Roti wat?

Ik ben nou niet bepaald een keukenprinses. En daarmee druk ik mij nog heel zacht uit. Ik heb een bloedhekel aan koken. Ondanks dat vriendlief en ik elkaar afwisselen in de keuken blijft het een saaie, vervelende en tijdrovende klus die ik liever uit handen geef. Maar goed, een mens moet nou eenmaal eten. Als ik ooit een loterij zou winnen zou ik het geld gebruiken om een kok te kopen. Hij mag iedere dag het lekkerste van het lekkerste voor mij klaar maken. Een kok die het leuk vind om uren achtereen in de keuken te staan, terwijl ik het met bloed, zweet en tranen bereidde avondmaal binnen 20 minuten naar binnen prop. Toen ik mijn vriend leerde kennen noemde hij mij wel eens een nep of albino pinda. Je bent (half) Indisch maar je verbrand in de zon en koken? Daar doe je niet aan… Dat eerste heb ik te danken aan een über Nederlandse moeder, rossig haar en blauwe ogen. Waar ik dat tweede aan te danken heb? Te veel keuzes in het leven denk ik…

Voor koekjes, muffins en taart wil ik wat koken betreft wel eens een uitzondering maken. Een heel kleine uitzondering en dan eigenlijk ook alleen als ik het af kan met kant en klare pakken a la Dr. Oetker. Dat is net zoiets als iedereen kan schilderen van Ravensburger! Simpel, makkelijk en snel.

Mijn tante werd afgelopen week 50 jaar. Dat moest gevierd worden. Om de dag voor mijn tante een nog specialer tintje te geven dan het al had besloten we om verschillende Indische hapjes te (laten) maken. Mijn nichtje vroeg mij om Roti Kukus te maken. Rottie wat?? Hoor ik sommige lezers al denken. Roti kukus. De betekenis van kukus is stomen. Het is dus een gestoomde Indische cake. En werkelijk om je vingers bij op te eten. Het ziet er niet uit als het de stomer in gaat. Eigenlijk ook niet als het de stomer weer uit komt. Maar de smaak maakt alles goed. Het is helaas niet een recept ala Dr. Oetker, maar echt heel moeilijk is het nu ook weer niet.

Daar stond ik dan in de keuken met alle potjes, pannetjes, keukenmixer en al wat nodig was om tot onderstaand eind resultaat te komen. Voor de zoete kauwers onder ons: er gaat 500 gram suiker in. Dus ben je op dieet dan zou ik mij verre van dit heerlijke gerecht houden!

Wat gaat er nou precies in en wat heb je nodig:

  • 4 eiwitten
  • 8 eidooiers
  • 500 gram witte suiker
  • mespuntje zout
  • 1 dl spa rood/ 7-up of ander bruisend bron water
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • zakje vanillesuiker
  • 2/3 eetlepels Droste cacao poeder
  • 1 stoompan
  • 1 schone (oude) theedoek

Er zijn heel veel verschillende recepten voor dit gerecht en het is bij heel veel, zo niet alle Indo families bekend. Ik heb het recept van mijn moeder, die het weer van haar (schoon)moeder heeft, aangehouden.

Hoe maak je dit klaar:

Splits de eieren. Mix de eidooiers samen met de witte suiker, vanillesuiker en het zout tot een egaal mengel. Voeg beetje voor beetje het zelfrijzend bakmeel toe. Het is nog beter om dit te zeven zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg het spa water toe als het beslag te dik wordt. Het moet er luchtig uit zien. Hoe luchtiger het beslag, hoe lekkerder het eindresultaat. Klop de eiwitten stijf en schep dit door het beslag. LUCHTIG… Dus niet mixen!! Verdeel het beslag nu over twee schalen. Voorzie één van de schalen van de cacaopoeder.

Nu komt het:

Deze cake gaat niet in de oven maar in een stoompan. Voorzie de stoompan (de pan met de gaatjes, voor de niet keukenprinsessen onder ons) van de natte (uitgewrongen) theedoek. Spatel het beslag om en om in de stoompan. (laagje wit, laagje bruin enz.) Zorg dat de pan niet meer dan de helft vol zit met beslag. Het hele zwikkie gaat namelijk nog rijzen. Plaats een deksel op de pan, de uiteinden van de theedoek kunnen onder het handvat van het deksel geplaatst worden (anders vliegt de boel in de hens, ik spreek uit ervaring!!) Breng het water in de onderste pan aan de kook en laat alles ongeveer een uur op matig vuur staan. Controleer wel regelmatig het water in de onderste pan. (zorg er voor dat de bovenste pan niet onder water staat)

Als het goed is zul je gaan voelen dat de pan steeds zwaarder wordt. Let op: kijk pas in de pan als het uur voorbij is. Anders bestaat de kans dat hij in zakt. Steek een satéprikker in de cake om te kijken of hij gaar is. Blijft er beslag aan plakken dan moet je cake nog even blijven stomen.

Als je het goed gedaan hebt zal de cake zich aan de bovenkant openen in de vorm van een bloem, ster of hoe ver je fantasie dan ook reikt … 

Eetsmakelijk!!

 

 

 

 

 

 

 

 

Doelen bereiken…

Als je doelen wilt bereiken zul je er iets voor moeten doen. En aangezien ik al enige tijd een aantal doelen open heb staan voor wat betreft het hardlopen, vond ik het tijd worden om de daad bij het woord te voegen en hier mee aan de slag te gaan.

Toen ik vanmorgen heerlijk in mijn warme bedje lag wist ik precies hoe ik het zou gaan aanpakken. Op de planning stond de “bruggenloop”, zoals ik hem zelf voor het gemak genoemd heb. Hij gaat over minimaal één brug (de mogelijkheid bestaat om hem uit te breiden naar vier) en onder één tunnel door. Rustig beginnen en een kilometer meer lopen dan vorige week. Van de week heb ik 1.20 minuut sneller gelopen dan de keer daarvoor. Dus nu was het de beurt om meer afstand af te gaan leggen.

Als ik de tien kilometer uit wil kunnen lopen moet ik toch echt simpelweg meer kilometers gaan maken. Dat komt niet zomaar aanwaaien. Daar moet iets voor gedaan worden. Tot nu toe ben ik nooit verder gekomen dan zeven kilometer. Door verschillende omstandigheden heb ik het hardlopen even moeten laten voor wat het was. Maar we zijn terug en hopelijk voor een langere periode.

Aangezien Mr. Hamstring  zo nu en dan nog steeds aanwezig is sta ik tegenwoordig ook voor het rennen een flinke warming-up te doen. Al rekkend en strekkend onderaan de trap wordt ik gade geslagen voor vriendlief. Die overigens sinds vorige week ook aan start2run begonnen is. Weliswaar op zijn eigen manier in plaats van die van Evy (of hoe ze ook mag heten) Ondertussen probeer ik verbinding te krijgen met de satelliet voor het bijhouden van mijn tijd, afstand en snelheid. Helaas laat mijn horloge het afweten. Dus besluit ik dit keer Back to Basic te gaan en zonder extra “behang” te vertrekken.

Met een rustige pas vertrok in van huis. “Denk licht, loop licht” was mijn mantra voor deze loop en ik had hem nodig. Hoe lekker ik de voorgaande keren vertrokken ben, zo zwaar voelde het nu. Het leek wel of mijn benen van lood waren en ik werkschoenen met stalen neuzen aan had. Ik was nog geen halve kilometer op pad en de brug diende zich aan. Heel even schoot het mij te binnen dat ik ook voor de brug naar rechts kon gaan, via het park, langs de vijver en vervolgens bij de voordeur weer naar binnen. Maar Lin beschreef het in haar stukje:  “Just do it” Er valt voor iedere keer wel een excuus te verzinnen: niet zeiken gewoon gaan!! Ook al voelen mijn benen moe aan, lukt het niet zoals ik verwacht had, ook dan komen mijn doelen niet vanzelf aanwaaien. Ook dan zal ik moeite moeten doen. Is het niet dat het gevoel van overwinnen (al is het op jezelf) een stuk fijner is als je er nog meer moeite voor hebt gedaan? Precies. Dat dacht ik dus ook…

Met dat laatste in gedachte betrad ik de brug die over het rangeerterrein liep. Zonder muziek, GPS en horloge voelde ik mij wel erg kaal. Ga ik niet te hard? Misschien gaan we nu te zacht? Ik ren inmiddels twee jaar met GPS en ik ben er aan verslaafd geraakt te weten hoe hard ik ren en hoeveel kilometer ik al achter de rug heb. Dat werkt namelijk beter dan je te bedenken hoeveel je nog moet. Maar dit keer moest ik het zonder stellen.

Uit ervaring weet ik dat een variërend tempo vermoeiender werkt dan een constant tempo. Ik koos ervoor mijn tempo expres rustig te houden. Zowel de brug op als de brug af. Liever wat langer onder weg zijn maar wel de zes kilometer uitlopen, dan afhaken omdat ik geen adem meer over zou hebben.

Ergens halverwege de route kon ik mijn mantra langzaam laten varen. Mijn spieren waren gelukkig wat losser dan bij vertrek en het rustige gelijkmatige tempo werkte goed. Ik besloot mijn “zware” benen nog een keer te rekken voor het laatste stuk. Ik moest immers nog een tunnel zien te overwinnen.

Bij vijf kilometer kon ik afhaken en via het park door naar huis. Maar ik liep stug door. De zes moest toch ook te doen zijn? Wat is nou één kilometer? Dus ging ik om het park heen. Mijn lichaam had zich helemaal ingezet op het halen van de zes kilometer. Het eindpunt was al inzicht. Bij het halen van de in mijn hoofd gemarkeerde finish werden mijn benen plots zwaar en het lichte gevoel van zo even was direct verdwenen.

Uiteindelijk heb ik het gehaald. Zonder buiten adem te zijn. Wel met benen zo zwaar als lood. Ik heb nog wat trainingen te gaan wil ik de tien kilometer kunnen lopen zonder dit zware gevoel in mijn benen te hebben. Maar ik ben trots op mijzelf dat ik niet gekozen heb voor de weg van de minste weerstand.

Op naar de volgende training…

 

 

Kleine held op sokken…

Nu buiten de temperatuur weer wat behaaglijker wordt, bevind Noa zich ook steeds vaker buiten. Bij mijn moeder thuis was ze eigenlijk altijd buiten. Alleen overdag bij slecht weer lag ze op zolder, bovenop de ketel, te knorren. De zolder bij ons vind ze minder aantrekkelijk. Wij hebben immers vloerverwarming EN een convectorput. Die bij koud en ijzig weer lekker aan staan. Deze dame ligt dan ook het liefst uitgebreid en ongegeneerd op het wildrooster (zoals wij dat noemen) of languit in de woonkamer op de vloer. (waar ze vooral niet in de weg ligt)

Naar buiten gaan was tot mijn verbazing niet iets waar Noa zich mee bezig hield. Mij achtervolgen door het hele huis, ons wakker miauwen in het weekend en flinke plukken haar achterlaten dan weer wel.

Maar nu het ijs uit de tuin is en het niet zo hard meer regent vraagt ze steeds vaker of ze naar buiten mag. Wij moedigen dit alleen maar aan. Persoonlijk lijkt het mij heerlijk om hele dagen in het park hier achter rond de lopen en op jacht te gaan naar muizen en vogels. (niet dat ze die mee naar huis moet nemen natuurlijk!!) Maar Noa was nog niet eerder klaar voor dit grote avontuur.

Noa is niet de enige kat in de buurt. Het wemelt van de poezenbeesten in de straat. Zo hebben we Wiskas, Snoes, Ollie Ollie,Kimmie en nog twee kleine krijgers waar ik de naam niet van weet. Stuk voor stuk katten die buiten komen, erg aanhankelijk en lief zijn. Behalve voor elkaar. Dan komt het “kattige” in ze naar boven.

Noa laat gemerkt of ongemerkt een geurspoor achter. Want sinds ze buiten komt is Ollie Ollie ook in onze achtertuin te vinden. Mijn kleine grote held op sokjes moet niets van Ollie hebben. Ollie vind het daarentegen prachtig om Noa de stuipen op het lijf te jagen en dan vooral door voor het raam naar Noa te staren terwijl ze op het “wildrooster” ligt te slapen. Ze kunnen minuten lang naar elkaar kijken zonder ook maar een vin te verroeren. Weliswaar met een dik stuk glas er tussen. Het enige wat hoorbaar is, is het klagelijke gemiauw. Ze zijn elkaar twee keer in de haren gevlogen. Maar dat liep met een sisser af. Geen grote plukken haar die door de tuin heen vlogen of happen uit oren.

Zelf heb ik de indruk dat Ollie alleen maar vriendschap wil komen sluiten. Een maatje zoekt om lekker mee door de straten te struinen of om samen te luieren in de tuin. Volgens mij is het nog een jong beestje en heeft hij niet veel kwaads in de zin. Noa denkt daar heel anders over. Ze is immers al 10 jaar en heeft in haar leventje al het nodige mee gemaakt. Spelen en optrekken met andere katten was iets wat ze in haar jeugd graag deed. Nu ze wat ouder is speelt ze het liefst met touwtjes (die ik dan door het huis moet trekken zodat de achtervolging vanuit haar mand ingezet kan worden) balletjes (die ik heen en ook weer terug moet rollen) of mijn voeten (gelukkig alleen wanneer ik onder een deken lig). Toch heb ik de stille hoop dat ze in de zeer nabije toekomst vriendjes wordt met één van de andere katten uit de buurt.

CoCo is een ander verhaal. De angst die ze eerst voor hem had wordt door nieuwsgierigheid verdreven. Steeds vaker zie ik haar naast of voor de kooi zitten met niets anders dan aandacht voor CoCo. Dit kon natuurlijk niet uitblijven. CoCo daarentegen laat de zonnebloempitjes niet zomaar uit zijn kooi kijken en vind het fantastisch om de confrontatie aan te gaan. Zelf ben ik daar niet zo blij mee omdat ik niet weet wie van de twee de grootste schade aan kan brengen bij de ander… Hoewel een knip met mijn vingers Noa duidelijk maakt dat dit gedrag niet gewenst is (ze loopt dan al klagelijk miauwend bij de kooi weg alsof ze zich betrapt voelt) hoop ik toch echt dat ze de buitenwereld leuker gaat vinden dan CoCo en zijn kooi.

Hopelijk brengt de lente ook wat meer lef voor Noa…

 

Blauw, rood & zwart …

Drie jaar geleden is het gedonder begonnen. Toen raakte ik in de ban van het snowboarden. Weer zo iets waar ik totaal niets van moest weten. Maar… het virus sloeg toe en ik raakte verslaafd. Het boarden werd een ware obsessie voor mij. Om het te leren heb ik een aantal lessen op een rondraaiende mat gevolgd om vervolgens de rest aan te leren op de indoorberg van Snowworld of De Uithof. Nu zijn we dus per jaar minstens één rib uit ons lijf kwijt aan een wintersportvakantie. Niet zomaar een vakantie. Maar een vakantie met de familie. In 2011 besloten we voor het eerst met mijn tante en oom mee te gaan naar Oostenrijk. Dat was zo goed bevallen dat we dit jaar weer mee gingen. En wij niet alleen. In totaal gingen we met vier gezinnen, 13 man/vrouw/kind in totaal.

In tegenstelling tot  één van mijn nichtjes ben ik niet zo’n held als het op snelheid en durf aan komt. Ik ben van de zekerheid en veiligheid. Ingesnoerd met backprotector en helm ging ik vorig jaar met 10 km per uur van de piste terwijl ik links en rechts ingehaald werd door skiërs en boarders. Dit jaar gingen we al wat harder en met meer zekerheid en souplesse van de berg. Mijn nichtje, die hier al een aantal jaren komt, vond het tijd worden voor wat meer actie en nam mij mee naar een gedeelte van de berg dat bestempeld wordt als “rood” en de naam “penzing” draagt. Alleen de naam bezorgde mij eigenlijk al de rillingen. Uiteindelijk begreep ik dat de stoeltjeslift zo heet, maar voor het gemak de berg ook zo genoemd wordt.

Om er te komen moesten we eerst met de gondel naar boven. Er waren verschillende routes om beneden te komen. Twee korte steile afdalingen die er voor zorgden dat je uiteindelijk op de piste kwam waar het allemaal om draaide. Of drie verschillende bospaadjes die netjes om de berg heen cirkelden en ons uiteindelijk ook op dat stuk piste brachten waar we zijn moesten. Kiezen is nou eenmaal niet mijn ding zoals jullie inmiddels wel weten. Ik heb daar even staan wikken en wegen, staan plussen en minnen welke route het beste bij mij zou passen. Tot mijn tante zei dat we maar beter het bospad konden nemen. Veiligheid voor alles.

In haar kielzog vervolgden we de route. Mijn tante op haar ski’s, mijn nichtjes en ik op ons snowboard. Het eerste bospad diende zich aan. Ik schrok van dit smalle pad. Maar ik schrok nog meer van het feit dat het pad niet was afgezet met een hekje, vangrail, plankje of desnoods een stukje lint! Ik keek recht de afgrond in. (nou oke, iets minder diep, het ravijn… ) Ik toverde mijn grootste glimlach naar voren die uitstraalde: “Ik ben heus niet bang hoor!” Terwijl iedereen netjes mijn tante volgde stond ik daar nog als aan de berg genageld, te twijfelen of ik niet gewoon mijn board uit zou doen om dat stuk te lopen. Ik wilde mij natuurlijk niet laten kennen dus zette ik mijn bochtenwerk in. Veiligheid voor alles?? Op hoop van zegen dan maar… Dit ging wonderbaarlijk goed. Zolang ik maar niet naar de rand van het bospad keek. Hoe dichter ik bij de rand kwam hoe meer ik leek te bevriezen en daarmee dus ook mijn bochtje niet kon maken. Ik zal niet zeggen dat ik hoogtevrees heb, maar mijn maag draaide zich toch wel een aantal keer om bij het betreden van deze paden en zeker wanneer ik te dicht bij het niet afgezette stuk pad kwam. Waarom kozen we ook alweer voor het bospad en niet voor het steile (korte) stuk? Ik bleef dan ook veilig aan de kant van de berg, voor zover dat kon. Het liefst pakte ik de berg vast om hem nooit meer los te laten. Overigens is op de film ook terug te zien hoe ik dit verschillende malen probeer en hiermee, heel hilarisch, een afdruk van mijzelf achterlaat in de grote hopen sneeuw, niet één maar een stuk of vijf…

Eénmaal de griezelige enge bospaadjes achter ons gelaten strekte zich een oogverblindende witte piste voor ons uit. Bijna helemaal voor ons alleen. Dat was het gestuntel halverwege de berg meer dan waard. Wat heerlijk om in alle vrijheid naar beneden te boarden, de techniek steeds beter door te krijgen en bij iedere afdaling steeds zekerder van mijzelf te worden.

Zo zeker zelfs, dat mijn nichtje besloot om mij de volgende dag mee te nemen naar de “zwarte” piste. Zonder bospaden en lekker breed. “De techniek van het boarden heb je!” Was haar mededeling. Nu alleen nog het lef kweken om te gaan. Haar enthousiasme werkte aanstekelijk en dus besloot ik mee te gaan. Overtuigd van het feit dat als ik bospaden aan kon, ik alles aan kon, volgde ik haar naar het begin van de afdaling. Die was gelukkig niet zo steil als ik verwacht had. De eerste paar meter heb ik  roetsjend afgelegd. Daarna kon ik mijn bochten inzetten. Wat een overheerlijke piste was dit!! De sneeuw was perfect en ook hier was weer geen hond te zien. Afgezien van het dorp beneden in het dal leek dit gedeelte van de berg uitgestorven. De laatste en tevens langste en steilste afdaling bracht ons terug naar de gondel. Ik had al zoveel angsten overwonnen en grenzen verlegd dat ik zonder schroom begon aan dit laatste stuk. Ik had te doen met mijn arme voetjes maar wat gaaf dat ik dit ook gedaan heb. Beneden aan de berg volgde nog een kodak moment, al was het alleen maar om even uit te rusten voor we verder gingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoals aan alles kwam ook aan onze vakantie weer een eind. Ik had nog wel een weekje willen blijven. Het was een prachtige week met veel actie, lol, lef en durf maar vooral gezelligheid (hè wat cliché.. Maar oh zo waar.) Ik kijk nu al uit naar volgend jaar.

 

 

 

 

#WOT: Vrij…

Medebloggers Ariadne &  Patricia posten iedere week een blog aan de hand van het WOT woord. Een initiatief van Karin. Wot staat voor: Write On Thursday. Iedere donderdag wordt er een woord bekend gemaakt op de website van Karin. Het is de bedoeling dat je invulling geeft aan het opgegeven woord. Dit kan en mag in de meest ruimste zin van het woord. Een verzonnen verhaal, een verhaal in dichtvorm, blog, vlog of fotografeer. Net wat in je eigen straatje past. Het is lekker creatief en tevens een nieuwe uitdaging. Zie voor meer uitleg haar website.

Al enige tijd vraag ik mij af of ik dit onderdeel aan mijn blog zou toevoegen. Echter heb ik door de weeks niet veel tijd om te schrijven. Omdat er zo nu en dan toch een verhaaltje of gedachtespinsel uit het WOT woord ontspruit wil ik toch een poging doen om WOT toe te voegen aan mijn blog. Voor mij zal WOT staan voor: Word On Thursday om vervolgens de week erop een blog te schrijven over het woord. Ik heb geen idee of het mij lukt om iedere week iets te verzinnen bij het opgegeven woord. Maar dat weerhoud mij er niet van om het te proberen. En het staat mij natuurlijk vrij om een weekje over te slaan.

Het WOT woord van vorige week donderdag was “vrij”

***

Gisteren liep ik mijn eerste hardlooprondje door de polder sinds tijden. Het was zalig weer en mijn gedachten waren overal en nergens. Opeens was daar het woord “vrij”. Het schoot mijn hoofd binnen als donderslag bij heldere hemel. Waarschijnlijk omdat ik net daarvoor een aantal blogjes gelezen had met betrekking tot dit woord.

Als ik kijk op mijn GPS hoeveel kilometer ik al gelopen heb, gaan mijn gedachten ook naar mijn moeder. Nooit eerder heb ik zoveel over haar gedroomd als de afgelopen weken. ‘Hoe ze bezig is met het volgen van een computercursus.’ Iets waar ze bij leven nooit iets mee te maken wilde hebben. ‘Hoe ze moet lachen om iets wat ik haar vertel.’  ‘Hoe ze naar mij kijkt terwijl ik met iets bezig ben.’

Ongemerkt gaat mijn snelheid tijdens het hardlopen iets omhoog terwijl ik mij afvraag of ze nu vrij is. Of ze nu op een plek is waar ze echt zichzelf kan zijn. Heeft haar overlijden haar de rust gegeven die ze hier op aarde niet kon vinden? Heeft haar overlijden haar de vrijheid gegeven die ze zo graag wilde? Vrij van pijn, vrij van verdriet, vrij van alle verplichtingen die je binden aan het leven.

De gedachten aan mijn moeder en haar mannier van overlijden maakt mijn stemming er niet bepaald vrolijk op. Terwijl ik wel blij word van haar onverwachte bezoekjes in mijn dromen. Daar is ze vrij en blij. Een groot contrast met de laatste paar jaar van haar leven.

De weg die ik bewandel met de snelheid die ik kies, is in mijn ogen ook vrijheid. Ik ben vrij om links of rechts te gaan. Vrij om mijn eigen snelheid aan te passen. Dus besluit ik het tempo nog iets op te voeren. Het pad dat ik volg gaat geleidelijk omhoog. Een andere hardloper komt mij te gemoed. Als oude bekende steken we onze hand naar elkaar op om vervolgens weer alleen verder te lopen. Terwijl ik de weg oversteek en links van mij een ruiter met haar paard voorbij zie galopperen is daar weer het woord: “vrij”. Hun manen en staart wapperen in de wind. Vliegen over het land en één zijn met je paard. Los van de grond, vrij!!

Mijn benen worden zwaar en hebben moeite om het tempo dat ik wil lopen vol te houden. Desondanks moet ik glimlachen. Mijn moeder is er helaas niet meer, maar ik ben er nog wel. Ik kies er voor om te leven. Ik kies voor mijn eigen vrijheid…

 

***

 

 

Brutus…

Zoals sommige lezers/vrienden wel weten behoort auto rijden nou niet bepaald tot mijn favoriete bezigheid. Toegegeven, ik vind het erg makkelijk om zittend vervoerd te worden van A naar B, zonder daarbij zeiknat te regenen, van de weg af te waaien of tijdens een conversatie te moeten gillen naar de persoon die zich achter of voor mij bevind op de fiets, scooter of brommer. Eigenlijk ben ik dus gewoon een beetje lui wat dat betreft. Het niet-naar-mijn-zin-hebben-in-een-auto wordt allemaal nog eens benadrukt als ik naast iemand zit, mijn vriend in de meeste gevallen, die auto rijden wel helemaal dolletjes vindt en hierbij dan ook nog eens zijn rechtervoet niet geheel onder controle heeft. Hoe harder hoe beter. Menig moment heb ik met zweethandjes naast hem gezeten in de hoop dat de mensen op de middenbaan ons met deze snelheid aan zagen komen en niet hun fiat panda uit het jaar nul opeens naar links zouden sturen. Met het gevolg dat we de bestuurder uit het handschoenenkastje van Brutus (zo heette deze auto) konden peuteren. En dan heb ik het nu nog over het minst erge geval.

Nee, auto rijden is niet iets waar je mij blij mee kunt maken.

Zo reden wij vorig jaar zomer richting Burg Haamstede. Alwaar mijn schoonouders ons hadden uitgenodigd om gezellig te komen eten. Het feit dat jij dit verhaal aan het lezen bent bewijst dat ik de rit heb overleefd.

Tijdens een gezellige conversatie over koetjes en kalfjes ving mijn oor een vaag gezoem op. Ik ben allergisch voor gezoem en geratel dus spitste ik mijn oren om te achterhalen waar dit rare geluid vandaan kwam. Dit geluid, wat al snel gepaard ging met een rare keboink keboink, kwam aan mijn kant vandaan. Ergens ter hoogte van het rechter voorwiel. Na een fractie van een seconde begon ook de voorkant van de auto van links naar rechts te schudden, terwijl wij rechtdoor reden op een goed geasfalteerde weg. Iets klopte hier niet. Ik had het gevoel als of ik op een centrifugerende wasmachine zat die aangedreven werd door een kudde op hol geslagen paarden. Niet één maar een stuk of tien. Het geluid nam in volume toe evenals het geshake van links naar rechts. Ik weet niet veel van auto’s maar ik weet wel dat dit niet tot de standaard geluidsuitrusting van Brutus hoorde. Ietwat benauwd keek ik mijn vriend aan, die ook niet zo goed wist wat hij hier mee aan moest. Het klamme zweet brak mij hierdoor nog meer uit. Door een aantal keer flink hard te remmen (thank god voor de gordel die ik om had) en het doen van de elandproef op een verlaten stuk parkeerplaats (wat was ik blij dat ik nog niets gegeten had) hield het piepen en stuiteren op. De rest van de rit deed Brutus wat er van hem verwacht werd. Rijden, zonder fratsen. Mijn hartslag was enigszins weer stabiel toen we bij mijn schoonouders aan kwamen en ook mijn zweethandjes waren aardig opgedroogd.

Eigenlijk waren we de ellendige rit van de heenweg een beetje vergeten toen we op de terugweg weer verast werden door een kudde op hol geslagen paarden en een centrifugerende motorkap. Ik besloot internet te raadplegen enerzijds om iets om handen te hebben en anderzijds om er achter te komen wat het eventueel zou kunnen zijn. Volgens het autoforum zou het heel goed de homokineet/aandrijfasstofhoes (of iets dergelijks) kunnen zijn. Het geluid wat op internet omschreven werd kwam heel goed overeen met het geluid wat Brutus produceerde. Volgens de forumleden: “Je kunt er best nog wel even mee doorrijden….” Oh ja natuurlijk en wat gebeurd er als iets breekt/knapt/scheurt?? Daar heb ik maar niet al te lang bij stil gestaan. Na ongeveer 45 minuten doodsangsten uitgezeten te hebben had Brutus ons al hortend en stotend tot aan de deur van onze woning gebracht. Waar ik hem overigens erg dankbaar voor was. Ik ging er namelijk vanuit dat hij ons ergens ter hoogte van Ooltgensplaat (of al places) en Willemstad in de steek zou laten. Ik had mij voorgenomen om niet meer in te stappen eer hij nagekeken en gemaakt was. Niets ten nadele van Brutus maar mijn gemoedstoestand kan deze vorm van stress niet zo goed aan. Sterker nog, ik leef er spontaan een jaar korter door.

De volgende dag werd Brutus naar de garage gebracht voor een grondige inspectie. Waar het nou precies aan gelegen heeft weet ik niet meer. Maar ik was geenszins van plan nog één keer in die auto te stappen. Hoe zielig vriendlief ook keek, ik weigerde.

Dus besloot hij zijn favoriete stuk scheurijzer, een Alfa Romeo GTA in te ruilen voor een burgerlijke, in zijn ogen saaie, mijn-ogen-zitten-niet-tegen-de-achterkant-van-mijn-schedel-gedrukt-als-vriendlief-optrekt– auto. Een Audi A4. Iets waarin ik mij een stuk beter kan vinden.

Nu alleen nog een nieuwe naam verzinnen. Mijn vriend kwam niet verder dan Softie…

I wont give up…

Soms hoor je wel eens een liedje dat je direct laat mee zingen, dat je aangrijpt of anderzijds iets met je doet. Ik zat laatst in de auto en hoorde het liedje van Jason Mraz, “I won’t give up”

Hoewel dit liedje hoogstwaarschijnlijk slaat op een liefde die hij niet op zou willen geven moest ik direct aan mijn ouders denken. En dan in het bijzonder aan mijn vader.

Tijdens zijn leven was onze band niet echt geweldig. Hoe ouder we werden, hoe minder contact we met elkaar hadden. Pas het laatste jaar van zijn leven groeiden we langzaam weer naar elkaar toe en zagen we elkaar wat meer. Alsof het zo had moeten zijn. Maar nu hij er niet meer is voel ik pas wat voor een band ik eigenlijk met mijn vader had en misschien nog steeds wel heb. Een ongeschreven stuk tekst. Een onuitgesproken woord. Een gevoel. Een deel van mijn en zijn wezen dat er is en tegelijkertijd ook weer niet.

De nuchtere mensen onder ons zullen bovenstaande afwimpelen met een simpel gebaar of een vriendelijke glimlach. Maar er zullen ook mensen zijn die begrijpen wat ik bedoel…

Het is dit liedje dat mij laat glimlachen (nadat ik eerst mijn ogen uit mijn kop heb gejankt) en mij het gevoel geeft dat mijn vader ook mij nog niet vergeten is.

I wont give up…

When I look into your eyes
It’s like watching the night sky
Or a beautiful sunrise
Well there’s so much they hold
And just like them old stars
I see that you’ve come so far
To be right where you are
How old is your soul?I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

And when you’re needing your space
To do some navigating
I’ll be here patiently waiting
To see what you find

‘Cause even the stars they burn
Some even fall to the earth
We’ve got a lot to learn
God knows we’re worth it
No, I won’t give up

I don’t wanna be someone who walks away so easily
I’m here to stay and make the difference that I can makeOur differences they do a lot to teach us how to use the tools and gifts
We got yeah we got a lot at stake
And in the end, you’re still my friend at least we didn’t tend
For us to work we didn’t break, we didn’t burn
We had to learn, how to bend without the world caving in
I had to learn what I got, and what I’m not
And who I am

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up
I’m still looking up

I won’t give up on us
God knows I’m tough, he knows
We got a lot to learn
God knows we’re worth it

I won’t give up on us
Even if the skies get rough
I’m giving you all my love
I’m still looking up

***

Uitvaartfotografie . . .

Nieuwe uitdagingen aangaan is sinds enkele jaren wel bij mijn levensmotto gaan horen. Ik heb geen moeite met een vast patroon. Daar voel ik mij over het algemeen zelfs erg prettig bij. Maar zo nu en dan vind ik het leuk om iets nieuws uit te proberen en nieuwe uitdagingen aan te gaan. Het kan dus voorkomen dat ik opeens iets heel erg leuk, bijzonder, fascinerend of mooi ga vinden en dat ik dit tot voor kort saai, stom of afgrijselijk vond. Uggs, wintersport, hakjes en zelfs de dood zijn hier enkele voorbeelden van. Vriendlief schudt geregeld zijn hoofd. “Vorig jaar vond je nog dit en nu is het opeens dat.”Altijd leuk zo’n verrassingselement al zeg ik het zelf.

Mij verdiepen in iets nieuws, boeken, internet en handleidingen uitpluizen en het nieuwe onderwerp uitproberen in de praktijk zorgen er voor dat ik nog enthousiaster wordt. Maar op sommige vlakken ook onzeker. Doe ik het wel goed? Zijn mijn eigen verwachtingen misschien niet te hoog gegrepen? Maar als het dan lukt, geeft het een enorm goed gevoel. Vervolgens wil ik alleen maar meer en beter presteren. De sportfotografie is hier een mooi voorbeeld van zoals jullie eerder hebben kunnen lezen op mijn blog. Ik ben nog steeds volop aan het experimenteren en zit bijna ieder weekend (door weer en wind) aan de kant met mijn toestel om verschillende teams op de foto te zetten.

Wat heb je nu dan weer? Zul je misschien wel denken.

Sinds het overlijden van mijn ouders vorig jaar heeft de uitvaartfotografie ook mijn interesse. Ik ben er achter gekomen dat dit fenomeen door heel veel mensen als raar wordt ervaren. Meestal zijn dit mensen die nog niet eerder een uitvaart van dichtbij hebben moeten regelen of er mee te maken hebben gehad. Wij hebben door bekenden uit de familie foto’s laten maken van de dienst van mijn vader en ook van die van mijn moeder. Dit heeft mij veel steun gegeven. En dat doet het overigens nog steeds. Het is een geruststellende gedachte dat ik de foto’s op een later tijdstip nog eens terug kan kijken en ik hoef ook niet bang te zijn dat ik iets vergeet van deze twee moeilijke dagen. Zo’n dag wordt vaak in een roes beleefd en hierdoor bestaat de kans dat er een hoop langs je heen gaat.

Ik hoef jullie als lezer ook niet te vertellen dat er een wezenlijk verschil zit tussen sport- en uitvaartfotografie. Afgezien van de snelheid natuurlijk ook de ambiance er omheen. In het laatste geval is het ook wat lastiger om ervaring op te doen.

De vraag die bekende mij tot nu toe gesteld hebben: “Wat ga je dan op de foto zetten?” De bedoeling is niet om met mijn telelens verdrietige mensen of de overledene op de foto te zetten. Maar door middel van sfeerbeelden, overzicht- en detailfoto’s wil ik proberen een herinnering aan de, over het algemeen, verdrietige dag vast leggen zodat nabestaande iets tastbaars hebben om op terug te kijken. Maar ook voor familieleden en vrienden die niet bij de dienst aanwezig konden zijn. Of voor kinderen die te klein waren om iets mee te krijgen van deze dag.

Een heel mensenleven lang worden er foto’s gemaakt. Dit begint al bij de geboorte. Waarom dan niet bij het afscheid van het leven?

Naar aanleiding van een gesprek met de uitvaartbegeleidster die de uitvaart van mijn moeder heeft geleid, heb ik nu een mooie en bijzondere kans gekregen om mij op fotogebied nog meer te ontwikkelen en te verdiepen. Een kans die vrij uniek is heb ik al begrepen van andere (uitvaart)fotografen. Helaas is er geen opleiding of cursus voor het werk als uitvaartfotograaf. Ik zal het dus moeten doen met mijn eigen creativiteit, mijn gevoel, en met ervaring. En ervaring krijg je alleen door iets veel te doen. Ze heeft voor mij een soort van stage plaats in het “leven” geroepen. De familie moet natuurlijk wel toestemming geven om mij tijdens deze dag te laten fotograferen. Maar als ze hier mee akkoord gaan probeer ik zo onopvallend mogelijk aanwezig te zijn en de gebeurtenissen vast te leggen. Uiteindelijk krijgen ze van mij het werk gepresenteerd op een cd-rom. Zelf doe ik zo ervaring op om hopelijk in de loop van de komende maanden een nieuwe tak van fotografie aan mijn portfolio toe te kunnen voegen en zelfstandig hiermee verder te kunnen gaan.

Naast dit alles krijg ik ook nog eens een kijkje in de keuken van het werk van de uitvaartbegeleidster. Ik heb hier erg veel respect voor gekregen. Het is een zwaar maar vooral mooi beroep dat inmiddels ook mijn interesse op een bepaald gebied heeft gewekt. Maar dat is allemaal voor later.

Laat ik mij nu eerst maar eens buigen over de aanschaf van mooie cd-doosjes, foto albums, visitekaartjes en briefpapier.

***

Wordt vervolgd…

Winters tafereeltje…

Zaterdagmorgen, 10.00 uur. -11 graden buiten. +24 graden binnen. Het zonnetje liet zich al zien en de lucht was strak ijzig blauw. Het beloofde een prachtige dag te gaan worden. Met bovenstaande gegevens toog ik af naar onze “achtertuin”, de polder waar we normaal doorheen skaten of hardlopen, om wat winterse sfeerplaten te schieten.

Ik kwam her en der wat mensen tegen die ook genoten van dit mooie tafereel. Terwijl ik foto’s aan het maken was werd ik spontaan begroet door enthousiaste viervoeters en hun baasjes die een praatje kwamen maken. Wat gezellig, ik wil ook een hond, was mijn eerste gedachte. Maar helaas is het niet altijd van dit mooie weer.

Als alles in sneeuw gehuld is ziet het landschap er toch totaal anders uit. De paden die ik normaal moeiteloos te paard of te voet kan vinden waren nu verstopt onder een wit dek van sneeuw en ijs. Het koste mij soms wat moeite om het juiste pad weer te vinden aangezien ik de ruiter- en wandelpaden door elkaar gebruikte of soms compleet van het pad af ging om een foto te kunnen maken.

Ook nu kwam er een rust over mij heen. De hectiek van de afgelopen weken en het vele hooi dat ik op mijn vorkje meegezeuld heb (zowel positief als negatief) vielen hier als een last van mijn schouders. Wat een wonderlijk stukje natuur en dat op nog geen 200 meter van mijn voordeur.

 

De schaatsvijver met het eilandje in het midden waar we vorig jaar helaas net niet op hebben kunnen schaatsen lag er nu onaangeroerd bij. Dit zal niet lang meer duren aangezien de vorst nog even aanhoudt.

Na een uur door de polder gestruind te hebben en tien bevroren vingers verder was ik blij met het resultaat. Waar bij het ontwaken van de dag de planning als een chaotische bende in mijn hoofd zat keerde ik in alle rust huiswaarts. Deze dag nam niemand mij meer af.

De deur…

 

Ik vraag mij af waar ik ben. Ik herken niets. Ik hoor niets en ik zie na genoeg niets. Het is zo donker dat ik de muren bijna niet van elkaar kan onderscheiden. Een paar seconden lang vraag ik mij af hoe ik in deze ruimte terecht gekomen ben. Mijn geheugen laat mij in de steek. Wat vervelend dat dit uitgerekend nu moet gebeuren. Het is een beetje vaag, als of er een mist in mijn hoofd hangt die maar niet op wil trekken. Omdat het mij niet wil lukken mijn eigen vraag te beantwoorden sta ik op van waar ik voor mijn gevoel in één keer opgedoken ben en loop dan op de tast door de ruimte. Mijn ogen beginnen te wennen aan het duister en langzaam zie ik dat ik mij bevind in een tientallen meters lange gang met aan het einde iets wat lijkt op een deur…

 

De deur heeft mijn volledige aandacht. Als een magneet word ik er naar toe getrokken. Niet wetende wat er zich aan de andere kant van de deur moet bevinden. Met mijn hand aan de muur loop ik voorzichtig in de richting van de deur. De stenen van de muur voelen klammig aan en zijn her en der bedekt met mos. Ik moet er maar niet aan denken wat het anders zou kunnen zijn. Het lijkt wel of ik in een ondergrondse gang of tunnel ben. Ik sta stil en kijk om mij heen. Mijn nek haren gaan abrupt omhoog. Ben ik niet alleen? Ik draai mij om. Het enige wat ik op dat moment zie is een nog langere en vooral donkere tunnel, hij lijkt bijna oneindig. Was die tunnel er net ook al? Heb ik daar net ook gelopen? Wederom krijg ik geen antwoord op mijn eigen vragen. De tunnel is, naar het lijkt, verlaten. Ik schrik op en vraag mij af wat ik hoor. Het is mijn eigen ademhaling en het bloed wat door mijn lichaam suist. Ik roep mijzelf tot de orde en mijn stem echoot na in de lange gang om dan langzaam weg te sterven in het duister. Koude rillingen lopen over mijn rug. Ik moet hier weg voor het duister mij ook opslokt. Ik haal nog eens diep adem en voetje voor voetje schuifel ik verder. Het zand van de bodem knispert en kraakt onder mijn voeten. Het pad naar de deur loopt wat naar beneden af. Ik kijk nog eens goed naar de deur en zie dan dat er een flauw lichtschijnsel onder de deur door schijnt. Dat is vast de uitgang. Opgelucht loop ik iets sneller door.

Ik bekijk de deur terwijl ik er op af loop. Het is een oude houten deur die in een boog is gemonteerd. Het heeft geen normale klink maar een rond smeedijzeren handvat. De deur oogt wat groenig, voor zover ik de kleuren kan onderscheiden in het duister. Het lijkt of de verf er langzaam van af bladdert, onder de groenige laag is het blanke hout zichtbaar. De deur is zeker al heel wat jaren oud. Wat gek dat al deze details zo tot mij door dringen.

Nog vijf passen dan ben ik bij de deur. Ik sta abrupt stil. Maar wat nou als deze deur niet de deur naar de uitgang is? Wat nou als er zich iets achter bevind waar ik niet tegen opgewassen ben? Nog meer “wat alsen” dringen zich aan mij op. Het zweet breekt mij aan alle kanten uit en tegelijkertijd heb ik het zo vreselijk koud. Alleen rustig en rationeel denken kunnen mij nog helpen. Jammer, maar daar is het nu te laat voor. In een vlaag van paniek wil ik rennen. Alleen waarheen? Terug door de tunnel of door de deur? Ik kies voor de laatste optie. Als van buiten mij zelf zie ik hoe mijn hand trillend het smeedijzeren handvat vast pakt. Het ijzer voelt koud en zwaar in mijn hand. Met mijn hart in mijn keel duw ik tegen de deur bang voor wat ik tegen zou kunnen komen. Precies op dat moment hoor ik een oorverdovend lawaai. Ik schrik hier zo van dat ik alleen nog maar wil rennen weg van hier, weg van die deur…

Ik beweeg al mijn ledematen maar kom maar niet vooruit. Het enige wat vooruit komt is mijn hart die op hol geslagen is en voor mijn gevoel mijn lichaam uit komt zetten. Heel fijn, heb ik weer denk ik nog. Heerst er paniek krijg ik mijzelf niet van die plek en val ter plekken neer omdat mijn “hart” zojuist de benen heeft genomen. Het oorverdovende geluid houd maar aan.

Gedesoriënteerd open ik mijn ogen. Even weet ik wederom niet waar ik ben. Dan begrijp ik dat de herrie die ik hoor de wekker is. Ik sla hem iet wat geïrriteerd uit. Een droom? Een nachtmerrie? Eén ding weet ik wel, ik moet echt opzoek naar ander leesvoer. Een verhaallijn welke mijn hersens minder snel mee uit wandelen neemt als ik er zelf even geen controle over heb.

De mist in mijn hoofd klaart langzaam op en laat mij achter met een tweetal vragen: “Waar was ik nou uiteindelijk en wat zat er achter die deur??”