Rome 2013

Eindelijk was het dan zo ver. Een half jaar geleden besloten we met zijn viertjes naar Rome te gaan. Mijn twee tantes, mijn nichtje en ik. Een vakantie zonder mannen, die het wandelen en bezichtigen van oude “stenen”, beelden en kunstwerken niet tot hun hobby rekenen. Mijn nichtje had op voorhand al een “roostertje” in elkaar gezet zodat er geen kostbare momenten verloren konden gaan met het uitzoeken en napluizen van wat-we-zeker-gezien-moesten-hebben. De metro, die om de minuut vertrok, kon ons naar verschillende hoeken van de stad brengen en vandaar uit deden we alles te voet. Hoewel een segway huren ook een mogelijkheid was.

Natuurlijk moesten de toeristische trekpleisters bezocht worden: De Spaanse trappen, het Pantheon, het Colosseum, het Piazza Navona , de Trevifontein, Castel Sant’Angelo met de engelenbrug om maar een aantal dingen te noemen. Stuk voor stuk prachtig om te zien. De geschiedenis hadden we paraat in ons tour boek van Rome. Bijzonder dat deze oude gebouwen nog steeds overeind staan en bezocht worden door zo veel mensen. Zeker het bezoek aan het Colosseum gaf mij een WAUW gevoel. Hier, op deze plek gebeurden het allemaal!! Liepen de gladiatoren door de straten en de arena en galoppeerden de paarden over de weg… en nu?? Nu lopen wij hier!

Voor een bezoek aan het Vaticaan hadden we een hele dag gepland. Voor kerk- en kunstliefhebbers zeker de moeite waard. Overigens ben ik geen van twee. Ik wilde het gewoon gezien hebben. Het was er druk. De Efteling op een zomerse vakantiedag was er niets bij. We hebben meer dan een uur in de rij gestaan om de Sint Pieter in te komen. Gelukkig vermaakten we ons prima met mensen kijken,  het doornemen van de geschiedenis van het Vaticaan en foto’s maken. Eenmaal binnen wist ik niet waar ik kijken moest. Het plein met alle zuilen is mooi en groot, maar de kerk van binnen is zowaar nog mooier en groter. Dat het groot en hoog ik merk je pas echt zodra je de koepel aan het  beklimmen bent. Halverwege de tocht, zodra je over de galerij loopt en je zicht hebt op het schip van de kerk beneden je en de resterende koepel boven je. Prachtige muur- en plafonschilderingen. Nog steeds vraag ik mij af hoe ze dat in die tijd hebben gedaan. “Riwal hoogwerkers” bestond toen echter nog niet… Een rondleiding door de tuinen hebben we overgeslagen en ook de sixtijnse kapel moest een dag wachten aangezien deze al om 15.30 uur de deuren sluit.

De volgende dag zijn we alsnog naar de Sixtijnse kapel gegaan. Ik wist niet zo goed wat ik er van moest verwachten omdat er aan de buitenkant niets bijzonders of moois te zien is. Maar ook dit was weer een groot gebeuren waarbij de buitenmuren de oudheid aan de binnenkant verbergt. Het is een groot museum met verschillende ruimtes en gangen met als klap op de vuurpijl de sixtijnse kapel, met het door Michelangelo beschilderde gewelf. De wandelgangen er naartoe waren allen voorzien van muurkleden en beschilderde plafonds. En natuurlijk met honderden mensen die voor en achter je de rij sloten. Het was voor mij iets te veel van het goede. Even stil staan om iets te bekijken lukte eigenlijk niet. Dit vond ik erg zonde want hierdoor heb ik maar half kunnen genieten van al het moois.

Als je dan toch in Rome bent en een fan bent van schrijver Dan Brown, dan moet je natuurlijk ook de Bernini route gelopen hebben. De route liep als een rode draad door onze vakantie zodat we niet onnodig heen en weer bleven lopen, we hebben hem daarom ook niet op volgorde gelopen. (Geen idee waar het over gaat?  Wikipedia  )  Het verhaal begint met onderstaand raadsel:

“Van Santi’s aardse graf met duivelsgat, mystieke teek’nen kruislings door de stad.
Het lichtend pas is daar en beidt uw tocht, laat engelen u wijzen wat u zocht.”

Wij hebben het duivelsgat  gevonden. Evenals de teek’nen en de engelen. Daarvoor moesten we de kapellen, beelden en fonteinen bezoeken die genoemd werden in het boek (Santa Maria Della Vitoria, Het Sint Pietersplein, Het piazza del Popolo en het Piazza Navona). Er zijn zelfs complete excursies te boeken met gids. Dat was voor ons niet nodig. Mijn nichtje was mijn “wikipedia” voor die dagen. Ze wist zo’n beetje alles.

Een mooi stad met heel veel historie, lekker eten en gezelligheid. Soms wat aan de overbevolkte kant. Druk druk druk!!! De prijzen vond ik overigens heel erg mee vallen. Zolang je maar niet midden op een plein een broodje hamburger besteld. De meeste bezienswaardigheden zijn gratis. Voor de Sixtijnse kapel, Castel Sant’Angelo en het Colosseum moet echter wel een bedrag betaald worden evenals een kleine bijdrage bij sommige kerkjes. Vier dagen Rome was voor mijn gevoel te kort. We hebben wel alles gezien wat op de planning stond, maar had er graag nog wat meer tijd voor uit willen trekken. Ach wie weet… Als we ooit nog wat tijd over hebben.

Voor nu staat er in ieder geval een nieuwe stedentrip in de planning. We zijn er nog niet helemaal over uit waar we naar toe gaan, maar dat we weer gaan staat vast!

** Helaas geen foto’s aangezien WP van slag is.

Zien lopen, doet lopen. In het nieuw…

“Volgens mij moet ik nieuwe schoenen!” Zei ik tegen vriendlief toen ik met pijn in mijn voeten thuis kwam van een rondje rennen. “Dan moet je die gaan halen!” Was zijn simpele antwoord. Voor hem een groot feest om te shoppen. Voor mij een bron van irritatie aangezien winkelen niet mijn meest favoriete tijdsbesteding is. Ik vind het vreselijk.

Online kleding bestellen is meer mijn ding. Maar dat was voor hardloopschoenen geen optie omdat ik graag een loopanalyse wilde laten uitvoeren. Dus moest ik er echt aan geloven. Ik was ook al enige tijd opzoek naar een hardloophorloge met ingebouwde GPS. Kon ik daar ook direct wat informatie over op doen.

Vorige week was het zo ver, op naar een hardloopwinkel waar ze alles van mijn gading hadden. Ik liet de verkoper mijn oude afgetrapte schoentjes zien. Hij vroeg mij hoe vaak en hoe lang ik al liep.  Aangezien de schoenen minstens 10 jaar oud waren… Ik stelde hem gerust dat ze eerst vijf jaar ongebruikt in de kast hadden gestaan. Daarna heb ik de overige vijf jaar niet non-stop gerend. Echter met tussenposes van soms wel meer dan een half jaar. Hij vertelde dat het slijtingspatroon aan de onderkant van mijn schoen er goed uitzag. Aan de hand hiervan haalde hij een paar opvallende schoenen uit het rek. Basis schoenen zonder extra poespas deelde hij mee toen hij mijn gezicht zag. Hoewel het niet de schoen zelf was waar mijn oog op viel. Eerder de kleur, fel paars met roze.

Zonder morren trok ik ze aan en nam plaats op de “sintelbaan” van 10 meter. Toen het startschot klonk moest ik twee keer heen en weer draven op de baan terwijl mijn afzet en landing opgenomen werden. Daarna werden ze grondig bekeken door de verkoper. Hij liet mij beeldje voor beeldje zien hoe ik liep. In tegenstelling tot wat ik zelf vond vertelde hij dat het er keurig uitzag. Alles in een rechte lijn, mooie afzet en een nette landing. Nu ik wist wat ik voor schoen nodig had kon het kiezen beginnen. Met diverse soorten modellen liep ik rondjes door de winkel. Na een half uur had ik de keuze terug kunnen brengen van zes naar twee paar. Het eerste paar wit met grijs, het tweede paar de paars metAsics Nimbus 14 roze schoen… Toen bleek dat het eerste paar in maat 39 eigenlijk net iets te groot was maar in maat 38,5 veel te klein, bleef de schoen met hippe kleurtjes over. Die zat als gegoten en liep erg lekker. Maar die kleur he?!

Vriendlief vond het een goede gelegenheid om dan ook direct mijn kleding van zwart/wit om te zetten naar fel roze, paars en blauw. Dat staat zo leuk bij je nieuwe schoenen. Met een twijfelachtig gezicht verplaatste ik mij naar een pashokje waar ik het één na het andere shirtje en jasje aangereikt kreeg. Uiteindelijk slaagde ik voor een compleet nieuwe set waarin ik de zomer en de winter (als zuurstok) door kan.

Nu we voor twee van de drie onderdelen geslaagd waren moest ik nog wat informatie hebben over de verschillende hardloophorloges. Voorheen liep ik met een horloge van Polar. Hier was ik erg tevreden over, maar de GPS zat niet ingebouwd. Dat was minstens een eis waaraan het nieuwe horloge moest voldoen. Verder wilde ik mijn afstand en snelheid kunnen zien terwijl ik mijn rondjes aan het rennen ben. Natuurlijk had ik thuis al verschillende horloges vergeleken. Mijn keus was uiteindelijk gevallen op de Garmin 610. Na wat piepen over de prijs wilde hij er best nog een korting op geven en daarmee was de deal rond.

Twee uur later zat ik heel tevreden naast vriendlief in de auto met al mijn aankopen op schoot. Zowaar geslaagd in één winkel zonder chagrijnige buien. Laat nu de kilometers maar komen!!

Terug van weggeweest…

Wiens idee was het om een dag maar 24 uur te geven? Ik bedoel, is dit ooit in overleg gegaan of heeft iemand zomaar besloten: “Nou, 24 uur lijkt mij wel wat!!  Persoonlijk had ik gestemd op 28 uur in één dag. Zo had ik tenminste nog wat tijd over om bij te tanken van alle leuke dingen die er te doen zijn en heb ik misschien ook een klein beetje het gevoel dat de tijd niet als zand door mijn vingers weg glipt.

De afgelopen twee maanden heb ik niet eens tijd gehad om te bloggen of om blogjes bij te lezen. De drukte op de zaak kwam tot een hoogtepunt waardoor mijn collega’s en ik aardig wat uren hebben overgewerkt om de zaak draaiende te houden. Ook thuis was er genoeg te doen. Verjaardagen, feestjes, bezoek aan Rome en de nodige reportages vergden allemaal aandacht. Het weer zat niet bepaald mee en daarom konden de paarden het weiland nog niet op. Dat betekende een knorrig paard en iedere dag naar stal om hem beweging te geven en zijn stal te doen. Nog een paar dagen en de mei maand is ook alweer voorbij. Het gaat allemaal zo snel!

Niet dat het alleen maar nadelig is, een vliegende tijd. “Elk nadeel heb zn voordeel” (Cruijffiaans gezegde) Een maand later dan gepland staan de paarden eindelijk buiten. Met regendeken op, dat dan weer wel. Op wat toernooien en een inhaalwedstrijd na zullen er de weekenden geen sportreportages meer zijn. Op de zaak wordt het nu ook aanzienlijk rustiger. Verwacht wordt nog een opleving net voor de zomerstop. Maar voor nu kunnen we even op adem komen.

Kortom, er blijft weer wat tijd over om de boel te herzien. De rommel op te ruimen en nieuwe projectjes te starten. We beginnen met het bloggen en het bijlezen. Daarnaast zijn we (weer) begonnen met hardlopen. Er moeten nodig wat boeken uitgelezen worden. Het paard zal er over een week of twee, drie ook weer aan moeten geloven en we zijn opzoek naar een nieuwe stedentrip aangezien Rome erg goed bevallen is. We hoeven ons wederom niet te vervelen de komende tijd.

En, heb ik nog wat gemist de afgelopen twee maanden?
Heb je zelf een leuk blog geschreven? Laat dan een linkje achter bij reacties…

Opeens heb je het…

… Je wordt schilder!! Nee hoor, niets van waar. Ergens in december schreef ik een blog dat ik een eigen werkplek in huis aan het creëren was. Met alleen wat nieuwe meubels vond ik de kamer nog steeds te kil. Ik besloot na een nachtje slapen de kamer ook een andere kleur te geven. Het witte bureau viel namelijk in het niet tegen een zandkleurige muur. Ik wilde dat twee muren er uit zouden springen dus die moesten bordeauxrood worden. De andere twee muren zouden, net als het bureau en de kast, stralend wit worden. De radiator kon niet achterblijven en moest ook wit geverfd worden. De kamer zou een metamorfose ondergaan maar vervolgens paste de luxaflex, eveneens zandkleurig, weer niet bij de rest van de kamer. Dus ook die werd weg gehaald en er kwam een prachtig nieuw rolgordijn voor terug.

In de kerstperiode was ik vrij en besloot mij bezig te houden met het schilderwerk. Ik beschik wel over een timmermansoog, maar helaas niet over een “vaste hand”. Ik riep vriendlief er bij en samen hebben we de kamer afgeplakt. Ik kwam er achter dat dit een tijdrovende rotklus was. Maar het zou mij daarna wel een hoop ander werk besparen.

De vrouw van de Gamma, dat zeg ik, Gamma, vertelde mij dat ik de muur waarschijnlijk twee keer moest schilderen voor de kleur dekkend zou zijn. Rood schijnt namelijk een erg lastige kleur te zijn. Dit had ze niet gelogen. De eerste keer was de muur niet rood, maar roze. Hoewel ik dit verwacht had, was het effect toch wel erg schokkend. Dit komt noooooit meer goed, dacht ik. Dat wordt een schilder inhuren!! De tweede keer schilderen was hij donker roze en zagen we alle strepen, vegen en banen van de eerste keer er doorheen. Want, zo neurotisch als ik ben moest ik namelijk overal aanzitten, vlekjes wegstippen, banen van links naar rechts en boven naar beneden uitrollen. Het enige patroon dat zichtbaar was, was chaos. Jammer, dat moest dus nog een derde keer. Schilderen is een vak apart.

Van mijn oom kreeg ik een paar tips en sloot hierna de neuroot in mij op. Ik ging systematischer te werk en warempel het hielp. Een derde keer schilderen maakte de kleur donkerder maar de patronen van de voorgaande keren waren her en der nog zichtbaar. Een vierde keer (en een tweede pot verf verder) begon het er echter al op te lijken. Ik kreeg weer hoop dat ik het toch zelf kon doen en die “echte schilder” overbodig was.  Als finishing touch schilderde ik de muur nog één maal. Na het drogen had de muur de kleur die hij hebben moest en was hij streep loos en veeg vrij.  IMG_0103kopie

De twee aangrenzende muren moesten nu nog wit geschilderd worden. Met grote zorgvuldigheid had ik de rode muur afgeplakt en met een nog grotere zorgvuldigheid hanteerde ik de kwast en roller. Ik wilde er niet aan denken om die rode muur nog een zesde keer te moeten doen… De witte verf kreeg ik met gemak op de (juiste) muur en na elke muur twee keer gedaan te hebben (in plaats van vijf keer) zat mijn klus er op.

De kale vloer heb ik opgevuld met een schapenvacht. Aan de rode muur moeten nog drie witte fotolijsten met sportfoto’s van eigen hand komen te hangen. Ik heb al twee mooie platen uitgekozen. Nu nummer drie nog. Aan de witte muur moet het logo van uitvaartfotografie Hamar komen te hangen. Ik ben er alleen nog niet over uit of ik dit op canvas laat drukken of dat hier ook een fotolijst voor moet komen.

Leuk om er achter te komen dat je soms meer kunt dan jezelf denkt en die irritante pietje-precies- genen heb ik dus duidelijk van mijn vader geërfd…

Een kleine impressie...

Een kleine impressie…

Je ruikt in ieder geval niets meer…

“Moet dat zakje opgezogen worden?” “Ja, volgens de gebruiksaanwijzing wel.” “Maar dan raakt ie verstopt, dat past nooit!!” “Zet die stofzuiger nu maar aan, dan zien we wel wat er gebeurd.” Op bevel van vriendlief zet ik de stofzuiger aan en zuig het zakje met het witte poeder van de grond. De stofzuiger slurpt het op, maakt even een stikkend geluid om vervolgens op volle toeren verder te gaan. Zo, die zit. Kunnen we eindelijk het huis stofzuigen zonder muffe lucht. Ik trek “fikkie” achter mij aan door het huis en begin aan mijn klus.

“ZOOO PHOE .” Ik kijk geschrokken achterom en zie vriendlief nog net niet groen en geel worden. “Wat een lucht komt er uit dat ding…” Verontwaardigd kijk ik hem aan. “Wil je nu van die stofzuigergeurtjes af of niet?” Maar dan bereikt de bedwelmende geur van Lilly of the Valley ook mijn neusgaten. Niet alleen mijn neusharen voelen a la minuut verschroeit aan. Ook mijn reukvermogen neemt drastisch af. Nu begrijp ik waarom je nare stofzuigergeurtjes niet meer ruikt, je ruikt gewoon helemaal niets meer als je klaar bent met stofzuigen.

Zodra de kamer weer stofvrij is zetten we de deuren even tegen elkaar open. Frisse lucht gaat boven Lilly of the Valley.
Volgende keer nemen we lavendel… :mrgreen:

Verbeelding brengt je overal…

De stoom kringelt van het water omhoog. Even ben ik in nevelen gehuld. Het streelt mijn gezicht en lost dan op in de buitenlucht. Het ruikt heerlijk naar een mengsel van eucalyptus en andere kruidige geuren. Ik haal diep adem en laat mij vervolgens onderdompelen in het warme water. Het uitzicht is buitengewoon prachtig. Een strakblauwe lucht en zonnenschijn.

Sneeuw en ijs hebben de bP1040414kopieomen omgetoverd tot een sprookjesachtig geheel. Zoiets zie je niet dagelijks. Je zou zeggen dat het vreselijk is om je nu buiten in een bad te begeven. Maar het water is heerlijk warm. Ik voel mij zelfs een beetje rozig van de inspanning van de afgelopen dagen, het warme water en de frisse buitenlucht.

P1040434kopie

Ik sluit mijn ogen en probeer nergens aan te denken. Het schijnt dat Boeddhistische monniken daar jaren voor moeten leren om in die “zen” stand te komen. Geen jaren van training voor mij. Daar heb ik het geduld en de tijd niet voor. Een enkele seconde lukt het om mijn gedachten over “niets” bij elkaar te houden en dus nergens aan te denken. Hier moet ik genoegen mee nemen. Ik word weer aangetrokken door het mooie landschap. Ik moet er naar kijken. Alles in mij opnemen. Kon ik het maar meenemen, terug naar Nederland. Er heerst complete rust. Om mij heen en in mijn hoofd. Geen stress, geen moeten, geen tijdsdruk, geen gerace tegen de klok of gehaast. Ik voel mij bijna één met mijn omgeving.

“Deb, mag dat raam nu alstublieft dicht? Mijn wimpers voelen aan als de haren van mijn tandenborstel!!” Met een ruk open ik mijn ogen. Terug in de werkelijkheid in plaats van Oostenrijk. Terug in het hier en nu,
en kijk naar een geïrriteerd gezicht van vriendlief die aan de overkant van mij in bad zit. Ik ben niet langer buiten tussen de met sneeuw en ijs bedekte bergen maar in onze eigen badkamer, met gedimde spotjes, vloerverwarming en uitzicht van maar twee meter eer ik de muur bereikt heb. Ik grijns hem toe terwijl ik het raam achter mij dicht doe. Gelukkig hebben we de vele foto’s en filmpjes van de wintersport nog…

**Foto’s gemaakt door mijn oom en tante tijdens ons weekje wintersport in Oostenrijk.

Het zit er weer op…

Die bospaadjes, altijd weer die ellendige bospaadjes. Ik heb mij vorig jaar gek laten maken na één val met mijn snowboard. En die val was niet eens zo hard. Het was de afgrond die in één keer heel dicht bij kwam. Het zit gewoon tussen mijn oren. Ik kan sturen en ik kan remmen. Dus het zou geen probleem moeten zijn. Maar zodra ik hoor dat ik via een bospad terug, of naar een andere piste moet gaan de radartjes draaien. Mijn benen doen vervolgens niet meer wat ik wil. En dan die afgrond he?! Hier in Nederland heb je een vangrail aan de zijkant van de weg. In Oostenrijk zie je de boomtoppen aan de zijkant van het bospad, geen vangrail, geen plankje, geen lintje maar boomtoppen. En als je boomtoppen ziet dan betekend het dat er nog een heel stuk boom onder die top staat…

Ondanks die rare bospadenfobie van mij heb ik toch een super wintersportweekje achter de rug. Ik heb heerlijk geboard. Of dit kwam door mijn nieuwe board of omdat ik de techniek steeds beter beheers laat ik even in het midden. Weken voordat we weg gingen liepen we elkaar al gek te maken, op facebook, via de speciaal aangemaakte wintersportapp of via de mail. We waren dit keer met 15 man, vrouw en kind. Van de 15 waren er vier boarders, twee wandelaars en de rest skiërs.

Het weer zat grotendeels mee, zon, blauwe lucht maar ook wel wat bewolking en mist. Gelukkig hebben we maar één ochtend sneeuw gIMG_8600kopieehad. De pistes lagen er super mooi bij en het was  in ons gebied heel erg rustig. Zelfs zo rustig dat we geregeld een piste helemaal voor ons alleen hadden. Dat vond ik niet erg want zo kon ik op mijn gemak een beetje aanmodderen op pistes waar ik vorig jaar alleen al de rillingen van kreeg als ik er naar keek. Deze vakantie heb ik alle pistes gehad. Eén daarvan alleen maar roetsjend, die vond ik echt te steil om mijn bochtjes op te maken. Maar wie weet, een volgende keer…

Vorig jaar wilde ik heel graag een afdaling maken met de slee op de speciaal daarvoor aangelegde rodelbahn. Maar niemand wilde met mij mee. Dit keer kreeg ik mijn nichtje zo ver om ook haar leven te riskeren. Rodelen met een houten slee zonder rem is namelijk niet geheel zonder gevaar. Voor je het weet staat je onderbeen de verkeerde kant uit en breek je iets. De reden voor veel mensen om dit niet te doen. Vol enthousiasme huurden wij alle twee een slee en gingen met de stoeltjeslift naar boven. Als al die kleine kinderen zonder kleerscheuren beneden komen, moet wij het toch ook kunnen?? Omdat het mijn plan was mocht ik waarschijnlijk als eerst. Ik heb daar wel even een seconde of drie staan twijfelen. Het pad ging met een bochtje het bos in. Het was niet te zien hoe het van daar verder liep. Maar uiteindelijk viel het mee. De lange baan, met veel bochten, hebben we drie keer gedaan voor we er genoeg van hadden. Toen Uk hoorde wat hij gemist had vond hij het wel een beetje jammer dat hij niet met ons mee was geweest.

De wintersport zit er helaas weer op. Dit keer niet één val op een bospad gemaakt. Wel onzichtbare drempels genomen, aan mijn techniek gewerkt en de skipas er dubbel en dwars uitgehaald. Verder heel veel en lekker gegeten en natuurlijk veel lol met mijn familie en vrienden gehad.

Zijn er onder de lezers nog wintersportliefhebbers?
Zo ja, welk wintersportgebied zou jij mij aanraden en waarom?

Langs de zijlijn…

“Boor ga je morgen mee naar de voetbal?” Werd mij gevraagd terwijl ik naar de dwarrelende sneeuwvlokjes stond te kijken die wederom onze tuin omtoverde tot een wit sprookjeslandschap. Als er geen andere fotoreportages gepland staan ga ik meestal mee om foto’s te maken van mijn favoriete voetbalteam. Maar de afgelopen twee weken waren, met een aantal uitvaartreportages achter elkaar, best pittig geweest. Ik wilde er dit weekend de tijd voor nemen om er iets moois van maken zodat ik de families de cd-rom met foto’s kan overhandigen. Een frisse neus halen langs het sportveld zou als afwisseling op het binnen zitten en turen naar de pc wel erg lekker zijn (mits het niet zou stormen of regenen natuurlijk…). Ik besloot mee te gaan maar dit keer, en dat is echt een uitzondering, zonder fototoestel. Dit vonden de heren ook geen probleem.

Het geluk stond aan mijn zijde. De wedstrijd was weliswaar uit, maar de aftrap was pas om 10.30 uur. Een klein beetje uitslapen kon dus. Het zonnetje was ook aanwezig. Heel even had ik er spijt van dat ik mijn fotospullen thuis had laten liggen. Dat was maar voor even. Want nu had ik de tijd om op een heel andere manier naar de wedstrijd te kijken dan anders. Als ik foto’s maak zie ik namelijk heel veel details. Waarschijnlijk meer dan de mensen die aan de zijlijn mee staan te kijken. Maar als fotograaf mis ik het complete overzicht. Dat zien de andere toeschouwers dan weer wel. Nu kon ik ook eens genieten van de mooie acties die uk maakt. De acties waar ik vaak maar de helft van mee krijg.

Ondanks de zon voelde het aardig fris aan. Ik was blij met mijn extra laagje kleding en sjaal. Het viel mij direct op dat we drie spelers misten. Twee waren er bijna te laat en kwamen op de valreep aanrennen om nog snel een warming-up te kunnen doen. Een derde speler was gevraagd met een ander team mee te doen. Ik snapte daar de logica niet helemaal van. Want ons team had juist bij deze wedstrijd zijn punten moeten (en kunnen) pakken om de andere helft van het jaar nog in de top 4 mee te kunnen draaien. Terwijl het andere team zo ongeveer kansloos onderaan stond.

Onze kanjers begonnen direct al goed, binnen een paar minuten viel het eerste doelpunt. Je had ze moeten zien rennen over het veld! Het samenspel, de één tweetjes, het vrijlopen… Alle ingrediënten voor een leuke wedstrijd waren aanwezig. Zo ook bij de tegenpartij, die eveneens leuk aan het ballen was. Eigenlijk iets te leuk. Ze waren hier en daar een kop groter en daarmee ook net iets sneller en sterker dan ons team. Maar als één van onze spelers zich fel inzette kwam de tweede speler mee doen en dit werkte aanstekelijk op de rest van het team.

Wij konden na een half uur op ons gemak een bak koffie halen want we stonden met 1 doelpunt voor. De eindstand was hiermee nog niet in zicht. Het kon nog alle kanten op. En dat ging het ook. Met iets van trots kwamen de spelers het veld weer op. De scheidsrechter vloot en de bal vloog richting doel. Ons doel wel te verstaan. Hiermee scoorde de tegenpartij 2-2. Onze jongens moesten flink aan de bak. Na iedere sprint over het veld zagen ze er weer een stukje vermoeider uit. Het werd lastiger om de bal in eigen bezit te houden. De rust had de tegenstander goed gedaan. Wij stonden te juichen en te springen langs het veld om ze op te peppen en net dat beetje meer te laten rennen. De uiteindelijke stand was 5-4. Onze kanjers hadden alles gegeven. Maar het mocht niet baten.

Nog even bleven we kijken hoe de jongens hun vrije trappen namen. De zon was langzaam achter de bomen en het sportcomplex weggezakt en de wind had zijn plek ingenomen. Het werd akelig koud. We zagen Uk langzaam wit weg trekken en uiteindelijk stond ie over zijn hele lijf te rillen als een chihuahua. Snel onder de douche en door naar huis. De rest van de dag hadden we geen kind aan hem. De kou en inspanning op het veld hadden zijn tol geëist. Hij heeft een aardige tijd liggen slapen onder zijn dekentje op de bank. Volgende week spelen ze voor de beker. Hopelijk hebben we dan ook weer een lekker zonnetje en ben ik van de partij om foto’s te maken.

Ik kan het niet laten om toch een foto te plaatsen:

Foto gemaakt aan het einde van vorig jaar, toen de mist het niet mogelijk maakte verder te kijken dan een paar meter.

Zien lopen, doet lopen, ga je mee?

In de bak paardrijden is al enige maanden niet meer wat het geweest is. Het worteldoek steekt hier en daar door de zandbodem heen. De afrastering is gebroken en de bodem zelf staat geregeld onder water of is bevroren. De enige keer dat we zouden kunnen rijden is ’s-avonds als de verlichting het een paar weken geleden niet begeven zou hebben. Daar komt nog bij dat het dan minstens een week niet zou moeten regenen. Want een zeepaard mag dan wel dezelfde naam dragen als mijn edele viervoeter, ze zijn zeker geen familie van elkaar. De afgelopen periode heeft het ook aardig gevroren dus was de rij bak omgetoverd tot minischaatsbaan. Kortom de bak is een drama bij ons.

Gelukkig staat het paard de hele dag met zijn “buurvrouwen” in de paddock. Daar kunnen ze zich uitleven, achter elkaar aan jakkeren, kuilen graven of elkaars deken slopen. Toen de herfst zijn intreden deed had ik mij erbij neergelegd dat zijn conditie de komende (winter)maanden er niet op vooruit zou gaan. Dat actiepuntje bewaren we voor de lente. Wanneer de dagen langer worden, het meer dan een week droog is en we de rij bak weer in kunnen. Toch vond ik dat we zo nu en dan iets meer moesten doen dan een rondje buiten wandelen of een stukje crossen over het ruiterpad. Mijn eigen conditie is inmiddels ook niet al te best meer, dus besloot ik het paard mee op sleeptouw te nemen tijdens een rondje hardlopen.

Hoewel  mijn paard aardig hard kan lopen is hardlopen toch niet echt zijn ding. Zeker als hij zich moet conformeren aan mijn snelheid. Tussen de 8 en de 10 kilometer per uur is voor mij een ideaal tempo. Maar voor hem betekend dat grote passen nemen of heel zachtjes draven. Niet iets waar hij vrolijk van wordt. Al helemaal niet als we langs al die groene grasstroken lopen waar hij van mij, zijn neus niet naar beneden mag steken om zo nu en dan een hap te nemen. Rennen is rennen en grazen is grazen, dat gaat nu eenmaal niet samen.

De lucht was prachtig blauw en de polder werd toegelachen door de zon. Prachtig, prachtig hield ik mijzelf voor terwijl ik stond te klappertanden van de kou. Een flinke warming up op en rond stal zorgde er voor dat de ergste kou verdreven werd. En het paard? Die stond al zuchtend naast mij. Hij wist wat er komen ging. Al na een paar honderd meter was het raak. Als of ie het er om deed. Standje slak ging aan en ik kon hem voortslepen. Met een uitgerekte hals sjokte hij achter mij aan. Als het halstertouw strak naar achteren stond kwam mijnheer aandraven en als zijn schouder mijn schouder raakte besloot hij weer te gaan wandelen. De ijzige kou maakte het er ook niet lekkerder op. Mijn hoofd en kaak deden pijn en mijn bovenbenen waren gevoelloos. Ik besloot vol te houden. Minstens vijf kilometer.

Eenmaal in de polder begon ik langzaam op temperatuur te komen. De pijn trok weg en het paard kreeg door dat hij niet van mij ging winnen. Uiteindelijk liepen we in gelijke tred. Ik kreeg er zelfs plezier in. Een eenzame fietser riep mij toe dat ik op zijn rug moest zitten in plaats van mee te rennen. Ik kon alleen maar lachen aangezien ik alle lucht nodig om te kunnen blijven ademen. Een auto liet ons passeren en de bestuurder zwaaide vriendelijk. Ik had het niet langer koud meer. Op de terugweg rook het paard zijn stal. Het tempo werd langzaam opgevoerd en voor ik het wist sleepte hij mij voort in plaats van andersom. Ik rende een flink stuk in zijn tempo mee tot ik echt geen adem meer over had. De laatste paar honderd meter werden in een pittig wandeltempo afgelegd.

Bij aankomst op stal vielen de eerste regendruppels. Eenmaal thuis kwam het met bakken uit de hemel. Dankzij het tempo van het paard waren we mooi op tijd weer binnen!

Ga je mee hardlopen? Alleen als ik mijn nieuwe oorwarmers op mag!!

Een nieuwe pan…

Enige tijd geleden vroeg vriendlief aan mij of het niet tijd werd voor een nieuwe patatpan. “Hoezo?” vroeg ik hem op mijn beurt. Tot voor kort bakten we nooit zelf patat, hooguit wat snacks. Patat halen we bij de snackbar. Daar waar het vet en de bakluchten thuis horen. “Omdat deze er niet meer uitziet.” Was zijn antwoord. “Maar ik heb hem van jou gekregen. Dan kan ik hem toch niet zomaar weggooien?” Zei ik met een toon in mijn stem die duidelijk maakte dat die pan, hoe smerig ook, niet zomaar weg zou gaan. Dus in het kader van: Gun je patatpan een tweede, derde of vierde ronde want weggooien is zonde… Gingen wij flink aan de poets om de pan er weer als nieuw uit te laten zien. Het was een helskarwei. De pan moest, op het element en de stroomkabel na, geheel gedemonteerd worden. Het deksel moest losgewrikt worden en het filter moesten we er met een schroevendraaier tussenuit peuren. Er zat geen afvoersysteem in voor het oude vet. En ook niet van die handige losse bakken die in de vaatwasser kunnen. De pan heeft een mooi rond formaat, zonder handvaten, wat ondersteboven vasthouden (voor het leeg gieten van de pan, met vette handen) bemoeilijkt.War zone

De keuken zag er na een half uur al uit als een war zone en zo’n beetje alle vetoplossende schoonmaakmiddelen werden gebruikt. Als je onze arbeidsintensiviteit in uren zou uitbetalen hadden we er wel drie nieuwe patatpannen voor kunnen kopen. Aan het einde van de rit waren we alle twee van mening dat we dit nooit meer zouden doen. Maar de pan zag er aardig schoon uit. Dus hebben we hem nog een tijdje gebruikt.

Toen de pan uiteindelijk weer toe was aan een schoonmaakbeurt besloten we een nieuwe te kopen. Vriendlief had al een aantal mooie friteuses op het oog. De één nog mooier (lees: beter en handiger schoon te maken) dan de ander. Toen vonden we er eentje die geheel voldeed aan onze (schoonmaak)eis. Zo één met een handig kijkglas in de deksel, voor het controleren van de voortgang tijdens het frituren (Aldus de Blokker). Kan iemand mij misschien vertellen welke idioot dit verzonnen heeft? Die persoon heeft de pan zeker niet eerst uitgetest?! Zodra er een deksel op de pan gaat kan er geen hitte (en volgens het boekje: nare geurtjes, heus wel!!) ontsnappen. De hitte, en in dit geval de vetspetters, slaan tegen het ruitje. Deze beslaat en NIEMAND, behalve iemand met Bionische ogen misschien, kan de voortgang van de in het vet rondzwemmende aardappelpartjes controleren. Gevolg: men opent het deksel waarmee direct ook grote walmen baklucht de kamer in komen. Alsof het ingebouwde filter dan überhaupt nog nut heeft…

Maar goed, ik dwaal af. Wij hebben dus sinds kort een nieuwe pan. Omdat deze goed schoon te maken is besloten we zelf meer te gaan frituren. Vriendlief kocht dezelfde week bij de Lidl een mooie roestvrijstalen patatsnijder. Toevallig in de aanbieding! Maar hoe nu verder? Ik wist dat verse patat twee keer gebakken moest worden maar daar hield het dan ook mee op. En welke aardappels zijn hier het meest geschikt voor? De groenteboer bij ons in het dorp vertelde dat de “echte” patataardappels niet eens zo lekker waren. Hij smeerde ons de “frieslander” aan. Dankzij internet vonden we het recept van onze smaak. Na een aantal maal geëxperimenteerd te hebben met diverse soorten merken aardappels kwamen we tot de conclusie dat de “frieslander” inderdaad de lekkerste patatsmaak heeft.

De patatsnijder was een aankoop met desastreuse gevolgen. Want de patat, afgezien van de Mc D. frietjes want die smaken zoals Mc D. frietjes horen te smaken, smaakt nu nergens zo lekker als bij ons thuis. 🙂