Kerstver(p)lichting of toch niet…

December…. De maand van de feestdagen. Eten. Gezelligheid. Liefde. Saamhorigheid. Cadeautjes. Die f*cking boom. Had ik eten al gezegd? Ergens kwam er een omslagpunt. Ik begon met steeds meer tegenzin naar deze maand toe te leven. Dat omslagpunt kwam waarschijnlijk toen ik oud en wijs genoeg was om te beseffen dat wat ooit was, nooit meer zal zijn. Wat heel veel mensen met de maand januari hebben, heb ik met de maand december. Van mij mag hij geschrapt worden. Als kind niet. Nee, als kind was december DE maand van het jaar. Het mocht van mij wel iedere maand december zijn.

Dat kwam omdat moeders, ondanks haar karige inkomen, er altijd een feest van maakte. Dat begon met Sinterklaas. Jute zak met cadeaus. Zwarte piet die langs kwam. Zelfs toen we er niet meer in geloofde zat er altijd wel iets in onze schoen. Maar kerst was voor mij speciaal. Het hele jaar spaarden mijn moeder de zegelboekjes van de Albert Heijn zodat ze aan het einde van het jaar flink kon uitpakken. Ieder jaar een echte kerstboom. De ramen versierd met sneeuw, stickers en linten. Zelf gemaakte kerststukjes. Overal lampjes en kaarsen. Het had iets magisch.

Met eten werd ook niet moeilijk gedaan. Voor haar eigen familie. Voor haar ex-schoonfamilie. Voor alle vrijgezellen in beide families. Het maakte haar niet uit. Ze stond soms dagen in de keuken om een complete rijsttafel en ander lekkers klaar te maken. Maat houden was voor haar lastig. Dus werden de kleinigheidjes onder de boom vaak flinke cadeaus. Toen zus en ik ouder werden deden we hier graag aan mee. We kochten voor iedereen die kwam een cadeautje en legde dit, wanneer niemand keek, ook onder de boom. 

Ondanks mijn tegenzin in de feestdagen probeer ik er ieder jaar toch iets van te maken. Ik moet niet vasthouden aan wat ooit was, maar toegeven aan wat nu is. Ik ben immers niet alleen. Ik heb een familie. En zij vinden december wel een toffe maand, ondanks dat er gewerkt moet worden met kerst. Dus toen ik uitgeziekt was besloot ik naar zolder af te reizen om de kerstspullen op te snorren. Samen stonden we de boom te versieren terwijl de kerstmuziek uit de radio schalde. Na een uurtje stond de boom in al zijn glorie te shinen in de hoek van de kamer. 

Wanneer de boom staat en het huis versierd is, is het toch eigenlijk ook best wel leuk. Het brengt sfeer en gezelligheid. En hoewel we ons ieder jaar voornemen om geen cadeaus te kopen gebeurt het toch. Gewoon een kleinigheidje. Die ik dan stiekem mee naar binnen smokkel. Ik leg hem pas onder de boom wanneer er niemand thuis is. Ik vind het leuk om de verbaasde gezichten te zien wanneer er iets nieuws bij is gelegd. Wat zou daar nu inzitten?? Vriendlief doet overigens precies het zelfde.

Ik zou heel graag weer eens een kerst vieren zoals vroeger. Niet voor de cadeautjes. Maar voor de saamhorigheid. De eenheid als familie. Met eten. Veel eten. Dat dan weer wel. En herinneringen ophalen aan toen! En op een bepaalde manier ga ik dat ook doen. Geen kerstfeest maar een ander groot feest. Mijn tante is namelijk jarig en wordt 65 jaar. In plaats van kerst, vieren we haar verjaardag. Groots en met familie. Vanuit hier wens ik jullie allemaal mooie en warme kerstdagen toe 💞

 

eekhoorn op boomstam.

 

 

*🎄*

Geen ontkomen aan…

Het is halverwege de week als ik het voel opkomen. Het kan ook niet anders met een zieke man thuis en een zieke collega tegenover mij. Ik geef er niet aan toe. Ik kan niet en ik wil het niet. Het is mij zo eerder gelukt om er niet door getroffen te worden. Dus gewapend met paracetamol, keelsnoepjes en andere allerhande middeltjes vertrek ik naar het werk. Daar bestaat mijn werkdag uit veel warme thee en de hoop op zo min mogelijk telefonische geneuzel en gepraat met collega’s. Dat laatste is overigens niet zo heel moeilijk. We zijn op dit moment hartstikke onderbezet door een aantal langdurig zieke en een vakantieganger die deze week voor een maand vertrokken is naar de zon. Ik mocht helaas niet met haar mee. 

Ik kom de dag redelijk door. De tweede dag is echter een ander verhaal. Met een kop vol snot, een strot als schuurpapier en het gevoel dat het buiten -15 is terwijl het zweet op mijn voorhoofd staat verschijn ik op het werk. Ik ben zoals zo vaak de eerste zodat ik in alle rust kan opstarten. Ondanks de kou gooi ik toch de ramen open. Frisse lucht is het enige waar ik aan kan denken. Wanneer de collega’s binnen druppelen moet het raam dicht, want te koud! Dus het raam gaat dicht en ik stik een langzame dood achter mijn bureau. Die dag drink ik liters thee en spray mezelf gek met neusspray die totaal niet werkt. Aan het einde van de dag ben ik zo gesloopt dat ik trillend naar huis vertrek. Eerst langs de apotheek voor de nodige KNO-medicatie. 

Na het eten sleep ik mijzelf voort naar knollenland. Het is mijn voerbeurt en er staan 8 uitgehongerde paarden naar mij te kijken alsof ze weken niks te vreten hebben gehad. Terwijl niet eens alle hooiruiven leeg zijn. Ik ben buitenadem als alles gevuld is. Om daarna met knikkende knieën stront te scheppen. Zo klinkt het hebben van een paard een heel stuk minder romantisch he?! Hoewel er lucht in overvloed is lijkt het wel of ik niet voldoende zuurstof binnen krijg. Het arme paard is in de veronderstelling dat we ook nog een grasje gaan pikken maar ik heb er letterlijk de kracht niet meer voor. 

Ik voel mij koortsig als ik onder de douche sta. Oh en zielig, dat ook!! Met een aspro en nieuwe neusspray duik ik m’n bed in. Maar van slapen lijkt het niet te komen. Ook nu voelt het alsof ik zuurstof te kort kom. Ik gooi de balkondeur open en trek een extra deken over mij heen. De koude lucht die over mijn gezicht strijkt wiegt mij, een paar uur later, dan eindelijk in slaap.

Veel te vroeg gaat de wekker en daarmee ben ik plots weer in het land der grieperige mensen. Al klappertandend druk ik op snooze. Na drie keer snoozen moet ik er toch echt uit. Maar het lukt niet. Ogen, neus en oren zitten dicht. Ik heb nagenoeg geen stem en ik tril over heel mijn lichaam. Met tegenzin bel ik mijn baas, die dit echt niet tof vind maar hiervan niets laat blijken. Hij neemt de honneurs voorlopig waar. Zelf duik ik mijn bed weer in. Nu eerst maar eens even flink uitzieken… 

 

 

 

*🤧🤒*

Altijd makkelijker dan je denkt…

Mijn moeder bakte het wel vaker. Speciaal voor ons want zelf vond ze het niet te eten. Maar met verjaardagen of op een zaterdagavond bij de film stond het voor ons op tafel. Een hele grote schaal met popcorn. En dan niet de magnetron variant met zo’n vieze chemische vette smaak. Waar ook je huis nog eens drie dagen naar rook terwijl de popcorn binnen 10 minuten op was. Ik bedoel de echte, boterzachte popcorn met een zoutlaagje.

Eenmaal op mijzelf maakte ik het ook geregeld klaar. De heren en zelfs Groene Draak vinden ook vers gemaakte popcorn een stuk lekkerder dan die uit de magnetron. Maar het is wel altijd dezelfde zoute smaak. Omdat ik niet wist hoe ik de echte zoete bioscooppopcorn na moest maken. Tot nu.

In mijn vakantie, inmiddels een paar weken geleden alweer, had ik wat tijd over en besloot er eens voor te gaan zitten. Zelf karamelpopcorn maken blijkt een stuk makkelijker dan ik dacht. Het is wel wat bewerkelijker dan de zoute variant en toegegeven het is niet bepaald caloriearm. Maar lekker dat het is!!! Nu ben ik totaal geen keukenprinses en karamel maken had ik tot voor kort ook nog nooit gedaan. Want ik dacht altijd dat het heel moeilijk zou zijn.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Alles wat ik nodig heb staat al voor het grijpen. Eerst maak ik de popcorn klaar. Dit doe ik in een gietijzeren pan. Die kunnen namelijk wel tegen een stootje. Zodra het scheutje olie in de pan warm is kan de (popcorn)mais er bij. Het wordt altijd meer dan je denkt. Dus een bodem mais is meer dan genoeg. Ik laat het vuur op hoog staan tot de mais goed aan het poffen is. Uiteraard met een deksel op de pan. Wanneer de boel flink poft gaat het vuur omlaag. We schudden de pan geregeld zodat het niet aanbrand. Het hele proces duurt maar een paar minuten. Wanneer het poffen minder wordt gaat de pan van het vuur en de popcorn op een bakplaat met bakpapier.  

Karamel maken is wat bewerkelijker. Ik doe een ruime hoeveelheid suiker met een beetje water in een steelpan en zet dit op middelhoog vuur. Ondertussen knaag ik van de net klaargemaakte popcorn. Ik blijf stug naar mijn pannetje kijken want mij was gezegd dat het snel kon gaan. Maar blijkbaar heb ik iets te veel water toegevoegd want het duurt een eeuw voor het suikerwater amberkleurig wordt. Maar wanneer het eindelijk zover is gaat het inderdaad snel. Ik meng wat zout en een stukje roomboter door het suikerwater. Het begint vreselijk te borrelen maar ik blijf roeren tot het een egale massa is. 

Met mijn vinger in de pan, om even te proeven, kan niet want de karamel is loei heet. Op goed geluk giet ik alles uit over de popcorn op de bakplaat dat direct aan elkaar begint te plakken. Het lijkt wel magnetisch dat spul. De suikerdraden lopen van de pan naar de popcorn en terug naar mijn vingers. Zodra de karamel is uitgeschonken moet alles afkoelen. Maar ik kan natuurlijk weer niet wachten. 

Terwijl de karamelpopcorn eigenlijk nog iets te warm is staan vriend en ik ongeduldig boven de bakplaat, ons al te goed te doen aan dit nieuwe baksel. Het is iets meer werk, en achteraf ben je ook kotsmisselijk, je bent dus gewaarschuwd. Maar de smaak is werkelijk goddelijk!!

 

van popcorn mais tot karamelpopcorn

 

Zie internet voor het juiste recept, er zijn vele wegen die naar heerlijke popcorn leiden 😋…

 

 

***

Lekker buiten…

Sinds het nieuwe seizoen is begonnen ben ik zo’n beetje iedere zaterdag aan de zijlijn te vinden. Dus deze zaterdag had ik mij een voetbalvrije dag beloofd. Althans, dat was de bedoeling. Bij het ontwaken bleek het ook nog eens prachtig weer te zijn. Beetje fris. Maar windstil, zonnetje met een blauwe lucht. Zo’n zalig wintersportgevoel borrelt bij mij naar boven. Eigenlijk wil ik direct een rondje door het park gaan maken. Maar weet dat er eerst nog het een en ander in huis gedaan moet worden. 

En dan, wanneer het ontbijt en de koffie er in zit begin ik toch te twijfelen. Ik ben al een tijd niet meer bij de voetbal in ’s Gravendeel geweest. En het is ook niet eens zeker of Zoon moet spelen gezien zijn blessure. Wandeling door het park of naar de voetbal?? Ik sta drie bedenkelijke minuten te wikken en te wegen en gooi ter plekke mijn indeling voor deze dag om. In volle vaart raap ik mijn fotospullen bij elkaar. Als ik op tijd wil zijn voor de aftrap moet ik mij nog haasten ook. De wandeling met Draak moet even wachten. Niet dat hij het erg vind. 

Als we aankomen bij de voetbal zit de warming-up er net op. Toch nog redelijk op tijd kan ik een plek zoeken en mijn spullen opzetten. Met het zonnetje in mijn rug zit ik hier heerlijk. Hoewel de wedstrijd wat traag op gang komt. De acties vinden ook net buiten mijn bereik plaats. Wanneer het eerste doelpunt van de tegenstander is gevallen maakt dat iets bij de boys los. De acties volgen elkaar nu sneller op. Er wordt wat meer geduwd en tegengas gegeven en voor we het weten valt doelpunt twee voor de tegenstander. Het lijkt er op dat ze deze pot gaan verliezen.  Uiteindelijk weet ’s-Gravendeel de boel om te buigen en winnen de wedstrijd met 3-2. Nog steeds staan ze bovenaan in deze competitie. 

Voor we het dorp verlaten stappen we nog snel even Vriendlief’s favoriete winkel binnen. Waar ik voor een appel en een ei een nieuwe skibroek scoor. Veel later dan gepland zijn we weer thuis. De wandeling met Draak zit er voor vandaag niet meer in. Want Poownie staat ook nog te wachten. En die wil ik voor de verandering graag bij daglicht bezoeken. 

Poownie herkend sinds enige tijd het geluid van mijn auto en staat al te hinniken bij het hek als ik het erf op kom lopen. Uiteraard heeft ie net voor ik aankwam nog even heerlijk door het zand gerold. Zijn vacht zou wit moeten zijn maar op dit moment is beige meer zijn kleur. Hij barst van de energie dus gaan we eerst de rijbak in om wat stoom af te blazen. Voor hem is het ook zalig weer. Wanneer hij al bokkend en rennend rondjes aan het rennen is ben ik maar wát blij dat ik er niet op zit. Voor een bejaarde knol heeft ie nog voldoende power.

Samen met een stalgenoot en haar paard sluiten we de dag al wandelend af. Tijdens het gouden uur zet de zon alles in een tijdelijke gloed. De polder ziet er hierdoor prachtig uit. Het is al schemerig als ik weg ga. Al met al toch lekker heel de dag buiten kunnen doorbrengen. Nu aan de bak met alle foto’s die nog liggen te wachten. 

 

 

 

***

Daar kun je mee thuiskomen…

“Wat vind je?” Vraag ik vriend terwijl ik voor hem door de kamer paradeer. “Ga je dat allemaal aantrekken?” Is zijn reactie “Hoezo, vind je al die bling-bling niet mooi?” Vraag ik. “Kun je dan op zijn minst drie van die dingen uitzetten?” Ik frons mijn wenkbrauwen zo dat ze elkaar bijna raken. Ik stop met lopen en kijk hem bedenkelijk aan. Ik heb een reflecterend hesje aan waar rode LED-lampjes op zijn aangebracht. Om elke arm en been draag ik een reflecterende band waar eveneens LED-verlichting op zit. Maar dat in tegenstelling tot het hesje hysterisch staat te knipperen in blauw neonlicht.

“Als je zo in het donker over straat gaat denken ze op zijn minst dat er een alien geland is, of een hoerentent geopend is.” Alhoewel… Het is een dorp he?! Dan zullen ze vast voor de eerste optie kiezen! Ik ben niet van mijn plan af te brengen. Maakt niet uit wat voorbijgangers denken. Zolang automobilisten maar stoppen of op zijn minst langzamer gaan rijden. Zo kunnen wij veilig over straat.

De volgende dag neem ik alle verlichting mee naar stal voor een wandeling in het donker. We gaan alle bling-bling eens in de praktijk testen. Hesje om en alle verlichting aan. Armen en benen voorzien van de reflecterende banden met de lichtjes op standje hysterisch. Ook Poownie krijgt een set om alle vier zijn benen. Oké, toegegeven, het is even wennen met al dat rode en blauwe licht dat we nu uitstralen. En eigenlijk voel ik mij nu ook een beetje een wandelende kerstboom.

We zijn de weg nog niet op of ik hoor achter mij: “Jingle Bells, Jingle Bells… Leuke outfit mevrouw!!” Een wielrenner die, zelf compleet onzichtbaar in het donker, mij passeert. Haha, heel leuk!! Ik roep hem na dat wij in ieder geval niet zo makkelijk over het hoofd gezien kunnen worden. Dan komt mijn eerste test object de hoek om janken. De bestuurder ziet een chaos van rode en blauwe lampjes op zich afkomen. Voor het grote what-the-fuck-is-dat-effect draai ik rondjes en spring in de lucht. De auto gaat vol in de remmen. Hij staat bijna stil als wij hem passeren op de smalle weg waar auto’s, fietsers en wandelaars over heen moeten voordat we een veilig voet- en fietspad bereikt hebben. 

Ik bedank de bestuurder en loop door. Als we eenmaal de weg uit zijn begin ik er lol in te krijgen. We zoeken een stukje gras op waar we alle twee veilig staan. Poownie kan lekker grazen en ik zie van links en rechts al het verkeer aankomen. Brommers, scooters en auto’s… Ze remmen allemaal af. Ze snappen blijkbaar niet wat ze zien. Gekleurde zwevende kerstlampjes die door mijn gespring en gedraai onsamenhangend bewegen… Fietsers die voorbijkomen maken er grapjes over en wandelaars stoppen om een praatje te maken. Het is hilarisch om te zien hoe andere weggebruikers hierop reageren. Mijn missie is geslaagd.

De andere dames op stal grappen de eerste week nog wat over onze nieuwe outfit. Maar al snel zijn ze overstag en zien ze de veiligheid er ook van in. Als we na een tijdje met een groepje inclusief onze paarden over de weg wandelen, krijgen we het éne “compliment” na het andere over onze zichtbaarheid. Kijk, daar kun je mee thuis komen!!

 

 

-🐴- 

In liefdevolle herinnering…

Als kind denk je vaak niet heel ver vooruit. Je bent al helemaal niet bezig met de dood en wat daar bij komt kijken. Hoevaak heb je niet gedacht dat je het eeuwige leven hebt? Je bent er immers nog steeds na alle gekke fratsen die je hebt uitgehaald. En ook je ouders gaan niet dood. Als (klein) kind kijk je tegen ze op. Ze zijn je helden. Tot je wat ouder wordt. Dan zijn ze irritant en schaam je je kapot bij alles wat ze doen. Maar dan komt er een periode dat je snapt dat je ouders ook maar mensen zijn. Ze zijn niets anders dan pubers met meer (levens)ervaring. 

Bovenstaande gaat uiteraard niet voor iedereen op. Wij werden al jong geconfronteerd met alles waar je, ook als volwassene, helemaal niet mee geconfronteerd wil worden. Mijn ma had al heel wat ellende overwonnen. Ze bewees sterker te zijn dan wie dan ook. Maar helaas, sterker dan de dood was ze niet. Op 17 november 2011 overleed ze op 50 jarige leeftijd. 

Inmiddels is dit alweer 8 jaar geleden. Heel cliché, de jaren hebben de scherpe randjes er af gesleten. Pijn en verdriet vechten al lang niet meer om de beste plek in mijn hoofd. Er is berusting, mooie herinneringen en liefde voor terug gekomen. En gemis? Ja dat ook. Dat zeker!! Hoe langer ik haar niet gezien heb hoe sterker dat gevoel wordt. Maar ook dat heeft zo zijn momenten. En het mag er zijn. Ik laat het er zijn. Juist heel bewust.

Toch zijn er momenten dat het mij droevig stemt dat we niks meer opnieuw kunnen doen. Dat ze nooit meer trots op mij kan zijn. We nooit meer iets kunnen bespreken, zaken kunnen bijleggen. Dat ik haar nooit meer iets kan vragen. Soms zit het mij dwars dat het mij nooit gelukt is haar over te halen iets van het leven te maken. Ik moet mij daar bij neerleggen. Want, wat kan ik anders? Het leven is geleefd. Dat van haar en van ons samen. Met alles waarvan we op dat moment dachten dat we er goed aan deden.

Het is echt niet zo dat ik enkel op een droevige manier aan haar terug denk. Er is veel ruimte voor herinneringen. Die uit mijn kindertijd koester ik. Des te meer omdat we toen heel close waren. Zo was er bijvoorbeeld geen kijkwijzer, dus voor mijn 12e had ik zo’n beetje alle griezelfilms met haar gekeken die er waren. Gezellig samen op de bank onder een deken met verse popcorn. We stonden samen in de keuken om de Surinaamse of Indische keuken te proberen. Gaven elkaar “spa” behandelingen. Compleet met gezicht-scrub en voetmassage. Zij mij altijd iets meer dan ik haar. Onze verjaardagen werden groots gevierd evenals Sinterklaas, kerst en zelfs pasen. Ze stond er vaak alleen voor maar zorgden wel dat iedereen aan kon schuiven en een fijne avond had. 

Toen ze net overleden was voelde het alsof er een lichaamsdeel van mij geamputeerd was. Ik voelde mij leeg en hol. Weken heb ik met dat schrijnende gevoel rondgelopen. Inmiddels is dat hersteld. Op een heel andere manier dan vroeger zijn we nog steeds met elkaar verbonden. Dat merk ik aan veel dingen. Ik denk dat dit de onzichtbare band is tussen een moeder en een dochter. 

 

 

 

-💞-

Ver weg en toch heel dichtbij… 

Wanneer ik vanuit mijn werk weg rij, staat er half op de weg een witte bus. Het is niet dat ik er speciaal voor moet stoppen maar echt omheen kan ik nu ook weer niet. De blauwe letters aan de zijkant zijn niet te missen. CHRIS, staat er schreeuwend op. Geen idee waar deze bus van is of waar ze reclame voor maken. Maar mijn gedachte gaan direct naar mijn eigen Chris. Chris die er inmiddels bijna drie maanden niet meer is. Nog steeds heel raar en soms is het ook gewoon niet te bevatten. Hoe kan het dat een, in mijn ogen, sterke man er nu gewoon niet meer is?! 

Met Chris in gedachte hervat ik mijn route. Ik denk de laatste tijd zo ie zo al heel veel aan hem. Ik voel een steek van verdriet. Tijdens een van onze laatste telefoongesprekken zei hij nog gekscherend: “tja, je moet toch ergens aan dood gaan?!” Niet wetende dat hij er een paar weken na dat gesprek niet meer zou zijn. Nu vervloek ik hem om die uitspraak. Het heeft lang geduurd voor ik rust vond na het overlijden van mijn ouders. Ik heb maanden over ze gedroomd. Met Chris heb ik dat ook een beetje, gelukkig wel in mindere mate en vaak op een fijnere manier.

Ik rijd de bocht door en tegelijk maak ik oogcontact met een meneer die links op de stoep achter een kinderwagen loopt. Ik sta vol op de rem en het is maar goed dat er niemand achter mij rijd. Mijn hersens weten heus wel dat wat mijn ogen registreren niet echt is. Het kan niet. Maar toch. Zijn houding! zijn uitdrukking! zijn kapsel en zelfs zijn jas! Alles is een evenbeeld van Chris. Heel even denk ik dan ook dat het hem is. Ik verbijt mijn verdriet maar glimlach vriendelijk om mijn stomme gedrag een beetje goed te maken en wederom vervolg ik mijn route. Die beste man zal wel gedacht hebben… 

Afgezien van een geschiedenis en onze huisdieren hadden Chris en ik ook een gezamenlijke interesse in het bovennatuurlijke. Of misschien moet ik zeggen: hebben een gezamenlijke interesse. In onze ogen is er meer tussen hemel en aarde. Hij kon er altijd erg enthousiast over praten. Ik was blij een toehoorder in hem gevonden te hebben zonder dat ik scheef aangekeken werd. We hadden het geregeld over telepathie, energie of onzichtbare lijntjes. Maar ook over het uittreden van de ziel al dan niet bij leven of over simpelere zaken als de kracht van een bepaalde edelsteen. De onderwerpen waren divers en soms wat controversieel en daarom ook niet met iedereen in mijn omgeving bespreekbaar. 

Wanneer ik voor wat afleiding de radio aanzet, jankt een gitaarsolo mijn oorschelp in en baant zich vervolgens regelrecht een weg naar mijn hart. Tja, hoe kan het ook anders. Ook dit doet mij aan Chris denken. Het was notabene dit soort muziek waar hij Groene Draak gek mee kreeg. Dan drinkt het plots tot mij door. Als een heldere gedachte. Ik laat de tranen, die zich al een paar minuten aan het opdringen zijn, stromen. Ik mis hem!! Maar weet tegelijk ook dat dit zijn manier is om te zeggen: “Ik ben nooit echt ver weg…”

 

 

 

-💞-

Boffen wij toch weer…

Vanaf de plek aan de tuintafel kijk ik naar Poownie, hoe hij op zijn gemak zijn late lunch naar binnen werkt. De andere paarden kijken vanaf een afstandje verlekkerd toe. Dat geluk heeft Poownie, zonder voortanden en met zijn 25 jaar de oudste van de kudde dagelijks een extra portie voer voorgeschoteld krijgen. Zelf laat ik mij in die tussentijd verwarmen door de najaarszon. Ik ben zo moe dat ik hier, ter plekke, in slaap zou kunnen vallen. Ik loop altijd een beetje op mijn tenen op de vrijdagmiddag. Moe van de hele week door stampen. Maar de laatste weken is het erger dan anders. Door een aantal zieken op de zaak is het druk en loop ik niet meer op mijn tenen maar op mijn tandvlees. Het is dat de zon schijnt maar eigenlijk ben ik zo moe dat ik er chagrijnig van word.

Om op de vrijdag tijd te sparen rijd ik tegenwoordig vanuit mijn werk naar stal. Ik geef hem zijn eten en wat aandacht voor ik weer huiswaarts keer. Geregeld spookt het door mijn hoofd om een verzorgster voor hem te zoeken. Zoals “vroeger”. Toen hij nog in de bloei van zijn leven was. Ze namen mij werk uit handen. Poownie kreeg liefde en aandacht en zelf hadden ze een paard met een gouden hart. Hij sprong, croste door de bossen. Liep wedstrijden en ging zelfs met ze mee op vakantie. Dat is inmiddels alweer een aantal jaar geleden. Maar wat heeft een verzorgster nu aan een bejaard paard?!

Met zijn 25 jaar doet ie het nog prima hoor. Maar ik wil niet dat er nog met hem gejakkerd wordt. Of ondoordachte acties uitgehaald worden. De rek begint langzaam uit mijn “opaatje” te raken. Iets waar ik toch rekening mee moet houden. De stalbaas bood aan om Poownie op de vrijdag van zijn middagsnack te voorzien. Zoveel werk is het nu ook weer niet. Eerst wilde ik niet ingaan op haar aanbod. Liever wanneer het echt nodig mocht zijn. 

Nadat ze het twee keer aangeboden had bedacht ik mij. Ze “kookte” een keertje toen ik echt niet kon en vanaf dat moment is ze op de vrijdag zijn maaltijden blijven geven. Bovenstaande is inmiddels alweer een paar weken geleden. De eerste keer voelde ik mij wat onwennig en zelfs bezwaard. Na 1.5 jaar een soort mantelzorger te zijn voor je eigen paard met periodes dat ik soms twee keer per dag langs ging, naar één dag echt heel bewust overslaan.

Tot nu toe voelt iedere vrijdagmiddag, einde van de werkdag, als een cadeautje. Ik hou super veel van Poownie maar een vrijdagavond niet weg te hoeven, gewoon op de bak kunnen ploffen en bijkomen van een week buffelen voelt echt heerlijk. En toen ik van de week een appje kreeg dat ze hem zelfs mee uit grazen had genomen realiseerde ik voor de zoveelste keer dat we het echt getroffen hebben op deze stal! 

 

 

 

-❤️-

 

A Pirate’s Life for Me…

Er zijn momenten dat ik mij afvraag waar ik nu weer in beland ben. Zo dacht ik vorige zomer een gezellig autoritje te maken. Mee blèren met de radio op standje tien en zwaaien naar andere voorbijgangers. Maar na dat ritje belande ik opeens in een ander vervoersmiddel. Ze noemen het een boot. Nog nooit van zoiets gehoord laat staan dat ik wist wat het was. Nou, nu weet ik het hoor. Het is niks anders dan een grote schommel met zitplek voor meerdere mensen. En sinds ik mee ga dus ook voor vogels. 

Mijn hobby is zonnebloempitten eten, walnoten open breken en de boel slopen. Schommelen kan ik thuis ook. Dus zoals een echte Amazone betaamd maakte ik er een flinke scene van. Vond alles eng en zorgde dat ik overal mijn nagels inzette. Het liefst in haar arm. Ik verloor haar geen moment uit het oog. Ze vertelde mij dat het toch veel gezelliger is als ik mee ga!? Anders zit ik alleen thuis. Op dat moment kon het mij niks schelen. Dan maar alleen thuis. Nog altijd beter dan die zeebenen. Ik zag letterlijk groen en geel na zo’n middag.

Maar… Ik kwam daar toch wat knarsensnavelend op terug. Ik ben nu eenmaal een gezelligheidsdier en vind het leuk om de aandacht te krijgen. Wanneer de mensen niet thuis zijn, is er dus ook geen aandacht. Ze beloofde mij een eigen plek. Niet meer los op de arm. Dus de keren erna besloot ik mij minder paniekerig op te stellen. Mijn eigen plek is een reiskooi met zitstok, speeltjes en voerbak. Ik sta prominent op de tafel en heb zo zicht op alles. Toegegeven, dat is soms wat overweldigend. Maar met tralies om mij heen hoef ik niet bang te zijn dat ik zomaar wordt opgevroten door een stel luidruchtige agressieve zeemeeuwen of per ongelijk in het water val. Zwemmen is nu eenmaal niet mijn ding.

Vroeger, in de tijd van zeerovers en piraten, was een papegaai op een boot heel normaal. Nu heb ik veel bekijks. Daar zal je mij niet over horen klagen hoor. De menselijke beleefdheidsvormen heb ik tot een ware kunst verheven. Zodra we andere boten passeren en dat doen we geregeld, roep ik netjes “hallo” en daarna gil ik nog even: “dag hoor! Tot strakjes!” Als ze geluk hebben zwaai ik ze na. Je moet hun reacties eens zien. Ze vinden het fantastisch.

Ik ben zelfs een aantal keer mee geweest wanneer ze ging wakeboarden. Hoe moest ik nu weten wat ze ging doen?! Nu dus wel. Opeens lag ze in het water. Ik gillen: “straks word je opgevroten door meeuwen, of erger, haaien!” Maar ze had de grootste lol. En opeens stond ze achter de boot op een plank naar mijn te gillen en te zwaaien. Dus ik maar terug gillen en zwaaien, geen idee waarom. Maar ik mis wel vaker het hoe en waarom bij menselijke communicatie. Gekke hobby’s heeft ze hoor!

Dat snelle varen is niet echt mijn ding. Maar dat dobberen in gezelschap van de mens is toch best gezellig. En wanneer we voor anker gaan is dat vaak in een beschutte baai, waar ik de andere vogels kan horen fluiten. Op een veilige manier kan genieten van het buiten zijn en dan alle aandacht die ik krijg als ik op het voordek zit. Yo Ho a Pirate’s life for me ….

 

Papegaai mee op de boot.

 

Voor de liefhebbers: Groene Draak heeft zijn eigen Insta account.

 

 

***

Een handige oplossing…

Al een aantal weken stamp ik in versnelling zes mijn werkweek door. Het is druk. Veel werk voor net te weinig mensen. De werkdruk is daardoor wat aan de hoge kant. Maar het is soms ook best lekker om met een klein team zoveel werk te verzetten. Geeft voldoening. Omdat nog niet duidelijk is wanneer het einde in zicht is probeer ik zoveel mogelijk een balans te vinden en grenzen te bewaken. Daarom ben ik maar wat blij met de weekenden. Waarbij alles een versnelling lager kan. Even niet met deadlines bezig zijn of de druk op wat voor manier dan ook voelen.

De zalige nazomer die ik in gedachte had laat zich voorlopig niet zien. Alles om mij heen is vies, modderig en nat. Je zou er bijna chagrijnig van worden. Hoewel ik het door de weeks te druk heb om mij met het weer bezig te houden. Maar in het weekend zou het toch wel fijn zijn om er niet steeds mee geconfronteerd te worden. Zeker niet als je een buitenhobby hebt. Nou vette pech voor mij dus! 

Ik wilde hoe dan ook naar de voetbal om foto’s te maken. Terwijl de spelers hun longen uit hun lijf rennen kom ik geestelijk helemaal bij van een drukke week. Fotograferen is zoiets als mediteren. Even helemaal op gaan in het moment. Voor mij in ieder geval. Al eerder ben ik als een verzopen kat en tot op het bot verkleumd thuis gekomen. Van diverse mensen kreeg ik de tip een tent te kopen. “Zit je lekker droog”. Ja, dat wel. Maar echt praktisch is het niet. 

Opzoek naar mijn regenkleding dan maar. Ik kon alleen nog maar een jas vinden, mijn broek was foetsie. Eigenlijk ben ik allergisch voor regenkleding. Je wordt er zo smerig plakkerig van. Ik snapte dus wel dat ik mijn broek al eerder aan de wilgen had gehangen. Wanneer het zo nu en dan eens zou miezeren was mijn regenjas meer dan voldoende geweest. Maar met het zeikweer van nu echt niet. Ik spreek uit ervaring!!

Ik besloot een poncho te kopen. Zo’n lang vormeloos model die je in een seconde over je hoofd schuift. En die, wanneer je op je krukje zit, tot de grond reikt. Helemaal bedekt  zonder  dat claustrofobische gevoel dat ik krijg bij een regenpak. Heb ik toch een soort van tent. Dat dan wel weer. Dit weekend mocht ik hem uitproberen want het heeft heel de middag geregend. 

Toegegeven, het verdiend geen modeprijs. Man man ik moet er niet uit gezien hebben. Als ik de leeftijd had van de pubers op het veld had ik mij mooi nat laten regenen. Gelukkig zijn we nu wat wijzer. Dan maar als een kabouter langs de zijlijn. Ik heb er voldoende bewegingsvrijheid in, blijf droog en zit zelfs nog redelijk warm ook. Conclusie: een prima ding zo’n poncho en dat voor maar een paar euro. Het enige nadeel is de te kleine capuchon. Daar moet ik nog iets op vinden. 

Hoewel ik nog steeds hoop op wat mooie zonnige dagen, houd de regen mij nu in ieder geval niet meer tegen. Mijn camera heeft zijn eigen regenset en ik nu dus ook.

 

Deborah in regenponcho

 

 

***