Het geluid van schelle kinderstemmetjes dendert mijn linkeroorschelp binnen. Het geluid van een straaljager die door de geluidsbarrière vliegt is er niks bij. Voorzichtig open ik een oog om niet direct verblind te worden door de zon. Even ben ik gedesoriënteerd. Waar ben ik? Naast mij is een gezin met vier kinderen neergestreken. Blijkbaar ben ik even van de wereld geweest want ik heb ze niet aan horen komen. Aan de zandkastelen die uit de grond herrezen zijn, blijkt dat ze er ook al even zijn. Zo lang ben ik toch niet van de wereld geweest? Zoonlief is een stukje verderop met zijn voetbal bezig. Vriendlief is met zichzelf in beraad of hij met hem mee zal doen of nog even blijft liggen?
Ik graai in de tas naar de zonnebrandcrème en smeer mij rijkelijk in. Alleen de geur brengt mij al het ultieme zomergevoel. Heerlijk. Het is hier aan zee prima vertoeven vergeleken met de verzengende en verstikkende hitte die in de achtertuin hing. Met het briesje is het zelfs een beetje fris. Maar wanneer ik mij terug trek op mijn handdoek lig ik net ver genoeg uit de wind om er geen last van te hebben. Verraderlijk is dat ook want ik voel niet dat mijn huid iets te lang wordt blootgesteld aan de zon. Ik draai mij om en kan zo naar de kids naast mij kijken en naar zoonlief en zijn capriolen met de bal. Enjoying the goodlife met een vleugje niveau zonnebrandcrème… Een heerlijk begin van onze vakantie. De dag ervoor verwend met pannenkoeken bij (schoon)moeders en nu relaxen aan het strand. Even geen besef van tijd. 
De kinderen naast mij hebben hun zandkastelen omgebouwd tot auto en zitten nu alle vier op hun eigen plek met een zakje chips in hun handen. Ik hoor ze bakkeleien over hun plannen voor straks. Wordt dat het koude water in, of toch spelen met de bal? Terwijl het gekibbel naast mij aanhoud kijk ik even bedenkelijk naar mijn lichtroze gekleurde velletje voor zover dat nu al te zien is. Hoewel mijn vader uit Indonesië komt is dat aan mij niet af te zien. Volgens vriendlief ben ik een albino pinda. Ik verbrand nog wanneer ik mij ingesmeerd heb met factor 50 en plaats neem onder een parasol. We blijven toch niet lang meer plakken. Na een paar uur is het welletjes en keren we, moe en zanderig, huiswaarts.
Eenmaal thuis merk ik dat mijn “ah toe, nog een half uurtje” niet zo slim is geweest. De zon heeft iets meer schade aangericht dan ik had ingecalculeerd… Voor nu kan dit de pret niet drukken. Daar denk ik waarschijnlijk morgen iets anders over. Zo’n dagje strand is echt heerlijk. Als kind kon ik er altijd al erg van genieten. Afgezien van het zand dat echt overal gaat zitten. Het ruisen van de golven, de meeuwen de zilte lucht. Heerlijk. En ik hoef er niet eens het water voor in. Als kind natuurlijk wel. Toen kon het mij niet schelen hoe koud het was. Ik was net een labrador. Wanneer ik water zag, moest ik er in. Dat is nu wel anders. Verder dan pootjebaden komt het meestal niet. Zoonlief is net zo. Water betekend erin. Gelukkig verbrand hij niet zo snel.
Nu eerst maar eens alles zandvrij maken. Ook mijn eigen lichaam en daarna flink smeren met after-sun!


Een daarvan was wat er met zijn lichaam moest gebeuren nadat hij was overleden. Hij wilde gecremeerd worden en daarna uitgestrooid worden op zee. “ Zoals ik vanuit Indonesië naar Nederland gekomen ben, zo wil ik ook weer gaan, met de boot over zee.” En dus voeren we uit, vanaf Scheveningen, richting volle zee. Voordat we opstapten wees mijn zusje naar de vlag. Hij hing halfstok. Een teken dat er een overleden persoon aan boord is. Het was bijna windstil en toch wapperde de vlag vrolijk heen en weer. Alsof hij niet kon wachten om losgelaten te worden.
kinderen (nou vooruit, een van ons voldoet nog aan dat profiel 😜) naar het achterste deel. Een aaneenschakeling van grote en kleine trampolines. na 3 minuten springen wist ik dat 1 uur ook precies genoeg was!! Buiten adem renden we van de ene hoek naar de andere. Halverwege het park staat de foampit. Een grote bak met foamblokken. Voorzien van een slackline waarbij je je evenwicht kunt testen. En twee startblokken aan de andere kant waar je de meest gekste capriolen kunt uithalen. Landen doe je zacht. De pit uitkomen is een ander verhaal…
over die kaal geplukte geldboom. Ook dit jaar hebben we het weer vreselijk getroffen met het weer en de sneeuwcondities. Je raakt er een beetje aan gewend. Blauwe lucht, witte ondergrond en lege pistes zover als je bekrampte voetjes en slapende tenen aan kunnen (dat laatste lag overigens aan mijn te vast gesnoerde nieuwe snowboardschoenen) De langste wachtrij bij de gondel was hooguit vijf minuten.
uit. Ik heb niet zoveel lef en al helemaal niet zo veel snelheid. Aan de andere kant geniet ik er nu veel meer van dan wanneer ik een jaar of 15 zou zijn. Ik kan soms een pauze van een half uur inlassen alleen maar om te kijken. Te kijken naar de mensen op de piste, naar de betoverende witte omgeving. Te kijken naar het dorpje beneden mij dat er zo nep uitziet dat het wel een poster lijkt. Ik ben daar en geniet van alles om mij heen.
