Wanneer ik op de klok kijk weet ik dat ik over een paar uur, wanneer de wekker afgaat, spijt heb van mijn keuze. Maar ja, nog even dit, nog even dat… Wanneer de wekker na een zeer korte nacht daadwerkelijk af gaat heb ik inderdaad spijt dat ik niet eerder naar mijn bed ben gegaan. Vanavond!! Dan ga ik echt vroeg naar bed. Ik kijk er nu al naar uit. Het probleem is dat ik dit mijzelf al heel de week, wat zeg ik: meerdere weken, plechtig beloofd heb. Iedere ochtend weer. En iedere avond breek ik mijn eigen belofte. Wanneer de wekker gaat kan ik mijzelf wel voor mijn kop slaan. Gedane zaken nemen geen keer en ik zal de dag moeten overleven op koffie en veel frisse lucht. Vanavond kan ik in de herkansing.
Op de zaak is het na een periode van rennen en vliegen opeens angstvallig stil. Te stil… Het lijkt wel zomervakantie. En dat is op zijn zachtst gezegd, niet zo fijn. Het liefst stamp ik achter elkaar door om moe en voldaan aan het einde van de middag naar huis te gaan. Nu werk ik de ene geeuw na de andere weg en heb ik tijd om mij bezig te houden met hoe moe ik ben. Naast koffie drinken natuurlijk. Om wakker te blijven. De telefoon staat op een doorsnee dag roodgloeiend, maar is deze periode erg zwijgzaam. Geregeld controleer ik of we wel verbinding hebben. Het is raar om nu werk te moeten zoeken terwijl je anders tijd en handen te kort komt om alles af te krijgen. Juist daardoor ben ik ook niet vooruit te branden.
Hierdoor krijg ik last van uitstel gedrag, want waarom haasten als het morgen ook kan. Of overmorgen. Ik krijg last van snaai gedrag, want ik wil graag iets om handen hebben. De snoepautomaat is maar één verdieping lager. Ik krijg last van doorzitplekken, want ik ben te lui om even een blokje om te doen. En ieder uur naar de snoepautomaat gaat net iets te ver. Yuk, geef mij werk waarbij ik moet rennen en vliegen zodat ik lekker bezig ben. Slaap ik ‘s nachts ook vast een stuk beter. Echt, zo moe als ik mij nu voel heb ik mij in maanden niet gevoeld. Zelfs na de Roparun niet. En toen was ik echt gesloopt.
Natuurlijk heeft deze periode ook zijn voordelen. Zo kan ik namelijk mijn bloglovin lijst weer eens helemaal bij lezen. Want als ik ergens drastisch achterliep was het wel daar. Ook heb ik wat nieuwe blogs gevonden. Daarmee kon ik mooi mijn bloglijst updaten. Oude, niet langer in werking zijnde blogs er uit en nieuwe erin. En kan ik vooruitwerken met mijn eigen blog. Maar… Wanneer ik mij zo verveelt voel als nu is er meestal ook geen sprake van inspiratie. Dat blijft dan vaak wat achterwege. Jammer de bammer.
Nu moet ik jullie dus maar bezig houden met mijn gezemel over mijn vermoeiende (werk)dagen. Waarbij ik reikhalzend uitkijk naar het einde van de middag. Op naar huis zodat ik mij daar op het huishouden, boekje lezen, en wat al niet meer, kan storten. Wanneer we het einde van de week naderen kijk ik bijna smachtend uit naar het weekend. Twee hele dagen zonder achter mijn bureau te zitten (of te staan of te hangen) en te wachten op werk… Te korten nachten kunnen erg vermoeiend zijn. Dat “niks” doen op je werk net zo vermoeiend kon zijn heb ik nooit geweten.. PPFFF.

Draak heeft in zijn leven nog niet veel andere vogels, op de huismus na, van zo dichtbij gezien. En nu zou hij een hele dag tussen soortgenootjes zitten. Zou hij aan het einde van de dag nog wel met mij mee naar huis willen? Rond een uurtje of 10 kwamen we aan en werden begroet door papegaaien in groot en klein formaat. Ze zaten verspreid over vier verschillende speelbomen. Draak mocht direct op de grootste boom en keek zijn ogen uit. Na kennis gemaakt te hebben begon de cursus. De vogels werden ondertussen verzorgd en voorzien van eten, drinken, fruit, een douche en een heel hoop bamboe om te knagen en slopen.
Terwijl wij in de ruimte ernaast les kregen in het houden van een papegaai, kroop Draak uit zijn schulp. Hij miauwde er op los en liet iedereen weten dat ie moest “werken”. Riep ondertussen nog even naar ons en begon daarna met het opvoeren van zijn favo muziekstuk. De cursus was opgedeeld in theorie en praktijk. We kregen les in het benaderen van een gaai. Er werd verteld over de opvoeding, gedrag en gedragsproblemen. Maar ook huisvesting, verrijking/foerageren en het leren en trainen kwam aan bod. De praktijkopdrachten waren ook erg leuk. Vriend- en zoonlief werden van hun angst afgeholpen en binnen vijf minuten liepen ze alle twee met een groene draak op de arm over het terrein. De vogels samen konden het ook redelijk vinden en zochten elkaar op de boom steeds op. Ik mocht met Draak aan de gang tijdens de “handdoek” sessie om zijn vleugels en nageltjes te controleren (en daarbij dus niet gebeten te worden). Tussendoor kregen we ook nog een lekkere lunch aangeboden.
Zo groeide ik met zoonlief en zijn team mee. Een aantal jaar lang zat ik in de Hoeksche Waard bij verschillende teams aan de zijlijn. Vorig jaar is hij gescout door FC Dordrecht en door de KNVB. Na wederom toestemming gevraagd te hebben mocht ik ook daar langs de lijn zitten. Het afgelopen jaar zag ik verschillende stadions en kwam ik op plaatsen waar ik zonder zoonlief nooit zou zijn geweest. Inmiddels zijn alle toernooien gespeeld. Het voetbalseizoen is nu echt afgelopen. Het boek is uit, de koek is op! Na de zomerstop gaan we er weer tegenaan. Ik heb er nu al vreselijk veel zin in. Dat voetbal is echt zo gek nog niet!












Een daarvan was wat er met zijn lichaam moest gebeuren nadat hij was overleden. Hij wilde gecremeerd worden en daarna uitgestrooid worden op zee. “ Zoals ik vanuit Indonesië naar Nederland gekomen ben, zo wil ik ook weer gaan, met de boot over zee.” En dus voeren we uit, vanaf Scheveningen, richting volle zee. Voordat we opstapten wees mijn zusje naar de vlag. Hij hing halfstok. Een teken dat er een overleden persoon aan boord is. Het was bijna windstil en toch wapperde de vlag vrolijk heen en weer. Alsof hij niet kon wachten om losgelaten te worden.