“Sjonge jonge, is hij dat??” Vraagt vriendlief. Ik knik alleen mijn hoofd ter bevestiging op een vraag die eerder als opmerking door moet gaan. Na vijf minuten is het geluid alleen maar in volume toegenomen. “Zo, waar zit de uitknop??” Vraagt vriendlief. Ik ga er vanuit dat dit weer een vraag is die als opmerking door moet gaan, dus kijk hem alleen maar even aan ter bevestiging dat ik hem gehoord heb. “Alsof er een orkest krekels onder de bank ligt!” Besluit hij zijn betoog. Vriendlief is duidelijk niet gecharmeerd van de gelukzalige geluiden die Kleine Krijger produceert. Er volgen nog wat blikken over en weer en daarna een diepe zucht. Kleine Krijger besluit alles te negeren en sluit zijn ogen. Onverstoorbaar knort hij door.
Het maakt hem niet uit waar en hoe hij moet liggen. Zolang ie maar bij mij kan zijn. Op schoot, op mijn zij, of op mijn rug. Hij vind wel een plaatsje, hoe ongemakkelijk hij ook moet liggen. Zolang ik niet rustig op de bank zit wordt door hem de achtervolging in gezet. Of ik nu een bezoek aan het toilet breng of een zen momentje in bad beleef… Kleine Krijger weet mij te vinden. “Schiet eens op!!” is wat hij met zijn blik wil zeggen.
“Wat ben je aan het doen?” Vraag ik vriendlief die neurotisch op de afstandsbediening aan het klikken is terwijl hij het ding op Kleine Krijger gericht houdt. “uit… UIT … U I T …” Ik frons mijn wenkbrauwen en moet daarna lachen. “Nee, ook de uitknop van de afstandsbediening werkt niet bij Kleine Krijger!”
De hele dag kijkt het beestje uit naar dit moment. ZIJN moment. En wie ben ik nu om hem dat moment te ontzeggen? Dus aai en knuffel ik hem nog eens extra, waardoor het geluidsniveau van de krekels in volume toeneemt. Yup. Wanneer ik ’s avonds thuis op de bank plof en Kleine Krijger zijn plekje op schoot heeft toegeëigend is hij in a state of happiness…
Het gras bij de buren is, ook in de wintermaanden, nu eenmaal groener. Geregeld staan poownie (dat is zijn bijnaam) en ik dus te grasmaaieren bij de buren in de tuin. Hoewel ik niet letterlijk mee doe natuurlijk. Ik kijk graag toe hoe hij heel secuur de lekkerste grasjes tussen de andere honderdduizenden grassprietjes uitzoekt. Hij heeft er een speciale graas neus voor. Want als ik hem naar een mals ogende graspol leid, kiest hij steevast voor het droge sprietje dat er naast groeit. Om mij niet voor mijn hoofd te stoten, iets met een paard en in de bek kijken, knaagt ie daarna nog wat aan het gras dat ik aan sta te wijzen. Voor mij is het een simpel grasveld, voor hem het walhalla. Hoewel de groentetuin van de staleigenaar ook aardig in de buurt komt. Wat moet het heerlijk zijn om, waar je bent, je snufferd te laten zakken en naast je smaakpapillen ook je “inwendige paard” te kunnen laten genieten.

Het zonnetje droogde het natte bladerdek wat zorgde voor een heerlijke boslucht. We liepen langs vennetjes. Galoppeerden heuvels op en draafden hele stukken. In geen velden of wegen waren er auto’s te bekennen. Her en der kwamen we wandelaars of andere ruiters tegen. Maar verder had ik het gevoel dat we alleen op de wereld waren. Er heerste zo’n rust dat ik helemaal bij kwam. Wat een heerlijke omgeving.
omen omgetoverd tot een sprookjesachtig geheel. Zoiets zie je niet dagelijks. Je zou zeggen dat het vreselijk is om je nu buiten in een bad te begeven. Maar het water is heerlijk warm. Ik voel mij zelfs een beetje rozig van de inspanning van de afgelopen dagen, het warme water en de frisse buitenlucht.
ehad. De pistes lagen er super mooi bij en het was in ons gebied heel erg rustig. Zelfs zo rustig dat we geregeld een piste helemaal voor ons alleen hadden. Dat vond ik niet erg want zo kon ik op mijn gemak een beetje aanmodderen op pistes waar ik vorig jaar alleen al de rillingen van kreeg als ik er naar keek. Deze vakantie heb ik alle pistes gehad. Eén daarvan alleen maar roetsjend, die vond ik echt te steil om mijn bochtjes op te maken. Maar wie weet, een volgende keer…

