Ieder zijn ding…

Grazen 3Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.

Grazen 1

Poownie staat altijd met zoveel smaak te grazen dat ik soms spontaan zin krijg om mee te doen. Ik bedoel, het moet voor mijn gevoel net zo zijn als een bezoek aan mijn favoriete restaurant. De geuren die je te gemoed komen zodra je binnen stapt. De verschillende soorten (stok)broodjes met kruidenboter die je al gepresenteerd krijgt nog voor je aangeschoven bent. En dan, zodra de keuze is gemaakt uit de vele lekkere gerechten, je tanden in een heerlijk stuk mals vlees en knapperige patatjes kunt zetten. Ja, zo moet het voor poonwie ook zijn als ie met zijn neus tussen het gras staat.

Ik snap hem dus wel. Zijn honger naar eten is niet te stillen. Wortels, appels, brood, hooi, bix, muesli en gras. Hij lust het allemaal. In de zomer staat hij 24 uur per dag in het weiland. Daar kan hij zelf in zijn graasbehoefte voorzien. Maar in de winter wordt het toch wat lastiger voor hem om zich met zijn hobby bezig te houden. Gelukkig heeft ie een maatje die het niet erg vind om een aantal uur per week naast zijn zijde te staan zodat hij zich bezig kan houden met één van zijn grootste en favoriete bezigheden.

Ach, het paard is mijn hobby, grazen (en zich zelf vies maken) de zijne.

 Grazen 2

Op buitenrit…

Mijn “paardencarrière” begon met een verzorgpaard maatje joekel, type tuiger. Zo een die voor de kar stond bij trouwerijen. Ik was amper 14 jaar oud toen ik het beest in mijn schoot geworpen kreeg. Zijn oude verzorgster durfde er niet meer op omdat hij er steeds in volle galop vandoor ging. En ik? Ik vond het allemaal prachtig. Hij leerde mij paardrijden en in ruil daarvoor  brachten we uren in de rijbak en buiten op straat door. Het beest had een hoefkatrolontsteking en na hem een jaar intensief verzorgd te hebben moest ik afscheid van hem nemen. Hij ging naar de eeuwige groene weides waar hij pijnloos kon rennen zolang hij maar wilde.

Niet lang daarna kwam ik op een stal waar ik mijn huidige paardje kocht. Een heel verschil met de tuiger waarop ik heb leren paardrijden. Hij was van het maatje klein, type New Forest. Een pony dus. Van stokmaat 1.74 meter naar 1.47 meter. We waren een echt penny-pony-bos-cross-team. Hoe harder we konden crossen hoe leuker het was. Achterstevoren in draf door de bak was ons ook niet vreemd. Een sprongetje over boomstammen of zelf in elkaar geknutselde hindernissen maakten we wekelijks. En toen we hier op uitgekeken waren (of inzagen hoe gevaarlijk we soms bezig waren…) besloten we dressuurwedstrijden te gaan rijden. Een aantal jaar heb ik privéles met hem gehad. Rijden op manegepaarden heb ik niet langer dan een half jaar gedaan en alleen voor het behalen van mijn ruiterbewijs. Andere paarden rijden is dus niet iets wat ik wekelijks doe. Sterker nog, als je mij op een ander paard zou zetten zie ik er uit als een beginneling. Toch zei ik direct ja toen mijn vriendin mij vroeg mee te gaan op een buitenrit. En niet zomaar een buitenrit…

Weken van te voren was de datum al geprikt. Ik had er vreselijk veel zin in. Het was ruim 17 jaar geleden dat ik op een ander c.q. groter paard heb gereden. Zou ik dat nog wel kunnen? De hele week was het wisselvallig weer geweest maar deze zaterdag brak er een waterig zonnetje door en de temperatuur was ook niet onaardig. ?? Het weer werkte gelukkig mee. We togen af naar Oisterwijk. Want daar stonden twee Friezen op ons te wachten.

Bij aankomst stonden de paarden al op de poetsplaats en werden door hun verzorgsters onder handen genomen. Ze waren G R O O T ! Vriendin zag mijn bezorgde blik maar verzekerde mij dat ze de twee braafste voor ons had gereserveerd. Ik kreeg Ducky mee. Een vreemde naam voor een Fries, maar braaf was ie in ieder geval wel. Samen met een dame die de weg op haar duimpje kende reden we om 10.00 uur van stal. Ik keek direct mijn ogen uit. We bevonden ons in het midden van het bos. De ruiterpaden waren zo breed dat we met zijn drieën naast elkaar konden lopen. Dat waren nog eens andere paden dan de ruiterpaden hier in het park, die niet breder zijn dan een halve meter. Ik moest wel even wennen aan de grote passen die Ducky maakte. Vergeleken met mijn pony leek het of ik op een stoomwals zat.

1243856_610997635618626_605196045_oHet zonnetje droogde het natte bladerdek wat zorgde voor een heerlijke boslucht. We liepen langs vennetjes. Galoppeerden heuvels op en draafden hele stukken. In geen velden of wegen waren er auto’s te bekennen. Her en der kwamen we wandelaars of andere ruiters tegen. Maar verder had ik het gevoel dat we alleen op de wereld waren. Er heerste zo’n rust dat ik helemaal bij kwam. Wat een heerlijke omgeving.

De twee uur vlogen om en voor we het wisten waren we alweer terug op stal. De rit was super verlopen en ik had heerlijk gereden. Ik stapte wel als een cowboy van mijn paard en wist dat de spierpijn zich sneller zou aandienen dan wanneer ik met mijn eigen pony een ritje zou maken. De staleigenaar had voor koffie en tosti’s gezorgd. Waardoor we zeker nog een uur zijn blijven plakken.

Deze ochtend is voor herhaling vatbaar. Vriendin heeft zelfs al aangeboden om als paardentaxi te fungeren zodat ik een volgende keer met mijn eigen paardje een bosrit kan maken. Want ik weet zeker dat hij, net als ik, geniet van deze prachtige omgeving…

Toeren met Toet …

Het kwik steeg in onze achtertuin tot een graadje of 31. In de schaduw was het heerlijk vertoeven. In de zon misschien net iets te warm. Maar het kon mij niet schelen. Ik had wat zonnestraaltjes in te halen dus bleef ik liggen waar ik lag, ondanks de zweetpareltjes die langzaam op mijn voorhoofd zichtbaar werden. Vriendlief lag op de lounge set met zijn pootje omhoog, net zoals de afgelopen drie dagen. Na een meniscusoperatie mocht hij de eerste vier dagen niets anders doen dan alleen het noodzakelijke, naar de wc en koffie zetten. Heel vervelend met dit weer!! Maar na drie dagen “binnen” zitten wilde hij er toch ook wel even tussenuit.

“Boor… Wil jij zo even een stukje toeren met mij?” klonk het rechts van mij. Ik draaide mijn hoofd en keek in het gezicht van vriendlief die mijn blik met zo’n grote smile beantwoorde dat een tandpasta reclame er jaloers op zou zijn. Dat kon ik niet weigeren en binnen een minuut of tien zaten we in King Toet met het dak open en de raampjes omlaag. Met het zonnetje aan een blauwe hemel is het heerlijk om een cabrio te hebben.

Zonnebril en petje op mijn knar, ik was er klaar voor. “Waar wil je naar toe?” Riep ik als chauffeur. “Oh, gewoon een stukje rijden. “ Was zijn antwoord. “Een stukje rijden? Heb je geen idee waar je heen wilt of wat je wilt zien?” Als ik iets niet kan is het doelloos rondrijden. Voor je het weet rij je vijf keer het zelfde rondje. Dus ik kraakte mijn hersens en bedacht mij dat mijn laatste rondje hardlopen van acht kilometer door de polder een mooie begin voor onze route was. Ik had dit stuk zelf ook nooit eerder gereden of gelopen en verbaasde mij vooral over al het groen, de stilte en de vele paarden die er vanaf de dijk te zijn zien. De mooie dijkhuisjes zijn ook echt de moeite waard om eens te bekijken. “En dit heb jij allemaal gelopen van de week?” “ja ja!!” Zelf ook nog steeds onder de indruk van mijn eigen hardloopprestaties. We kwamen aan de achterkant van het dorp uit en ik besloot langs het water “De Waal” verder te rijden richting Rijsoord. Zo’n beetje alle jongelui uit het dorp hadden zich hier verschanst om te zwemmen, varen en te zonnen. Wat een leuke bedrijvigheid aan de waterkant.

De rit ging verder langs oude boerderijen, mooie villa’s en pittoreske dijkhuisjes. De dijkhuisjes lagen overigens aan een zeer claustrofobisch dijkje. Dus waren we erg blij toen we dit stuk achter ons konden laten. Ooit reed ik hier met het paard en was het mij niet opgevallen dat de huizen wel heel dicht op elkaar staan. Maar ik moest nu geen tegenligger tegenkomen want dan had één van ons het stuk achteruit terug moeten rijden. (En nee, het was geen één richtingsverkeer). Inmiddels waren we twee dorpen en een uur verder. Wat was ik blij met mijn petje op mijn knar aangezien mijn gezicht al aardig verkleurd was. Mijn armen daarentegen waren mooi rood. Bizar hoe snel dat gaat, alsof je aan het strand ligt te bakken. Vriendlief had nergens last van en genoot van het zonnetje en het uitzicht.

Het werd tijd om weer richting huis te rijden maar ik werd de andere kant op gedirigeerd. Eerst moest er nog een lekker Italiaans ijsje gehaald worden bij de ijssalon. Het leven van een chauffeur is zo gek nog niet!!

Verbeelding brengt je overal…

De stoom kringelt van het water omhoog. Even ben ik in nevelen gehuld. Het streelt mijn gezicht en lost dan op in de buitenlucht. Het ruikt heerlijk naar een mengsel van eucalyptus en andere kruidige geuren. Ik haal diep adem en laat mij vervolgens onderdompelen in het warme water. Het uitzicht is buitengewoon prachtig. Een strakblauwe lucht en zonnenschijn.

Sneeuw en ijs hebben de bP1040414kopieomen omgetoverd tot een sprookjesachtig geheel. Zoiets zie je niet dagelijks. Je zou zeggen dat het vreselijk is om je nu buiten in een bad te begeven. Maar het water is heerlijk warm. Ik voel mij zelfs een beetje rozig van de inspanning van de afgelopen dagen, het warme water en de frisse buitenlucht.

P1040434kopie

Ik sluit mijn ogen en probeer nergens aan te denken. Het schijnt dat Boeddhistische monniken daar jaren voor moeten leren om in die “zen” stand te komen. Geen jaren van training voor mij. Daar heb ik het geduld en de tijd niet voor. Een enkele seconde lukt het om mijn gedachten over “niets” bij elkaar te houden en dus nergens aan te denken. Hier moet ik genoegen mee nemen. Ik word weer aangetrokken door het mooie landschap. Ik moet er naar kijken. Alles in mij opnemen. Kon ik het maar meenemen, terug naar Nederland. Er heerst complete rust. Om mij heen en in mijn hoofd. Geen stress, geen moeten, geen tijdsdruk, geen gerace tegen de klok of gehaast. Ik voel mij bijna één met mijn omgeving.

“Deb, mag dat raam nu alstublieft dicht? Mijn wimpers voelen aan als de haren van mijn tandenborstel!!” Met een ruk open ik mijn ogen. Terug in de werkelijkheid in plaats van Oostenrijk. Terug in het hier en nu,
en kijk naar een geïrriteerd gezicht van vriendlief die aan de overkant van mij in bad zit. Ik ben niet langer buiten tussen de met sneeuw en ijs bedekte bergen maar in onze eigen badkamer, met gedimde spotjes, vloerverwarming en uitzicht van maar twee meter eer ik de muur bereikt heb. Ik grijns hem toe terwijl ik het raam achter mij dicht doe. Gelukkig hebben we de vele foto’s en filmpjes van de wintersport nog…

**Foto’s gemaakt door mijn oom en tante tijdens ons weekje wintersport in Oostenrijk.

Het zit er weer op…

Die bospaadjes, altijd weer die ellendige bospaadjes. Ik heb mij vorig jaar gek laten maken na één val met mijn snowboard. En die val was niet eens zo hard. Het was de afgrond die in één keer heel dicht bij kwam. Het zit gewoon tussen mijn oren. Ik kan sturen en ik kan remmen. Dus het zou geen probleem moeten zijn. Maar zodra ik hoor dat ik via een bospad terug, of naar een andere piste moet gaan de radartjes draaien. Mijn benen doen vervolgens niet meer wat ik wil. En dan die afgrond he?! Hier in Nederland heb je een vangrail aan de zijkant van de weg. In Oostenrijk zie je de boomtoppen aan de zijkant van het bospad, geen vangrail, geen plankje, geen lintje maar boomtoppen. En als je boomtoppen ziet dan betekend het dat er nog een heel stuk boom onder die top staat…

Ondanks die rare bospadenfobie van mij heb ik toch een super wintersportweekje achter de rug. Ik heb heerlijk geboard. Of dit kwam door mijn nieuwe board of omdat ik de techniek steeds beter beheers laat ik even in het midden. Weken voordat we weg gingen liepen we elkaar al gek te maken, op facebook, via de speciaal aangemaakte wintersportapp of via de mail. We waren dit keer met 15 man, vrouw en kind. Van de 15 waren er vier boarders, twee wandelaars en de rest skiërs.

Het weer zat grotendeels mee, zon, blauwe lucht maar ook wel wat bewolking en mist. Gelukkig hebben we maar één ochtend sneeuw gIMG_8600kopieehad. De pistes lagen er super mooi bij en het was  in ons gebied heel erg rustig. Zelfs zo rustig dat we geregeld een piste helemaal voor ons alleen hadden. Dat vond ik niet erg want zo kon ik op mijn gemak een beetje aanmodderen op pistes waar ik vorig jaar alleen al de rillingen van kreeg als ik er naar keek. Deze vakantie heb ik alle pistes gehad. Eén daarvan alleen maar roetsjend, die vond ik echt te steil om mijn bochtjes op te maken. Maar wie weet, een volgende keer…

Vorig jaar wilde ik heel graag een afdaling maken met de slee op de speciaal daarvoor aangelegde rodelbahn. Maar niemand wilde met mij mee. Dit keer kreeg ik mijn nichtje zo ver om ook haar leven te riskeren. Rodelen met een houten slee zonder rem is namelijk niet geheel zonder gevaar. Voor je het weet staat je onderbeen de verkeerde kant uit en breek je iets. De reden voor veel mensen om dit niet te doen. Vol enthousiasme huurden wij alle twee een slee en gingen met de stoeltjeslift naar boven. Als al die kleine kinderen zonder kleerscheuren beneden komen, moet wij het toch ook kunnen?? Omdat het mijn plan was mocht ik waarschijnlijk als eerst. Ik heb daar wel even een seconde of drie staan twijfelen. Het pad ging met een bochtje het bos in. Het was niet te zien hoe het van daar verder liep. Maar uiteindelijk viel het mee. De lange baan, met veel bochten, hebben we drie keer gedaan voor we er genoeg van hadden. Toen Uk hoorde wat hij gemist had vond hij het wel een beetje jammer dat hij niet met ons mee was geweest.

De wintersport zit er helaas weer op. Dit keer niet één val op een bospad gemaakt. Wel onzichtbare drempels genomen, aan mijn techniek gewerkt en de skipas er dubbel en dwars uitgehaald. Verder heel veel en lekker gegeten en natuurlijk veel lol met mijn familie en vrienden gehad.

Zijn er onder de lezers nog wintersportliefhebbers?
Zo ja, welk wintersportgebied zou jij mij aanraden en waarom?

Een nieuwe pan…

Enige tijd geleden vroeg vriendlief aan mij of het niet tijd werd voor een nieuwe patatpan. “Hoezo?” vroeg ik hem op mijn beurt. Tot voor kort bakten we nooit zelf patat, hooguit wat snacks. Patat halen we bij de snackbar. Daar waar het vet en de bakluchten thuis horen. “Omdat deze er niet meer uitziet.” Was zijn antwoord. “Maar ik heb hem van jou gekregen. Dan kan ik hem toch niet zomaar weggooien?” Zei ik met een toon in mijn stem die duidelijk maakte dat die pan, hoe smerig ook, niet zomaar weg zou gaan. Dus in het kader van: Gun je patatpan een tweede, derde of vierde ronde want weggooien is zonde… Gingen wij flink aan de poets om de pan er weer als nieuw uit te laten zien. Het was een helskarwei. De pan moest, op het element en de stroomkabel na, geheel gedemonteerd worden. Het deksel moest losgewrikt worden en het filter moesten we er met een schroevendraaier tussenuit peuren. Er zat geen afvoersysteem in voor het oude vet. En ook niet van die handige losse bakken die in de vaatwasser kunnen. De pan heeft een mooi rond formaat, zonder handvaten, wat ondersteboven vasthouden (voor het leeg gieten van de pan, met vette handen) bemoeilijkt.War zone

De keuken zag er na een half uur al uit als een war zone en zo’n beetje alle vetoplossende schoonmaakmiddelen werden gebruikt. Als je onze arbeidsintensiviteit in uren zou uitbetalen hadden we er wel drie nieuwe patatpannen voor kunnen kopen. Aan het einde van de rit waren we alle twee van mening dat we dit nooit meer zouden doen. Maar de pan zag er aardig schoon uit. Dus hebben we hem nog een tijdje gebruikt.

Toen de pan uiteindelijk weer toe was aan een schoonmaakbeurt besloten we een nieuwe te kopen. Vriendlief had al een aantal mooie friteuses op het oog. De één nog mooier (lees: beter en handiger schoon te maken) dan de ander. Toen vonden we er eentje die geheel voldeed aan onze (schoonmaak)eis. Zo één met een handig kijkglas in de deksel, voor het controleren van de voortgang tijdens het frituren (Aldus de Blokker). Kan iemand mij misschien vertellen welke idioot dit verzonnen heeft? Die persoon heeft de pan zeker niet eerst uitgetest?! Zodra er een deksel op de pan gaat kan er geen hitte (en volgens het boekje: nare geurtjes, heus wel!!) ontsnappen. De hitte, en in dit geval de vetspetters, slaan tegen het ruitje. Deze beslaat en NIEMAND, behalve iemand met Bionische ogen misschien, kan de voortgang van de in het vet rondzwemmende aardappelpartjes controleren. Gevolg: men opent het deksel waarmee direct ook grote walmen baklucht de kamer in komen. Alsof het ingebouwde filter dan überhaupt nog nut heeft…

Maar goed, ik dwaal af. Wij hebben dus sinds kort een nieuwe pan. Omdat deze goed schoon te maken is besloten we zelf meer te gaan frituren. Vriendlief kocht dezelfde week bij de Lidl een mooie roestvrijstalen patatsnijder. Toevallig in de aanbieding! Maar hoe nu verder? Ik wist dat verse patat twee keer gebakken moest worden maar daar hield het dan ook mee op. En welke aardappels zijn hier het meest geschikt voor? De groenteboer bij ons in het dorp vertelde dat de “echte” patataardappels niet eens zo lekker waren. Hij smeerde ons de “frieslander” aan. Dankzij internet vonden we het recept van onze smaak. Na een aantal maal geëxperimenteerd te hebben met diverse soorten merken aardappels kwamen we tot de conclusie dat de “frieslander” inderdaad de lekkerste patatsmaak heeft.

De patatsnijder was een aankoop met desastreuse gevolgen. Want de patat, afgezien van de Mc D. frietjes want die smaken zoals Mc D. frietjes horen te smaken, smaakt nu nergens zo lekker als bij ons thuis. 🙂

Beleg op brood…

Als kind mocht ik van mijn moeder altijd maar één belegsoort op brood. Daar werd ook onder verstaan: één plakje kaas of één plakje ham. Ze kon het meestal niet zo waarderen als ik hagelslag met brood at in plaats van brood met hagelslag. Het was al duur genoeg en als alleenstaande moeder moest ze vaak de eindjes aan elkaar knopen om rond te komen.

In de weekenden, bij mijn vader, nam ik het er meestal van. Een ontbijt bestond bij hem altijd uit broodjes of wit brood. Ook met het beleg werd flink royaal gestrooid. Meerdere belegsoorten op één broodje vond mijn vader niet erg. Pindakaas met hagelslag vond ik bijvoorbeeld vreselijk lekker. Nog steeds overigens. Of we maakten onze eigen broodjes gezond: met kaas, ham en alles wat er verder in de kast te vinden was. Nu ik er over nadenk waren deze broodjes helemaal niet zo gezond aangezien het vaak besmeerd werd met mayonaise in plaats van boter. Wat ik dan wel weer van mijn moeder geleerd heb te eten is speculaas op brood. Nou ja, geleerd… Het is heerlijk dus leren eten was voor mij geen probleem. Natuurlijk kocht mijn moeder geen speculaas van een duur merk, schuddebuikjes van Bolletje of de smeerbare variant van Lotus (die bestonden overigens toen nog helemaal niet)  maar de goedkopere variant. Het eigen merk van de supermarkt waar je voor 55 cent maar liefst drie (3!!!) verpakkingen in één doos aantrof.

Een tijdje terug werd er op het werk cake getrakteerd. Mijn collega vertelde dat ze de cake te zoet vond en liet hem liggen voor tussen de middag. Terwijl ik de cake al half opgegeten had vroeg ik haar of de cake minder zoet van smaak zou zijn door hem even te laten liggen. “Nee.”, Was haar antwoord. Ze vervolgde: “Als het restaurant open gaat koop ik een wit broodje en beleg hem met dit stukje cake.” Ik vroeg mij af of dit lekker was. Cake op brood?? Ik kon het helaas niet uitproberen want mijn plak cake was al lang en breed op toen het restaurant open ging.

Van de week bedacht ik mij geen moment toen vriendlief een grootmoederscake gekocht had. Normaal zou ik een plakje van een flinke toef slagroom en wat gekleurde hagelslag voorzien alvorens het naar binnen te proppen. Maar aangestoken en zeer nieuwsgierig naar de smaak maakte ik tussen de middag een broodje met een plak cake voor mijzelf klaar. Om het in één woord samen te vatten: Y U M M I E!! Ik kan het jullie zeker aanraden. Ik vond het zelfs nog lekkerder dan een losse plak cake. De smaak is inderdaad minder zoet. En in combinatie met het broodje zat ik ook direct vol. Dat was dan weer niet zo handig want er stond ook nog een heerlijk broodje ei met spek op het menu.

Ik heb al aardig wat gekke combinaties voorbij zien komen. Sommige zijn ook echt heel lekker. Ik ben benieuwd of er nog meer mensen zijn die mijn smaakpappillen kunnen verassen door een combinatie voor te schotelen van verschillende soorten “beleg” die je normaal gesproken niet samen zou eten.

Dus, laat hier een reactie achter van jou meest favoriete belegcombinatie op brood!!

Clooney vs Clowny…

“Wat vind je van deze?” “Die is te groot!”
“Oh. Dan is deze zeker te klein?” “Nee, die zou goed zijn als er ook andere bonen in kunnen. Hier kunnen alleen van die cups in. Je weet wel, van die stomme George Clooney reclame!” “Wat is er nu weer mis met Clooney?” Zeg ik schouderophalend terwijl ik vriendlief volg door de winkel met rekken koffieautomaten.

Ik zoek zo’n model, maar dan met die kleur en dan met deze uitstraling.” Vriendlief wijst van de ene naar de andere machine. “Hij mag heus wel wat uitstraling hebben.”
“Ja, dat heeft Clooney ook.” Zeg ik terwijl ik de machines bekijk die vriendlief zojuist heeft aangewezen.

Op de laatste machine blijft mijn oog even rusten. Die ziet er mooi uit. Net zo één als die we nu thuis hebben staan maar door het blauw verlichte display ziet het er net wat strakker uit. “Zie je dit?” Terwijl ik dat zeg druk ik, zo neurotisch als ik ben, op het icoontje dat twee kopjes koffie aangeeft. Ik wil mijn zin afmaken maar deins achteruit als ik het mij oh zo bekende geluid van koffiebonen-die-terplekke-gemalen-worden hoor.

“Oh shit, deze doet het echt!?” Roep ik een beetje panisch, van links naar rechts kijkend of ik ergens een verkoper zie staan die mij uit de brand kan komen helpen. Intussen worden er door mij een aantal potjes leeg gegooid zodat ik iets heb om de koffie in te laten lopen. “Nee geen shit, roept de verkoper achter mij, koffie!!”
Vriendlief kan alleen maar lachen. “Blijf met je tengels dan ook eens van al die knopjes af, dat krijg je er nu van!” Ik werp hem een boze blik toe maar kan het niet helpen en moet zelf ook lachen om mijn domme actie. De verkoper ruilt, nog voor de koffie uit de automaat loopt, de twee potjes om voor echte koffiekopjes en zegt: “Zo mevrouw, de melk en suiker vindt u daar, de koffie drinkt u zelf maar op!”

Is het vlees al gaar?

Ken je dat gevoel dat je niet meer op je voeten kunt staan maar toch gewoon door gaat? Het idee dat de spataderen ter plekke op je benen verschijnen en je denkt dat je knieën het ieder moment kunnen begeven? Dat had ik dus nadat alle familieleden weer naar huis vertrokken waren en ik rond de klok van 03.00 uur eindelijk in mijn bedje lag. Ik wist van ellende niet hoe ik moest gaan liggen. G E S L O O P T was ik de dag na de familie BBQ die zaterdag 18 augustus bij ons in de achtertuin gehouden werd. Maar het feit dat bijna de hele familie die dag bij elkaar was, de sfeer zo ongedwongen gezellig was en we de laatste drie uur alleen maar gedanst en gezongen hebben maakt dat ik de pijn in mijn voeten en benen compleet vergeet.

De week ervoor stond in het teken van voorbereidingen. Zo moest de tuin aan kant, het huis schoon gemaakt worden en de koelkast en vriezer leeg gegeten worden. Want anders zou er geen plek zijn voor al het vlees en drank voor die avond. Uit voorzorg, er was 30 graden voorspeld en geen druppel regen maar je weet het nooit hier, hadden we de vrijdag ervoor met twee ooms een tent opgezet. Mijn nichtje had een super mooie, maar vooral lekkere taart gebakken waarbij ik in eerste instantie dacht dat hij voor een trouwerij bedoeld was. En mijn tante had zich uitgesloofd op de salade. Bij de overige familieleden werden tuinstoelen en statafels geregeld. De muziekinstallatie kwam bij mijn andere oom vandaan en voor de rest hadden we alleen nog maar een goed humeur en een lege maag nodig.

Rond de klok van 16.00 uur gingen de deuren open en al snel zat de tuin vol. De kids vonden hun plekje binnen waar ze ongestoord konden gamen terwijl de rest van de familie de stoelendans deed om met zoveel mogelijk mensen bij te kunnen kletsen. Vriendlief en ik zorgden ervoor dat iedereen van thee, koffie, taart en limonade voorzien waren maar daarna was het toch echt zelfbediening. Met 38 graden besloten we al het drank in de koelkast te houden en de sangria van extra ijsblokjes te voorzien. Mijn oom had zich als kok opgeworpen (of wij hebben hem stilzwijgend deze rol toebedeeld, dat laat ik even in het midden) en zorgde voor het grillen van het  vlees. De salades, brood en verschillende soorten sausjes stonden in verband met de hitte binnen.

Toen iedereen genoeg gegeten had werden er op de laatste gloeiende kooltjes van de BBQ nog wat marshmallows geroosterd, en niet alleen voor de kinderen!! Nadat de “jeugd” zich op ging maken voor een bezoek aan de disco verderop in het durp gingen bij ons (hoewel ik mijzelf ook echt nog wel tot de jeugd reken) ook de stoeltjes aan de kant en de muziek wat harder. Dansen, zwingen, hossen en springen we hebben het allemaal gedaan. Door de tent en de vrolijke lichtjes en kaarsjes waan je je helemaal niet in je eigen achtertuin en pas de dag erna kregen we van de buren (heel veel huizen verder) te horen dat het wel een erg gezellig feestje moest zijn geweest…

Zo’n dag of in mijn geval een avond, hakt er niet alleen lichamelijk in. Ik had emotioneel af en toe ook een dip. Mijn vaders gezicht doemde op verschillende plaatsen op. Ik zag hem als ik naar mijn ooms keek. Ik zag hem bij de BBQ staan. Zich bemoeien met het vlees dat volgens hem al gaar was maar volgens een ander nog niet. Ik zag hem als we aan het dansen waren. Lachend om onze domme moves en gekke bewegingen en nog harder lachen om zich zelf. Dit soort dagen doet mij ook beseffen hoe jammer ik het vind dat hij er niet meer is. Want ook hij zou het erg naar zijn zin hebben gehad. Hoewel ik mij op sommige momenten waarschijnlijk kapot geërgerd zou hebben aan zijn gedrag is het onder andere dat gedrag dat ik nu mis.

De dag erna begon de grote schoonmaak. Vloeren soppen, tent afbreken en stoeltjes sorteren. Wat was nou van wie?? Van meerdere familieleden kreeg ik te horen dat ze het heel erg naar hun zin hebben gehad. Een mooi compliment aan vriendlief en mij, maar vooral naar de familie want dit feestje was er zonder hun niet geweest. Nu eens kijken wie dit stokje over gaat nemen voor volgend jaar…

 

Wat heb ik dit gemist…

Vorig weekend stond in het teken van: “rust”! Geen verplichtingen. Geen bezoekjes. Geen fotoreportages of andere werk gerelateerde bezigheden. Gewoon even twee dagen voor mijzelf. Al vanaf halverwege de werkweek stond dit in mijn planning en daarom had ik er zo naar uit gekeken. Temeer omdat de weergoden ons eindelijk wat gunstiger gestemd zouden zijn.

’s Morgens bij het openen van de gordijnen voelde ik mijn zonnige gemoedstoestand als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hoe kon dat nou? Er was niet eens zon, maar donkere wolken die zich ieder moment over ons uit konden storten. Hoewel mijn gemoedstoestand gekoppeld is aan de barometer besloot ik het positief te bekijken. Het was (nog) droog en het was (nog) niet koud.

Ukkepuk en ik togen samen naar stal om te kijken hoe het paard er bij stond. De regen had mijn mooie elegante witte schimmel omgetoverd naar een bruin paard met dito vlekken en zijn manen en staart waren in twee dagen tijd tot rastavlechtjes samen geklit. Ik miste alleen de muziek van Bob Marley op de achtergrond maar ik zou zweren dat hij “EY Man” zei toen ie op zijn dooie akkertje naar ons toe kwam slenteren. Na wat poetswerk en een rondje gewandeld te hebben togen we huiswaarts.

Na de lunch verlieten de heren het pand en bleef ik alleen achter. De hoop op luieren in de tuin met een boek in mijn ene hand en een drankje in de andere terwijl de zon mijn bakkes heerlijk verwarmde had ik al bijna opgegeven, toen plots het wolkendek plaats maakte voor een hemels blauwe lucht. Ik bedacht mij geen moment. Trok mijn zomerse outfit aan, smeerde mij in met “factor veel” en plofte in de tuinstoel. Luieren, opwarmen en even helemaal niets. Soms heb ik dat gewoon nodig. Er moet al zoveel, de druk is al zo hoog, de tijd gaat al zo snel.

Ik sloot mijn ogen en liet mij opgaan in de geluiden om mij heen. Na een paar minuten realiseerde ik mij dat er bijna geen geluiden waren. Een gedeelte van de straat was duidelijk met vakantie. Normaal is het hier een drukte van jewelste. Spelende kinderen. Knutselende vaders of babbelende moeders. Maar nu heerste er rust en stilte. Het ruisen van de bomen en de meeuwen die ik boven mij naar elkaar hoorde roepen gaven mij het gevoel dat ik op het strand lag in plaats van in mijn achtertuin. De zon warmde mijn lichaam op. Ik wilde de warmte tot in het binnenste van mijn wezen kunnen voelen zodat ik een voorraadje op kon bouwen waar ik in tijden van nood uit kan putten. Dus ik bleef liggen waar ik lag.

Vaag hoor ik rechts van mij een helikopter. Ik vraag mij altijd af wie er in zitten en wat ze daar doen. Ik zou ook wel eens mee willen met zo’n ding. Hoe zou dat zijn om recht naar boven te vliegen en proberen je maaginhoud daar te laten waar het hoort? Ik probeer het geluid te blijven volgen tot het niet meer waarneembaar is. Een motor doorklieft te stilte die mijn oren alweer gevuld had. Ik probeer aan de hand van het nieuwe geluid te raden waar hij ongeveer moet rijden. Op het moment dat ik het denk te weten hoor ik naast mij twee kinderen gillen en huilen. Toch niet iedereen was met vakantie. Hun vader hoor ik wat mompelen en al snel neemt het gegil af tot wat gesnik om te verstommen naar gebrabbel dat niet meer te volgen is. De andere buren beginnen met een stofzuigronde van de woonkamer. En ik? Ik lig nog steeds te genieten van de zon op mijn huid.

Iets kriebelt er aan mijn voet. Als ik opkijk zie ik Noa staan. Ze nestelt zich op het bed en rolt zich bij mijn voeten op tot een bal haar om vervolgens al knorrend in slaap te vallen. Ik voel mij vederlicht. Alsof verdriet en heftige emoties op dit moment niet bestaan. Alsof alleen het hier en nu telt. Ik voel mij heel even het meisje van zes dat tegen haar moeder aan in slaap valt. En dat is wat ik ook doe.

Ik weet niet hoelang ik heb geslapen. De zon moet de hemel inmiddels weer delen met wat stapelwolken en als ik links van mij kijk, ook met wat donderwolken. Ik sluit mijn ogen nog heel even om de laatste zonnestraaltjes van vandaag op te pikken. Wat heb ik dit gemist en oh, wat zijn de kleine dingen in het leven toch heerlijk…