Nog vijf minuutjes…

Ik wordt wakker gemaakt door geklaag. Ik draai mij om en zie dat vriendlief al uit bed is. Afgezien van het geklaag hoor ik niets. Dat betekend dat hij al richting werk vertrokken is. Het geklaag houdt even op om vervolgens weer te beginnen. Het is niet zomaar geklaag. Het is klagelijk miauwen wat ik hoor.

Noa staat onder aan de trap en miauwt alsof het huis in brand staat. Dat doet ze niet zomaar. Dat doet ze omdat ze honger heeft. En als Noa honger heeft.. Nou.. Dat is net zoiets als wanneer ik honger heb en nog minstens een uur moet wachten voor ik aan kan vallen. Dat wil je een ander niet aan doen. Het is zondagmorgen en net half 9 geweest. Ik gil naar beneden: “NOA” om haar der mond te laten snoeren. Laat mij nog even, al is het maar vijf minuutjes, liggen. Dan kom ik er aan en krijg je eten.

Mijn stem maakt dat ze nog meer gaat miauwen. Dan hoor ik vanuit de vogelkooi mijn stem weergalmen: “NOA”. De vogel imiteert de kat gevolgd door gemiauw. Voor ik kan denken: “oh nee!!” is het feest compleet. De kat miauwt, de vogel doet haar na, gevolgd door de kat die weer op de vogel reageert EN-ZO-VOORT… Het is een cirkel die alleen doorbroken kan worden als ik tussen beide kom en ze alle twee van gevulde voerbakken en vers drinken voorzie.

Dus gooi ik de dekens van mij af en drentel in slaapkleding naar beneden om de beestjes, en vooral mijzelf, van dit klaaglied te ontdoen.

Goedemorgen Nederland…

Familie BBQ…

Al sinds ik mij kan herinneren kwamen wij als familie iedere zondag bij mijn opa en oma bij elkaar. Zij waren de spil van het grote gezin. Want mijn vader had acht broers en zussen waarvan, toen ik geboren werd, zo’n beetje iedereen voorzien was van aanhang al dan niet met kinderen.

Hoewel het al meer dan 16 jaar geleden is dat ik daar een voet in huis heb gezet kan ik mij de bekende “huislucht” evenals de kook en bakluchtjes goed voor de geest halen. Als wij thuis met trassie koken, of uitjes aan het fruiten zijn moet ik altijd aan mijn oma denken.

Mijn oma was gewend te koken voor een groot gezin. Hoe vroeg of laat je daar binnen kwam, er was altijd wel iets te eten en anders werd er wat voor je klaar gemaakt. Iedereen kon aanschuiven. Als ik aan deze periode terug denk zie ik mijn tantes in de keuken staan. Druk bezig met koken, de afwas of wat er dan nog meer in die keuken besproken en gedaan werd. Terwijl mijn ooms zich druk maakten rond de salontafel tijdens een potje klaverjassen gevolgd door het kijken van de F1 of andersom. En wij, de kinderen, speelden spelletjes op de gang waar we vooral niemand in de weg zaten. Grote feesten zoals kerst en oud & nieuw werden traditiegetrouw daar gevierd.

De tijd stond niet stil. Wij groeiden op en opa en oma werden ouder. Toen mijn opa op, voor mijn gevoel, veel te jonge leeftijd kwam te overlijden bleef mijn oma in een groot huis achter. Met tegenzin besloot ze te gaan verhuizen naar een kleinere woning.

De bezoekjes aan oma bleven bestaan. Ook de feestdagen vierden we nog steeds met elkaar. Alleen niet meer in het grote huis maar bij één van de andere familieleden. Hoe gezellig het ook was, de sfeer van “toen” was vervlogen. De periode terug halen is niet mogelijk, daarom koester ik de herinneringen des te meer.

Oma heeft nog enkele jaren mogen genieten van het leven. Uiteindelijk begon ook haar laatste reis, op weg naar opa.

Om er voor te zorgen dat we elkaar als (grote) familie niet uit het oog zouden verliezen en ter nagedachtenis aan opa en oma werd er een familiedag in het leven geroepen. Eén keer per jaar besloten we iets leuks met elkaar te ondernemen. Een pretpark gevolgd door een etentje. De familiedag werd steevast georganiseerd op of rond de verjaardag van mijn oma.

Maar ook nu stond de tijd niet stil. Neefjes en nichtjes werden volwassen en ieder ging zijn eigen weg. De familiedag werd ingekort naar alleen een etentje  waarbij sommige jaren (in ieder geval door mij) werden overgeslagen in verband met andere bezigheden en verplichtingen.

Het afgelopen jaar was voor ons het jaar waarin afscheid nemen centraal stond. Omdat niemand het zag zitten om zijn of haar verjaardag in deze periode te vieren, ook al werden we oa 30 en 50 jaar oud, besloot ik een grote familie BBQ in het leven te roepen, georganiseerd door de beste feestcommissie die er is, mijn familie! Midden in de zomer bij mijn oom en tante thuis. Een locatie die het toe liet om iedereen te huisvesten voor een avond en waar ook nog eens op veilige afstand twee BBQ’s konden staan. Deze avond moest centraal staan voor de verjaardagen die door verdriet niet gevierd konden worden. Deze avond moest onze familie bij elkaar brengen om ons er aan te herinneren dat wat ooit was nooit meer zal komen, maar dat we wel in staat zijn om met ons allen de herinneringen uit het verleden uit te breiden met de gebeurtenissen uit het heden.

Het was een zeer geslaagde avond en zo gezellig en ongedwongen dat ik diezelfde avond geroepen heb het volgend jaar bij ons thuis te willen houden. En zo zal geschiedde. Zaterdag 18 augustus word onze tuin omgetoverd tot een familie café waar we met ons allen hopelijk weer een super gezellige avond zullen hebben. De voorbereidingen zijn al gestart. Familieleden hebben zich spontaan aangeboden om taart te bakken en spullen mee te brengen en/of op te bouwen. Het geeft mij een goed gevoel dat er meer familieleden zijn die zin hebben in dit nieuwe familiefeest. Nu nog hopen op redelijk weer…

 

 

Singing in the rain…

Het enige geluid dat ik hoor is het tikken van de regen op de dakpannen van het huis. Het gekletter in de reeds ontstane plassen en het uitelkaar vallen van de druppels op de takken en bladeren van de bomen. Het neervallende water produceert aardig wat geluid. Maar verder is het stil. Stil in huis, stil op straat. Geen enkel mens waagt zich met dit hondenweer buiten.

De boodschappen zijn al binnen, het paard wordt vandaag gedaan en het werk is morgen pas weer aan de beurt. Ik drentel wat door het huis tot ik mij realiseer dat de plantjes boven op de slaapkamer nog water moeten hebben. Het is overigens een godswonder dat deze twee het nog niet begeven hebben onder mijn bezielende leiding. Ik ben namelijk niet zo heel goed met “flora”. Het meeste laat ik verdrogen, of verzuipen. Er is nooit een tussenweg. Het had nu ook niet een dag langer moeten duren aangezien de aarde al aardig verdroogd was en de takjes treurig omlaag wijzen.

Terwijl ik met mijn gietertje naar het raamkozijn loop hoor ik een kabaal en gegil uit de brandpoort komen. In opperste staat van paraatheid tuur ik naar buiten, klaar om in te grijpen, of om hard weg te kunnen rennen mits dit nodig mocht zijn. Ik zie een aantal buurtkinderen van de overkant door de brandpoort rennen. Twee zijn er lopend en de derde is op zijn fiets. Ze rennen achter elkaar aan, stampend door de plassen. Het water heeft zich daar inmiddels al tot enkelhoogte verzameld. De kinderen zijn alleen hierdoor al tot aan hun middel nat. Alsof dit niet genoeg is schoppen ze het water naar elkaar op.

Vol verwondering aanschouw ik het tafereel beneden mij, met nog steeds mijn gietertje in mijn handen. Ze rennen en springen nog een keer achter elkaar aan. De derde scheurt met zijn fiets door de plassen en laat het water flink opspatten. Het deert hen niet dat het water ook nog eens met bakken uit de hemel komt. Hun gezichtjes glimmen en hun haren druipen van het water. In mijn hoofd hoor ik mijn moeder zingen: “I’m singing in the rain”.

Ik moet mij inhouden om niet naar beneden te rennen, de tuin door en zo de brandpoort in om met deze zeven tot acht jarige donderstralen mee te rennen en springen. Ik wil ook tot aan mijn sokken doorweekt raken. Ik wil ook het water van mijn gezicht af voelen gutsen en mijn haar in pieken langs mijn gezicht voelen hangen. Ik wil ook met mijn fiets door de plassen scheuren met mijn voeten heel hoog opgetrokken. Alsof dat laatste ook maar iets uitmaakt als je al door en door nat bent maar het gaat om het idee!

Zo plots als de kinderen gekomen zijn, zo plots zijn ze ook weer verdwenen. Alsof het geheel een intermezzo van de regenvoorstelling moest zijn. Een leuke onderbreking denk ik bij mijzelf. De rust keer terug en nu blijft alleen het geluid van de gestaag vallende regen achter.

Ik pak mijn gietertje weer op en geef de plantjes alsnog hun water, in de hoop dat ik ze nu niet direct verzopen heb. Eigenlijk ben ik wel blij dat ik niet meer naar buiten hoef. Wat is er nu heerlijker dan lekker weg te kruipen op de bank met een bak thee, een doos met koekjes en een goed boek?

 

 

 

Get in the bowl…

“Wil jij iets lekkers uit de kast pakken als je toch naar de keuken gaat?” Vraagt vriendlief aan mij.

Ik sta even te kniezen voor de kast wat ik mee kan nemen als mijn oog valt op een gekleurde zak. Ik pak een bak en roep op niet mis te verstande wijze: “Get in the bowl” Vanuit de kast wordt terug geroepen: YOU get in the bowl!!” Mijn vriend kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan en vraagt: “Wat sta je nou tegen die kast te roepen?!” Ik, al schouderophalend: “Ze willen er niet in!” Zijn stem klinkt nu wel erg verbaasd “Wie niet?” Waarop ik met een zucht zeg: “Die M&M’s niet!”

 Nanda  plaatste laatst een blog met betrekking tot vervelende reclames. Hier moest ik erg om lachen. Want naast vervelende reclames zijn er ook een aantal die ik erg komisch vind. Zoals dus de (al wat oudere) M&M reclame.

Niet alleen deze maar ook de reclame waar Ali B in speelt voor T-Mobile kan ik wel waarderen.

Driemaal is scheepsrecht…

Ken je dat? Je hoort een geluid, maar je kunt het niet één-twee-drie plaatsen. Het geluid komt ergens vandaan maar je weet zo één-twee-drie niet waar vandaan. Het kan van buiten komen maar ook van binnen, ergens uit een kast, onder het bed of vanuit een andere kamer. Je hoort het geluid, dat lijkt op een piep, maar één keer. Omdat het vervolgens niet meer te horen is schenk je er geen aandacht aan. Je vergeet het en plots is daar de piep weer. Je weet niet zeker meer hoeveel tijd er verstreken is tussen de eerste keer en de tweede keer dat je de piep hoorde. Het wordt wat lastig om het te traceren omdat er geen patroon in het gepiep lijkt te zitten.

Normaal gesproken zou je verder gaan met wat je aan het doen bent. De piep negeren of je spullen laten vallen en er een dagtaak van maken om het gepiep te vinden, te elimineren en vervolgens verder gaan met wat je dan ook aan het doen was. 

Maar…. Wat doe je als dat piepje begint zodra je eindelijk moe en totaal versleten in je overheerlijke warme bedje ligt en je al bijna in dromenland bent aangekomen? Juist… Je zelf dood ergeren omdat je niet kunt achterhalen wat het is. Je neemt het waar en als het niet je wekker of telefoon blijkt te zijn val je vanzelf weer in slaap om vervolgens na enkele minuten door dat vage piepje weer gewekt te worden.

Vriendlief wordt wakker gemaakt: “Psst… Slaap je al?” “Ja ik slaap!” “Nee hoor, want je geeft antwoord!” “Wat?” ‘Laat maar, hoorde jij dat ook?” “Wat?” “Dat gepiep!” “Als jij onder piepen valt, dan hoorde ik inderdaad gepiep!” “Nee niet ik, dat geluid!” “Jij maakt ook geluid en nu wil ik weer verder slapen!”

Tien minuten later volgt er weer een piep. Ditmaal hoorde vriendlief het ook. We bakkeleien er over en komen tot de conclusie dat het waarschijnlijk de rookmelder is. Hij besluit zijn bed uit te gaan en de rookmelder op de gang te ontdoen van de batterij. Na enkele pogingen lukt het hem dat dekseltje in het pikkedonker open te wrikken en de batterij te verwijderen.

Tevreden vallen we in slaap om na ongeveer tien minuten weer bruut gewekt te worden door het “piepje”. Ik moet mij inhouden om niet te gaan lachen. Het was niet de rookmelder op onze overloop maar die van zolder. Achteraf natuurlijk logisch dat het niet die op de gang was aangezien de piep niet zo heel duidelijk waarneembaar was. Vriendlief gooit het dekbed van zich af en sprint door naar zolder. Na een paar minuten verschijnt hij met de lege batterij in zijn handen beneden. “Kunnen we dan nu slapen?” Vraagt hij geïrriteerd?

Nee, dat denk ik niet” Roep ik gierend van het lachen als ik na tien minuten weer een piep hoor. Vriendlief, woest. omdat ik in het holst van de nacht naast hem lig te stuiptrekken van het lachen en hij de Sjaak is en dus zijn bed voor de derde maal uit moet opzoek naar rookmelder nummer drie. Die hangt in de kamer van Uk, die nietsvermoedend lag te slapen. Stampvoetend loopt hij naar boven en rukt in één keer de gehele rookmelder van het plafon. Hij verschijnt in de deuropening met in zijn linkerhand de rookmelder en in zijn rechterhand de batterij.

“Zo… Nu kunnen we slapen!”

Een laatste groet…

Ik sta in een schemerige ruimte en een allesoverheersende stilte vult mijn oren. Om mij heen staan bloemen, heel veel bloemen. In het midden van de ruimte staat een kist. Het hoofdeinde van de kist wordt geflankeerd door twee kaarsen. De uitvaartbegeleidster vraagt of het zo lukt. Als ik hierop bevestigend knik verlaat ze de ruimte om zich bezig te houden met haar eigen taken. Ik blijf alleen achter met de man in de kist. Hij is niet van plan om ergens naar toe te gaan. Zijn taak op aarde zit er op en zijn volgende reis is reeds begonnen.

Voor de nabestaanden maak ik een uitvaartreportage zodat ze later, in alle rust, nog eens terug kunnen kijken op deze droevige dag. Voor de verwerking, ter herinnering of gewoon omdat ze hier behoefte aan hebben.

Zorgvuldig verplaats ik wat bloemstukken zodat de linten beter zichtbaar zijn. Ik hurk om een foto te maken en kan een rilling niet onderdrukken. De dood wacht niet, het klopt aan op onverwachte momenten. Voor jou, voor mij en nu voor deze man. Tot voor kort een echtgenoot, een vader, een opa.

Had mij drie jaar geleden verteld dat ik mij vandaag de dag bezig zou houden met uitvaartreportages en ik had je uitgelachen. Hoewel de dood mij altijd gefascineerd heeft moest ik er niets van hebben. De gedachten om alleen met een overleden persoon in één ruimte te zijn gaf mij de rillingen. Door zelf het nodige mee gemaakt te hebben, heb ik ook geleerd over drempels heen te stappen. En zie hier, ik sta nu alleen in de ruimte en kijk door het oculair van mijn toestel naar een man die tot voor kort nog midden in het leven stond.

Voor mij een fijne gedachte dat ik deze reportage voor de familie mag maken. Daar heb ik graag mijn eigen grenzen voor willen verleggen en de nodige onzichtbare drempels voor willen nemen.

Terwijl de familie op hun manier afscheid neemt van de man loop ik vast naar buiten. Daar tref ik zes dames aan die klaar staan om de kist te dragen van de aula naar de begraafplaats. Het draagstersgilde is iets waar ik tot voor kort geen weet van had. Iedere keer weer vind ik het bijzonder om dit te mogen aanschouwen. Hun filosofie is: “Ieder mens wordt voor zijn of haar geboorte gedragen door een vrouw. En wanneer dat leven over is, zijn het wederom vrouwen die hem of haar naar de laatste rustplaats dragen. Vrouwen dragen je het leven in en het leven uit”.

De mensen zijn in grote getale toegestroomd om hun laatste eer te bewijzen aan deze man. Als het nodige gezegd is, zijn lievelingsmuziekstuk als laatste wordt gespeeld en de dienst er vervolgens op zit gaan de deuren van de aula open. Het eerste waar mijn oog op valt is de blauwe lucht. Fijn dat de zon de wolken op deze trieste dag heeft weten te verjagen. De draagsters staan klaar om de man naar zijn laatste rustplaats te brengen. Achter de kist loopt zijn familie, gevolgd door vrienden, collega’s en andere bekenden. Bij zijn graf worden nog enkele woorden tot hem en zijn familie gesproken. De hele stoet met mensen loopt nog één maal langs de kist. Dan is het moment ook aangebroken voor zijn vrouw. Ze prevelt een paar woorden, een laatste groet, een afscheid. Met gebogen hoofd en omringt door haar familie loopt ze bij het graf van haar man vandaan om hem daar voor altijd te laten rusten… 

 

 

 

 

 

 

 

Een werkplek vol herinneringen…

07.40 uur, ik kom aan op mijn werk en wens mijn collega bij de receptie een goedemorgen toe. Zelfs de postbode was op dit vroege tijstip al geweest en ik loop met alle “fanmail” van onze klanten door naar de lift. “Er zit ook een aangetekende brief voor jou bij!” Roept de receptioniste van achter haar pc.

Terwijl ik onhandig de grote stapel post in evenwicht probeer te houden druk ik met één van de vingers die ik vrij kan maken op het knopje van de lift. De stapel begint te schuiven en zoals verwacht maar niet gehoopt glijd de stapel post van mijn arm op de grond. Als de lift boven is heb ik bijna alle poststukken weer bij elkaar geraapt. Voor de liftdeuren zich weer kunnen sluiten graai ik de laatste enveloppe van de grond en stap snel naar buiten, de gang op.

Direct maakt mijn hart een noodstop om vervolgens met 200 slagen per minuut op hol te slaan. Terwijl mijn hart bezig is met een marathon probeer ik logisch te blijven denken.

Ik staar naar de aangetekende brief die aan mij geadresseerd is. Niets bijzonders in een bedrijf waar dagelijks zakken met post worden afgeleverd. Het is ook niet zozeer de enveloppe die mijn aandacht getrokken heeft, maar het handschrift. Dat is namelijk identiek aan die van mijn vader. Dat zou nog niet eens zo bijzonder zijn, was het niet dat mijn vader 1.5 jaar geleden overleden is. Ik vraag mij af of ze sinds kort ook aan postzending in de hemel doen, via een engel van een postbode is het poststuk van mijn vader bij mij terecht gekomen…

Terwijl ik naar mijn bureau toe loop, met nog steeds de stapel post in mijn handen, gaan mijn gedachten uit naar mijn vader. Hij heeft jaren lang voor Rolled Alloys gewerkt. Een firma gericht op de staalindustrie. Het pand is echter meer dan 12 jaar geleden met de grond gelijk gemaakt. Mijn vader moest opzoek naar ander werk of mee verhuizen naar elders in het land. Hij koos voor optie één om zo dicht in de buurt van ons te kunnen blijven. Op de plaats waar hij altijd met veel plezier gewerkt heeft is een kantorencomplex uit de grond gestampt. Voor de mensen die wel in toeval geloven…. 4.5 jaar geleden ben ik in dat kantorencomplex komen te werken. Om het nog specialer te maken. Mijn kantoor is op precies dezelfde locatie gelegen als de ruimte waar mijn vader de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten kijk zie ik de snelweg, het roestige dak van de garage tegenover ons en de opslagruimte van mijn vader die voor ons nu dienst doet als parkeerplaats. Ik heb het zelfde uitzicht dat mijn vader jaren lang gehad heeft als hij uit het raam naar buiten keek, of de werkplaats uitliep om naar buiten te gaan.

Soms, als ik door de krochten van ons pand loop opzoek naar een doos briefpapier of enveloppen, ruik ik een vlaag van de lucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. De bekende staal en stof lucht. Als ik dan mijn ogen dicht doe zie ik mijn vader zo levendig voor me in zijn blauwe overal en zijn oranje “Happy Music”* T-shirt daar onder. En die lompe veiligheidsschoenen met stalenneuzen er in. Ik zie hem lopen door de loods met opdrachten in zijn handen terwijl hij naar mij lacht en zegt: “He meisje, ik ben bijna klaar hoor!”

Mijn collega haalt mij uit mijn overpeinzingen door te vragen of alles wel goed met mij gaat. Ik moet even terug op aarden komen, maar knik vervolgens dat alles oké is. Ik glimlach om de herinneringen aan mijn vader en kijk nog eens goed naar de enveloppe en het logo. Het zou echt mijn vaders handschrift kunnen zijn. Maar voor zover ik weet nemen ze in de hemel geen examens “Gasmeten in zeecontainers” af…

***

*Happy Music was het bedrijfje van mijn familie. Mijn vader en zijn broers waren daar DJ van en speelden op plaatselijke feestjes en partijen.

King Toet…

Liefde maakt blind.. Dat is een ding dat zeker is. Kleur, geur of smaak doet er niet meer toe. Het enige waar ik nog aan kon denken was hebben hebben hebben. My precious…

Schreef ik eerder nog dat ik wilde gaan voor een zwarte of een creme kleurige, aangezien ik de nu-ben-je-echt-kind-af-leeftijd-van-30+ voorbij ben, kan ik jullie nu meedelen dat het een iets andere kleur geworden is. Maar oh, ik was op slag verliefd toen zijn neus voorbij kwam op mijn scherm.

Hoewel het achterlaten van BJ aanvoelden alsof ik mijn trouwe vierwieler bij de dierenarts een spuitje liet geven. (Hartverscheurend en het idee alleen al bezorgde mij iedere keer weer als ik op internet naar een ander keek de rillingen)Zo blij als een kind in een snoepwinkel was ik bij het overhandigd krijgen van de sleutels…

Mag ik jullie voorstellen aan mijn nieuwe liefde, mijn nieuwe aanwinst: “King Toet”

                         

Zo…. laat de zomer nu maar beginnen 🙂

Blogblock…

Tijdens mijn blogblock van de afgelopen weken (als je dit zo kunt noemen tenminste) besloot ik andere bloggers onder de loep te nemen. Hoe vaak en wat plaatsen ze bijvoorbeeld? Ik kwam daarbij een aantal bloggers tegen die het presteren om iedere dag een blog te plaatsen. (laura van Laura denkt,  is er bijvoorbeeld zo één) Soms met onzinnige dingen maar geregeld ook met nuttige informatie, leuke weetjes en andere bijzondere feiten. Ik weet niet zo goed hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen naast een fulltime job, huishouden en andere hobbies die allemaal tijd, aandacht en energie vragen. Op de vraag hoe deze dames en heren het voor elkaar krijgen om iedere dag te bloggen kreeg ik veelal als antwoord: tijd inplannen en consequent zijn. Nu moet ik mijzelf de vraag stellen of ik dit wel wil. Het is namelijk niet mijn bedoeling om iedere dag te bloggen. Ik wil graag weer in de flow van het schrijven komen. Joyce gaf eerder al als antwoord op een blog van mij dat bloggen een hobby is en dat dit vooral zo moet blijven. Daar heeft ze een goed punt. Ondanks dat het een hobby is wil ik er wel graag iets mee doen. Daarom wil ik proberen om iedere dag iets te schrijven en meer dan één keer in de week iets te plaatsen op mijn blog. Zo hoop ik weer wat creatiever te worden en niet alleen maar letters uit mijn mouw te schudden maar ook daadwerkelijk weer verhaaltjes en belevenissen op papier te kunnen zetten.

Het draait allemaal om inspiratie, de bron van het begin… Wordt ik geïnspireerd dan heb ik al snel een stukje in gedachte. Daar zal het zeker niet aan liggen aangezien hier en om mij heen inspiratie te over is. Maar dan moeten de woorden nog wel logische zinnen gaan vormen, die lekker lopen en begrijpbaar zijn voor mijn lezers. Hier loop ik dus op vast. Het komt nog het meest in de buurt van een bepaald woord waar je maar niet op kunt komen. De letters liggen op het puntje van je tong en wachten tot het lampje in je grijze hersenpan gaat branden zodat je het “vergeten” woord vervolgens bijna uitspuugt zodra het je weer te binnen schiet.

Zo heb ik dus nog een aantal onafgemaakte blogjes, niet geschreven stukjes en een hoop onuitgesproken woorden liggen. Flarden van zinnen dansen in mijn hoofd en vechten om een plaatsje op het (digitale)papier. Ik ga de raad van mijn mede bloggers opvolgen en vanaf vandaag wat consequenter bezig zijn met schrijven.

Hebben jullie, bloggers,  hier wel eens last van en zo ja, wat doen jullie er aan afgezien van rust houden?

Even niets…

Doordat ik heftig in mijn koffiekopje aan het roeren ben ontstaat er een draaikolk. Het zuigt mijn gedachten mee naar beneneden. Ik schrik op omdat mijn vriend, iet wat geïrriteerd, aan mij vraagt of ik alsjeblieft wil ophouden met dat neurotische gedrag. Ik glimlach als een boer met kiespijn en besluit mijn kopje leeg te drinken zodat ik niet meer in de verleiding kom om, onbewust, te spelen met het lepeltje. Ik ben een beetje besluiteloos en naast dat ook een beetje inspiratieloos.

Ik heb verschillende onderwerpen liggen waar ik graag wat over wil vertellen. Of waar ik mij in kan verdiepen om daar vervolgens over te bloggen. Maar de woorden blijven achter mijn lippen liggen als een grote samen gekauwde brij. En mijn vingers zweven eerst een tijd boven het toetsenbord om vervolgens de half gemaakte zinnen met de delete knop weer van het digitale papier te laten verdwijnen. Een normaal of goedlopend verhaal komt er niet uit.

De afgelopen paar weken ben ik aan één stuk door gegaan. Met werken wel te verstaan. Naast mijn normale administratieve baan bij een examenbureau stond de rest van mijn vrije tijd in het teken van de (sport)fotografie en het bewerken van de geschoten platen. De laatste weekenden van het sportseizoen staan meestal in het teken van de toernooien. Her en der ben ik aanwezig geweest om hier foto’s van te maken. Ook één van de E- teams van Feyenoord wilde hun laatste wedstrijd van het voetbalseizoen vast gelegd hebben. Nu zitten alle voetbaltoernooien en wedstrijden er op. Alleen 16 en 23 juni heb ik nog twee grote hockeytoernooien bij de Hockeyvereniging in Gorinchem op het programma staan.

Naast de voetbal heb ik ook nog wat andere foto’s mogen maken, waaronder een foto voor bij een krantenartikel, dat overigens nog geplaatst moet gaan worden.  De uitvaartbegeleidster en één van de Notarissen bij ons op het dorp gaan een informatieochtend houden met betrekking tot uitvaart & erfrecht.

Waarschijnlijk zijn mijn grijze cellen gewoon een beetje toe aan rust. Daarom ga ik mij deze zondag verder niet meer druk maken over wat ik allemaal nog moet. Ik laat de boel de boel en ga lekker grasduinen op het web, op zoek naar leuke blogjes. Wie weet doet een middagje niksen mij wel goed en doe ik nog wel wat inspiratie op voor volgende week

Fijne zondag…