Everybody Jump…

Onze paasdagen verliepen iets anders dan gepland. Sterker nog ik had niks gepland. Vriendlief moest werken en zoonlief zou deze dagen elders doorbrengen. Ik had gerekend op twee pyjama dagen met lekker veel thee, chocolade eieren en een goed boek. Maar door omstandigheden ging het weekend van zoonlief niet door. We waren dus samen thuis. En aangezien ik zoonlief niet blij maak met thee en een goed boek hadden we thuis niet veel te doen. Dit vroeg om plan B. Ik herinnerde mij een youtube filmpje dat hij een tijdje terug had laten zien. Ik dook het internet op, vond wat ik zocht en reserveerde 2 kaartjes.

“Yes gaan we daar echt heen?!” Was zijn eerste reactie. “Is het maar een uurtje?” Was zijn 2e reactie. Dat vond ik zelf ook erg kort maar het was iets te prijzig om 2 uur te reserveren. Een kwartier voor we naar binnen mochten kwamen we aan bij Jumpsquare in Nieuwegein. Een indoor trampolinepark. Volgens zeggen de grootste van Europa. Na het tonen van onze reservering ontvingen we alle twee een paar zeer charmante sokken met anti slipprofiel aan de onderkant. Terwijl wij in het horecagedeelte stonden te wachten tot we het “luna park” mochten betreden keken we onze ogen uit. Overal rennende gillende en springende mensen. Die ook nog eens de ene na de andere acrobatische sprong lieten zien. Wauw!! Als kind droomde ik van dit soort parken! Nu ben ik er, maar helaas wat te oud om achterwaartse salto’s te maken.

Toen het licht op groen sprong en de nieuwe lichting nog fris en onbezweet naar binnen mocht, renden we als een stel maffeJumpwn, fun, springen, trampoline kinderen (nou vooruit, een van ons voldoet nog aan dat profiel 😜) naar het achterste deel. Een aaneenschakeling van grote en kleine trampolines. na 3 minuten springen wist ik dat 1 uur ook precies genoeg was!! Buiten adem renden we van de ene hoek naar de andere. Halverwege het park staat de foampit. Een grote bak met foamblokken. Voorzien van een slackline waarbij je je evenwicht kunt testen. En twee startblokken aan de andere kant waar je de meest gekste capriolen kunt uithalen. Landen doe je zacht. De pit uitkomen is een ander verhaal…

We sprongen nog wat rond in de sport area waarbij we probeerden de basketbal zo hard mogelijk te dunken. Testen daarna de high performance trampolines in de trick area. Omhooglopen tegen een muur was nog nooit zo makkelijk! Omlaag vallen trouwens ook. Maar ach, who cares, de trampoline veerde zo goed dat je binnen no-time weer overeind stond. Het leukste, naast de foampit, was de big airbag. Twee blokken waar vanaf gedoken en gesprongen kon worden. Toen ik boven stond vroeg ik mij even af: “ben ik nu echt te oud aan het worden?!” NEE!! Dus sprong ik van het blok in de trampoline om vervolgens als een ongeleid projectiel door de lucht te suizen en te landen op de airbag. Aan zoonlief z’n blik te zien zag het er niet zo tof uit 😂. De laatste 10 minuten heb ik overgeslagen en gebruikt om zoonlief te filmen. Ik was gesloopt.

Al met al een leuke tijdsbesteding en voor herhaling vatbaar. De rest van de avond hebben we heerlijk in onze pyjama voor de buis gezeten. Het koste hem wat moeite om toe te geven. Maar ook hij was moe van al dat springen, duiken en salto’s maken. Over de spierpijn die we de volgende dag hadden zullen we het maar niet hebben…

Je hebt wel eens van die avonden…

Het is nog licht wanneer ik op stal aankom. Alleen dat gegeven maakt mij al vrolijk. Als ik dan ook nog eens de lege parkeerplaats zie, word ik nog vrolijker. Niet dat ik mijn stalgenootjes niet mag. In tegendeel. Met 20 paarden zou je denken dat het iedere avond een drukte van jewelste is. Niets is minder waar. Bij ons op stal wordt alles gedaan. En juist daarom heb je niet de “verplichting” om iedere dag naar stal te moeten. Mesten, voeren, buiten en binnen zetten. De stal eigenaresse doet alles voor ons. Wanneer je naar stal komt kun je direct alle tijd en aandacht aan je paard schenken. Eigenlijk had ik tien jaar terug al naar deze stal moeten verhuizen.

Voorheen vond ik al die stalklusjes geen enkel probleem. Nog steeds niet eigenlijk. Ik heb 18 jaar lang dagelijks gemest, het terrein geveegd, heen en weer gereden om de paarden te voeren of binnen te zetten.  Maar het went toch wel erg snel nu dit allemaal voor mij gedaan word en ik direct alle aandacht aan Poownie kan schenken. Het is de afgelopen weken erg druk geweest zowel thuis als op de zaak. Ik kan dan extra genieten van de uren die ik hier doorbreng. Helemaal wanneer er dus, zoals deze avond, niemand aanwezig is.

Alle paarden staan nog in de paddock. Een buitenspeelplaats met eet- en drinkgelegenheid. Mijn aanwezigheid word al snel opgemerkt en ik krijg een vrolijk gehinnik als welkom. Het werkt aanstekelijk want uit diverse hoeken hoor ik nog meer gehinnik gevolgd door hoefgetrappel. De paarden zijn gewend om begin van de avond terug naar stal te mogen.  Ze denken dat ik ze kom halen en ik moet ze één voor één teleurstellen.

Poownie is behoorlijk in de rui. Dat betekend veel en overmatig verharen. Voor ik het weet zit ik er helemaal onder. Het geeft een voldaan gevoel wanneer hij weer schoon is. Jammer genoeg vind je de haren een jaar later nog in de voering van je jas terug. Er is ruim drie kwartier verstreken met tutten en poetsen. Tijd om Poownie te zadelen. We hebben verlichting in de rijbak, dus kunnen ook in de avonduren een rondje hobbelen. Dat hadden we al heel de week niet gedaan. Mijn vrees voor een paar flinke bokkensprongen was onterecht. Poownie liep de sterren van de hemel. Hij had er ook zin in vandaag.

Nog steeds is er helemaal niemand op stal of het erf. Afgezien van de eigenaresse die even daarvoor alle paarden heeft binnen gezet. Het enige dat ik hoor zijn wat fluitende vogeltjes en de takken van de bomen die ruisen op het beetje wind dat er staat. Het is zo vredig en stil. Heerlijk! Ik hoor de kerkklok van het dorpje even verderop en weet dat we inmiddels een half uur aan het rijden zijn. We stappen nog een paar rondjes voor we teruggaan naar stal. Voor Poownie met zijn neus de voerbak induikt laat ik hem eerst nog even lekker rollen in het zand. Een groter plezier, naast grazen en eten, kan ik hem daar niet mee doen. Om wat tijd te rekken haal ik nog even een borstel over hem heen. Zo kan ik nog even genieten van de serene rust terwijl de paarden staan te knagen op hun hooi. Je hebt wel eens van die avonden die vaker terug mogen komen. Dit was er zo een.

paard, rijden, rijbak, selfie

Nu even niet…

De bijna beklemmende dwang van de afgelopen week heeft een destructieve werking op mijn geest en ledematen. De gele gloed van de tl-buizen in het kantoorpand lijkt zich ook een vaste plek in mijn hoofd te hebben toegeëigend. Zelfs mijn blik is wazig en troebel als ik van mijn pc wegkijk. Ik word er moe en chagrijnig van. Als ik er niets aan doe blijf ik in een cirkeltje rondlopen. Het wordt tijd om weer eens in beweging te komen. Even weg uit de sleur, het gehaast en ontsnappen aan de druk van alle dag. Hoewel ik weer lekker in de flow van het lezen zit besluit ik niet in een boek te kruipen. Maar even de benen in beweging te zetten. Ik stap de deur uit en loop richting polder.

Het hardlopen heb ik na mijn knieblessure helemaal losgelaten. Daar ga ik mij pas weer aan wagen als ik een bezoek aan de fysio heb gebracht. Voor nu wordt het een wandeling. Een stevige wandeling wel te verstaan. Ik wil voelen dat ik met iets bezig ben en na afloop weten dat ik mijzelf aan het werk heb gezet. Uiteindelijk sta ik midden in de polder. Het begint al schemerig te worden en het zal niet lang meer duren of de avond is gevallen. Maar het zal ook niet lang meer duren voor de lente zich laat zien. Wat heerlijk als het ‘s-avonds nog licht is. Ik heb nu al zin in lange zwoele zomerse avonden. Waarbij de lucht ruikt naar gemaaid gras en BBQ.

De planning voor de komende week zit als een chaotische bende in mijn hoofd. Neem daar de nodige frustraties bij van de afgelopen week en het fiasco is compleet. Ik probeer het allemaal los te laten en ik denk aan niets in het bijzonder. Dat gaat mij, tegen alle verwachtingen in, redelijk af. Ik stap nog even flink door. Het wordt toch sneller donker dan ik verwacht had. Voorlopig ben ik nog niet alleen hier. Aan de waterkant zitten een aantal vissers. De hondenschool is net afgelopen en ook de fietsers zijn flink vertegenwoordigd. Een enkeling groet. Een enkeling groet niet. Eén ieder is met zijn eigen doel hier en verzonken in zijn eigen wirwar aan gedachten.

Ik volg een rustiger maar helaas wat drassiger pad naar huis. Op deze route kom ik eigenlijk alleen nog maar mensen met honden tegen. Ze rennen om hun baasje heen of wandelen op het pad vooruit. Om mijn spieren niet al te veel te belasten verlaag ik mijn tempo en voor ik het weet ben ik weer op het beginpunt. Eenmaal thuis loop ik direct door naar boven. Kleren worden al wandelend uitgedaan en binnen een paar seconden sta ik onder de douche. Het laatste restje van deze ellendige lange dag glijdt als een deken van mij af. De stoom blijft als een dichte mist in de badkamer hangen. De kou omsluit mijn lichaam zodra ik de deur op een kiertje zet om de stoom te laten ontsnappen. Wat voelt dat heerlijk verfrissend en ik voel mij als herboren.

Mijn nieuwe energie bewaar ik voor morgen. Dan kan ik de hele wereld weer aan. Maar nu geniet ik nog even van de rust en kruip met een kop thee lekker op de bank om de avond te verwelkomen.

Die ene week…

Een fractie van een seconde vraag ik mij af waar ik in vredesnaam mee bezig ben. Waarom doe ik dit? Zover van huis, boven op een berg met een plank onder mijn voeten. De heren schieten mij links en rechts met een gangetje van 60 km/ph voorbij. En ik heb lef, maar niet zo veel, dus ga in standje slak naar beneden. Zoveel moeite voor een week actief bezig zijn om vervolgens de komende vier weken nodig te hebben om bij te komen!? Met op sommige afdalingen kramp in de voetjes of slapende tenen. Waarom doe ik mijzelf dit aan? Na deze afdeling stop ik echt! Schiet het door mij heen. Zodra ik een seconde verder ben denk ik daar weer heel anders over. Stoppen? Ben je gek of zo?! Dit is het leukste dat er is!! WOEHOE!! Doen wie als eerste beneden is? Ik in ieder geval niet hihi…

Als je mij 10 jaar geleden had gezegd dat ik een 9 uur durende autorit zou overleven om daarna een paar dagen te gaan snowboarden, had ik je keihard uitgelachen. Bergen, kou en autorijden zijn niet echt mijn ding. Tijden veranderen en mijn mening ook. Het hele jaar kijk ik er naar uit. Naar die ene week in de besneeuwde bergen met familie en vrienden. Het liefst zou ik vaker gaan. Maar dat laten mijn vrije dagen niet toe. Om nog maar te zwijgen wintersport, snowboardenover die kaal geplukte geldboom.  Ook dit jaar hebben we het weer vreselijk getroffen met het weer en de sneeuwcondities. Je raakt er een beetje aan gewend. Blauwe lucht, witte ondergrond en lege pistes zover als je bekrampte voetjes en slapende tenen aan kunnen (dat laatste lag overigens aan mijn te vast gesnoerde nieuwe snowboardschoenen) De langste wachtrij bij de gondel was hooguit vijf minuten.

Soms vind ik het jammer dat ik pas op latere leeftijd heb leren snowboarden. Als ik naar zoonlief kijk dan ben ik wel eens jaloers. Hij maakt optimaal gebruik van ieder stukje besneeuwde berg en springt over iedere heuvel. Hij kent (nog) geen angst. Een van ons twee haalt zijn skipas er in ieder geval drie dubbel WIntersport, snowboardenuit. Ik heb niet zoveel lef en al helemaal niet zo veel snelheid. Aan de andere kant geniet ik er nu veel meer van dan wanneer ik een jaar of 15 zou zijn. Ik kan soms een pauze van een half uur inlassen alleen maar om te kijken. Te kijken naar de mensen op de piste, naar de betoverende witte omgeving. Te kijken naar het dorpje beneden mij dat er zo nep uitziet dat het wel een poster lijkt. Ik ben daar en geniet van alles om mij heen.

Ik weet dat ik nog genoeg te leren heb. Ik sta nog lang niet zo ontspannen op mijn board als ik zou willen. Toch verleg ik ieder jaar mijn grenzen, leer ik bij en heb ik plezier in mijn actieve vakantie. Ik ben zelfs over mijn bospadenfobie heen. Ook dit jaar hebben we weer genoten. We hebben een heerlijke gezellige wintersportweek achter de rug. Veel gelachen, lol gehad en lekker gegeten. De dakkoffer is opgeruimd, de vuile was ligt weer schoon in de kast en de ski’s en het board zijn netjes opgeborgen op zolder. Op naar volgend jaar. Naar weer die ene week in de bergen!

Wintersport, snowboarden

Een weekje vakantie…

Moeten we niet alvast iets van zolder afhalen?” Vroeg vriendlief het weekend voor we weggingen. “Nee joh!” Riep ik overtuigd dat ik het allemaal wel zou gaan redden. “Ik ben een dag voor we weggaan al vrij, dan ga ik wel pakken.” Ik word zenuwachtig als ik overal door het hele huis spullen zie liggen die mee moeten op vakantie. Ik pak daarom het liefst alles pas in één dag voor we weg gaan. Als het kan in een uurtje tijd. Zodat het direct de auto in kan. Nu had ik toch wel een beetje spijt. Ik kwam overal tijd te kort en mijn 2-do lijstjes leken eindeloos. Terwijl ik toch al extra vroeg was opgestaan die dag. Uiteindelijk zaten we nog voor het geplande tijdstip bepakt en bezakt in de auto, onderweg naar Oostenrijk voor een week wintersporten met familie.

Waar dan nu de vakantiepret kan beginnen heb ik meestal wat last van heimwee en schuldgevoel. Waarom moet ik nu weg?! Mijn beestjes moet ik een hele week achter laten. In hun eigen vertrouwde omgeving met de vaste oppas. Dat dan weer wel. Maar toch… Het voelt alsof je als moeder je kind voor het eerst naar de crèche brengt. Schuldgevoel, twijfel en een miljoen stel dat’s… Vooral bang zijn dat je er niet goed aan doet. Wat onzin is natuurlijk. Ik kan er niks aan doen. Dit rottige gevoel neemt bezit van mij zodra ik de deur achter mij dichttrek. Met iedere kilometer die we van huis verwijderd zijn voel ik mij ellendiger. Tot we een uur of drie onderweg zijn. Dan ebt het gevoel langzaam weg. De muziek gaat harder en we zingen iedere noot lekker vals mee. Het vakantiegevoel komt langzaam terug.

Ieder jaar neem ik mij plechtig voor om voor te slapen. Zodat ik de negen tot tien uur durende reis fris en fruitig doorsta. Ieder jaar gaat dit idee in rook op. Nog niet één keer is het mij gelukt. Hoewel vriendlief het totaal niet erg vindt dat ik in de auto mijn ogen (en dus ook mijn mond) dicht doe zit ik ieder jaar solidair naast hem uit het raam te staren. Gehypnotiseerd door de donkere leegte voor mij. Als je Nederland uit rijdt is het alsof je een “wormhole” wordt ingezogen. De wegen zijn compleet donker.  Dat maakt het autorijden een stuk vermoeiender. En ik zit niet eens achter het stuur. Zoonlief ligt na een uurtje te knorren en wordt pas echt wakker als we de grens bij Oostenrijk over zijn. Lucky him!

Na een nacht rijden komen we rond zeven uur aan bij het hotel. We zijn de drempel nog niet over of we worden al vriendelijk begroet door het personeel. Dit is inmiddels al de zevende keer dat we inchecken bij dit hotel. Of we al trek hebben in het ontbijt? Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen! Onder het genot van een verse bak koffie en een broodje, dat nog lekkerder smaakt wanneer je heel de nacht wakker bent geweest, wordt de reis besproken. En nu is het wachten tot we de sleutel van de kamer krijgen. Zodat we alles wat we eerder zo zorgvuldig hebben ingepakt kunnen uitpakken. We de skipassen kunnen regelen, boodschappen halen voor de après-ski en de boards en ski’s weg kunnen brengen naar de piste. De vermoeidheid is nog ruimschoots aanwezig maar valt in het niets bij het enthousiasme dat ik voel zodra ik naar buiten kijk en de besneeuwde bergtoppen zie.

wintersport, uitzicht, berg, sneeuw

Vergeef mij, dat ik je achterlaat… (Deel 2 van 2)

Deel één lees je hier: Vergeef mij, dat ik je achterlaat.

Veel eerder dan verwacht werd ik gebeld door de uitvaartbegeleidster. De vrouw had de dag ervoor in bijzijn van haar man en ouders haar laatste adem uitgeblazen. Ik ben er stil van. Kortgeleden had ik nog met haar om de tafel gezeten. Ze vertelde mij over de ziekte en haar naderende einde. Ze vertelde vol liefde over haar driejarige dochtertje. Het deed mij pijn te weten dat ze haar trots niet kan zien opgroeien. Dat ze er niet voor haar kan zijn wanneer ze haar moeder nodig heeft. Voor haar dochtertje wilde ze een rouwalbum. Zodat ze later, wanner ze het zou begrijpen, terug kan kijken op de uitvaart van haar moeder. Afgezien van mijn persoonlijke ervaring had ik nog nooit een persoon bij leven gekend waar ik nu een uitvaartreportage voor mocht maken. Dit overlijden raakte mij meer dan anders.

Ik sta voor dezelfde deur als een paar weken geleden. In tegenstelling tot de vorige keer is er nu een strakblauwe lucht met zon. Het contrast had niet groter kunnen zijn. De uitvaartbegeleidster laat mij binnen. In de woonkamer tref ik de familie. Haar man. En de vrouw zelf. Ze ligt in een witte kist. Zo sereen. Het is alsof ze ieder moment wakker kan worden. Maar haar mooie helderblauwe ogen heeft ze voorgoed gesloten. Achter mij hoor ik voetstapjes. Als ik mij omdraai kijk ik in twee helder blauwe ogen. Die heeft de jonge dame van haar moeder geërfd. Er vormt zich een brok in mijn keel. Het meisje begint te lachen en neemt hiermee direct de spanning weg. Ik lach terug. Kleine kinderen zijn ontwapenend. Zelfs op een uitvaart. Misschien juist op een uitvaart.

Voor haar zal ik vandaag foto’s maken. Naar de laatste wens van haar moeder. Ik pak mijn spullen om aan de slag te gaan. Ik maak foto’s vanuit verschillende hoeken. Niet alleen van de vrouw in de kist. Maar ook van de kamer, de berg met kaarten, de familie en het meisje. Een moment, voor altijd gevangen. De uitvaartbegeleidster komt binnen en het is tijd om de kist te sluiten. Een heel intiem en verdrietig moment. Er rollen heel wat tranen. Ook bij het kleine meisje die haar vader, opa en oma nog nooit zo intens verdrietig heeft gezien. Ze begrijpt wel dat haar moeder nu voorgoed gaat slapen. Dapper vind ik haar, wanneer ze samen met haar vader de knoppen van het deksel op de kist dicht draait.

Er volgt een wandeling naar de begraafplaats waar de vrouw zelf haar laatste rustplaats heeft uitgezocht. Dicht bij huis. Maar toch zo ver weg… De familie flankeert de kist. Op haar verzoek is iedereen fleurig gekleed. Het ziet er op het eerste gezicht dan ook niet uit als een uitvaart. Zodra de herdenkingsdienst erop zit lopen we over de begraafplaats. Aangekomen bij het graf zie ik twee trossen ballonnen hangen. Zodra de kist de grond inzakt mag het meisje deze ballonnen voor haar moeder loslaten. Ze zullen haar de weg wijzen naar de hemel. Over de kist, die inmiddels niet meer zichtbaar is, tref ik de blik van het meisje. Ze kijkt mij recht aan. Over haar wang rolt een traan. Daarna lacht ze mij weer vrolijk toe.

Eenmaal in de auto, wanneer ik alleen ben, laat ik mijn emoties de vrije loop. Soms is het leven oneerlijk. Zo oneerlijk!! Ik huil, net zolang tot er geen traan meer vloeit.

Maar het regende niet…

Heel de week hield ik angstvallig het weerbericht in de gaten. Heel de week bleef mijn telefoon het zelfde aangeven. Zaterdag zou het voor de verandering regenen. Hoewel ik geen invloed heb op het weer, heeft het weer wel invloed op mijn humeur. Ik deed mijn best om mij daar niet al te veel door te laten raken. Ik had mijn zinnen gezet om dit weekend langs de lijn foto’s te maken bij de voetbalwedstrijd. Dan maar in de regen. Toen het vrijdag was kon ik een jubeltje niet onderdrukken. De regentekentjes in de app hadden plaats gemaakt voor een donker wolkje. Een paar uur later stond er zelfs een zonnetje achter. Yeah, daar worden we vrolijk van. Uit voorzorg pakte ik toch ook de regenhoes voor de camera in. Je weet het nooit hier.

Dat laatste was niet nodig. Het was heel de ochtend zonnig. Er stond wel een onaangename gure wind. Maar het regende niet!! De jongens speelden helaas niet in het stadion, waar ik nog iets uit de wind had kunnen zitten. Ik moest het doen met het open veld. Wat was ik blij met mijn skibroek en thermokleding. Ik draag ze niet vaak maar op een ochtend als deze komen ze goed van pas. Met mijn capuchon op mijn knar, om de kou uit mijn oren te houden, en dik ingepakt, zat ik er klaar voor.

De scheids nam op het veld nog even wat gegevens door en toen de tegenstander zijn yell had gedaan kon de wedstrijd tussen FC Dordrecht en VVV/Helmond Sport U14 beginnen. Het duurde even voor de twee teams in hun spelletje zaten. Langzaam voelde ik door de kou het gevoel uit mijn vingers wegtrekken. Tussen de blessures, wisselingen en minder voetbal gerelateerde zaken door probeerde ik weer enige vorm van doorbloeding te bewerkstelligen. En toen, net voor de rust, scoorde Helmond zijn eerste doelpunt. Zou Helmond er met de winst vandoor gaan? Beide teams moesten nu aan de bak. Zodra er een doelpunt is gemaakt, is dat vaak niet zo’n probleem. Toen scoorde Helmond het tweede doelpunt… Ik voelde de sfeer veranderen.

Na deze klappen geïncasseerd te hebben was Dordrecht er klaar mee. De snelheid werd een tandje opgeschroefd en er werd gebruik gemaakt van de mogelijkheden die zich voordeden. Ik kreeg het er spontaan warm van. Mijn vingers waren nog steeds bevroren maar er gebeurde nu zoveel op het veld dat ik daar niet bij stil stond. Het buffelen van de heren van Dordrecht was niet voor niets. Met een uitslag van 3-2 ging Helmond met lege handen naar huis. De drie punten bleven op de Krommedijk in Dordrecht. Toen ik mijn fotospullen weer moest inpakken voelde ik pas hoe koud ik het eigenlijk had. Tot op het bot verkleumd. Eenmaal thuis, met een kop warme koffie tussen mijn handen, bekeek ik de foto’s en vergat spontaan het afzien langs het veld. Dit soort foto’s maken is het leukste dat er is!

Foto Hamar, sportfotografie, FC Dordrecht

Foto Hamar, sportfotografie, FC Dordrecht

Foto Hamar, sportfotografie, FC Dordrecht

Foto Hamar, sportfotografie, FC Dordrecht

Foto Hamar, sportfotografie, FC Dordrecht

Meer foto’s zijn te zien op facebook en op mijn website: Foto Hamar

Een winterse middag…

Halverwege januari had ik wat moeite om op stal te komen. Naast een aantal geplande afspraken stond met enige regelmaat de A16 muurvast. Gelukkig heb ik nu niet meer de verplichting om iedere dag op stal te zijn. Poownie wordt goed verzorgd. Ondanks dat gaf het mij geen fijn gevoel om hem een hele week niet gezien te hebben. Hoewel de agenda gevuld was met afspraken en administratieve verplichtingen dwong ik mijzelf minimaal een paar uur op stal door te brengen. Achter die computer weg en lekker naar buiten. Nu had ik het geluk dat het buiten prima te doen was. Een mooie blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil.

Hier op het Brabantse platteland lijkt het vaak een paar graden kouder. De gure wind in combinatie met de regen van de afgelopen dagen zorgen er voor dat je (poownie in dit geval) snel een virus te pakken hebt. Daarom staat Poownie sinds enige tijd onder dek. Voor mij is dat ideaal. Normaal ben ik een uur bezig om mijn onder de modder en mest zittend paard weer een beetje toonbaar te maken. Nu dus niet. Ik gesp zijn dek af, prop een wortel in zijn bakkes en nog voor hij klaar is met kauwen ben ik klaar met poetsen. Bij wijze van spreken… Als ik uiteindelijk klaar ben met poetsen kan onze wandeling beginnen.

Dat weekend was er voor de verandering geen enkele boer in de buurt aan het werk. Er waren geen fietsers, wandelaars of auto’s. Het enige dat ik hoorde waren de vogels die van boom naar boom vlogen en de ganzen in het land. Verder was het nagenoeg stil. Het was koud, dat wel. Maar ik was gekleed alsof ik een bezoek ging brengen aan Antarctica. Mijn handen gestoken in dikke handschoenen en een sjaal tot over mijn oren. Het zonnetje verwarmde alles dat ik niet kon bedekken. Wat kan ik genieten van dit soort momenten. Terwijl Pony naast mij rustig aan het grasmaaieren was dwaalden mijn gedachtes af. Ik sloot heel even mijn ogen. Poownies gemaal werkte ook nog eens hypnotiserend. Wanneer hij prompt ophoudt met kauwen open ik mijn ogen. Hij stond als aan de grond genageld naar iets te kijken aan de overkant van de sloot. Ik volgde zijn blik en stond vervolgens net zo stil als hem.

Wauw!! Hij zat muisstil op nog geen vier meter bij ons vandaan. Hij hield ons waarschijnlijk al even in de gaten. Ik keek recht in de ogen van een buizerd (gok ik…) Poownie verloor zijn interesse en ging weer grazen. Ik durfde mij niet te bewegen. Bang de vogel weg te jagen. Uiteindelijk besloot hij te verkassen. Hij klapte zijn vleugels open waardoor Poownie geschrokken opzij sprong en van mij naar de vogel keek. Nog een keer WAUW! Hij heeft misschien wel een spanwijdte van meer dan een meter. Zonder moeite en met grote elegantie trok hij zich los uit de modderkluiten en vloog naar een rij bomen een stuk verder bij ons vandaan.

Toen we weer alleen waren hopten we van het ene stukje groen naar het volgende. Staken kriskras de weg over. Het zal er voor omwonende grappig uitgezien hebben. De gemeente heeft enige tijd terug de sloten gebaggerd en de rommel in het gras achtergelaten. Daar zijn wij, bermgrazers, helemaal niet blij mee. Nu moeten we zoeken naar stukjes eetbaar gras om toch ook in poownie’s hobby te voorzien. Als we een uur verder zijn komen we al grazende weer terug op stal. Het was nodig, even de boel de boel laten en er op uit te gaan. Mijn hoofd was weer lekker leeg. Van mij mogen winterse dagen er uitzien als deze heerlijke middag. Veel beter dan het smerige regenachtige weer van de afgelopen dagen.

laan, polder, boom

Verwerken kost tijd… #2

Na het overlijden van mijn vader voelde ik mij heel onrustig. Mijn lichaam en geest zaten niet op één lijn. Wat moest ik toch met dat verdriet? Terwijl mijn eigen gezin en familie er voor mij waren, voelde ik mij verlaten en alleen. Het voelde alsof er een stuk uit mijn lichaam was gehaald zonder dat ik wist waar. Onder woorden brengen hoe ik mij voelde? Dat lukte al helemaal niet. Hij zou dat jaar 60 geworden zijn. Dat is toch geen leeftijd om dood te gaan? Ik was boos, gefrustreerd en heel verdrietig. Afgezien van het overlijden van één van mijn huisdieren had ik nog nooit een rouwproces van zo dichtbij en zo intens meegemaakt.

Van lieverlee kwam het punt van accepteren. Beseffen dat het echt zo is. Dat de rest van het leven doorgaat. Ook dat van mij. Maar dan zonder vader. Het moest een plekje krijgen, werd mij verteld. Dat plekje kon mij gestolen worden. Het is zo’n ruim begrip. Wat moest ik daar nu mee? Alsof je het kunt parkeren in je achtertuin?! Die periode voelde mijn lichaam aan alsof het constant onder stroom stond. Alsof ik een tikkende tijdbom had ingeslikt die ieder moment kon afgaan. Ik wilde rennen tot ik er zelf dood bij neerviel, maar had er simpelweg de kracht niet voor.

Op een druilerige wintermiddag reed ik langs de begraafplaats. Zonder er bij na te denken parkeerde ik mijn auto en liep het terrein op. Niet dat mijn vader daar lag. Hij was naar eigen wens gecremeerd. Mijn overgroot oma ligt daar wel. Nu ik er aan terug denk weet ik niet eens wat ik daar dacht te vinden. Misschien hoopte ik op wat rust. Een klik in mijn lichaam en geest waarna ik alles, of in ieder geval iets, kon loslaten. Ik wist alleen niet precies waar ze lag en heb meer dan een uur gezocht. Ik zag vele graven en las verschillende opschriften maar heb haar niet gevonden. Ik voelde mij nog leger en ellendiger dan daarvoor. Huilend liep ik terug naar mijn auto. Wat dacht ik nu te bereiken?

Er zijn geen boekjes met handleidingen die aangeven welke stappen je moet volgen bij verdriet. Daar komt ook nog eens bij dat iedereen zijn verdriet op een eigen manier verwerkt. Er tegen vechten had geen zin. Ik liet het maar over mij heen komen en besloot per dag te kijken hoe het ging. Toen ik er aan had toegegeven kon ik het ellendige gevoel beter handelen. Er ging wel wat tijd overheen. Of het verdriet ook al een plekje had gekregen kon ik nog niet zeggen. Maar, ik wist er mee om te gaan.

Op een zonovergoten middag, een paar maanden later, reed ik langs de begraafplaats. Ik parkeerde mijn auto en liep het terrein op. In mijn hand één witte roos. Vastbesloten om het graf van mijn oma te vinden. Ik kwam langs verschillende graven en las de teksten. Liep voorbij de grote eik. Bukte bij een graf om een gevallen vaas overeind te zetten. Halverwege het pad draaide ik mij om. Daar lag ze. Gevonden zonder te zoeken. Mijn overgroot oma. Het gemis van mijn vader was groter dan anders, maar de pijn was niet langer schrijnend. Hoewel het nog steeds op mijn schouders drukte en ik zijn verlies met mij mee sleepte, was het dragelijk. Vanaf dat moment wist ik, ik kom er wel…

Count your blessings… #4

Werk
Terwijl een aantal van mijn collega’s chagrijnig nababbelen over iets, loop ik met een glimlach naar mijn auto. Afgelopen maandag was het de bekende Blue Monday, waar de media ons in wil laten geloven. Die dag doorloop ik waarschijnlijk ergens rond de feestdagen. Wanneer het pijnlijke besef weer tot mij doordringt dat een aantal geliefde familieleden nooit meer aan zal schuiven bij een kerstmaaltijd of een toast zal uitbrengen op het nieuwe jaar. Maar verder heb ik er totaal geen last van. Het enige waar ik aan kan denken is:  “Yes het is 17.15 uur en het is nog licht buiten!” De lente komt er weer aan! Het duurt nog even, maar hij is onderweg! Overigens denk ik dit ook in de ochtend wanneer ik onderweg ben naar mijn werk en het al lichter wordt aan de horizon.

Deze week heb ik op mijn werk mijn beoordelingsgesprek van afgelopen jaar afgerond. Hoewel ik over het algemeen altijd een goede beoordeling heb was hij dit keer buitengewoon goed. Ik doe mijn werk, en ook nog eens met plezier. Maar nu is mijn werk niet onopgemerkt gebleven en dat vind ik erg fijn. Het vrolijke gevoel dat ik overhield aan dit gesprek heeft nog zeker twee dagen om mij heen gehangen.

Stal
​Hoewel mijn vingers er in de ochtend afvriezen terwijl ik de ramen van King Toet ontdoe van een berg ijs geniet ik van de frisse lucht. Als we dan toch moeten wachten op de lente, geef mij dan maar een maand of twee dit vriesweer. Heerlijk om nu buiten te zijn. Zelfs wanneer ik ‘s avonds op stal ben en mijn veeg- en schepbeurt afwerk vind ik dat prima. Gekleed alsof ik naar Siberië afreis en druk in de weer, is het voor de kou bijna niet mogelijk om vat op mij te krijgen.

Voor Poownie was het de afgelopen dagen iets minder. Dankzij zijn voorliefde voor het spelen en stampen in de modder- en waterplassen stond hij met geïrriteerde en dikke benen. Ook twee van zijn stalgenootjes kampten met dit probleem. Gelukkig wilde de staleigenaar met ons meedenken en heeft voor onze poownies een apart stukje gemaakt zodat ze wel naar buiten kunnen maar niet meer kunnen spelen in de modderpoel. Ik hoef mij geen zorgen te maken dat hij met pijn staat en dat geeft rust. Nu kunnen zijn benen goed “opdrogen” zodat hij in het voorjaar zonder problemen het weiland op kan.

Voetbal
Eind vorig jaar had zoonlief zijn eerste beoordelingsgesprek bij de voetbal. Een tienminuten gesprek inclusief rapport. Voor ons een eerste keer om zoiets officieels mee te maken en we waren toch wel een beetje zenuwachtig. Met we bedoel ik vooral zoonlief. Wat zouden ze van hem vinden? Was hij gegroeid? Hij deed zijn best, maar zagen de trainers dat ook? Hij maakt al zoveel veranderingen mee in zijn nog jonge leven… Alle drie de trainers zaten tegenover hem, wat het nog een tikkeltje spannender maakte. Hij mocht zijn rapport inzien en daarna volgden er een uitleg. De zenuwen waren geheel onterecht. Hij doet het, als één van de jongste, heel goed. Toen daar het eindrappoort van de jeugd coördinator bijkwam kon het helemaal niet meer stuk. Mooie score en een stijgende lijn. Advies: Hij mag wat zelfverzekerder worden maar verder lekker op de ingeslagen weg doorgaan. Dit toppertje komt er wel!

Ook de wedstrijden zijn weer begonnen. De indeling voor de tweede helft is reeds bekend. Dit weekend reizen we af naar Vitesse. De week daarop komt Fortuna Sittard (gelukkig) onze kant op. Hopelijk werkt het weer een beetje mee, dan kan Foto Hamar ook lekker aan de bak.

​