de ellende van de heenweg helemaal vergeten. De rust is van korte duur. Al snel is daar de kudde op hol geslagen paarden weer. En dus ook die centrifugerende motorkap. Ik raadpleeg één of andere site waar staat dat het heel goed de homokineet, of mogelijk ook de aandrijfasstofhoes kan zijn. Doorrijden kan nog prima?! Er zit niets anders op dan voorzichtig naar huis te rijden. Het duurt nog minstens drie kwartier in volle doodsangst tot Brutus ons al hortend en stotend voor de deur van onze woning heeft afgezet. Ik was er al vanuit gegaan dat hij ons ergens in the middle of nowhere in de steek zou laten en dat we naar huis gesleept moesten worden. Het moet gezegd: tóch netjes van hem!

Brutus, (een Alfa Romeo GTA) met al zijn fratsen, is een auto voor de liefhebber. Dat ben ik duidelijk niet. Dus: Brutus eruit of ik eruit! Een gevaarlijke en gewaagde mededeling aan een autofreak als mijn vriend. De volgende dag wordt Brutus naar de garage gebracht voor een grondige inspectie. Waar het nu precies aan gelegen heeft, weet ik niet meer. Maar ik was geenszins van plan nog één keer in die auto te stappen. Hoe zielig vriendlief ook keek; ik weigerde.

Dus besloot hij zijn favoriete stuk scheurijzer uiteindelijk toch maar in te ruilen voor een burgerlijke, in zijn ogen oersaaie, mijn-ogen-zitten-niet-tegen-de-achterkant-van-mijn-schedel-gedrukt-als-vriendlief-optrekt-auto. Een Audi A4. Een type auto waar ik mij stúkken beter in kan vinden (en ook beter in voel). Nu alleen nog een nieuwe naam verzinnen. Mijn vriend kwam niet verder dan Softie.

 

Dit blog verscheen eerder deze week op: Hoe vrouwen denken. 

 

***

De eerste poging… 

Het is een van de warmste lentedagen als ik op het idee kom om hier, waar ik nu met Poownie aan het grazen ben, te gaan fotograferen. Het decor voor mijn neus is zoals het plaatje in mijn hoofd. De kwakende eenden maken de levende setting compleet. Maar zoals altijd wanneer ik een briljant idee heb, mist er toch het één en ander. Ik had mijn camera helemaal niet meegenomen. En hoewel het er prachtig uitziet, is het licht misschien eigenlijk iets te fel. Later in de week moet ik zeker nog eens terug komen en dan wat later op de avond.

Die week breng ik dagelijks een bezoek aan deze plek aan het water. Uiteraard samen met mijn grasmaaier. Terwijl hij aan het “werk” is, kijk ik dromerig uit over de sloot en zijn bewoners. Ik fantaseer hoe ik het plaatje nog mooier zou kunnen krijgen. Waar ik zou moeten zitten. Waar ik überhaupt zou kunnen gaan zitten zonder in de sloot te belanden. Want een laag standpunt is wel het aller mooiste. Er gebeurt werkelijk van alles. Vechtende, poetsende en naar voerzoekende vogels. En er vliegt hier ook echt van alles. Ja, ook die mug. Die ik al drie keer rond mijn hoofd heb weggejaagd. Maar vooruit, ik gedoog hem zolang het duurt om het plaatje te schieten dat ik in mijn hoofd heb zitten.

Het is een doordeweekse avond. Mijn klusjes voor die dag heb ik in rap tempo uitgevoerd en heb nog een vol uur voor het te donker wordt. Ik haast mij naar de waterkant. Mijn enthousiasme wordt binnen een halve seconde teruggeschroefd naar teleurstelling. Uitgerekend nu, wanneer het licht op zijn mooist is, ik mijn camera met volle batterij en lege kaart bij heb EN gekleed ben in kleding die nat en vies mag worden is die verdomde sloot leeg. Waarom?!?! Geen gans, eend, fuut of zwaan. Zou m’n plannetje dan nu al in het water vallen? Geduld is, zoals een hoop weten, niet mijn sterkste kant. Maar wel een hele schone zaak. Met mijn camera paraat nestel ik mij aan de waterkant. Mijn achterwerk beland voor de helft in de modder. Tot zover de schone zaak… 

De laatste zonnestralen schijnen schuin over de weilanden op het water. Terwijl ik licht wegdoezel meandert mijn gedachte mee op het gekwaak van de kikkers. Die waren er tenminste wel. Oh en de mug, die zoemt nog steeds ergens om mij heen. Dan hoor ik in de verte het gakken van ganzen. Het zijn er veel en ze komen mijn kant op. De vlucht, onder leiding van Akka van Kebnekajse, strijkt even verderop in het land neer. Met argus ogen bekijken ze mijn verschijning: “die zat er eerder op de dag niet!” Ik hoop dat ze een plons in het water willen maken. Maar die lol is mij niet gegund. Ze grazen het weiland af en blijven daar vervolgens zitten.

Als ik mij weer omdraai naar de waterkant zie ik twee waterkipjes en een zwaan. Helaas alle drie te ver weg. Een uur aan de waterkant gezeten te hebben leverde mij een vieze broek, een muggenbult en een foto van een koppeltje eenden op, dat na het landen van de ganzen uit het riet wegvloog. Voor nu houdt ik het voor gezien. Maar ik kom zeker nog eens terug! 

Twee wegvliegende eenden

 

***

Zo voorbij…

Ik sta de poetsspullen van Poownie in te pakken als mijn stalgenootje vraagt of ik nog iets ga doen. We hebben ruim een uur aan tijd over dus besluiten we samen nog een rondje te gaan wandelen. Wanneer we met paard en al bij het hek staan valt onze blik op de dreigende, donkere massa wolken die zich links van ons heeft samengepakt. Even hiervoor was er niets anders dan strakblauwe lucht en zonneschijn. We besluiten de bui af te wachten en laten de paarden grazen op het gras voor stal. Maar de bui trekt langs ons heen dus wagen we een gok. Binnen een half uur zijn we terug en nog steeds is het droog. Wel ziet de lucht er heel raar uit. Alsof ieder moment de storm kan losbarsten.

Als alle dames naar huis zijn blijf ik alleen over. Ik rommel nog wat aan op stal. De zon doet erg haar best om door de wolken heen te prikken, maar het lukt nog niet aardig. En dan opeens, uit het niets, begint het te waaien. Takken, blaadjes, hooi alles komt voorbij de keet gevlogen. Gelukkig zit ik veilig binnen. Na vijf minuten wordt het rustiger en besluit ik naar buiten te gaan. Wanneer ik mij omdraai is de dreigende lucht nog steeds aanwezig. Donkerder en brutaler dan ooit toornt hij boven mij uit, alsof Thor ieder moment tevoorschijn kan komen. Miezerige druppels vallen inmiddels op mij neer als een waarschuwing. Mijn blik gaat naar de andere kant en daar zie ik niet één, maar twee regenbogen. Verbazingwekkend wat de natuur aan bruut- en schoonheid kan laten zien op het zelfde moment. Zo mooi en zo fel.  

De regenboog blijft heel lang zichtbaar en de zon wint uiteindelijk steeds meer aan terrein. Toch blijft de lucht achter mij er vreemd uitzien. Het is niet zo dreigend meer. Maar rustig is het ook niet. Ik sluit alles af. Groet de paarden en rij naar huis. Terwijl de avond valt rij ik het licht tegemoet. Het is een rare gewaarwording. Als ik bijna thuis ben doemt zich de donkere lucht voor mij op. Gelukkig is er niemand anders op de weg dus trap ik op de rem en zet mijn auto stil in de berm. Hier moet ik gewoon even naar kijken.

Ik stap uit en aanschouw het hele tafereel voor mij. Alsof ik door een caleidoscoop kijk en bij iedere draai het beeld veranderd. Nostalgie borrelt bij mij naar boven. Maar ook gemis, hoop, verdriet, geluk, liefde en verlangen. Alles gevangen in dit ene moment. De hemel staat in vuur en vlam. Net als mijn hoofd, die niet weet wat hier mee te doen. Dus sta ik daar maar en kijk. Het is prachtig en niet één minuut is de lucht hetzelfde. Nog voor het beeld vervaagt schiet ik een foto. Niet van al te beste kwaliteit. Maar wel een moment om te bewaren. Om af toe op terug te kijken. Om mij er aan te herinneren dat het leven is zoals de lucht op dit moment. Mooi, krachtig, fragiel en zo voorbij!! 

 

lucht in paarse, roze en oranje tinten.

 

 

***

De eerste dag…

De kofferbak gaat nog maar net dicht als ik de laatste tas in de auto gepropt heb. Er gaat wel heel veel mee. Maar het is dan ook onze eerste dag op het water sinds Merlin deze week weer op zijn vertrouwde plek in de haven ligt. Alles moet bevoorraad worden. Om nog maar niet te spreken over de kleding die meegaat. Het kan alle kanten op wat weer betreft. En hoewel onze drijvende caravan een dak heeft, hebben we het niet graag koud.

Bij aankomst volgt eerst maar eens een flinke schoonmaak. De eenden hebben nogal huisgehouden op de steiger die hierdoor te smerig is om op te lopen. Zodra wij binnen zitten komt er een aalscholver aanvliegen. Hij neemt plaats naast de nep-kraai, die aan het einde van de steiger op wacht staat om gespuis, zoals dit soort vogels, weg te houden. Met zijn houterige verschijning is hij duidelijk niet indrukwekkend genoeg. Misschien moeten we er één neerzetten met een bewegingssensor. De aalscholver heeft net een bad genomen en spreidt zijn vleugels om te drogen in de zon. Het ziet er prachtig uit van zo dichtbij. Onze buren, zowel links als rechts zijn er overigens ook nog niet, of zijn al uit varen. 

Er liggen nog wel meer boten op de kant maar niet zo veel meer als vorig jaar rond deze datum. Na het poetsen volgt zoals gebruikelijk een bak koffie met een koek. Dan kunnen de trossen los. Na vijf maanden niet gevaren te hebben moet ons lichaam weer even wennen aan het deinen op de golven. Het is niet heel erg druk op het water en dat verbaasd mij. Met de paasdagen zou je zeggen dat veel (water)mensen er op uit trekken met de boot. We varen naar de overkant en gooien het anker uit. Lekker even dobberen in de zon. 

Ik ga achter op het dek zitten, uit de wind maar wel volop zon. Wanneer vriendlief mij een bak koffie komt brengen is het eerste wat-is-het-hier-heerlijk-gevoel compleet. Rechts van ons springen drie kids in het water. Het water is echt niet warmer dan 16 graden. Ik voel met mijn grote teen hoe koud dit precies is. Hoewel ik mij voorgenomen had dit jaar meer bikkel te zijn sla ik echt nog even over. Ze houden het aardig lang uit. De zon speelt verstoppertje en na even aanwezig te zijn is ie weer voor een tijdje weg. Als het afkoelt besluiten we terug naar de haven te varen. 

Bij terugkomst worden we begroet door moedereend met negen heel kleine kuikentjes links. De Aalscholver op de volgende steiger. Ruziënde futen (die maken een herrie!) rechts en waterkipjes met kleintjes voor ons. Echt heel schattig al dat kleine volk rond de boot. Ik mag ze van vriendlief niet voeren. Want als ze eenmaal weten waar eten te halen valt krijg je ze, zelfs met 100 nep-kraaien niet meer van je boot. Het blijft dus bij foto’s maken. In de haven is het windstil waardoor we nog zeker een uur of twee blijven luieren voor we besluiten weer naar huis te gaan. Ja, dit was een prima eerste dag op het water. Kom maar door met die zomerse temperaturen!!

 

 

***

Geluksvogels…

Afgelopen woensdag was mijn vrije dag. Maar lekker chillen in de tuin zat er niet in. Mijn wekker ging al om 04.30 uur af. Om daarna met gezwinde spoed mijn ochtendritueel af te handelen. Iets later stond mijn vriendin Yvonne op de stoep. Bepakt en bezakt met onze fotospullen en voedsel-survivalkit (we hadden geen idee hoe lang we dit keer zouden blijven) reden we naar onze gereserveerde hut, die we eerder in het jaar al besproken hadden. Onze derde fotomissie die we samen zouden gaan ondernemen. Naast de ijsvogels en de vossen was het nu tijd voor andere (bos)vogeltjes. Stiekem hadden we de hoop op een close encounter met een eekhoorn. 

De verhuurder had ons een boekwerk gestuurd met routebeschrijving, code van het hangslot op het hek en de gebruiksaanwijzing van de hut zelf. Het hek vinden was, toen we eenmaal op de parkeerplaats stonden, niet zo’n probleem. Het zag er een beetje oud en “Efteling-spookslot” achtig uit. Oh boy! Waar waren we in beland en dat zo vroeg in de ochtend?! De hut moest zich ergens daar achter op het terrein bevinden. Eenmaal door het hek voelde ik het enthousiasme in mij nog meer opborrelen. Wat een rust hier op deze plek dat werd omlijst door het gefluit van de vogels. De doorgaande weg waar wij over gekomen zijn, was aan het zicht onttrokken door een wal van bomen en struiken. Geen wonder dat we de hut in eerste instantie niet zagen liggen. 

Links van ons doemde de drinkvijver al op. De hut, die half ingegraven was (waardoor er net boven het wateroppervlak gefotografeerd wordt), lag er achter. Toen onze fotospullen opgesteld stonden konden we de setting nog wat aanpassen. Boomstam hier, rotsblok daar. Er lag voor de eekhoorntjes al een bakje met nootjes klaar zodat we ze konden lokken. Ook voor de vogels lag er voer. Met grote precisie verstopten we op verschillende plekken de nootjes en zaadjes. We keerden terug naar de hut. Klaar om eerst eens wat te eten en een bak koffie te drinken voor het genieten kon beginnen. Maar zover kwam het helemaal niet. 

De eerste vogels dienden zich namelijk al aan voor we goed en wel terug in de hut waren. Maar ook de eekhoorntjes lieten niet lang op zich wachten. Voor we het wisten liepen er drie voor onze lens langs. Wat een geluksvogels waren wij toch! De koffie en broodjes moesten maar even wachten. 

Het is altijd afwachten wat er zich voor je lens zal gaan bevinden. Hoe mooi de setting en hoe lekker het voer ook is, de beestjes laten zich niet zomaar dresseren. Tot nu toe hebben we iedere keer geluk gehad. Of het nu om de ijsvogel, de roofvogel of de vos ging. Nu kunnen we ook de eekhoorn-familie aan onze lijst toevoegen. 

Voor mij was dit inmiddels de vierde keer dat ik vanuit een vogelhut heb gefotografeerd. Om op maar enkele meters van al die diertjes te zitten en ze bezig te zien in hun eigen natuurlijk omgeving is echt heel gaaf! Wij hebben een zalige fotodag gehad en zijn nog lang niet uitgekeken op al het moois dat de natuur ons te bieden heeft. Ook al is het in een setting die vooraf gecreëerd is!

 

Overzichtfoto van vogelhut en het hekEekhoren op boomstam Eekhoren in het water Baby eekhoren eet nootje Eekhoren op boomstam

 

***