Voor alles een eerste keer…

(O)pa en (o)ma stonden al te wachten, toen we stipt 10.30 uur bij de haven kwamen aanrijden. Het waaide  behoorlijk maar het zonnetje was aanwezig. Achter glas is het toch alsof je in een kas zit. Dus van de kou zouden we niet veel last hebben. Toen de rondleiding achter de rug was en de spullen geïnstalleerd waren, was het koffietijd. Moeders had speciaal voor deze gelegenheid in de keuken gestaan en toverde een zelfgemaakte boterkoek uit haar tas. Als iets lekker is, dan is het wel haar boterkoek! Het werd tijd om de motor te starten. De trossen gingen los en we werden uitgezwaaid door onze denkbeeldige buren. “Vaarwel….” Achteruit tegen de wind in wegvaren leerde ons dat we de boot zo goed onder controle hadden. Zonder problemen voeren we het Wantij op.

Het was de eerste keer dat wij gasten aan boord hadden. Tevens ook de eerste keer dat zoonlief mee ging. Want een paar uur zonder wifi is toch wel een dingetje. Omdat ik het tof vond dat hij zijn zondagochtend zonder morren had ingeruild mocht hij vandaag onze kapitein zijn. Dat liet mijnheer zich geen tweede keer zeggen. Voor hij het roer overnam moest hij ons wel beloven om zijn GTA Skills achterwege te laten. In mijn hoofd zag ik al verschillende scenario’s waarbij kano’s door de lucht vlogen en mensen her en der in het water lagen te spartelen terwijl Zoonlief de boot over alles en iedereen heen manoeuvreerde. Alles voor die digitale punten! Gelukkig had hij een groot verantwoordelijkheidsgevoel en hield zich keurig aan de regels.

Sterker nog, hij bleek er echt gevoel voor te hebben. dames op voordek genieten van het uitzicht op het waterEen groot gedeelte van deze dag heeft hij aan het roer gezeten en ons door de Biesbosch geloodst. Hoewel hij wettelijk gezien nog te jong is om deze boot te mogen besturen is het toch wel handig te weten wat hij (nu al) kan. Toen het water waarop we voeren “ophield” gingen we voor anker. De koffie was nog warm. Er was nog boterkoek en zoonlief moest na deze intensieve ochtend toch ook even zijn rust nemen. Want varen is best een vermoeide bezigheid. Op de terug weg hadden we de wind in onze rug en was het heerlijk toefen op het voordek. Daar maakten de dames mooi gebruik van. Bijkletsen, zonnen en van de natuur genieten!

Omdat het Wantij voor onze GTA coureur niet echt een uitdaging was wat snelheid betreft, tuften we nog even door richting de Oude Maas. Daar was er ruimte en de mogelijkheid om heel even te doen waar deze boot ook goed in is. moeder en zoon op achterdek. uitkijken over het water.Zoonlief liet Merlin vol gas over het water janken en na ons goedkeuren mocht hij  hem op snelheid 360 graden rond gooien. Om de bloeddruk van (o)pa en vooral (o)ma terug naar normale waardes te krijgen nam Vriendlief het roer weer even over en bracht ons vervolgens terug naar de haven. Dat smaakte zeker naar meer. Zoonlief begon onze nieuwe hobby met andere ogen te bekijken. Toen we met zijn tweetjes op het ” achterdek”  zaten had hij het zelfs al over een volgende keer. Wanneer het warmer zou zijn en we konden gaan wakeboarden. Hoe tof is dat!!

Ik ontwikkel gelukkig steeds meer zeebenen. Het na-deinen wanneer ik thuis ben is nog maar even. In tegenstelling tot zoonlief, die ons ’s avonds vanaf de bank raar aan keek: “Aaah het lijkt net of ik nog op de boot zit… Alles beweegt.”

In beweging…

Met het korter worden van de dagen, in 2016, namen ook mijn bewegingsdoelen af. Ik had het niet eens in de gaten tot de winter voor de deur stond. Dat minder bewegen invloed op mij had is een ding dat zeker is. Ik voelde mij geregeld net zo depressief en nutteloos als het slechte weer buiten. Ik verdeed mijn tijd met dom gezap of stompzinnig staren naar mijn rechthoekige apple. Deze bezigheden gaven totaal geen voldoening. Het irriteerde mij. Na een paar weken zo erg, dat ik mij irriteerde aan mijn ge-irriteer. Dat was op zijn zachtst gezegd, niet goed. Tijd voor verandering. Ondanks de feestdagen die voor de deur stonden, besloot ik het roer om te gooien. In mijn laatste blog van het jaar schreef ik niet voor niks dat ik in 2017 naast veel fotograferen en met de boot weggaan ook meer buiten wilde zijn.

Weer of geen weer, ik moest van mijzelf naar buiten. Bezig zijn. Rondje wandelen. Met de fiets weg. Uurtje grazen met Poownie. Zolang ik maar frisse lucht kon snuiven. De heren kreeg ik niet mee. Geen zin, te koud of een afspraak met hun Ipad. Ik stond er helaas alleen voor in deze queeste. Nu ik vaker buiten te vinden was begon ik zelfs te verlangen naar mijn hardlooprondjes. Door een knieblessure was dit al meer dan 1,5 jaar van de baan. Ik besloot het schema van de fysio er bij te pakken en aangevuld met diverse oefeningen van internet, aan de slag te gaan. “Niet te hard van stapel lopen!!” Riep mijn ervaring uit het verleden. Hardlopers zijn immers doodlopers. Echter raakte ik zo enthousiast dat het roei-apparaat eveneens onder het stof vandaan gehaald werd.

Door de oefeningen die ik een paar keer per week deed bleef de pijn in mijn knie weg. Daardoor kon ik langere afstanden wandelen. Dat was alvast een positieve boost die ik er van kreeg. Langzaam begon de hoop, dat ik weer zou kunnen gaan hardlopen zonder pijn, te groeien. Ik ging goed. Ik ging lekker. Maar net als bij zoveel dingen kwam ook hier na een paar maanden de klad er in. Te veel afleidingen en excuses om iedere keer met iets anders bezig te zijn dan mij lekker in het zweet te werken. Terwijl ik het zo lekker vind om mijn spieren te voelen. De voldoening na een training of flinke wandeling te ervaren. En te merken dat mijn conditie er op vooruit gaat. Het vlees is zwak, zullen we maar zeggen. De eerste drie maanden gingen als een speer. Eenmaal terug van een week wintersport was het een drama om opgang te komen.

Wat is dat toch, dat ik het niet vol kan houden? Zo moeilijk is het toch niet? Is de wil dan niet groot genoeg? Boos worden op mijzelf heeft totaal geen nut. Ik wil juist de negatieve nutteloze energie omzetten in iets positiefs. Dus, sportkleding aan en een schop onder mijn hol. Om mijn doel wat hardlopen betreft, concreter te maken heb ik de basislessen “hardlopen met Evy” alvast op mijn Ipod gezet. Nog even een paar weken de spieren aansterken en dan heel voorzichtig beginnen. Ja!! De wil is er wel degelijk en is in ieder geval groot genoeg om door te gaan met mijn oefeningen. Voor nu “roei” ik mij door de weken heen en hoop ik op een pijnloos rondje hardlopen in mei! Duimen jullie mee?!

Pure horror…

Sinds enkele jaren gaat Groene Draak mee naar buiten. Amazone Papegaai portret van Groene DraakWant buitenlucht is goed! Sterker nog, door het gevoelige luchtweg-systeem van een vogel is het van levensbelang om voldoende frisse lucht te kunnen inademen. Maar laten we vooral het sociale aspect niet vergeten. Het is heel gezellig en goed, zeker voor Groene Draak, om betrokken te worden bij de dagelijkse bezigheden van het gezin. Een gesocialiseerde vogel is immers een fijne vogel! Dus wandel ik geregeld met mijn gevleugelde vriend een blokje om. In het begin zat hij in een rugzak, dat voelde veiliger. De nieuwe indrukken kwamen niet te direct binnen. Sinds vorig jaar zit hij op mijn arm. Hoewel groene draak een toneelspeler pur sang is, (ikwilnietikwilniet, ikgadooooood, AAAAAAH) vind hij aandacht fantastisch. Hilariteit ten top wanneer hij andere wandelaars gedag zegt of zich gaat bemoeien met een gesprek.

Nu het vaarseizoen voor ons eindelijk is aangebroken zijn we vaak een hele dag van huis. Wat zou het leuk zijn om Draak mee te nemen. Zo is hij ook buiten en zit hij niet in zijn kooi(tje) te verpieteren tot wij terug zijn van een plezierige dag. Mijn maag draait echter om bij de gedachte aan al dat verschrikkelijks dat kan gebeuren wanneer hij los op de boot zit. En om hem nu heel de dag op te sluiten in zijn reis-tas… Daar worden we niet vrolijk van. Ik besloot onderzoek te doen naar het vogeltuigje. Een harnas waarbij de vogel toch “vrij” kan bewegen maar “veilig” vast zit. Eigenlijk niet iets waar we alle twee op zitten te wachten. Alleen al het aan- en uitdoen is een dingetje. Ondanks zijn vaak theatrale gedrag weet ik wat hij nog meer kan. Zijn ogen spuwen vuur en zijn snavel doet de rest! Het plezier dat we beide zullen gaan hebben doet uiteindelijk de weegschaal, naar (het trainen met) een tuigje, doorslaan naar de positieve kant.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Draak heeft nogal een grote persoonlijke ruimte. Deze zomaar benaderen is pure horror. Overigens ook voor de persoon die het probeert! Wilde ik überhaupt kans van slagen hebben zou ik Draak rustig moeten voorbereiden op een “harnas” om zijn lichaam. Die ik zonder het verliezen van mijn vingers aan en af mag doen. Een leuke uitdaging. Ik vond op internet bruikbare tips. Een voorbeeld: tel tot drie terwijl je de vogel aanraakt. Bij drie laat je los en daarna flink belonen. Zo leert hij dat de “horror” stopt na drie. Iets wat ik zelf nooit verzonnen zou hebben.

Met twee verschillende kleuren veters ging ik aan de slag. Ik maakte een grote lus en hield een nootje aan de andere kant. Hij had het al snel door: Steek je knar door de lus, pak het nootje en neem applaus in ontvangst. Geheel in zijn straatje, deze training. Ik maakte de lus iets kleiner en hield er weer een nootje voor. Hij begon er de lol van in te zien. We trainden dit een aantal keer per week zomaar een minuut of drie. Inmiddels mag ik zelfs spelenderwijs touwtjes om zijn lichaam en pootjes draperen zonder dat hij in paniek raakt of de horror toeslaat. Ik heb zelfs alle 10 mijn vingers nog! Het officiële vogeltuigje is nog niet aangeschaft maar dat zal niet lang meer duren. Met geduld, applaus en vooral veel nootjes zijn we al een heel eind gekomen.

Wordt vervolgt…

P.S: Voor de Instagram liefhebbers, Groene Draak heeft sinds vorig jaar een eigen Instagram account. 

Een beetje van mijzelf en een beetje van Groom…

Ik ben zo druk bezig dat ik niet in de gaten heb dat mijn stalgenoot voor mij staat. Mijn hart slaat van schrik een keer over wanneer ze hoi zegt en vraagt wat ik aan het doen ben. Wanneer ik ondersteboven onder poownies buik door kijk begrijp ik dat ze het tegen mij heeft. Onder de witte haren en helemaal bezweet besluit ik even pauze te houden. “Ik ben poownie van zijn wintervacht aan het ontdoen.” Het is een flinke klus want Poownie had dit jaar een “extra gevoerde jas” aan. Deze winter ging hij als een (ijs)beertje door het leven. Gewapend met ros, zweetmes en borstel loop ik even naar buiten om frisse lucht te happen. “Misschien heb ik iets voor je wat het poetsen makkelijker maakt!” Zegt ze. “Het is een houten blokje dat niet alleen goed helpt bij het verharen maar ook het vuil en zand meeneemt.”

Groom, borstel voor paarden en honden in de rui.Een dag later tref ik het cadeautje(**) in Poownie zijn poets-kist aan. Hoe kan een blokje van hout mij nu helpen met het uitdunnen van poownie zijn wintervacht? Vraag ik mij nog af. Wat ze er niet bij had gezegd was dat het blokje voorzien was van een ijzeren kartelrand. Even sta ik bedenkelijk met het ding in mijn handen. De kartelrand lijkt nog het meest op een figuurzaagje. Zo één waar je vroeger tijdens handvaardigheid je knutselwerkjes mee stond te vernaggelen. (of de tafel waar je werkje op vast geschroefd stond.) Het blokje weegt niks en ligt in ieder geval fijner in mijn handen dan het zweetmes en de ros. Ik heb er in eerste instantie zo mijn bedenkingen bij. Poownie is nogal gevoelig op zijn huid en vind al dat getut niet fijn. Laat staan wanneer ik de Ninja Groom, want zo heet het blokje officieel, op hem los laat. Ninja krijgt daarmee overigens een heel andere betekenis.

Ik wilde weten of dit stuk hout waar zou maken wat er over hem beweerd wordt. Paard rollen in de zandbak.Dus liet ik Poownie eerst wat voorwerk doen. Ik stuurde hem zonder deken de paddock in. Daar was hij al een aantal dagen niet geweest. Blijer kon ik hem niet maken. Zonder kieskeurig te zijn plofte hij neer in het zand en begon met rollen. Linksom, rechtsom en nog een keer. Zichzelf vies maken is voor hem één groot feest. Nu maar hopen dat deze borstel niet alleen de haren maar ook al het zand weg zou poetsen. Anders had ik nog een flinke klus te klaren.

Ik begon wat sceptisch. Door de scherpe kartels durfde ik ook niet veel kracht tePaard poetsen met Ninja Groom. Sneller schoon. zetten. Maar bang zijn dat ik hem pijn zou doen was niet nodig. Met één haal kreeg ik meer haar en zand van zijn rug dan ik met de ros had los gekregen. Na een half uur vegen, want poetsen zou ik het niet willen noemen, was Poownie zo goed als wit en stond ik in een halve meter wintervacht. De dagen daarop haalde ik iedere dag dit blok over zijn vacht. Hij werd niet alleen veel schoner, maar ook super zacht en dat alles zonder narrig te worden. Ook halveerde ik hiermee het “ontharingsproces” aanzienlijk en dat zonder kramp in mijn handen. Wat een houten blokje al niet kan doen?! Poownie is inmiddels door zijn wintervacht heen en kan nu zijn energie voor andere dingen gebruiken. De Groom is schoongemaakt en ligt keurig opgeborgen in de kast, klaar voor volgend jaar!!

**Inmiddels verschillende reacties ontvangen waar deze “borstel” te verkrijgen is. Ik heb hem via GD paardenbenodigdheden waar je ook terecht kunt voor het wassen van je paardendekens!!

Te water…

Hier en daar prikken er wat zonnestralen door het wolkendek wanneer we aan komen rijden. Stiekem hoop ik op nog iets meer dan die paar straaltjes. We stappen uit bij de winterstalling van Merlin. De boot is uit zijn vijf maanden winterslaap ontwaakt en is er helemaal klaar voor. Wij overigens ook. De stalhouder komt aanrijden met een trekker en koppelt de trailer met Merlin vast. Gezamenlijk rijden we naar de helling waar hij Merlin, met ons er op, te water laat. Voor hij ons echt laat gaan krijgen we nog wat informatie over waterdiepte, boordaccu’s en de noodmotor. Wanneer er geen vragen meer zijn start vriendlief de motor. Vanaf de kade staan ook pa en ma ons uit te zwaaien. Daar gaat onze eerste vaartocht van dit jaar, op weg naar Merlins nieuwe ligplaats.

Ik doe mijn best om mijn evenwicht te vinden, terwijl de snelheid steeds iets toeneemt. Mijn zeebenen zijn (nog) niet op afroep beschikbaar dus leun ik tegen de rand om de klappen op te vangen. Zeker wanneer vriendlief het gas opentrekt als hij langs een paar grote tankers moet manoeuvreren. Voor ik het weet doemt de Dordtse brug al voor ons op. Het gaat voorspoedig. Zelfs de zon weet aan terrein te winnen, waardoor het aan boord behaaglijk wordt. We minderen vaart wanneer we aan het begin van het Wantij aankomen. Dit lekkere weer hadden we gehoopt maar niet verwacht. De haven laten we daarom nog even (letterlijk) links liggen en varen door, de Biesbos in.

Niet lang daarna komen we een lege aanlegsteiger tegen waar tevens een restaurantje aan vast zit. Mijn neus pikt een verse koffiegeur op. Dat zien we als een uitnodiging. De 40 minuten die volgen zitten we heerlijk in de zon van onze cappuccino te genieten. Met vriendlief aan het roer maken we het (kleine) rondje Biesbos af. Om vervolgens ruim op tijd in de haven aan te komen. Ik had mij er van alles bij voorgesteld. Maar niet dat het zo makkelijk zou gaan om in deze nieuwe box af te meren. De ruimte aan weerszijde is hier beperkter dan in de oude haven. Het ideale vaarweer, praktisch geen stroom en windstil, zorgde voor een eerste positieve ervaring op onze nieuwe stek.

Eenmaal binnen in de box kon het geklungel met het opmaat maken van de landvasten beginnen. Iets te veel touw en Merlin zo zou zomaar eens tegen de kade, zijn buurman/vrouw of te ver uit zijn box kunnen komen. Te weinig touw betekend lastig los en vastmaken. Toen hij volledig en opmaat ingesnoerd lag, de fenders buitenboord hingen en we na drie controles zeker waren van de zaak, konden we gaan poetsen. De buitenkant was redelijk schoon. De binnenkant was gek genoeg erg vies. Dit nam overigens nog de meeste tijd in beslag. Rond de klok van 15.30 uur keken we trots terug op ons werk. Merlin lag, als een vis in het water, weer te glimmen.

Eenmaal thuis leek het of alles om mij heen nog aan het deinen was. Volgens Wikipedia hebben mijn ogen tegen mijn hersens gezegd dat mijn lichaam niet aan het bewegen is terwijl mijn evenwichtsorgaan zegt, dat doet het wel!! Het zal hopelijk een kwestie van wennen zijn. Er moeten nog een aantal kleine dingetjes aan boord gebeuren. Maar feitelijk zijn we klaar voor een heel nieuw vaarseizoen. Laat het prachtige zonnige vaarweer nu maar komen!!

Boot gaat te water onder Dordtse brug. Daarna in de haven

Van winst naar gelijkspel…

“Aah ga nu mee joh?!” Vroeg vriendlief bijna smekend. Na zes keer vragen stemde ik eindelijk in. “Alleen als het niet regent!” Was mijn antwoord. Dus zat ik met beide heren in de auto op weg naar Almere, waar FC Dordrecht een wedstrijd tegen Almere City U14 moest spelen. Overigens niet zomaar een wedstrijd. Voor Dordrecht zou dit wel eens de beslissende wedstrijd kunnen zijn om kans te maken op het kampioenschap. De koploper zou zich natuurlijk niet zomaar gewonnen geven. Het zou een interessante pot kunnen gaan worden.

Dat mijn adrenaline bij een partijtje voetbal zo zou stijgen had ik niet kunnen bedenken toen ik in de auto stapte. Als fotograaf ben ik over het algemeen alleen met de acties op het veld bezig. Niet eens zo zeer met het spelletje zelf. Want, wat weet ik daar nu van?! Ik ga vaak zo op in mijn eigen bubbel dat ik niet mee krijg wat er allemaal aan de kant van het veld gebeurd. Bij deze wedstrijd ging dat jammer genoeg iets anders. De supporters waren druk en luidruchtig. Helaas niet altijd positief. Ik werd er een beetje kregelig van en voelde de irritatie onderhuids kriebelen. Wanneer al dat gejoel op mij al zo’n indruk maakt wat doet het dan met de spelertjes (want laten we eerlijk zijn, de leeftijd is 13/14 jaar) op het veld?

Ik heb mij geprobeerd de rest van de wedstrijd te distantiëren van al dat geblèr. Wat niet even makkelijk was toen twee vaders van de tegenpartij het nodig vonden het hele spel van Dordrecht van negatief commentaar te voorzien, op nog geen meter bij mij vandaan. Ondanks dat het een belangrijke wedstrijd was, stonden we niet bepaald bij de klassieker Ajax-Feyenoord. Toen de grensrechter van de tegenpartij besloot het winnende doelpunt van Dordrecht als onterecht aan te merken omdat hij een overtreding had waargenomen en de scheidsrechter hier in mee ging, was mijn irritatiegrens bereikt. Dordrecht had echt heel goed gespeeld, beter dan Almere en ze hadden het verdiend deze wedstrijd te winnen. Voor het eerst in al die tijd pakte ik teleurgesteld mijn fotospullen in.

Later begreep ik dat de scheidsrechter had aangegeven een foute beslissing te hebben genomen. Het afkeuren van het doelpunt was niet terecht geweest. Dordrecht had met 3-2 van Almere gewonnen. Helaas kon de uitslag niet meer terug gedraaid worden dus bleef het bij 2-2. De eerst volgende wedstrijden zal Dordrecht meer dan alles moeten geven om alsnog kans te maken op het kampioenschap. Wanneer ze niet gehinderd worden door partijdige grens- en scheidsrechters en hierdoor de kans krijgen een eerlijk spel te spelen, moet dat zeker kunnen! Voor nu kan ik zeggen: we hebben in ieder geval de foto’s nog!!

Dordrecht opent de aanval op Almere City U14

Omhaal op bal door FC Dordrecht speler Damian den Beste

Gevecht om de bal tussen FC Dordrecht en Almere City U14

Blijdschap voorafgaande aan het afgekeurde doelpunt bij FC Dordrechtspelers

101 doelen…

Van de week was ik, tijdens een paar loze minuten op de zaak, mijn privé map aan het opschonen. Naast foto’s, declaraties en wat verouderde contracten stond er ook nog een mapje met “blog”. Ik heb enige tijd terug mijn blog-gerelateerde documenten naar een externe harde schijf verhuisd. Maar was blijkbaar deze op de zaak helemaal vergeten. Ik kwam er al snel achter dat het mijn aller eerste blogjes waren die ik in mijn oldschool Hyves-periode geplaatst heb. Waar het bloggen voor mij uiteindelijk ook begonnen is. Van af en toe een verhaaltje naar complete vakantieverslagen. De regelmaat van het bloggen is pas echt begonnen toen de hype: 101 doelen in 1001 dagen voorbij kwam. Ook wel bekend als: Day Zero Project.

Ik was al helemaal vergeten dat ik hier ooit aan mee gedaan had. Voor de bloggers bij wie dit fenomeen onbekend is, wat mij sterk lijkt omdat half bloggend Nederland zo aan zijn blog gekomen is… : Plan een aantal realiseerbare doelen (een stuk of 101) uitgesmeerd over een langere periode (een dag of 1001). De eerste vijf doelen op de lijst waren voor menig deelnemer hetzelfde:

1. Leg 5 euro opzij voor ieder behaald doel.
2. Gebruik dit geld aan het einde van het project om wat leuks te doen.
3. Inspireer iemand anders om ook met een Day Zero Project te beginnen.
4. Minstens 1x per maand een blog schrijven over dit project.
5. Maak van ieder behaald doel een foto (voor zover dit mogelijk is).

Ik opende dit blog en nam de lijst, die ik toen met zorg had samengesteld, van begin tot einde door. Blijkbaar vond ik 101 doelen wel erg optimistisch en kwam ik niet verder dan 55. Hilarisch om te lezen wat mijn doelen waren. Zoals koop een kamerplant en houd hem minimaal een half jaar in leven (geen vetplant!) Nog leuker om te zien dat een aantal doelen ook daadwerkelijk behaald zijn. Zoals de vakanties naar Oostenrijk, Zwitserland, Parijs en Rome. De schilderijen voor in het trapgat en mijn verjaardag die ik toen uitgebreid gevierd heb. Mijn maag kneep even samen toen ik zag dat er ook een aantal doelen met mijn ouders op de lijst stonden. Doelen niet aanbod zijn gekomen en ook nooit meer zullen komen.

Ook staan er doelen op waaraan ik begonnen ben, maar die nog onafgemaakt ergens in huis rondzwerven. Een cursus verhalen schrijven en een nieuwe taal leren zijn hier een voorbeeld van. Dingen die ik eigenlijk nog steeds graag zou willen doen. Mijn gezondheid kwam ook toen al aan bod, want ik wilde minderen met suiker, meer water drinken en meer fruit eten. Dingen die ik nu nog steeds doe. Een doorlopend doel was het vertrouwen winnen van Groene Draak. Ik denk dat ik daar het meeste trots op ben. Want als ik zie wat ik met hem inmiddels bereikt heb!! Doelen op deze lijst hebben mij daadwerkelijk aan het denken en in actie gezet.

Voor mijn laatste doel heb ik nooit 5€ opzij kunnen leggen. Niet omdat het niet meer kan. Maar omdat het nooit gelukt is. Ik heb het echt wel geprobeerd. Uren heb ik doorgebracht met zoeken in het weiland maar nooit heb ik hem kunnen vinden. Daarom ga ik mijn best doen om dat doel dit jaar toch af te kunnen vinken. Doel nr. 55:  “Vind een klavertje vier!” 

Weer bijna de oude…

Halverwege de wintersportvakantie werd ik plots overvallen door een kaak/keel ontsteking. Het ene moment was er niks aan de hand, het andere moment kon ik amper slikken en praten. En niet alleen ik, nog drie familieleden waren getroffen door een virus. Er werden zakdoekjes, neusspray en keelsnoepjes ingeslagen en uitgewisseld. Op de piste was er gelukkig niks aan de hand. De frisse berglucht doet wonderen. Maar eenmaal weer binnen sloeg het ellendige gevoel weer toe. Gelukkig heeft het de pret niet bedorven, eten ging namelijk prima.

Tijdens de vakantie kon ik alles nog redelijk onderdrukken. Bij thuiskomst brak het virus in alle hevigheid door. Bijna de hele week leefde ik op paracetamol, neusspray, keeltabletten en thee met honing. Met af en toe een boterham om de maag rustig te houden. Daarnaast zat mijn neus bomvol snot waardoor de druk op mijn hoofd en oren niet te harden was. Van ellende kon ik mijn ogen amper open houden. Of dat nog niet genoeg was kreeg ik er een ontstoken oog bij en door al het geblaf schoot het ook nog eens in mijn rug. Ik geef het niet graag toe, maar ik was dus echt heel erg zielig.

En wanneer ik zielig ben is de bank de aangewezen plek om mijn tijd op door te komen. Vroeger, als ik ziek was, mocht met mijn kussen en dekbed op de bank liggen en de hele morgen tv kijken. Ik keek graag naar Engelse en Duitse zenders. Daar werden series en tekenfilms op uitgezonden terwijl er in Nederland keuze was uit “koffie tijd” en reclame (door “It’s Amazing Mike…”) Aangezien mijn moeder mij graag weer naar school zag vertrekken werd ik verplicht om thee met citroen & honing te drinken voor mijn keel en soep te “eten” om aan te sterken. Dat eerste deed mij kokhalzen en de tweede deed mij flauwvallen alleen al bij de gedachte. Ik kreeg het beide niet weg. Dat is inmiddels wel anders, hoewel ik nog steeds geen soepmens ben.

kat ligt op rug van baasjeKleine krijger, die gelukkig alweer heel wat aan de betere poot was, waakte die week over mij zoals alleen een kleine krijger dit kan. Met zijn hoofd op zijn voorpootjes lag hij op mijn borst, en als het niet anders kon op mijn rug. Zodra ik mijn ogen open deed waren de ogen van kleine krijger de eerste die ik zag. Hij dwong mij nog net niet mijn thee met honing of soep naar binnen te werken. Terwijl de heren naar school en het werk waren hebben wij samen heel de week op de bank door gebracht.

Inmiddels heb ik er al (blaffend) een week werken opzitten. Heb ik Poownie met een bezoek vereerd en heb ik alweer wat plaatjes bij de voetbal geschoten. Gelukkig voel ik mij alweer redelijk de oude. Alleen de conditie lijkt helemaal weg. Hijgend en puffend loop ik de trap op en ook een wasje ophangen kost mij meer energie dan normaal. De afgelopen week lag ik rond 21.00 uur al voor pampus op de bank. Hopelijk kan ik na dit weekend weer voorzichtig aan proberen wat langere wandelingen te maken en weer wat te gaan sporten. Want dat heb ik toch wel heel erg gemist.

Zon, sneeuw en berg…

Er was een gigantische drukte voorspeld. Zowel op de weg er naartoe als op de plaats van bestemming. De reden voor vriendlief om een uur eerder te vertrekken naar Oostenrijk. Op de weg merkten we al verschil. Het leek wel een doordeweekse dag. Alleen de vrachtwagens ontbraken, maar lieten rond de klok van 5 uur in de ochtend toch van zich horen. De rit was weer even vermoeiend als altijd. Ik zat met sateprikkers tussen mijn ogenleden naast vriendlief, solidair te wezen en deed of ik wakker was. Toch verliep de reis heel voorspoedig. Geen files of andere noemenswaardig oponthoud. Zoonlief heeft de hele reis liggen knorren op de achterbank. Eenmaal op onze eindbestemming stonden oom en tante ons al op te wachten.

Na een stevig ontbijt kregen we de sleutel van de kamer zodat we heel even konden bijtanken van onze reis. De groep was sowieso nog niet compleet. Andere oom en tante stonden nog ergens bij München in de file en mijn nichtje en haar vriendin zouden ’s avonds met de trein arriveren. De eerste dag gebruikten we vooral om zaken te regelen zoals ski’s en board wegbrengen naar de piste, skipassen regelen en boodschappen doen voor de après-ski. We vielen bijna om van de honger maar hadden beloofd pas te gaan eten wanneer iedereen gearriveerd was. En toen iedereen er dan ook eindelijk was, kon het feestje echt beginnen.

De hele week waren we er lekker vroeg bij. Uitzicht na eerste afdaling. Piste met sneeuw en stoeltjeslift.Om 09.00 uur zaten we in de gondel naar boven. Zo waren we de drukte van de skiklasjes, die rond 10.00 uur zouden beginnen, voor en hoefden we niet een uur in de rij te staan. Uiteindelijk viel de drukte op de piste zelf heel erg mee. Geregeld hadden we afdalingen voor ons alleen. Aan de staat van de piste konden we merken dat het druk was. Rond de lunch waren de fijnste pistes veranderd in ware gaten kazen. Overal hobbels en hopen sneeuw met daaronder flinke ijsplaten. Door het warme weer veranderde de onderste helft van de berg ook nog eens in slush. Het gaf in ieder geval een nieuwe dimensie aan het snowboarden zelf.

Besneeuwde berg met witte bomen. Uitzicht bij laatste afdalingOver het weer mogen we zeker niet klagen. Hoewel iets kouder natuurlijk wat fijner zou zijn voor de sneeuwcondities hebben we maar één dag sneeuw en wat regen gehad. Dat gaf overigens wel weer een prachtig uitzicht en de nodige kodak-fotomomentjes. Dankzij mijn lessen die ik eerder in het jaar gevolgd heb ging het snowboarden ook een stuk fijner. Ik heb nog steeds niet het lef om de turbo aan te zetten en met 75 km per uur van de berg te stuiteren. Maar heb heel de week, op mijn kuiten na, zonder spierpijn door gebracht. Deze lessen gaan zeker een vervolg krijgen zodat we een eerst volgende vakantie nog meer kunnen genieten van het snowboarden zelf.

Ik keek al enige tijd uit naar de woensdagavond. We zouden met een groepje gaan avondrodelen. Maar door te weinig sneeuw was de rodelbaan, die door het bos gaat, gesloten. Ondanks deze teleurstelling zijn we de avond toch weer lachend en gierend door gekomen. Al met al hebben we weer een heerlijke week skiën en snowboarden met familie en vrienden achter de rug. We hebben heerlijk gegeten, zowel in ons hotel als op de berg. En we hebben vreselijk veel lol gehad met elkaar. Ik zeg: volgend jaar weer!!

uitzicht vanuit de gondel op de besneeuwde afdaling eronder

Kleine Krijger K.O. …

Het grootste gevecht van dit jaar had niks met Rico V. te maken. Het vond ook niet plaats in de boksring. Maar gewoon bij ons in de brandpoort. “Jezus, wat is dat?” Hoor ik vriendlief zeggen. Terwijl hij dat zegt stuiven we naar de tuin. Plukken haar vliegen in het rond. Gegil, gejank en geblaas volgen elkaar in rap tempo op. Aan de andere kant van het hek staan drie katten die elkaar om de beurt in de haren vliegen. Kleine Krijger is er één van.

Ik sla met mijn hand op de schutting in de hoop de oproerkraaiers weg te jagen. Ze weten dat ik daar sta maar hebben alleen oog voor elkaar. Wanneer ik terug loop om de sleutel van de poort te halen wordt Kleine Krijger door één van de twee nog een keer aangevallen. Uit angst springt hij in het hek van de buren. Wanneer ik de poort open heb vliegen de andere twee ieder een kant op. Kleine Krijger springt naar beneden en dan gaat het mis. Hij blijft met zijn pootje in het kippengaas hangen. Verdraait tijdens de landing zijn lichaam en komt vervolgens heel ongelukkig op de grond terecht.

Jankend en strompelend loopt hij door de tuin. En dat komt niet alleen omdat zijn ego een deuk heeft opgelopen. Hij heeft pijn. Eenmaal binnen laat hij zich keer op keer vallen. Zijn gejank gaat door merg en been. Wanneer hij eindelijk even stil ligt onderwerp ik hem aan een onderzoek. Zijn pootje lijkt niet gebroken. Daar kan en mag ik alles mee. Zijn schouder is waar ik mij zorgen over maak. Gelukkig kunnen we direct bij de dierenarts terecht.

Het lijkt erop dat zijn pootje flink verdraait of uit de kom is. Wanneer ze hem op een bepaalde manier beweegt schiet er hier en daar iets terug. De opluchting is van Kleine Krijger af te lezen. Ze laat hem nog wat oefeningen doen maar het lijkt er op dat dit het was. Het heeft hem zoveel energie gekost dat hij zich op de behandeltafel oprolt en in slaap valt. De arts geeft nog wat pijnstillers en we krijgen een dosis mee voor thuis.

Hij wordt thuis flink vertroeteld en overal liggen extra kussentjes en dekentjes. Zelfs de warmtelamp komt er aan te pas. Kleine Krijger laat het allemaal over zich heen komen. Aan zijn hele houding is te zien dat hij nog steeds pijn heeft. Pas na de derde dag is hij weer een beetje zichzelf. Hij loopt nog wel erg stijf. De arts had dit al voorspeld. Ook dat het wat dik zou worden. Dat werd het ook. Echter was dit zijn andere pootje, dat ze ook had onderzocht en waar in eerste instantie niks mee aan de hand leek te zijn.

De abces die zich onderhuids was gaan ontwikkelen kwam waarschijnlijk door toedoen van het vechten, waarbij de nagels van de tegenstander zich diep in zijn huid hadden geboord. Net op het moment dat wij met vakantie gingen kwam dit de kop op steken. Zuslief bood aan om met hem naar de dierenarts te gaan en daarna werd hij door de oppas flink vertroeteld. Kleine Krijger loopt inmiddels niet meer kreupel maar heeft wel een gat in zijn andere schouder. De ontsteking is er uit, de rest moet op een natuurlijke manier genezen. In de tussentijd kruipt hij heel graag op schoot voor wat extra knuffels die ik met liefde geef 💕…