Een zeer ruig spel…

Een zweetvoetenlucht kwam mij tegemoet om nog maar niet te spreken over de andere walmen die er hingen. Onzichtbaar plaatste ik een knijper op mijn neus. Yuk, hoe houden ze het hier uit? Al is het maar voor even!! Het smalle gangenstelsel maakte het er niet beter op. Ik zou er bijna claustrofobisch van worden. Er waren een hoop deuren die op dezelfde gang uitkwamen.  Gezien de stank zouden het wel eens de kleedkamers kunnen zijn. Uiteindelijk kwam ik bij de juiste kleedkamer en via via ook nog eens bij de juiste persoon. Op de twee vragen die ik stelde kreeg ik kort en bondig antwoord.

“Ja dat mag. Maar wel onder twee voorwaarden:
Een : Je zit daar op eigen risico!
Twee: Als ik zeg duik!! Dan twijfel je geen moment en duik je naar de grond!!”

Ik moest lachen om zijn militair-achtige voorkomen. Maar toen zijn militair-achtige blik mijn kant op priemde om te zien of ik hem wel begrepen had, sprong ik direct in de houding met mijn handen langs mijn lichaam. “Deal!!” Was mijn antwoord aan de coach. Ik glimlachte nog even vriendelijk naar hem waarop ik een knikje terug kreeg. Ik draaide mij op mijn hakken om en liep dezelfde zigzag route terug, maar dan ik versnelde pas.

Eenmaal buiten het gangenstelsel en de zweetlucht ver achter mij kon ik weer ademhalen. Ik hing mijn camera om mijn nek en liep naar de plaats waar ik zojuist toestemming voor had gevraagd. De dug-out van de Lions in Dordrecht. Ik mocht één van de jeugdteams fotograferen. Een compleet andere sport dan voetbal of hockey. Maar wel met heel veel snelheid en actie. En ik werd niet teleurgesteld.

Voor het behoud van mijn eigen tanden en mijn camera verloor ik de puck, en de coach die schuin achter mij stond, geen moment uit het oog. IJshockey is een brute sport. Er is geen plek voor mietjes en het gaat er ruig aan toe. De spelers brengen niet alleen de wedstrijd door op ijzers maar liggen ook geregeld languit op de grond of vliegen over elkaar heen. Al dan niet door een bodycheck van de tegenstander. Fantastisch om deze sport te mogen fotograferen. Na twee uur zat de tijd er op. De Lions hadden gewonnen. Hun eerste overwinning van het seizoen en Foto Hamar was er bij. Voor ik weg ging maakte ik nog een praatje met de coach. Nu de druk er af was bleek het een heel aardige vent te zijn. Ik ben zelfs uitgenodigd om nog eens terug te komen, wat ik zeker zal doen!!

IJshockeywedstrijd waarbij Groningen een bodychek maakt bij Dordrecht. Foto Hamar zal veilig in dug-out

Dat verzin je toch niet…

Oké, wie heeft dit bedacht en had daarna het lef om er patent op aan te vragen? Verzin dan iets met een sluiting. Zodat ik niet iedere zaterdag een wedstrijdje hoef te houden met het bolletje, het behouden van mijn rechterhand en het deurtje van de wasmachine.

Waar ik het over heb? Over die ronde plastic bolletjes of vierkante plastic bakjes zonder dekseltje of sluiting. Met een open bovenkant dus. Je kent ze toch wel? De bedoeling is dat je ze vult met vloeibaar wasmiddel en ze daarna bovenop de vuile was plaatst in de wasmachine.

Ik weet niet hoe het er bij jullie thuis aan toe gaat? Ieder weekend ga ik de uitdaging weer aan. (Zolang de voorraad nog niet op is…) Plaats het bolletje op de vuile was in de machine (die altijd voller gevuld is dan op de reclame, want ik was nu eenmaal niet wanneer ik maar een halve trommel vuile was heb) en sla dan in één vloeiende beweging met mijn linkerhand het deurtje dicht. In de hoop dat mijn rechterhand sneller uit de machine is dan het deurtje sluit en deze twee bewegingen ook nog sneller zijn dan het bolletje dat altijd van de vuile was af stuitert, in het ergste geval tussen het deurtje en je hand in zo over de vloer, en hierbij zijn doel misloopt… Toegegeven, de vloer heeft er in tijden niet zo schoon uitgezien sinds ik was met een wasbolletje!

Wat is nu juist het nut van dit bolletje? Het voorkomt dat een deel van de zeep ongebruikt de afvoer in verdwijnt. Het gaat bij mij dan niet de direct de afvoer in, maar het komt ook niet op de daarvoor bestemde plaats.

In één woord: kansloos!! Geef mij maar gewoon waspoeder. Makkelijk te doseren, het deurtje van de wasmachine blijft heel en ik hoef niet bang te zijn dat ik per abuis mijn eigen hand af hak…

Een onvermijdelijke botsing…

Het is vrijdagavond rond de klok van 22.00 uur. Het is smerig en koud weer. Ik rij van stal naar huis en ben slecht gehumeurd. De paarden zijn elkaar in de haren gevlogen en mijn arme poownie heeft het onderspit moeten delven. Het beest zag er niet uit en was flink toegetakeld. Mijn gedachten dwalen af en zijn opzoek naar een oplossing voor dit probleem. Dan opeens zie ik hem staan. Ik weet dat ik niet meer kan remmen en uitwijken naar links of naar rechts zou zeker een verpletting met de banden van King Toet betekenen of een botsing met de betonnen muur van het tunneltje tot gevolg hebben. Ik kom te snel dichtbij. Zijn blik spreekt boekdelen en dat is het enige dat ik op dat moment kan zien als ik over hem heen rijd. Dat, en zijn zwarte kraaloogjes. We weten alle twee dat ik hem ga raken. Op tijd remmen lukt niet meer maar toch rem ik zo hard ik kan af. Ik hoop dat het beestje klein genoeg is om onder de auto door te passen. Ik hoor een harde klap en weet dat het laatste wat ik dacht niet is gelukt.

Mijn hart zit in mijn keel en het zweet breekt mij aan alle kanten uit. Ik zet de auto boven aan de dijk en ren terug naar het tunneltje om te kijken welke schade ik heb aangericht. Daar ligt hij, klein en hulpeloos met zijn kopje achterstevoren. Het is een waterkipje. Er vormt zich een brok in mijn keel. Het is mijn schuld dat hij daar zo ligt. Ik loop snel op hem af om te kijken of ik hem nog kan redden. Hij knippert met zijn oogjes en ademt zwaar. Godzijdank leeft hij nog. De vraag is voor hoelang…

Ik haak mijn handen onder zijn donzige lijfje en grijp hem van de grond. Als we hier blijven staan worden we straks alle twee plat gereden. Op het moment dat ik hem optil maait hij met zijn grote poten om zich heen. Ik schrik mij rot bij de aanblik van zijn grote klauwen. Zijn nagels zijn vlijmscherp en zodra er één in aanraking komt met mijn vinger moet ik mij verbijten om niet te vloeken van de pijn. Zijn poten zijn in ieder geval niet gebroken.

Ik neem het schepseltje mee naar de eerste de beste lantaarnpaal zodat ik wat meer licht heb om hem te onderzoeken. Zijn poten doen het in ieder geval. Toch bekijk ik ze, iet wat gebiologeerd, om te zien of er echt niks aan mankeert. Als zijn grote grijpers in orde blijken te zijn doe ik de vleugeltest. Ik vouw eerst links en dan rechts helemaal uit en zoek naar mogelijke afwijkingen. Die zie ik niet. Zijn kop heeft hij zelf alweer in de plooi gebracht. Ik voel aan zijn nek en zijn hoofd en constateer dat alles, aan de buitenkant, nog zit waar het moet zitten. Als laatste check ik zijn snavel. Deze is ook niet gebroken. Alles lijkt het nog te doen. Ik houd het diertje een minuut of tien op schoot en praat er tegen. Meer om mijzelf op mijn gemak te stellen. Na enige tijd voel ik hem weerstand bieden. Hij begint te maaien met zijn poten en wil weg. Tijd om hem los te laten en te zien op hij weer op eigen benen kan staan.

Omdat ik niet wil dat hij straks weer geplet wordt neem ik hem mee naar een slootje met een strook gras. Daar zet ik hem neer en doe zelf een paar stappen achteruit om hem niet op te jagen. Hij kijkt wat schichtig om zich heen. Even ben ik bang dat ik toch met hem naar de dierenarts moet. Maar dan strekt hij zijn nek en draait zijn kop naar links en naar rechts. Zoals wij zouden doen tijdens een warming-up voor het sporten. Vervolgens doet hij een paar wankele pasjes en schud zich daarna helemaal uit. Afgezien van een shock heeft hij er klaarblijkelijk niks aan over gehouden. Mijn weemoedige gevoel begint langzaam weg te zakken. Ik spreek hem toe dat ik hem niet meer op de straat tegen wil komen en loop daarna terug naar mijn auto.

Als ik de volgende morgen de gordijnen van de woonkamer open, staat er een waterkipje in het midden van de tuin. Vastberaden loopt hij op mij af. Ik vraag mij af wat dat beest in mijn tuin doet. Wij hebben namelijk alleen maar een terras en afgezien van een mereltje of een mus-achtige-vogel zijn er zelden gevleugelde vrienden te vinden. Zelfs Uk vind het raar. Als ik de deur open maak kiest hij eieren voor zijn geld. Hij draait zich om en klautert onhandig over de schutting van de buren. Verbouwereerd blijf ik achter. “Hij komt je vast bedanken dat je hem gisteren niet aan zijn lot hebt overgelaten!” Zegt Uk, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik krab mij achter mijn oren en moet daarna lachen. “Ja, dat, of hij komt wraak nemen!” Zeg ik. “Maar laten we maar van jouw opmerking uitgaan.” Zeg ik er achteraan.

Als ik later op de dag een bezoek aan stal ga brengen stop ik toch even bij het slootje. Ik speur de hele waterkant af en loop naar de plaats waar ik hem gisteren heb achter gelaten. Het waterkipje is nergens te bekennen. Gelukkig maar…

This must be heaven…

Het zicht reikt niet verder dan de overkant van de straat. Flarden mist trekken aan ons voorbij. Als we buiten staan begint het ook nog eens zachtjes te regenen. Bah wat een smerig weer. Guur en nat. Gelukkig heb ik het niet koud. De thermokleding die ik onder mijn wintersportkleding aan heb doet goed zijn werk. Uk en ik kijken elkaar aan. We denken het zelfde. Als het zo moet hebben we eigenlijk geen zin. Het weer is met zijn verkeerde been uit bed gestapt en staat een potje te chagrijnen boven ons hoofd. Het probeert ons met zich mee te trekken in zijn vervelende bui. Maar inmiddels weten we beter. Dapper lopen we met heel de familie door tot we bij de piste zijn. De zesde dag van onze kerstvakantie.

Het is niet druk. Zouden de andere vakantiegangers wel geschrokken zijn van het vieze weer? De regen is inmiddels over de berg heen getrokken en de mist is hier niet zo heel dik meer. Het enige dat overblijft is een grauwe en koude lucht. We toveren onze ski-en boardspullen tevoorschijn en wandelen de gondel in. Een ritje van 20 minuten moet ons naar de top van de berg brengen. We duiken met gondel en al de mist weer in. Nu kunnen we niet verder kijken dan de eerste boomgrens. Door de kleine raampjes waait een kille wind. Ik bedenk mij dat ik er bij het midden-station nog uit kan om vervolgens in één rechte streep naar beneden te boarden zodat ik direct weer kan stoppen. Maar deze gedachten schud ik van mij af als we door het wolkendek heen zijn.

IMG_3605kopie

Boven aan de piste, het einde van de rit, stappen we uit. Zodra ik buiten ben laat ik mijn board aan mijn voeten vallen. Niet om hem vast te klikken, maar om even sprakeloos van het uitzicht te genieten. Wat is het prachtig. De zon streelt de toppen van de bergen aan de overkant. De wolken hebben zich onder onze voeten verzameld als een donzen dekbed en de strakblauwe hemel lacht ons tegemoet. Afgezien van wat gekibbel van andere wintersporters is het stil. Uk komt naast mij staan en zegt hardop wat ik denk: “Zo moet de hemel er uitzien!!” Ik kan het alleen maar beamen. De volgende vijf minuten worden gebruikt om onszelf met dit prachtige decor vast te laten leggen. Gelukkig hebben we niet geluisterd naar het weer. In plaats van een chagrijnige bui volgt er namelijk een fantastische dag. De afsluiter van onze vakantie. Een mooier kerstcadeau konden we ons niet voorstellen. Prachtige pistes, heerlijk weer en veel gezelligheid met elkaar!!

Joulz? Dat is van Eneco toch? (gastblog)

Het excellentie programma van mijn studie biedt altijd enorm leuke extra’s. Zo mocht ik een week op stap met Russische studenten tijdens the Russian Business Weeks en ging ik met school naar Istanbul voor een conferentie van het European Association for Sport Management. Vorig jaar november mocht ik samen met de 99 beste Rotterdamse studenten meedoen aan The Battle of Excellence.

Wat het precies inhield? Geen idee! Totaal onbevangen en onvoorbereid liep ik ’s ochtend het stadhuis in van Rotterdam. Hoewel ik hier al vaker een voet had binnen gezet, werd ik toch een beetje overvallen door wat zich daar afspeelde. De dresscode van dit evenement was tenue de ville en hoewel ik me daar toch enigszins op had gekleed, was ik zwaar underdressed in een H&M, helaas… De meeste van mijn studiemaatjes waren ook uitgenodigd en al snel hadden wel elkaar gevonden. De rest van de ‘sportmarketeers’ hadden de dresscode gelukkig net zo geïnterpreteerd als ik en zo zagen we er allemaal netjes doch sportief uit.

De dag begon met drie sprekers met inspirerende verhalen. Zo vertelde onder andere Randstad, hoe wij als studenten onszelf het beste konden positioneren. Edith Bosch, drievoudig olympisch kampioene, wereldkampioene, Europees kampioene en meervoudig Nederlands kampioene judo en echt een powervrouw als je het mij vraagt, was ook één van de sprekers. Hoe gaaf is het om haar in levende lijve te zien? En jeetje, wat gaf zij een peptalk!

Na de lunch kon de battle dan eindelijk beginnen. Vijf grote bedrijven hadden een casus aangeleverd en wij, studenten, werden ingedeeld in groepen en verdeeld over de casussen. Elk bedrijf had meerdere groepen en aan het eind van de dag, kozen zij allemaal een winnend team uit. Ik werd ingedeeld bij Joulz, samen met één van mijn beste vriendinnen, een student Accountancy en een student Logistiek.

Hoewel we alle vier geen inhoudelijke kennis hadden over de casus en vrij weinig wisten over Joulz, ging ons Team als een speer. We hielden de casus eens goed tegen het licht en waren het er vrij snel over eens dat wat de casus schepte, niet het echte probleem was! In het korte tijdsbestek dat we hadden, losten we zo goed mogelijk het onderliggende probleem op.

Om 16.00 begonnen de pitches, maar wij waren ruim van te voren al klaar. Ook hadden we nog een ‘wildcard’ liggen om dingen te vragen over de organisatie bij de contactpersonen van Joulz. Omdat we geen vragen hadden besloten we deze kans te benutten met hele andere doeleinden. Het bedrijf moest nieuwsgierig worden naar ons. Wij moesten hun interesse zien te wekken en zij moesten onze gezichten gaan onthouden. Maar hoe?

Bij binnenkomst vroeg een man in pak aan het hoofd van te tafel: “wat zijn jullie vragen?” We keken elkaar aan met een speelse glimlach. “Wij hebben geen vragen meneer, wij hebben een schot in de roos!” “Waarom denk je dat?” Vroeg de man al belangstellend. “Wij weten dat!” Antwoorde ik nonchalant, terwijl mijn collagestudent mij aanvulde met een brede grijs. “We kunnen misschien wel een tipje van de sluier oplichten.” Een reeks van suggestieve vragen van onze kant volgden en toen wij de ruimte verlieten, lieten we de driehoofdige afvaardiging van Joulz flabbergasted achter.

Nu moesten we het alleen nog afmaken. De pitch moest knallen, anders zouden we het lachertje van de dag worden. De verwachtingen waren hoog gespannen, maar wij konden de druk aan. Om kwart over vier precies was het aan ons de beurt. Zenuwen? Nee, absoluut niet. De presentatievorm hadden we noodgedwongen wat aangepast en dus keken wij mee over de schouders van de afvaardiging terwijl onze plannen op tafel lagen.

Direct na de pitch moest ik er helaas vandoor. Er was een zieke op mijn werk en ik moest invallen. Aangekomen in Barendrecht appte ik mijn vriendin of we hadden gewonnen, toen ineens mijn telefoon afging… Hoogstpersoonlijk werd ik gebeld door Joulz om me te feliciteren. Wij hadden gewonnen!

Het DreamTeam mag nu tot februari aan de slag als externe bij Joulz om daadwerkelijk de casus op te lossen. Hoe gaaf is dat?! Daarna strijden we met de andere vier teams om het winnen van The Battle of Excellence waarbij we kans maken op een Letter of Recommendation van de Burgemeester Aboutaleb en introducties om van te dromen! Volg onze verrichtingen via Facebook !!

.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.

Mijn naam is Amber van der Zouwen, studente Commerciële Economie en gespecialiseerd in Sportmarketing. Ik ben een fanatiek sporter en fan van het doen van leuke dingen met leuke mensen. Vorig jaar had ik een eigen blog over mijn marathon training, het afzien en de overwinning!! Nadat mijn doel behaald was hield het bloggen op. Ik wil het bloggen weer op gaan pakken door het schrijven over andere dingen die ik mee maakt en start hier het nieuwe jaar met een gastblog. 

2013 in vogelvlucht…

Donders, wat is 2013 voorbij gevlogen. Dagen werden weken, weken werden maanden en hopla, zie hier, het einde van het jaar! Ondanks dat de tijd blijkbaar een trein moest halen, is het jaar niet aan mijn neus voorbij gegaan. Stond 2012 in het teken van verwerking en opnieuw beginnen, was 2013 het jaar van accepteren, loslaten en doorgroeien. Veel gedaan, ondernomen en beleefd. Hieronder een korte samenvatting.

Met de familie zijn we dit jaar twee keer op wintersport geweest. Een paar jaar geleden wist ik nog niet dat ik zo kon genieten van de sneeuw en dat ik überhaupt kon snowboarden. Dus wat een bofkont was ik toen we besloten twee keer te gaan. Een volle week Centerparks met Uk en twee vriendjes zorgden voor genoeg hilariteit en gezelligheid in de zomer. Hier is een nieuwe hobby geboren namelijk het wakeboarden. Niet dat ik hier aan mee gedaan heb, ik stuiterde alleen maar over en door het water tijdens het waterskiën. Maar Uk kon het aardig en is van plan hier in het nieuwe jaar vaker mee bezig te zijn. Samen met twee tantes en mijn nichtje bracht ik een bezoek aan de Paus, liep ik de Bernini route en keek ik mijn ogen uit in het oude maar oh zo mooi Rome. Nog niet in Rome geweest? Zet hem op je lijst voor het nieuwe jaar!!

Een groot gedeelte van 2013 was ik bezig met hardlopen en haalde ik mijn doel tijdens de Seuterloop. Het hardlopen moest aan het einde van het jaar plaats maken voor meer tijd met het paard. We zijn lid geworden van Penny club de bokkesprong en kunnen ons nu uitleven op de manege waar we gebruik mogen maken van de verschillende rijbanen en een heuse springtuin. In het nieuwe jaar gaan we deze twee hobby’s dus fanatiek oppakken. Ik weet nog niet wat mijn nieuwe doelen zullen worden met het hardlopen maar daar kom ik in het nieuwe jaar nog wel op terug.

Uk en zijn voetbalteam zijn flink gegroeid. Van de F-jes naar de E-tjes en door naar de D. Ze hebben veel wedstrijden en toernooien gewonnen. Met hen is Foto Hamar ook gegroeid. Dit jaar hebben mijn foto’s meer dan eens in kranten, tijdschriften en op internet gestaan. Ik mocht zelfs een aantal dagen bij het EK jeugd boksen fotograferen. Ook de verkoop van mijn foto’s liep lekker. Mijn werk bleef niet onopgemerkt en de vereniging van Uk heeft gevraagd of ik op een originele manier een muur van drie bij vier meter wil aankleden met foto’s van spelers van de club. Hoe tof is dat?! Omdat het allemaal zo goed gaat heb ik ook besloten om de website van Foto Hamar in een nieuw jasje te laten steken. Daarover in het nieuwe jaar meer. De uitvaartfotografie begon dit jaar ook te lopen. Ik mocht getuige zijn van verschillende, vooral bijzondere, diensten en heb deze families een mooi aandenken van de verdrietige dag mogen geven. Inmiddels werk ik samen met verschillende uitvaartbegeleiders. Hopelijk groei ik in 2014 nog meer in zowel de sport- als de uitvaartfotografie.

De moeilijkste en tevens meest bevrijdende dag dit jaar was het uitstrooien van het as van mijn moeder. Haar as werd verdeeld in vier ballonnen en op aftellen van Uk hebben we haar, haar vrijheid terug gegeven. Het was een mooie dag waar ik nog steeds met gemengde gevoelens op terug kijk. Met het loslaten van de ballon liet ik ook mijn moeder los. Na twee jaar verdriet werd het tijd om verder te gaan.

2014. Een nieuw begin. Een schone lei. Ik heb alweer een aantal mooie plannen op de agenda staan. De eerste vakantie is reeds geboekt en er gaan nog wat leuke uitstapjes volgen.  We hebben nog drie dagen voor het jaar echt om is. Maar van hieruit wens ik jullie toch alvast een knallend uiteinde van 2013 en een sprankelend begin van 2014…

Tot in het nieuwe jaar!!

Wie de schoen past…

“Jeetje, die zijn leuk!!” Hoor ik Zoonlief roepen. Ik schenk er geen aandacht aan, want hij deelt de hele dag graag mee wat hij ergens van vind ongeacht wie er luistert. Ik houd daarom mijn blik op mijn beeldscherm gericht en lees verder waar ik gebleven was. Ondertussen hoor ik hem wat schuifelen en rommelen in de gang, de trap op en iets harder dan anders weer afrennen. “Ik pas ze ook nog!!” Hoor ik hem vervolgens zeggen. Met zijn laatste woorden klettert de schoenlepel van de trap. Kabaal op kabaal, ik ben uit mijn concentratie en draai mij met een zucht om.

Zoonlief wandelt tussen de gang en mij heen en weer. “Mmm ze zijn wel iets te ruim bij mijn tenen. Maar verder zijn ze echt wel leuk! Ik mag ze zeker niet aan als ik zo ga voetballen?” “Wat denk je zelf?! Roep ik naar hem.” Dan pas realiseer ik mij waar hij het over heeft. Mijn blik gaat van zijn hoofd naar zijn voeten. Ik kan wel lachen en janken tegelijk als ik hem zie staan. Aan zijn ooit zo pietepeuterige schattige voetjes, met über schattige inimi wiebelteentjes, pronken mijn nieuwe gympen. Het feit dat hij mijn gympen aan kan zonder te struikelen over zijn eigen voeten betekend dat hij wel erg groot aan het worden is. Het opgelegde groeiverbod heeft hij aan de wilgen gehangen. Er is niks pietepeuterigs en schattigs meer aan zijn voetjes. Ze hebben nu (al) de afmeting van maatje 36/37. Nog één maat erbij en hij kan daadwerkelijk mijn schoenen aan.

Vriendlief loopt naar de gang en pakt een doos van de grond. “Hier zitten jouw nieuwe schoenen in!” “Oh.” Is het enige dat hij uit kan brengen. Zonder pardon worden mijn, nog nette, gympen uitgetrapt en wordt de doos uit zijn handen gegrist. Mijn hand is sneller dan die van zoonlief en ik grijp een schoen uit de doos. “Als jij mijn schoenen past dan pas ik ook die van jou!” Roep ik hem toe terwijl ik al een verwoede poging doe hem aan krijgen. “Helemaal niet!! Jouw voeten zijn veel te groot voor mijn schoenen!!” Ik frons mijn wenkbrauwen en kijk hem aan. “Oh…” is het enige dat ik zeg. Ik geef hem met gespeelde tegenzin zijn schoen terug. “Ga je schoenen dan maar snel passen!”

Na wat geklungel met de veters heeft hij ze aan. “Jeetje, die zijn leuk!!” Roept hij. “Ik pas ze ook nog! Ze zitten helemaal goed!” Ik moet lachen om zijn reactie. Wat een makkelijk kind is het toch ook. “Mag ik dan wel met deze voetballen??” Zegt hij met een vragende blik. Zo makkelijk, maar vreselijk eigenwijs!!

Ieder zijn ding…

Grazen 3Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.

Grazen 1

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Ik bedoel, het moet voor mijn gevoel net zo zijn als een bezoek aan mijn favoriete restaurant. De geuren die je te gemoed komen zodra je binnen stapt. De verschillende soorten (stok)broodjes met kruidenboter die je al gepresenteerd krijgt nog voor je aangeschoven bent. En dan, zodra de keuze is gemaakt uit de vele lekkere gerechten, je tanden in een heerlijk stuk mals vlees en knapperige patatjes kunt zetten. Ja, zo moet het voor poonwie ook zijn als ie met zijn neus tussen het gras staat.

Ik snap hem dus wel. Zijn honger naar eten is niet te stillen. Wortels, appels, brood, hooi, bix, muesli en gras. Hij lust het allemaal. In de zomer staat hij 24 uur per dag in het weiland. Daar kan hij zelf in zijn graasbehoefte voorzien. Maar in de winter wordt het toch wat lastiger voor hem om zich met zijn hobby bezig te houden. Gelukkig heeft ie een maatje die het niet erg vind om een aantal uur per week naast zijn zijde te staan zodat hij zich bezig kan houden met één van zijn grootste en favoriete bezigheden.

Ach, het paard is mijn hobby, grazen (en zich zelf vies maken) de zijne.

 Grazen 2

Goedbedoeld advies… (gastblog)

Ik ken Deborah al zo’n 15 jaar bruto, waarvan zo’n kleine drie jaar als netto mag worden gekwalificeerd. Kennen is in dit geval ook nog eens een beladen term. Deborah en ik hadden destijds het voorrecht om samen aan de inmiddels platgegooide vestiging van het Da Vinci college aan de Oranjelaan in Dordrecht te mogen studeren. Wat wij daar precies hebben gestudeerd, dat kan ik jullie niet meer navertellen. Wat ik nog wel weet is dat ik mezelf had ingeschreven voor een MBO-opleiding Automatisering, en dat ik uiteindelijk met een diploma voor Administratief Juridisch Medewerker Openbaar Bestuur naar huis ging. Nee, er was indertijd geen sprake van “InHollandse” praktijken of een geklapte ICT-luchtbel. In de klas met deze twee studierichtingen zaten – voor Alblasserwaardse begrippen – leuke Turkse meiden. Jammer dat zij nog voor het verlaten van de school uitgehuwelijkt werden.

Hoe vaak is ons vroeger niet op het hart gedrukt dat je goed je best moest doen op school? Dat zou ons verzekeren van een stabiel inkomen en een leuke baan. Op Sinterklaas na beschouw ik dat laatste als de grootste leugen die onze maatschappij beïnvloedt. En Sinterklaas is dan tenminste een leugen waar vrijwel altijd plezier aan te beleven is. Mocht op een bepaald moment de samenzang onder de schoorsteen onder het genot van een CD  van “De Damrakkertjes”  beginnen te vervelen, dan kun je altijd nog de TV aan zetten en van een jaarlijks oplaaiende Sinterklaas-discriminatie-mensenrechten-discussie genieten in de grote Peter R. de Vries-show. Ehm.. ik bedoel eigenlijk De Wereld Draait Door.

Terug naar het advies om goed je best te doen op school.  Het advies heb ik ter harte genomen en ik moet zeggen dat ik er veel aan heb gehad, maar veel ook niet. Mijn schoolresultaten waren momentopnamen die ik nodig had om verder te gaan, maar de door onze overheid, ouders en docenten gepropageerde garantie op een onbezorgde, ongeschonden, onbevlekte en dynamische carriérre bleek voor mij een wassen neus te zijn. Los daarvan is het ook nog maar de vraag wat ik er qua kennis aan heb gehad.  Ik had bijvoorbeeld een zeven voor het vak Sociale Zekerheid. Wist ik veel dat zo’n tien jaar later ons sociale zekerheidsstelsel in afbraak zou zijn? Veel van de wetten die ik toen uit mijn hoofd moest leren, zijn nu afgeschaft of opnieuw gelabeld. En wie ziet er anno 2013 nog de toegevoegde waarde van een Duitse naamval? Als Merkel op televisie komt, zet ik hem in elk geval uit.

Het vak wat in die tijd bij mij niet aansloeg, was lichamelijke opvoeding. Regelmatig (lees: op structurele basis) schitterde ik door afwezigheid en haalde Deborah over om in de kantine samen huiswerk  voor te bereiden c.q. in te halen. Dat samenzijn kwam de kwaliteit noch de kwantiteit van gemaakt huiswerk ten goede. Inmiddels maakt lichamelijke opvoeding een onlosmakelijk onderdeel uit van mijn levensstijl. Zal het dan toch aan de v(r)ouwfiets van onze mannelijke gymdocent hebben gelegen? Tot ik les van hem kreeg, zag ik basketbal als een stoere sport…

Negatief over mijn schoolverleden? Nee hoor. Mijn kijk op ons onderwijsstelsel  –  en mijn pogingen om dat gedrocht te doorlopen – en de ‘ratrace’ waarin wij allemaal zouden zitten,  is drastisch veranderd door het lezen van de eerste hoofdstukken van het boek Rich Dad, Poor Dad van Robert Kiyosak.  Mocht in het kader van mijn rol als gastblogger sluikreclame in bepaalde mate zijn toegestaan, dan heb ik zojuist succesvol een product gepromoot.  Dit boek is bestemd voor iedereen die vastzit in een bepaald onderdeel van je denken, leven en/of geldzaken. De gemiddelde Nederlander dus. Lees dit dan eens. Het is echt de moeite waard! En niet onbelangrijk in deze crisistijd: het is gratis te downloaden!

Tot de volgende blog!
Erwin van Wijk

Beste lezers…

Voordat ik jullie periodiek ga blootstellen aan mijn proza, zal ik mezelf eerst aan jullie voorstellen:

Ik ben Erwin van Wijk. Wanneer je mij zou doorsnijden en de jaarringen zou tellen, kom je op eenendertig uit. Ik ben vijf jaar getrouwd met Jenaida en samen zitten wij in het dagelijks bestuur van “Gezin B.V.” en hebben de leiding over onze twee kleine mannelijke aandeelhouders van twee en vier.

In het dagelijks leven werk ik in de juridische sector waarin nogal wat geschreven en opgesteld wordt. Voor creativiteit en levendigheid is daarbij tot op zekere hoogte ruimte, maar jullie zouden je na het lezen van mijn blogs kunnen voorstellen dat voor die mate van dynamiek in mijn dagelijkse werkzaamheden geen ruimte is.

Met respect voor mens en dier, gecombineerd met een zachtaardige scherpzinnigheid,  zal ik als gast hier met enige regelmaat een blog plaatsen.  Gezien de jullie welbekende literaire hoogstandjes van Deborah op deze site, voel ik mij zeer vereerd om als ‘gastblogger’ aan de slag te gaan!  Ik wens jullie veel leesplezier toe en laat maar horen wat je ervan vindt.

Erwin