Wist je dat…

  • Mijn blog vandaag precies twee jaar bestaat!! HIEP HIEP HOERA! HIEP HIEP HOERA!
  • Ik begonnen ben met bloggen op Hyves maar graag een breder publiek wilde zonder direct mijn privacy en dat van mijn familieleden en vrienden overboord te gooien. Via, via kwam ik bij WordPress terecht en zit hier nog steeds;
  • Ik niet verwacht had dat ik het zo lang vol zou houden om iedere week, en in het begin twee tot drie keer in de week, een stukje te schrijven. Maar dat ik het nog steeds erg leuk vind om te doen. Hoewel ik mijzelf niet meer de druk op leg om perse iets te plaatsen. Als de inspiratie of tijd er niet is, dan moet het maar even wachten;
  • Mijn blog gaat over de dagelijkse dingen die ik mee maak. Verder komen mijn hobby’s: fotografie en hardlopen, veelvuldig aan bod. Ik schrijf eigenlijk nog steeds zonder vooropgesteld plan en wil dit blijven doen;
  • De onderwerpen die geplaatst worden in Afscheid, uitvaart en uitvaartfotografie verreweg het meest gelezen worden. De dood is een fascinerend onderwerp. Dat was zo toen ik er net over begon te bloggen en dat is nog steeds zo. Het is geen makkelijk onderwerp en luchtig is het al evenmin. Maar het is goed dat er over gesproken en geschreven wordt. Ook het onderwerp uitvaartfotografie kan niet vaak genoeg onder de aandacht gebracht worden. Mensen moeten het “normaal” gaan vinden. Hoe jong of oud ze ook zijn;
  • Er sinds een aantal maanden veel meer “likes” worden geplaatst op mijn blog. Zelf vind ik dat ook een handige knop.  Als alles al is gezegd, of je ergens geen woorden voor hebt, dan volstaat een simpele klik op die knop waarmee je toch kunt laten weten dat je het gelezen hebt;
  • Mensen door verschillende zoektermen op mijn blog terecht komen. Afgezien van mijn eigen naam, Foto Hamar en alles wat met Uitvaart & uitvaartfotografie te maken heeft zijn de woorden Wordfeud en Dans Macabre favoriet;
  • Ik het erg leuk vind om jullie reacties te lezen! Het motiveert mij en zet aan tot meer schrijfsels. Het is leuk dat je werk door andere en (vooral) onbekende(bloggers) gelezen wordt die  daadwerkelijk de moeite nemen om een reactie achter te laten. Bedankt voor al jullie grappige, lieve, leuke en hart-onder-de-riem-stekende reacties en natuurlijk ook de feedback die ik per mail, twitter en facebook van jullie mag ontvangen;
  • Ik nu door ga voor een derde jaar bloggen op rij! Een eigen domein durf ik nog niet aan want ik snap niet zoveel van HTML codes en dat soort dingen. Voorlopig volstaat dit. Ik hoop dat ik jullie, zowel de oude als de nieuwe lezers, ook het komende jaar weer terug mag zien op mijn blog!!

Foto van de maand: juli

Dit thema is niet zelf verzonnen, ik werd geïnspireerd door Patricia van “donderdesign”.
Ik maak geregeld foto’s waar ik, afgezien van de verkoop, verder niets mee doe. Soms spam ik wat op Facebook maar daar blijft het dan ook bij. Ik ga proberen om aan het eind van iedere maand een foto, of fotoreeks, te kiezen van de afgelopen vier weken en die hier te showen. Uiteraard valt er over smaak niet te twisten. Wat ik mooi vind kan een ander oerlelijk of saai vinden. Toch zou ik het leuk vinden om onderbouwend commentaar van mijn lezers te ontvangen. Zie het als positieve feedback. Iets waar ik weer van kan leren.

De maanden mei en juni stonden nog in het teken van de sportfotografie. De laatste inhaalwedstrijden waren een feit en de toernooien konden beginnen. Daarna werd het stil. Ik kon eindelijk weer eens uitslapen en mijn zaterdag anders in gaan delen. Na twee zaterdagen niet gefotografeerd te hebben ben ik er met mijn mega telelens en monopod (een éénpoot statief) in de avond op uitgetrokken. De polder in. Op zoek naar vogels. Het voelde wel een beetje onwennig. Normaal zit ik aan de zijlijn en val ik niet op. Nu stond ik aan het riet, langs de kant van de weg waarbij ik geregeld aangesproken werd met wat ik daar ik vredesnaam aan het doen was. Het leek mij logisch met zo’n lens, maar blijkbaar besefte niet iedereen dit. Een eerst volgende keer zal ik mij in het groen verkleden, een netje met takken en bladeren over mij heen spannen ergens in het land gaan liggen om niet de aandacht te trekken van mens en/of dier. Na 1.5 uur staan en heel wat klikken verder had ik de vogels in het riet wel gezien. Het resultaat viel mij thuis een beetje tegen. Bewegende voorwerpen of mensen fotograferen is voor een “sport”fotograaf heel normaal. Maar rondvliegende vogels en slingerende rietstengels waren een ander verhaal. Geduld en veel proberen was het devies van een vogelspotter met wie ik ook nog even heb staan praten en mij direct vertelde wat voor bijzondere vogelsoorten wij in onze polder hebben.

De eerste en meest geslaagde foto van die avond vind je in mijn header. De vogelspotter vertelde dat het een rietzangertje was. Een heel klein vogeltje dat mooie geluidjes produceert (waar mijn papegaai nog wat van kan leren) en zich niet liet afschrikken. Hieronder nog drie geslaagde foto’s van die avond. De laatste is als het goed is een kiekendief. Ik had de stille hoop dat hij zich op één van die vogeltjes zou laten storten. (niet aaaah zielig! Dat is de natuur!!) Dan had ik in ieder geval een paar mooie actie foto’s. Maar dat gebeurde niet. Hij vloog éénmaal over, keek in de camera en daarna heb ik hem de rest van de avond niet meer gezien…

IMG_2994kopiekopie

Rietzangertje

IMG_2877kopie3

Stilte na de storm…

Druk, drukker en drukst. Zo is de afgelopen periode bij ons op de zaak het best te omschrijven. Er is meer werk bijgekomen, maar de deadlines zijn het zelfde gebleven. Om de georganiseerde chaos in goede banen te (blijven)leiden is er een blik oproepkrachten open getrokken. Zijn de teams nog meer op elkaar aangewezen om er voor te zorgen dat alles bleef lopen zoals het zou moeten lopen. En werd er een beroep gedaan op onze eigen creatieve geest om zaken nog efficiënter af te handelen. Uiteindelijk bleef de geoliede machine lopen zoals het moest. Baas blij, klanten blij en wij genoeg overuren op onze kaart om daar, waar nodig, van het zonnetje te kunnen genieten.

Je raakt gewend aan een bepaalde werkdruk als je een tijd lang op één en het zelfde tempo door racet. Ook aan je werkzaamheden die langzaamaan, ook-al-wil-je-het-niet-maar-het-gebeurt-toch, steeds meer worden. Soms mopper je eens wat, maar veelal doe je gewoon wat er van je verwacht wordt. Nu we per team een aantal vaste helpers hebben is het werk beter te verdelen waardoor we toch de kwaliteit kunnen leveren zoals iedereen dat van ons gewend is.

Zoals ik al zei raak je gewend aan de werkdruk en deadlines. Als dan opeens, zo uit het niets, de zomervakantie voor de deur staat is het een vreemde gewaarwording als je van de chaos en hectiek in eens stil staat. Het is net zoiets als de wildwaterbaan in de Efteling overleefd hebben waarbij je probeert niet nat te worden en dus halsbrekende toeren uithaalt waardoor je bijna dat rubberbootje uit lazert en daarna in de gondoletta belanden (je weet wel, die saaie witte bootjes die in een gezapig tempo door het water worden voortgetrokken) S T I L  &  S A A I.

De eerste week was het dan ook even wennen. Ik had iedere dag het gevoel iets over het hoofd te zien. Ik maakte lijstjes om te voorkomen dat ik daadwerkelijk iets zou missen. Alsof mijn dagindeling niet meer klopte. Ook de extra helpers werden een stuk minder ingezet en konden genieten van hun vrije dagen, zodat we elkaar niet om 12.00 uur wezenloos aanzaten te gapen.

Gelukkig vieren niet alle bedrijven vakantie deze zomer dus draaien we op een rustig tempo door. Naast de normale werkzaamheden hebben we nog wat zomerklusjes op onze 2-do lijst staan. Helemaal stilstaan doen we niet. Het fijne van deze periode is dat we nu bij kunnen komen van de afgelopen paar maanden. Even een tandje terug schakelen en rustig opstarten. Aan het einde van de middag zijn de meeste bureaus ook daadwerkelijk leeg in plaats van de stapels papierwerk dat in de drukke periode blijft liggen. Maar als ik heel eerlijk ben hoeft zo’n rustige periode niet al te lang te duren. Ik word er zo verveeld van en heb vervolgens moeite om het beetje werk dat er ligt in de juiste volgorde weg te krijgen.

Voor nu moet ik maar niet al te veel klagen en het er even van nemen.
Ik vraag mij af hoe de baas tegen siësta’s aan kijkt…

 

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.

Het zijn net kinderen…

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar Kleine krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom ook nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker. De rollen zijn hier duidelijk omgekeerd.

Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger lekker buiten aan het spelen is kan ik mij weer concentreren op mijn boek, De Fazantenmoordenaars. We gaan richting het einde van het boek en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoud kreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er al snel af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het flink op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “lekker werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” aan toe. Ik laat hem begaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt dus echt.

Krijger sluipt het huis weer in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle mond praten of miauwen kunnen ze namelijk niet.

Heerlijk die rust!

Toeren met Toet …

Het kwik steeg in onze achtertuin tot een graadje of 31. In de schaduw was het heerlijk vertoeven. In de zon misschien net iets te warm. Maar het kon mij niet schelen. Ik had wat zonnestraaltjes in te halen dus bleef ik liggen waar ik lag, ondanks de zweetpareltjes die langzaam op mijn voorhoofd zichtbaar werden. Vriendlief lag op de lounge set met zijn pootje omhoog, net zoals de afgelopen drie dagen. Na een meniscusoperatie mocht hij de eerste vier dagen niets anders doen dan alleen het noodzakelijke, naar de wc en koffie zetten. Heel vervelend met dit weer!! Maar na drie dagen “binnen” zitten wilde hij er toch ook wel even tussenuit.

“Boor… Wil jij zo even een stukje toeren met mij?” klonk het rechts van mij. Ik draaide mijn hoofd en keek in het gezicht van vriendlief die mijn blik met zo’n grote smile beantwoorde dat een tandpasta reclame er jaloers op zou zijn. Dat kon ik niet weigeren en binnen een minuut of tien zaten we in King Toet met het dak open en de raampjes omlaag. Met het zonnetje aan een blauwe hemel is het heerlijk om een cabrio te hebben.

Zonnebril en petje op mijn knar, ik was er klaar voor. “Waar wil je naar toe?” Riep ik als chauffeur. “Oh, gewoon een stukje rijden. “ Was zijn antwoord. “Een stukje rijden? Heb je geen idee waar je heen wilt of wat je wilt zien?” Als ik iets niet kan is het doelloos rondrijden. Voor je het weet rij je vijf keer het zelfde rondje. Dus ik kraakte mijn hersens en bedacht mij dat mijn laatste rondje hardlopen van acht kilometer door de polder een mooie begin voor onze route was. Ik had dit stuk zelf ook nooit eerder gereden of gelopen en verbaasde mij vooral over al het groen, de stilte en de vele paarden die er vanaf de dijk te zijn zien. De mooie dijkhuisjes zijn ook echt de moeite waard om eens te bekijken. “En dit heb jij allemaal gelopen van de week?” “ja ja!!” Zelf ook nog steeds onder de indruk van mijn eigen hardloopprestaties. We kwamen aan de achterkant van het dorp uit en ik besloot langs het water “De Waal” verder te rijden richting Rijsoord. Zo’n beetje alle jongelui uit het dorp hadden zich hier verschanst om te zwemmen, varen en te zonnen. Wat een leuke bedrijvigheid aan de waterkant.

De rit ging verder langs oude boerderijen, mooie villa’s en pittoreske dijkhuisjes. De dijkhuisjes lagen overigens aan een zeer claustrofobisch dijkje. Dus waren we erg blij toen we dit stuk achter ons konden laten. Ooit reed ik hier met het paard en was het mij niet opgevallen dat de huizen wel heel dicht op elkaar staan. Maar ik moest nu geen tegenligger tegenkomen want dan had één van ons het stuk achteruit terug moeten rijden. (En nee, het was geen één richtingsverkeer). Inmiddels waren we twee dorpen en een uur verder. Wat was ik blij met mijn petje op mijn knar aangezien mijn gezicht al aardig verkleurd was. Mijn armen daarentegen waren mooi rood. Bizar hoe snel dat gaat, alsof je aan het strand ligt te bakken. Vriendlief had nergens last van en genoot van het zonnetje en het uitzicht.

Het werd tijd om weer richting huis te rijden maar ik werd de andere kant op gedirigeerd. Eerst moest er nog een lekker Italiaans ijsje gehaald worden bij de ijssalon. Het leven van een chauffeur is zo gek nog niet!!

Nog eenmaal…

Een laatste groet

Terwijl het een komen en gaan is van mensen sta ik zo stil mogelijk en probeer één te worden met het meubilair in mijn omgeving. Ik wacht op een teken van de uitvaartverzorgster, die nog druk in gesprek is met de familie voor wie ik gekomen ben. Foto’s maken tijdens het allerlaatste afscheid is mijn taak voor die middag. Ik wacht geduldig tot ze er klaar voor zijn.

Verdriet, angst, boosheid maar ook dankbaarheid en liefde. De lucht vibreert van de emoties in de kleine ruimte, om zich daarna te laten versmelten tot een grote onzichtbare bal. Een bal die zonder vaart te minderen op mij af komt denderen. Een bijzondere familie, dat had ik tijdens de kennismaking al in de gaten, en dat het wat met mij zou doen was te verwachten. Onbewust zet ik een stap naar achteren, alsof ik hiermee de emoties op afstand kan houden.

Twee mensen komen de kamer naast mij uitgelopen, gevolgd door de uitvaartbegeleidster. Ze knikt mij toe. Een teken dat ik naar binnen mag. Ik stap een onzichtbare drempel over en laat het geroezemoes aan geluiden achter mij. De serene rust die nu heerst doet mij huiveren. In het midden van de kamer staat de kist met daaromheen een zee van bloemen en kaarsen. Aan het hoofdeinde zit een oudere vrouw op een stoel. Ze kijkt mij met waterige ogen aan en perst een glimlach op haar gezicht. “Het leven is soms wrang” zegt ze en haar blik verplaatst zich van mij naar haar dochter in de kist. “Wat heb je nu aan een lang leven als je iedereen van wie je houdt achter je moet laten? Eerst mijn man, toen mijn zoon en nu mijn dochter. Allemaal getroffen door kanker.” Ik kijk de oudere vrouw aan en weet niet zo goed wat ik moet zeggen behalve dat ik het heel erg voor haar vind. Het verdriet om het verlies van iemand van wie je houdt is mij maar al te bekend. Maar een kind verliezen … Nee, daar kan ik niet over mee praten. Ik kan mij alleen maar een voorstelling maken van de emoties die nu door haar heen razen.

Ze schuift een stoel op en klopt met haar andere hand op de plek die vrij komt. “Wil je even bij mij blijven?” Vraagt ze. Getroffen door haar blik en de simpele vraag stap ik op de lege stoel af. Ze pakt resoluut mijn hand en even blijven we heel stil zitten. Een moeder zonder dochter, een dochter zonder moeder. “Straks sluiten we de kist. Maar ik wil haar nog één keer vasthouden. Nog één keer aanraken en ik wil haar nog één keer een kus geven. Wil jij dat voor mij vastleggen?” Vraagt ze zonder haar blik van haar dochter los te maken. Ik zeg dat ik dit heel graag voor haar wil doen.

Ik loop naar de andere kant van de kist om haar de ruimte en tijd te geven. In de kamer achter mij hoor ik verschillende mensen zachtjes praten. Het doet de vrouw niks. Ze is op dit moment alleen op de wereld. Zo ferm als ze mijn hand zojuist had gepakt zo teder raakt ze nu haar dochter aan. Ze streelt haar gezicht, haar haar en raakt vervolgens haar handen aan. Ik ben getuige van een bijzonder emotioneel moment en probeer zo waardig mogelijk mijn werk te doen. De vrouw buigt voorover en kust haar dochter voor een aller laatste maal op het voorhoofd. Er vormt zich een brok in mijn keel en even ben ik blij dat ik aan het werk ben. Ik concentreer mij volledig op de fotografie.

Alsof het afgesproken is komt de uitvaartbegeleidster de kamer in. Het is tijd om de kist te sluiten. De oudere vrouw kijkt mij aan. Met haar blik bedankt ze mij voor dit moment. Ik buig lichtjes mijn hoofd uit respect voor haar en haar dochter.

Niet lang hierna wordt de vrouw omringt door haar familie. Ik plaats mijzelf weer op de achtergrond om van daaruit mijn werk te doen. Samen met haar familie sluit ze de kist. De bloemen worden overgebracht naar de aula en de dragers staan klaar om de kist mee te nemen. De uitvaartdienst gaat beginnen. Een bijzondere en mooie dienst die mij nog lang bij zal blijven…

Dat kun je best…

Inmiddels ren ik alweer een paar weken rond op mijn nieuwe shoes en we zijn al aardig aan elkaar gewend. Dat ging niet zomaar want de eerste week heb ik last gehad van de onderkant van mijn voeten en van mijn scheenbeen. Even was ik bang dat ik, ondanks een loopanalyse, zomaar wat  aangesmeerd had gekregen. Maar aangezien ik een doel voor ogen had, en nog steeds heb, besloot ik door te gaan met hardlopen en het de weken daarop gewoon wat rustiger aan te doen. Dit hielp aanzienlijk. Mijn voeten waren blijkbaar niet gewend aan mee verende en zachte schoenen.

Ook mijn GPS horloge is een grote aanwinst. Zeker de neuroot in mij is er erg blij mee. Wat een prachtig ding. Hij meet zo’n beetje alles wat ik wil. En het leuke is dat ik, zodra ik weer thuis ben uiteraard, op internet mijn route ook nog eens terug kan zien en vol trots aan vriendlief mijn afstand en snelheid kan tonen (zonder te sjoemelen !!)

Mijn neef had ook in de gaten dat ik braaf drie keer in de week mijn rondje liep en vroeg mij om samen met hem en ons “marathon nichtje” mee te gaan naar de atletiekvereniging waarvandaan ook een paar keer per week de loopgroepen vertrekken. De verschillende groepen bestaan uit wedstrijdlopers tot recreant, van sprinters tot lange afstand lopers. Neef en nicht trainen al enige tijd bij de recreanten. Dat dit de recreantengroep was voor de middellange afstanden was mij niet bekend (wedstrijden van 5 tot 30 km). Daar kwam ik later pas achter…

Na een paar keer nee gezegd te hebben, mijn tijd is niet zo snel als die van jullie, ik houd jullie tempo niet vol, ik durf niet…  verzekerde mijn neef mij dat er met mijn tempo niks mis was, ik kon pauzeren wanneer ik wilde en ik verder niet zo moest piepen… Na nog een gesprek met mijn nichtje die mij het zelfde verzekerde als mijn neef besloot ik een proeflesje mee te doen.

Wat voor soort mensen doen hier aan mee? Wat moet je verwachten van een training? Kan ik het echt wel volhouden? Vragen waar ik vrij snel een antwoord op kreeg. Met een mannetje of 30 was de groep flink aan de maat. De leeftijd varieerde van begin 20 tot halverwege de 60. Met een fartlek-achtige loop was de training best pittig te noemen. Het begon met twee kilometer warm lopen in een tempo dat mij beviel. Daarna een goede warming-up gevolgd door wat loopoefeningen. De spieren waren opgewarmd dus kon het feest beginnen. Er werd een parcourtje uitgezet waarbij je afwisselend langzaam en snel moest lopen. Dit 20 minuten lang. Na een korte pauze kregen we een tweede opdracht. Net toen ik dacht al mijn kruit verschoten te hebben. Dijkje op in een snel tempo, dijkje af in een rustig tempo. “Je spieren moet je gaan voelen zodra je bijna boven bent” galmden het van beneden. Ik voelde ze echter toen ik nog geen kwart van het dijkje gehad had. Maar de tijd vloog aangezien mijn nichtje bleef praten en ik hierdoor aardig wat afleiding had. Voordeel van het trainen in een groep, je geeft minder snel op.

Na een minuut of vijftien zat ook deze oefening erop en in een rustig tempo liepen we naar de volgende locatie. Daar kregen we de opdracht om in drietallen een estafette race te houden. Ook hier werd er op houding en looptechniek gelet. Gelukkig klonk na vier minuten het fluitje wat betekende dat de training er opzat. Ik stopte de tijd van mijn horloge en zag dat ik over heel de avond negen kilometer gelopen hadden. Bijzonder aangezien ik thuis niet verder loop (of kom) dan vijf. *blij* Mij werd tevens verteld dat er gemiddeld rond de 10 tot 12 kilometer per training gelopen wordt. Hoe sneller je loopt hoe meer km’s je uiteraard maakt.

Eenmaal terug op de vereniging volgden er nog een cooling-down en wat buikspieroefeningen. Dankbaar pakte ik het flesje water aan dat mijn nichtje mij voorhield. Die had ik nu wel verdiend!

Rome 2013

Eindelijk was het dan zo ver. Een half jaar geleden besloten we met zijn viertjes naar Rome te gaan. Mijn twee tantes, mijn nichtje en ik. Een vakantie zonder mannen, die het wandelen en bezichtigen van oude “stenen”, beelden en kunstwerken niet tot hun hobby rekenen. Mijn nichtje had op voorhand al een “roostertje” in elkaar gezet zodat er geen kostbare momenten verloren konden gaan met het uitzoeken en napluizen van wat-we-zeker-gezien-moesten-hebben. De metro, die om de minuut vertrok, kon ons naar verschillende hoeken van de stad brengen en vandaar uit deden we alles te voet. Hoewel een segway huren ook een mogelijkheid was.

Natuurlijk moesten de toeristische trekpleisters bezocht worden: De Spaanse trappen, het Pantheon, het Colosseum, het Piazza Navona , de Trevifontein, Castel Sant’Angelo met de engelenbrug om maar een aantal dingen te noemen. Stuk voor stuk prachtig om te zien. De geschiedenis hadden we paraat in ons tour boek van Rome. Bijzonder dat deze oude gebouwen nog steeds overeind staan en bezocht worden door zo veel mensen. Zeker het bezoek aan het Colosseum gaf mij een WAUW gevoel. Hier, op deze plek gebeurden het allemaal!! Liepen de gladiatoren door de straten en de arena en galoppeerden de paarden over de weg… en nu?? Nu lopen wij hier!

Voor een bezoek aan het Vaticaan hadden we een hele dag gepland. Voor kerk- en kunstliefhebbers zeker de moeite waard. Overigens ben ik geen van twee. Ik wilde het gewoon gezien hebben. Het was er druk. De Efteling op een zomerse vakantiedag was er niets bij. We hebben meer dan een uur in de rij gestaan om de Sint Pieter in te komen. Gelukkig vermaakten we ons prima met mensen kijken,  het doornemen van de geschiedenis van het Vaticaan en foto’s maken. Eenmaal binnen wist ik niet waar ik kijken moest. Het plein met alle zuilen is mooi en groot, maar de kerk van binnen is zowaar nog mooier en groter. Dat het groot en hoog ik merk je pas echt zodra je de koepel aan het  beklimmen bent. Halverwege de tocht, zodra je over de galerij loopt en je zicht hebt op het schip van de kerk beneden je en de resterende koepel boven je. Prachtige muur- en plafonschilderingen. Nog steeds vraag ik mij af hoe ze dat in die tijd hebben gedaan. “Riwal hoogwerkers” bestond toen echter nog niet… Een rondleiding door de tuinen hebben we overgeslagen en ook de sixtijnse kapel moest een dag wachten aangezien deze al om 15.30 uur de deuren sluit.

De volgende dag zijn we alsnog naar de Sixtijnse kapel gegaan. Ik wist niet zo goed wat ik er van moest verwachten omdat er aan de buitenkant niets bijzonders of moois te zien is. Maar ook dit was weer een groot gebeuren waarbij de buitenmuren de oudheid aan de binnenkant verbergt. Het is een groot museum met verschillende ruimtes en gangen met als klap op de vuurpijl de sixtijnse kapel, met het door Michelangelo beschilderde gewelf. De wandelgangen er naartoe waren allen voorzien van muurkleden en beschilderde plafonds. En natuurlijk met honderden mensen die voor en achter je de rij sloten. Het was voor mij iets te veel van het goede. Even stil staan om iets te bekijken lukte eigenlijk niet. Dit vond ik erg zonde want hierdoor heb ik maar half kunnen genieten van al het moois.

Als je dan toch in Rome bent en een fan bent van schrijver Dan Brown, dan moet je natuurlijk ook de Bernini route gelopen hebben. De route liep als een rode draad door onze vakantie zodat we niet onnodig heen en weer bleven lopen, we hebben hem daarom ook niet op volgorde gelopen. (Geen idee waar het over gaat?  Wikipedia  )  Het verhaal begint met onderstaand raadsel:

“Van Santi’s aardse graf met duivelsgat, mystieke teek’nen kruislings door de stad.
Het lichtend pas is daar en beidt uw tocht, laat engelen u wijzen wat u zocht.”

Wij hebben het duivelsgat  gevonden. Evenals de teek’nen en de engelen. Daarvoor moesten we de kapellen, beelden en fonteinen bezoeken die genoemd werden in het boek (Santa Maria Della Vitoria, Het Sint Pietersplein, Het piazza del Popolo en het Piazza Navona). Er zijn zelfs complete excursies te boeken met gids. Dat was voor ons niet nodig. Mijn nichtje was mijn “wikipedia” voor die dagen. Ze wist zo’n beetje alles.

Een mooi stad met heel veel historie, lekker eten en gezelligheid. Soms wat aan de overbevolkte kant. Druk druk druk!!! De prijzen vond ik overigens heel erg mee vallen. Zolang je maar niet midden op een plein een broodje hamburger besteld. De meeste bezienswaardigheden zijn gratis. Voor de Sixtijnse kapel, Castel Sant’Angelo en het Colosseum moet echter wel een bedrag betaald worden evenals een kleine bijdrage bij sommige kerkjes. Vier dagen Rome was voor mijn gevoel te kort. We hebben wel alles gezien wat op de planning stond, maar had er graag nog wat meer tijd voor uit willen trekken. Ach wie weet… Als we ooit nog wat tijd over hebben.

Voor nu staat er in ieder geval een nieuwe stedentrip in de planning. We zijn er nog niet helemaal over uit waar we naar toe gaan, maar dat we weer gaan staat vast!

** Helaas geen foto’s aangezien WP van slag is.

Zien lopen, doet lopen. In het nieuw…

“Volgens mij moet ik nieuwe schoenen!” Zei ik tegen vriendlief toen ik met pijn in mijn voeten thuis kwam van een rondje rennen. “Dan moet je die gaan halen!” Was zijn simpele antwoord. Voor hem een groot feest om te shoppen. Voor mij een bron van irritatie aangezien winkelen niet mijn meest favoriete tijdsbesteding is. Ik vind het vreselijk.

Online kleding bestellen is meer mijn ding. Maar dat was voor hardloopschoenen geen optie omdat ik graag een loopanalyse wilde laten uitvoeren. Dus moest ik er echt aan geloven. Ik was ook al enige tijd opzoek naar een hardloophorloge met ingebouwde GPS. Kon ik daar ook direct wat informatie over op doen.

Vorige week was het zo ver, op naar een hardloopwinkel waar ze alles van mijn gading hadden. Ik liet de verkoper mijn oude afgetrapte schoentjes zien. Hij vroeg mij hoe vaak en hoe lang ik al liep.  Aangezien de schoenen minstens 10 jaar oud waren… Ik stelde hem gerust dat ze eerst vijf jaar ongebruikt in de kast hadden gestaan. Daarna heb ik de overige vijf jaar niet non-stop gerend. Echter met tussenposes van soms wel meer dan een half jaar. Hij vertelde dat het slijtingspatroon aan de onderkant van mijn schoen er goed uitzag. Aan de hand hiervan haalde hij een paar opvallende schoenen uit het rek. Basis schoenen zonder extra poespas deelde hij mee toen hij mijn gezicht zag. Hoewel het niet de schoen zelf was waar mijn oog op viel. Eerder de kleur, fel paars met roze.

Zonder morren trok ik ze aan en nam plaats op de “sintelbaan” van 10 meter. Toen het startschot klonk moest ik twee keer heen en weer draven op de baan terwijl mijn afzet en landing opgenomen werden. Daarna werden ze grondig bekeken door de verkoper. Hij liet mij beeldje voor beeldje zien hoe ik liep. In tegenstelling tot wat ik zelf vond vertelde hij dat het er keurig uitzag. Alles in een rechte lijn, mooie afzet en een nette landing. Nu ik wist wat ik voor schoen nodig had kon het kiezen beginnen. Met diverse soorten modellen liep ik rondjes door de winkel. Na een half uur had ik de keuze terug kunnen brengen van zes naar twee paar. Het eerste paar wit met grijs, het tweede paar de paars metAsics Nimbus 14 roze schoen… Toen bleek dat het eerste paar in maat 39 eigenlijk net iets te groot was maar in maat 38,5 veel te klein, bleef de schoen met hippe kleurtjes over. Die zat als gegoten en liep erg lekker. Maar die kleur he?!

Vriendlief vond het een goede gelegenheid om dan ook direct mijn kleding van zwart/wit om te zetten naar fel roze, paars en blauw. Dat staat zo leuk bij je nieuwe schoenen. Met een twijfelachtig gezicht verplaatste ik mij naar een pashokje waar ik het één na het andere shirtje en jasje aangereikt kreeg. Uiteindelijk slaagde ik voor een compleet nieuwe set waarin ik de zomer en de winter (als zuurstok) door kan.

Nu we voor twee van de drie onderdelen geslaagd waren moest ik nog wat informatie hebben over de verschillende hardloophorloges. Voorheen liep ik met een horloge van Polar. Hier was ik erg tevreden over, maar de GPS zat niet ingebouwd. Dat was minstens een eis waaraan het nieuwe horloge moest voldoen. Verder wilde ik mijn afstand en snelheid kunnen zien terwijl ik mijn rondjes aan het rennen ben. Natuurlijk had ik thuis al verschillende horloges vergeleken. Mijn keus was uiteindelijk gevallen op de Garmin 610. Na wat piepen over de prijs wilde hij er best nog een korting op geven en daarmee was de deal rond.

Twee uur later zat ik heel tevreden naast vriendlief in de auto met al mijn aankopen op schoot. Zowaar geslaagd in één winkel zonder chagrijnige buien. Laat nu de kilometers maar komen!!