Zien lopen, doet lopen (3) . . . Goed op weg?!

(Zie voor mijn andere loop activiteiten van de afgelopen weken deel  1 & 2)

Eén is geen! Dus besloot ik minimaal drie keer in de week te gaan lopen. Mocht ik door een bepaalde reden (welke houden we maar even in het midden) niet kunnen lopen dan blijven er in ieder geval nog twee dagen over. Inmiddels loop ik alweer een aantal weken braaf mijn rondjes door het dorp, de polder en het park. Geregeld ga ik met veel zin en een vooropgestelde route van huis. Een enkele keer  moet ik mijzelf er echt toe zetten om te gaan. Zonder loopmaatje is de stok achter de deur nog maar een twijgje dat makkelijk buigen kan. En zeg nou zelf, met noodweer of vermoeidheid is de bank een stuk aantrekkelijker dan de buitenlucht, zweet en een rood hoofd. En toch ben ik iedere keer blij en vooral voldaan als ik gegaan ben. Als je doelen wilt behalen moet je er iets voor doen. Deze komen immers niet zomaar aanwaaien.

Zal ik ooit een halve marathon kunnen lopen, of misschien wel een hele? Dat vraag ik mij zo nu en dan af als ik dus met een rood hoofd, bezweet lijf en met mijn tong over het asfalt slepend de laatste meters af leg van de vijf kilometer. Want in dat geval zou ik deze afstand nog acht (!!) keer moeten lopen. Bij die gedachte zakt de moed mij in de schoenen en mijn tong breekt abrupt af. Acht keer zoveel meer slepend met mijn tong over het asfalt? Daar is ie niet op berekend en de rest van mijn lichaam overigens ook niet.

Door je doelen realistisch te houden blijf je langer gemotiveerd om aan je doel te blijven werken. Ik heb de marathon in mijn agenda gezet voor als ik “groot” ben. In de tussentijd wil ik in ieder geval de tien kilometer kunnen lopen. En graag met mijn tong binnensmonds.

Nu de vijf kilometerrondjes goed gaan wordt het tijd om er een schepje boven op te doen. We doen het rustig aan want blessures liggen op de loer en slaan toe op een onverwacht moment. Aangezien ik nog steeds GPS-loos rond ren stippel ik bepaalde routes uit via internet. Als ik bij het bruggetje rechts in plaats van links zou gaan, zou mij dit een kilometer extra opleveren. Dus ik stelde mij in op zes kilometer en vertrok van huis in een lichte dribbelpas. Snelheid, hoe graag ook, is nog steeds niet aan de orde.

Het lopen ging heerlijk. Een paar honderd meter voor het bruggetje zaten lichaam en geest echter niet gehaal op één lijn. De helft wilde links af, de andere helft wilde rechts af. Voor ik nog verder kon twijfelen aan mijzelf nam ik een kleine spurt en ging rechts af. Die ene kilometer extra moest ik gelopen hebben. Trots dat ik was omdat ik dit keer niet naar mijzelf geluisterd had verlaagde ik mijn snelheid en begroette vervolgens alle wandelaars op mijn pad. Bij het “bekende” park kwam dat knagende gevoel weer opzetten: “Je kunt ook door het park naar huis dan zijn we er sneller!” Ik negeerde mijzelf en dribbelde door tot het einde van mijn geplande route. Bij de skatebaan had ik er precies 6 kilometer opzitten. Met, uiteraard, een rood hoofd, bezweet lichaam en met mijn tong nog daar waar hij hoort liep ik de straat weer in. Een gevoel van overwinning maakte zich van mij meester.

Twee dagen na mijn eerste zes kilometer ging ik voor poging twee. Waarschijnlijk begon ik iets te enthousiast. Want ik was nog niet eens halverwege toen mijn achillespees begon op te spelen. Zul je altijd zien… Ik moest nu al inboeten op snelheid en afstand. Ik ging braaf links bij het bruggetje en besloot mijn 5 kilometer uit te lopen. Ondanks Mijnheer A. Pees had ik toch lekker gelopen maar ik baalde van die ene kilometer. Thuis werden mijn voeten en onderbenen voorzien van een massage door vriendlief die het toch al knap vond dat ik überhaupt gegaan was. Misschien vroeg ik te veel van mijn lichaam en was een kilometer in één keer te veel? Had ik er beter aan gedaan om de kilometer op te splitsen? Hoe dan ook, ik besloot een extra rustdag in te lassen in de hoop dat ik na twee dagen weer een rondje zou kunnen lopen zonder ongemakken. We waren net zo lekker bezig…

Een boek, een verhaal, een beleving . . .

“Nu heerst er rust, in mijn hoofd en in mijn hart. De greep van zijn hand om zijn dochters arm verslapte. De oude man sloot zijn ogen. Ditmaal voor goed.”

Ik las en herlas het laatste stukje nogmaals. Het boek is echt uit. Een gevoel dat mij al bekroop toen ik over de helft van het boek was overviel mij dubbel en dwars. Ik voelde mij rot. Alsof ik zojuist afscheid had genomen van een familie die ik in korte tijd zo goed was gaan kennen dat ik van ze was gaan houden alsof het eigen was.

Waarom loopt het boek niet gewoon nog 900 pagina’s door? Waarom moet het hier nu stoppen? Ik wil weten hoe het verder gaat met zijn dochter en diens kinderen. En wat doen ze met dat gigantisch grote landhuis? Ik schuif het boek aan de kant en besluit iets te gaan doen wat mijn gedachten afleid van het verhaal dat ik zojuist heb uitgelezen.

Soms zijn er verhalen die je niet alleen leest maar die je ook daadwerkelijk beleeft. Als ik zo’n boek uit heb blijf ik altijd een beetje beduusd achter, meestal niet in staat om mij direct te storten op een nieuw verhaal met andere avonturen. Het voorgaande verhaal moet eerst even een plaatsje krijgen.

De reden dat ik graag lees en deel wordt van een verhaal zorgt er voor dat ik alles om mij heen kan vergeten en los kan laten. Het lukt overigens niet bij ieder verhaal. Sommige  verhalen zijn daar te oppervlakkig, te ingewikkeld of te saai voor. Of ik kan mij niet helemaal vinden met bepaalde karakters in het boek. Maar veelal is het lezen van een boek voor mij net zo levendig als het zien van een film of serie. Geheel gekaderd door mijn eigen persoontje. Boeken die verfilmd zijn vind ik daarom vaak tegen vallen. Ze kunnen nou eenmaal niet voldoen aan mijn reeds ingekleurde script.

Sinds ik het lezen als ontspanning heb gevonden heb ik vele boeken verslonden. Mijn honger naar leesvoer is niet altijd te stillen. Ik probeer een boek zo snel mogelijk uit te lezen zodat ik door kan naar een volgend verhaal. Ik vind het zonde van het verhaal (en mijn tijd) om een boek lang opzij te leggen, zeker als je er helemaal in zit. Inmiddels heb ik een aardige 2-read lijst opgebouwd en dankzij bepaalde recenserende bloggers komen daar wekelijks weer boeken bij.

Om het overzicht niet kwijt te raken wat gelezen boeken betreft houd ik een lijst bij. (zie gelezen boeken boven aan mijn blog) Erg handig om door heen te bladeren als ik niet zeker weet of ik een bepaald boek al eens gelezen heb. Zeker bij schrijfsters als Tess Gerritsen of Kathy Reichs die boeken in serie vorm geschreven hebben met dezelfde personen in de hoofdrol en waarbij de titels meestal een beetje vaag zijn.

Een boek meermalen lezen is niet aan mij besteed. Hoe mooi of ontroerend het verhaal ook is. Ik vind het zonde van mijn tijd als er nog zoveel ongelezen verhalen liggen te wachten om ontdekt te worden.

Hierbij geef ik mijn favoriete top vijf schrijver/schrijfsters in willekeurige volgorde:

  • Dan Brown
  • Tess Gerritsen
  • Kate Mosse
  • Karin Slaughter
  • Jodi Picoult

Er zijn er meerdere die ik ook echt heel goed vind. Maar van bovenstaande schrijver/schrijfsters hoop ik dat er snel weer nieuwe boeken zullen verschijnen.

Vertel mij wie jullie favoriete schrijver is en welk boek je mij van hem of haar aan zou willen raden.

De mooi weer ruiter…

De “diehard” ruiter in mij stierf op het moment dat ik stopte met wedstrijd rijden. Ik had immers niets meer om voor te werken dus was het ook niet nodig om in weer en wind door de rijbaan te ploeteren. Een binnenbak heb ik nooit tot mijn beschikking gehad. Maar nu de wedstrijden achter ons liggen hoeft het “recht richten” “stelling” “nageeflijk rijden” en al dat soort fratsen niet meer. De fanatieke ruiter zal het niet met mij eens zijn. Je moet immers altijd aan bovengenoemde zaken werken om je paard lenig, soepel en dus gezond te houden. Maar ik had het daar helemaal mee gehad. Ik overigens niet alleen. Het paard ging ook met steeds minder plezier de rijbaan in. Zijn uitgestrekte stap werd halverwege het pad een verkort geïrriteerd pasje en een paar meter voor het hekwerk van de bak stond meneer meestal stil. Gevolgd door een diepe zucht van zijn kant uit. Mijn paardenbeest deed het alleen omdat ik het zo graag wilde. Of het nu om springen of om dressuur ging. Als dat geen ware liefde is?! Dus besloot ik dat het tijd werd om hem een periode van rust te gunnen. Stoppen met wedstrijden dus ook geen rondjes meer rijden in de bak. Het fanatieke rijden liet ik over aan zijn verzorgster die hem eerst twee en sinds een jaar drie keer in de week rijd. In de tussentijd ontwikkelde ik mijzelf tot een “mooi weer ruiter”.

Met regen en smerig of guur weer hielden wij het lekker bij tutten op stal of samen een rondje hardlopen. Iets waar ik meneer ook niet altijd een plezier mee deed, want waarom zou je op het gras rennen als je het ook kunt eten? En tutten is duidelijk voor meisjes en niet voor jongens. Het niet plichtmatig rijden had een nadeel. Zijn spieren namen in rap tempo af en in de zomer heeft meneer zo’n dikke buik dat het zadel niet goed meer blijft liggen. Hier vonden wij vorig jaar een oplossing voor. Het Sonja Bakker masker. Maar ieder nadeel heb zijn voordeel (Cruijffiaans gezegde) Want als ik hem nu roep terwijl hij in het achterste hoekje van het weiland zijn grasjes aan het grazen is kijkt hij niet alleen naar mij maar komt hij ook nog eens naar voren gelopen. Dat is wel eens andere koek geweest. Ik zal jullie de verhalen besparen van de uren dat ik achter hem aan gelopen heb met mijn bix emmertje in mijn linkerhand en zijn halster in mijn rechter hand. En meneer maar rondjes rennen door het weiland: “Spelletje spelen? Zie mij eerst maar eens te pakken” Hij weet nu dat er niet meer verplicht gereden wordt maar dat er meer tijd is voor leukere dingen.

Zoals ik al schreef ontwikkelde ik mij tot mooi-weer-ruiter wat inhoudt dat ik mij eigenlijk alleen met mooi weer in het zadel hijs om lekker een stukje te hobbelen. We staan midden in de polder en hebben sinds enige tijd ook wat ruiterpaden tot onze beschikking. Het is niet veel. Maar het is leuk genoeg dat ze rekening houden met het paardenvolk. En daar ben ik blij om, want ook dat is hier wel eens anders geweest. Nu kunnen we ongestoord over het pad crossen tot we er moe van zijn. En crossen is wat ik het liefste met hem doe. Dat eeuwige gestap doen we wel als we bejaard zijn. Het leuke van dit soort ritjes is dat we er alle twee van genieten. We zijn aan het werk maar op een speelse manier, we zien wat van de omgeving en zijn lekker samen buiten. Zodra hij zich als een wilde ongetemde Arabische hengst gedraagt weet ik dat hij het ook naar zijn zin heeft. (mijn pony komt overigens niet eens in de buurt van bovengenoemde omschrijving het is namelijk een New Forest ruin van 18 jaar oud die geen vlieg kwaad doet en liever lui is dan moe) Meestal is een uurtje rijden voor ons dan ook wel weer genoeg.

Voor aankomend weekend hebben ze weer heerlijk weer opgegeven. Ik kijk er nu al naar uit. Ik hoop mijn paardenbeest ook.

 

 

Zien lopen, doet lopen (2) … I’m not afraid

Na een aantal maal in de bloedverziekende hitte en zonovergoten avonduren te hebben hardgelopen (zie deel 1) moest ik het natuurlijk niet direct weer opgeven. Hoewel het beeld af en toe vertroebeld is hebben we nog wel steeds het doel voor ogen. Omdat ik de voorgaande keren mijn tempo rustig heb gehouden en mijn rust heb gepakt onderweg had ik geen last van spierpijn. Hooguit het vermoeide gevoel in de benen. Dus besloot ik zondag avond, als de hitte van die dag weer wat was afgenomen, mij van mijn sportieve kant te laten zien.

De zondag was een druk geplande dag waar niet alleen het huishouden in verwerkt zat maar ook een buitenrit met het paard en een uurtje of wat knutselen aan een foto album dat onder andere als portfolio moet dienen voor de uitvaartfotografie. Maar toen de zon eenmaal door het wolkendek tevoorschijn kwam, verdwenen mijn plannen als sneeuw voor de zon. De lounge set met zijn kussens had zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij dat ik mij met heel mijn hebben en houwen (lees: boek, telefoon en notitieboekje & pen) daar settelde om er vervolgens een hele middag in mijn uppie op door te brengen. Daar ging mijn strakke planning. Voor ik het wist was het alweer etenstijd. Mijn plan om te gaan rennen had ik nog steeds en die zou niemand van mij afpakken. Hoewel de zon alle energie uit mijn lichaam had laten vloeien was ik klaar voor een rondje van vijf kilometer.

Natuurlijk had ik weer veel te veel tijd in het omkleden gestoken (welke sokken zal ik aan doen? Zal ik een lange of een korte broek aantrekken…) dat ik niet in de gaten had dat het inmiddels met bakken uit de hemel kwam. Daar stond ik dan in mijn met zorg uitgezochte outfit en mijn iPodoortjes in mijn oren voor het raam naar buiten te turen in de hoop dat het minder zou gaan regenen. Toen dit ook daadwerkelijk gebeurde bedacht ik mij geen moment. Zette mijn petje op mijn hoofd en liep zonder om te kijken de voordeur uit. Op weg naar een droge mond, bezweet lichaam en vermoeide spieren.

Onderweg deed ik snel een schietgebedje of de regen een half uurtje uitgesteld kon worden. Daarna mochten ze de kraan weer open draaien. Ik was niet de enige die gebruik maakte van dit moment. Her en der zag ik andere hardlopers uit huizen en straatjes komen. We begroeten elkaar als oude bekenden om ieder ons eigen weg weer te vervolgen.

Wonderbaarlijk hoe snel je conditie terug is op een bepaald niveau. Ik ben er natuurlijk nog lang niet. Maar na een aantal keer in de hitte gelopen te hebben voelde ik mij nu, met de vochtige lucht en lagere temperaturen vederlicht. Om te kijken of ik mijzelf al iets verbeterd had besloot ik het zelfde rondje te lopen als de keren daarvoor aangezien ik nog steeds zonder GPS aan de wandel was. 

Ik was heerlijk op weg toen de sluizen in de hemel open gingen. Blijkbaar had ik moeten vragen om 45 minuten in plaats van een half uur speling. Ik was blij met mijn petje die de regen uit mijn gezicht hield. Maar helaas was de god van de donder ook aanwezig. Uitgerekend toen ik onder een lange rij bomen door liep begon het de onweren. Terwijl Eminem in mijn oren tetterde:  “I’m not afraid …” dacht ik: “ik ook niet”. Maar ik besloot het er toch niet op te wagen. Ik had in tijden niet zo hard gerend en onderweg voelde ik een aantal spieren lichtelijk protesteren. Ze hielden het vol tot aan het begin van het park. De regen nam toe maar het donderen en flitsen nam af. Nat was ik toch al dus nam ik de route om het park heen. Om de spieren niet al te veel te belasten hield ik mijn tempo tot aan huis uiterst laag.

Deze vijf kilometer had ik mooi in de pocket. Hoewel ik een echt zomermens ben vind ik dit toch beter loop weer. Nu de vijf kilometer goed gaat wordt het tijd om de afstand langzaam op te voeren. De tien moet toch ook haalbaar zijn?

 

 

Hiep Hiep Hoera…

 

Lieve lezers het is heus echt waar. Vanaf vandaag bestaat mijn blog precies één jaar.

Zonder een voorop gesteld plan, uitgestippelde route of einddoel ben ik gaan bloggen op WordPress. Niet wetende hoe lang ik het vol zou gaan houden. Geen idee of ik genoeg inspiratie had om wekelijks een verhaal neer te pennen. Zonder thema of vaste onderwerpen. En zie hier… We zijn inmiddels een jaar verder.

Toen mijn blog online stond en ik mijn eerste paar blogs had geplaatst ben ik mee gaan lezen bij andere bloggers om ideetjes en inspiratie op te doen. Bij meelezen alleen bleef het niet. Ik reageerde op de verhalen die mij aanspraken, die mij raakten of mij lieten lachen. Ik had niet verwacht dat er ook al zo snel op mijn eigen blog werd gereageerd. Er kwamen steeds meer bezoekers en sommige bleven zelfs plakken. Inmiddels heb ik een aantal schare fans die mij volgen, via de mail, bloglovin of WordPress zelf. (Bloglovin, iets waar ik nog nooit eerder van had gehoord tot ik het voorbij zag komen in mijn statistieken)

Hoewel ik mijn blog begonnen ben voor mijzelf is het een eer dat (onbekenden) mensen je blog lezen en er zelfs de moeite voor nemen om een reactie achter te laten, hoe klein dan ook. Het inspireert en zet mij weer aan tot schrijven van meer blogjes.

Hoewel ik geen voorop gesteld plan had wist ik wel dat ik niet iedere dag wilde bloggen. Ik wilde één keer in de week iets kunnen plaatsen. Voor mijzelf maar inmiddels ook voor mijn lezers. In totaal heb ik het afgelopen jaar 72 berichten (met dit blog mee gerekend) online gezet. Her en der heb ik de nodige reacties mogen ontvangen. De blogs met betrekking tot afscheid, uitvaart en uitvaartfotografie hebben verreweg de meeste bezoekers getrokken. De mens is nou eenmaal een nieuwsgierig wezen en een hoop waren ongetwijfeld benieuwd wat hier over verteld (en gefotografeerd) kon worden. Ik ben er nog lang niet over uit geschreven. Dus wat dat onderwerp betreft gaat er zeker nog meer voorbij komen.

De statistiekenlijst vind ik ook een leuk onderdeel van mijn blog. Niet alleen omdat je zo een beeld krijgt hoeveel mensen en hoe mensen op je blog terecht komen maar ook welke zoektermen er gebruikt worden. Hieronder een lijstje met een aantal zoektermen die mij opvielen omdat ze meerdere malen voorkwamen.

  • Wordfeud wedstrijden voor kinderen. Die van ons is er mee opgegroeid.
  • Sonja Bakker paard. Hoewel ik het masker voor mijn paard het “Sonja Bakker” masker noem zou ik niet weten of er ook daadwerkelijk een Sonja Bakker paard bestaat.
  • Modern-oorlog-voeren. Dit brengt ook een hoop mensen op mijn blog, hopelijk trekt dit geen vraagtekens bij bepaalde overheidsinstanties.
  • Ballenbakverzamelaar. Bestaat zo iemand echt?
  • Deborah, vogels en voetbal. Nou die combinatie klopt misschien wel.
  • Wie is Deborah Hamar. Nou ik dus… Jammer dat ik niet kan zien wie deze vraag gesteld heeft.
  • Strafwerk: ik mag geen politie neer schieten… Ik zou niet weten waarom ze dan op mijn blog uit komen, waarschijnlijk iets met modern oorlog voeren. Maar geloof mij dat het iets meer wordt dan alleen strafwerk maken….
  • Waar blijf je? Als we geen tijd en locatie afspreken komt het er natuurlijk nooit van.
  • Waarom blijft een cake gaar van binnen? Meestal is dat toch ook de bedoeling?
  • Deur in tunnel. Ja die kwam ik ook tegen in één van mijn dromen. Ik weet alleen niet wat er achter zat.
  • De weg van A naar B is niet recht! Dat weet ik niet. Het hangt er vanaf hoe ver A & B uit elkaar liggen.
  • Wat is opgeladen water? Water dat onder stroom staat. Ik heb geen idee. Hoewel ik interesse heb in het spirituele ben ik geen Jomanda
  • Welk verhaal is macaber? Dat durf ik niet te zeggen, dat hangt van je eigen referentie kader af. Ik heb alleen geschreven over Dance Macabre, een ode aan Camille Saint-Saëns
  • Wandelende smart Phone batterij. Ik kan mij hier iets bij voorstellen maar heb geen idee wat dit met mijn blog te maken heeft.
  • Kittens met Uggs.  Serieus? Ik kan mij daar geen voorstelling bij maken. Misschien zou ik dat ook eens moeten opzoeken.
  • Hoe stel ik mijn huiswerk uit? Die vraag lijkt mij niet zo heel moeilijk.
  • Heeft Hamar internet? Ja dat heb ik.
  • Ogen schrapen in plaats van laseren. Ik krijg spontaan pijn in mijn ogen bij het lezen van deze zin. Ik ben blij dat ik ze heb kunnen laseren en kan het een ieder die er voor in aanmerking komt aanraden.

Verder wordt er veel gezocht naar Deborah Hamar, fotografie, uitvaart, groene draak, papegaai, hardlopen en nog een aantal veel voorkomende onderwerpen waar ik wel eens over blog.

Ik wil jullie bedanken voor jullie bezoekjes, reacties, ideetjes, tips & tricks en voor de persoonlijke mailtjes die ik van deze en gene heb mogen ontvangen in moeilijke tijden. Ik ben erg benieuwd wat het laatste gedeelte van dit jaar mij op bloggebied gaat brengen. Ik hoop op nog meer creatieve stukjes tekst en wie weet nog meer volgers…

Zo, genoeg gebabbeld. Wie wil er een stuk taart?

 

 

#WOT: Spelen…

Wot is een initiatief van Karin en staat voor Write On Thursday. Zie haar blog voor meer informatie en lees mee met andere “wotters”.

Spelen * recreatief of ontspannend bezig zijn. ~ muziek maken op een muziekinstrument ~ dobbelen, gokken, mallen, beuzelen, dartelen, zich vermaken, uitvoeren, weergeven, zingen, opvoeren

Twee weken geleden hadden vriendlief en ik een gesprek over spelletjes van vroeger. Computer spelletjes van vroeger wel te verstaan. De oeroude Nintendo, dat grijze kastje met die mega grote cassettes bijvoorbeeld. Hoe vaak we daar Mario op gespeeld hadden. Hij met zijn vrienden en ik met mijn vriendinnetjes. Niet lang daarna kwam de Super Nintendo. Een iets hipper model met kleinere cassettes die er aan de bovenkant in geduwd moesten worden.  Ik vertelde mijn vriend dat wij ieder weekend bij mijn oom thuis zoet waren door uren met dat ding te spelen. Mijn oom vond het allemaal best zolang mijn zus en ik maar stil waren. We speelden onder andere Donkey Kong, Top Gear en Street Fighter.

Na wat geneuzel op youtube omdat we opzoek waren naar begintunes van bovengenoemde spelletjes begon het toch wel te kriebelen. Mijn vriend en ik wilden oude computer tijden herleven. Niet met zijn alleen op de bank zitten en met vier controllers tegen elkaar spelen terwijl de poppetjes kriskras door het scherm lopen. Nee, we wilden weer verbonden zijn met een draadje van de controller naar de Nintendo en daarmee onze ruimte beperken en dus met je neus in het (inmiddels) veel te grote televisiescherm zitten. We wilden weer links in het beeldscherm beginnen en rechts van het beeldscherm eindigen. Geen 3, 4 of 5D spelletjes, maar eenvoud. We waren erg verbaasd toen we op Marktplaats zagen dat dit soort computers inclusief alle toebehoren en tassen vol met spelletjes nog worden aangeboden. Ik vroeg mij af wat er met de oude Super Nintendo van mijn oom gebeurd was. Die was immers al 20 jaar oud. Deze bleek bij mijn nichtje op zolder te staan. We bedachten ons geen moment en vroegen haar of we deze konden overnemen, wat geen probleem was.

Afgelopen week kwam ze de computer met toebehoren brengen. We sloten hem aan om te kijken of hij het nog wel deed want hij is in het verleden niet bepaald zachtzinnig behandeld. Ook de controllers vallen van ellende bijna uit elkaar. Ik had er zo mijn twijfels bij. Maar na wat gerommel achter de televisie met kabels schalde het bekende deuntje van Donkey Kong de woonkamer in. De Nintendo was niet bepaald berekend op HD tv kwaliteit. Dus ook die moest aangepast worden naar een kleiner formaat. Toen dat gedaan was konden we ons voor de bank instaleren om te spelen.

Alle spelletjes werden uitgeprobeerd en alles deed het nog. Ik stond te jubelen als een kind in een snoepwinkel zo blij. Tijdens Street Fighter maakte ik mijn zusje altijd helemaal in. Nu ontbrak het mij aan iedere vorm van logica terwijl ik neurotisch op alle knopjes van de, toch al zo gammele, controller aan het drukken was. Toen alles getest was keerden we terug naar Donkey Kong.

Het is net als fietsen, je verleerd het niet. Bepaalde bonuslevels wisten we met onze ogen dicht te vinden. Alleen nog even oefenen op het niet-af-gaan want waar we “vroeger” de eerste twee velden uit wisten te komen met zo ongeveer 90 levens in onze broekzak waren we nu binnen drie keer game over…

Wie heeft Zelda in de aanbieding? Want die zoek in namelijk nog 🙂

 

 

 

Zien lopen, doet lopen . . . (1)

 

Afgelopen week is het kwik meer dan eens boven de 25 graden uit gekomen. Het zonnetje straalde haar warmte vanuit een prachtige wolkeloze hemel naar beneden. Voor een aantal vakantiegangers eindelijk het moment om te kunnen genieten. De BBQ’s werden tevoorschijn gehaald. De zwembadjes voor de kids stonden in de tuinen en overal waren vrolijke mensen.

Zo ook in de polder. Om te wandelen, te fietsen, paard te rijden of om te hardlopen. Ja, zelfs met een brandende zon liepen mensen hun benen uit hun lijf. Tot mijn spijt had ik alweer enige tijd niets gedaan. De hamstringblessure was ongevraagd op visite geweest en toen ik die eenmaal de deur had uitgewerkt was het ronduit slecht weer om te lopen. Nee, ik verzin dit excuus echt niet waar jullie bij staan. Het kwam nou eenmaal met bakken uit de hemel. Maar toen ik deze sportieve mensen voorbij zag rennen, de één iets langzamer en roder dan de ander, kreeg ik spontaan weer zin. Ik wilde ook!!

Dat was wat ik ook deed. Niet in de brandende zon weliswaar. Rond 20.00 uur besloot ik ook mijn beste beentje voor te zetten. Gewoon op het gemak. Mijn horloge met GPS had een aantal weken geleden wederom de geest gegeven dus ik was aangewezen op mijn eigen ritme. Een ritme dat ik even moest zoeken. De eerste twee  kilometer moest ik mijn best doen om niet te snel te gaan, mijn neus in de lucht te houden, niet te veel te zwaaien met mijn armen en ontspannen te blijven lopen. Maar gaande weg lukte het steeds beter om één tempo aan te houden en ondanks de inspanning te ontspannen.

Onderweg kwam ik een aantal andere lopers tegen die er net zo verhit uitzagen als ik zelf. De warmte en mijn eigen inspanning zorgde ervoor dat ik niet veel lucht over had om te groeten. Maar een zwaai was voldoende om “hallo” te zeggen. Tussen het lopen door zocht ik een plek waar ik even kon rekken en strekken. Iets wat ik voor mijn blessure eigenlijk nooit deed, alleen als ik klaar was. Maar nu voelde het wel goed en gaf het mij ook even de tijd om op adem te komen want de hitte maakte het niet bepaald makkelijk.

Ik besloot voor deze avond genoegen te nemen met vier km. De route ging door het park naar huis in plaats van er om heen. Bij het voetbalveld hield ik halt, herhaalde mijn rek- en strekoefeningen nogmaals en liep naar huis.

Twee dagen erna, toen het nog steeds warm was maar er iets meer wind stond, ging ik voor poging twee. Ik nam dezelfde route en kwam onderweg weer verschillende (oververhitte)lopers tegen. Ook nu moest ik mijn snelheid en ademhaling onder controle zien te krijgen. Maar het ging al een stuk beter dan de eerste keer. Toch besloot ik om op dezelfde plaatsen een stukje te gaan wandelen, of ik nu moe was of niet.

Zonder GPS rennen maakte mij vrijer om rustmomenten te pakken. Misschien herkenbaar voor andere lopers? Maar ik moet altijd tegen de klok in rennen, al kijkend op mijn horloge, om te zien of ik mijn tijd heb kunnen verbeteren. Het was dus een hele openbaring dat het ook anders kon. Daarom besloot ik ook weer op dezelfde plaats mijn rek- en strekoefeningen te doen. Met hernieuwde energie vervolgde ik mijn weg. In plaats van het park in te gaan liep ik er dit keer om heen, en maakte zo mijn eerste vijf kilometer rondje sinds weken.

Nu hield ik halt bij de skatebaan in het park. Vandaar liep ik verder naar huis. Moe, voldaan maar vooral trots op mijzelf dat ik toch weer begonnen ben. De eerste wedstrijd is de Seuterloop in ’s-Gravendeel halverwege augustus. Of dit haalbaar is weet ik niet. Maar ik heb nu wel een doel voor ogen. Nu alleen nog een nieuw horloge zien te scoren.

Wat heb ik dit gemist…

Vorig weekend stond in het teken van: “rust”! Geen verplichtingen. Geen bezoekjes. Geen fotoreportages of andere werk gerelateerde bezigheden. Gewoon even twee dagen voor mijzelf. Al vanaf halverwege de werkweek stond dit in mijn planning en daarom had ik er zo naar uit gekeken. Temeer omdat de weergoden ons eindelijk wat gunstiger gestemd zouden zijn.

’s Morgens bij het openen van de gordijnen voelde ik mijn zonnige gemoedstoestand als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hoe kon dat nou? Er was niet eens zon, maar donkere wolken die zich ieder moment over ons uit konden storten. Hoewel mijn gemoedstoestand gekoppeld is aan de barometer besloot ik het positief te bekijken. Het was (nog) droog en het was (nog) niet koud.

Ukkepuk en ik togen samen naar stal om te kijken hoe het paard er bij stond. De regen had mijn mooie elegante witte schimmel omgetoverd naar een bruin paard met dito vlekken en zijn manen en staart waren in twee dagen tijd tot rastavlechtjes samen geklit. Ik miste alleen de muziek van Bob Marley op de achtergrond maar ik zou zweren dat hij “EY Man” zei toen ie op zijn dooie akkertje naar ons toe kwam slenteren. Na wat poetswerk en een rondje gewandeld te hebben togen we huiswaarts.

Na de lunch verlieten de heren het pand en bleef ik alleen achter. De hoop op luieren in de tuin met een boek in mijn ene hand en een drankje in de andere terwijl de zon mijn bakkes heerlijk verwarmde had ik al bijna opgegeven, toen plots het wolkendek plaats maakte voor een hemels blauwe lucht. Ik bedacht mij geen moment. Trok mijn zomerse outfit aan, smeerde mij in met “factor veel” en plofte in de tuinstoel. Luieren, opwarmen en even helemaal niets. Soms heb ik dat gewoon nodig. Er moet al zoveel, de druk is al zo hoog, de tijd gaat al zo snel.

Ik sloot mijn ogen en liet mij opgaan in de geluiden om mij heen. Na een paar minuten realiseerde ik mij dat er bijna geen geluiden waren. Een gedeelte van de straat was duidelijk met vakantie. Normaal is het hier een drukte van jewelste. Spelende kinderen. Knutselende vaders of babbelende moeders. Maar nu heerste er rust en stilte. Het ruisen van de bomen en de meeuwen die ik boven mij naar elkaar hoorde roepen gaven mij het gevoel dat ik op het strand lag in plaats van in mijn achtertuin. De zon warmde mijn lichaam op. Ik wilde de warmte tot in het binnenste van mijn wezen kunnen voelen zodat ik een voorraadje op kon bouwen waar ik in tijden van nood uit kan putten. Dus ik bleef liggen waar ik lag.

Vaag hoor ik rechts van mij een helikopter. Ik vraag mij altijd af wie er in zitten en wat ze daar doen. Ik zou ook wel eens mee willen met zo’n ding. Hoe zou dat zijn om recht naar boven te vliegen en proberen je maaginhoud daar te laten waar het hoort? Ik probeer het geluid te blijven volgen tot het niet meer waarneembaar is. Een motor doorklieft te stilte die mijn oren alweer gevuld had. Ik probeer aan de hand van het nieuwe geluid te raden waar hij ongeveer moet rijden. Op het moment dat ik het denk te weten hoor ik naast mij twee kinderen gillen en huilen. Toch niet iedereen was met vakantie. Hun vader hoor ik wat mompelen en al snel neemt het gegil af tot wat gesnik om te verstommen naar gebrabbel dat niet meer te volgen is. De andere buren beginnen met een stofzuigronde van de woonkamer. En ik? Ik lig nog steeds te genieten van de zon op mijn huid.

Iets kriebelt er aan mijn voet. Als ik opkijk zie ik Noa staan. Ze nestelt zich op het bed en rolt zich bij mijn voeten op tot een bal haar om vervolgens al knorrend in slaap te vallen. Ik voel mij vederlicht. Alsof verdriet en heftige emoties op dit moment niet bestaan. Alsof alleen het hier en nu telt. Ik voel mij heel even het meisje van zes dat tegen haar moeder aan in slaap valt. En dat is wat ik ook doe.

Ik weet niet hoelang ik heb geslapen. De zon moet de hemel inmiddels weer delen met wat stapelwolken en als ik links van mij kijk, ook met wat donderwolken. Ik sluit mijn ogen nog heel even om de laatste zonnestraaltjes van vandaag op te pikken. Wat heb ik dit gemist en oh, wat zijn de kleine dingen in het leven toch heerlijk…

 

 

Tikkie, jij bent um…

Voor zover ik weet noemen de Belgische bloggers het een “stokje” en de Nederlandse bloggers noemen het een “tag”. Sinds ik zelf een fanatieke meelezer ben geworden bij andere bloggers ben ik het “stokje” of de “tag” geregeld tegen gekomen. Ik vroeg mij altijd af wie de eerste persoon was die besloot om deze vragenlijsten te maken en door te sturen. Het leuke van deze blogs is als eerste de reacties van de mensen die genoemd worden het stokje of tag over te nemen. Meestal iets in de trant van: “Oh nee, nu is het mijn beurt!!” om vervolgens de vragenlijst naar eer en geweten in te vullen. Dankzij Nanda is het nu dus mijn beurt…

* Heb je huisdieren?
Ja ik heb huisdieren. Eén papegaai, één kat en één paard. Hoewel dat laatste niet helemaal onder huisdier valt natuurlijk.

* Noem 3 dringen op die op dit moment het dichts bij je liggen.
Een blocknoot, mijn laptop en mijn telefoon.

* Hoe is het weer op dit moment?
Zalig, zonnig & warm. Ik kan hier geen genoeg van krijgen en heb soms het idee dat ik in het verkeerde land geboren ben.

* Rijd je auto? Zo ja, heb je wel eens een ongeluk gehad?
Ja. Ik heb wel eens een ongeluk gehad. Maar dat was niet mijn schuld. Ik werd aangereden… De verzekering van de tegenpartij dacht daar anders over maar uiteindelijk is het goed gekomen.

* Hoe laat stond je vanmorgen op?
Te vroeg…

* Wanneer heb je voor het laatst gedoucht?
Waarom zou je dit willen weten? Als je het perse zou willen weten: vamorgen. 

* Wat is de laatste film die je hebt gezien?
Ik kijk niet zo vaak film tegenwoordig. Ik ben meer van het lezen. Ik kan mij dan ook niet direct een titel voor de geest halen van een film die ik recentelijk gezien heb. Meestal zijn het films waar ukkepuk naar kijkt en die volg ik dan met een half oor en oog.

* Wat staat er in je laatste sms’je?
“Hey Meis, geen dank. Vond het ook een fijn gesprek en geniet van je avond.” Een reactie die ik ontving nadat ik één van de uitvaartbegeleiders een sms had gestuurd om haar te bedanken voor het gesprek van die middag over rouw, verdriet en bijzondere ervaringen.  

* Wat is je ringtone?
Die heb ik sinds kort veranderd. Het is de begintune van het race spel Top-Gear van de Super Nintendo. Die vond ik nadat we herinneringen van “vroeger” aan het ophalen waren.

* Ben je wel eens in een ander land geweest?
Ja, moet ik ze nu ook op gaan noemen? Engeland, België, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Egypte, Tunesië, Gran Canaria (hoewel dit onder Spanje valt zie ik het toch als een land opzich) en Turkije. De voor mij typische vakantielanden dus. Ik zou daar heel graag nog Mexico, Amerika en Indonesië aan toe willen voegen.

* Hou je van sushi?
Ik houd niet zo van vis. Behalve de vissticks van Captain Iglo en kibbeling. Verder ben ik voorstander van vlees, heel veel vlees.  

* Waar doe je je boodschappen?                                                                                         Niet. Die doet vriendlief over het algemeen. Ik leef spontaan een maand korter als ik boodschappen moet doen. Ik ben voorstander van online shoppen. Ideaal. Geen jengelende kinderen, wachtrijen of andere storende factoren. En het mooie van alles: je kunt gewoon een patatje eten terwijl je je kleding uitzoekt…

* Heb je ooit medicijnen ingenomen om sneller in slaap te vallen?                                     Ja. Na het overlijden van mijn ouders wilde ik wel helder zijn voor de begrafenis. Aangezien de nachten ervoor een hel waren. Verder? Nee slapen is mijn hobby dus daar heb ik over het algemeen geen last van.

*Hoeveel broers/zussen heb je?
Ik heb één zusje.

* Heb je een gewone computer of een laptop?                                                                    Een laptop. Dat is makkelijker mee nemen als ik een keer op locatie mijn foto’s zou moeten bewerken.

* Hoe oud word je op je volgende verjaardag?                                                                   Voor mijn gevoel te oud. 32. De leeftijd dat ongemakken langer blijven hangen. De conditie niet meer zo snel op te krikken is en maatje 36 toch echt voorbij is. Dus jeugdige lezers: “Geniet nog maar even van jullie tiener en twintiger jaren…

* Draag je contactlenzen of een bril?
Ik droeg een bril maar heb mijn ogen laten laseren. Tot op heden nog steeds geen spijt van gehad en kan het een ieder die er voor in aanmerking komt zeker aanbevelen. Lees voor mijn ervaring dit blog.

* Verf je je haar?
Nee daar doe ik niet aan op dit moment.

* Vertel iets over je planning van vandaag?
Vandaag moest ik werken en kon ik niet van het heerlijke weer genieten. Na het eten, ga ik gezellig op visite bij mijn tante. Wat gaan wat boeken uitwisselen en ze heeft heel veel foto’s van mijn vader en moeder in gescand. Nu ze er niet meer zijn is iedere foto een waardevol bezit geworden.

* Wanneer heb je voor het laatst gehuild?
Gisteren, tijdens het gesprek over rouw, loslaten en gelukkig zijn. (zie vraag over sms)

* Wat is de perfecte pizza?
Die bestaat niet.

*Wat vind je lekkerder? Hamburgers of cheeseburgers?
Een hamburger. Yummie.

* Heb je wel eens een nacht doorgehaald?
Toen ik nachtdiensten draaide bij mijn vorige werkgever heb ik geregeld een nacht doorgehaald. Dat is nu gelukkig verleden tijd. Ik moet er ook niet meer aan denken want slaap te kort en Deborah is net zoiets als honger en Deborah. Die combi gaat niet goed samen.

* Wat voor kleur ogen heb je?
Bruin.

* Proef jij het verschil tussen Pepsi en Coca Cola?
Jazeker. Ik ben voorstander van CoCa Cola. Pepsi vind ik naar roest smaken. Alsof ze daar de oude spijkers in hebben schoon geweekt. Cola drink ik overigens niet zo heel vaak. Alleen bij grote trek. Ik ben meer voorstander van Ice-tea of spa met bubbels.

***

En nu? Nu mag ik volgens mij twee nieuwe mensen uitkiezen die dit : “stokje” over mogen nemen. Ik vind het lastig kiezen want er zijn zoveel bloggers die ik graag eens beter zou willen leren kennen… Maar mijn keuze is gevallen op: Appelig en Ingridblogs. Sorry dames, ik hoop dat jullie de lijst ook willen invullen 🙂

De Herinnering…

Ik sta in het weiland van mijn paard. Voor mij staat een kruiwagen en in mijn handen houd ik de poepscoop zoals het ding bij ons genoemd wordt. Een soort veger en blik maar dan van staal en kunststof en uiteraard wat groter in formaat. Het is mijn beurt om het weiland leeg te halen, de paarden te controleren op eventuele wondjes. Het hekwerk na te lopen en de waterbakken te vullen.

De paarden staan er loom bij en slaan met hun staart de vervelende vliegen weg. Ze kijken gestaag toe hoe ik mijn “ding” doe in hun weiland.

De eerste verse hoop schuif ik op de poepscoop om hem te deponeren in de kruiwagen. Vervolgens zweeft een penetrante lucht mijn neusgaten binnen. Het neuraal netwerk komt in actie en brengt mij vervolgens naar heel, heel lang geleden.

“Ik ben 3 jaar oud en heb de hand van mijn vader vast terwijl we het verblijf van de apen doorkruisen. Her en der blijven we staan om te kijken naar de capriolen van de dieren. Het stinkt hier verschrikkelijk en het is er warm. Vervolgens lopen we door naar de olifanten, waar de lucht al evenmin erg fris ruikt. De dieren staan buiten dus lang hoeven we hier niet te blijven. Als ik moe wordt tilt mijn vader mij op zijn nek. We wandelen een kronkelige pad af en komen voor het buitenverblijf van deze kolossale dieren uit. De weg brengt ons vervolgens bij de giraffen. Mijn moeder roept mijn naam. Als mijn blik die van haar gevonden heeft maakt ze snel een foto van ons. Een dagje Blijdorp, dat deden we heel vaak toen ik nog klein was.”

Als ik weer “wakker” wordt realiseer ik mij dat mijn paard voor mijn neus staat en mij aan staat te gapen waarom ik er zo dagdromerig bij sta.

Wat een hoopje paardenmest wel niet teweeg kan brengen.