Een paar jaar geleden is het begonnen. De wekker ging iedere zaterdagmorgen op een onmenselijk vroeg tijdstip af. Voor een potje voetbal. Notabene ergens in één of ander godverlaten dorp op de eilanden. Nu is er met dat laatste natuurlijk niks mis. Wel wanneer je er een uur voor moet rijden (enkele reis!) terwijl de kids nog geen twee keer 20 minuten speelden. Dat zoonlief op voetbal zat was prima. Maar ik voelde er weinig voor om mijn zaterdagen in weer en wind langs het veld te staan. Om 8 uur in de ochtend!! De voetbal werd, zeker het eerste jaar, een vader en zoon uitje terwijl ik thuis op mijn gemak wakker werd en de ochtend in kon vullen zoals ik wilde.
Voetbal was nooit zo mijn ding geweest. Ik snapte niks van het spelletje. Vond het zelfs saai (want voetbal…) Voor zoonlief ging ik, uiteraard alleen bij goed weer, zo af en toe toch eens mee. Kijken bij wedstrijden of tijdens een training. Ik leerde de andere ouders kennen en uiteindelijk kon ik zelfs de kinderen uit elkaar houden. Op een keer had ik toegezegd wat foto’s te maken tijdens een training. En dat was precies het moment waarop ik mij afvroeg waarom ik dit niet eerder was gaan doen. Ik maakte afspraken met de ouders en kids. Wanneer ik mocht oefenen tijdens een training of wedstrijd zouden zij de foto’s van mij krijgen. Dat was een deal. 
Het werd een uitdaging om iedere zaterdag opnieuw een aantal scenes te vangen die een op zichzelf staand actiebeeld lieten zien maar bij elkaar een overzicht van de gespeelde wedstrijd vormden. Hoe tof om later de foto’s terug te zien. De verbeten bekkies, het duw en trekwerk, de “per ongeluk” uitgestoken voet. De actie die met 1/2500e van een seconde wordt vastgelegd, en vaak met het oog niet zichtbaar is omdat het zo snel gaat. Hoe beter ik het team leerde kennen hoe eerder ik in kon spelen op bepaalde acties die ergens op het veld zouden gaan plaatsvinden. Ik begon er steeds meer plezier in te krijgen. Ik leerde het spelletje voetbal op een andere manier kennen. Saai? Hoe kwam ik daar nu bij?
Ik begon het zelfs zo leuk te vinden dat ik mijn fotospullen ben gaan afstemmen op sportfotografie. Een snellere camera en een grotere lens. En natuurlijk schafte ik ook een regenjas voor mijn nieuw verworven spulletjes aan. Want naast de lijn zitten tijdens een fikse regenbui leverde namelijk toffe slidingplaatjes op. In weer en wind, het maakte voor mij niet langer uit. Geregeld kwam ik zeiknat en tot op het bot verkleumd thuis. Bij het terugzien van de foto’s was ik vaak (niet altijd, maar vaak!) weer helemaal blij.
Zo groeide ik met zoonlief en zijn team mee. Een aantal jaar lang zat ik in de Hoeksche Waard bij verschillende teams aan de zijlijn. Vorig jaar is hij gescout door FC Dordrecht en door de KNVB. Na wederom toestemming gevraagd te hebben mocht ik ook daar langs de lijn zitten. Het afgelopen jaar zag ik verschillende stadions en kwam ik op plaatsen waar ik zonder zoonlief nooit zou zijn geweest. Inmiddels zijn alle toernooien gespeeld. Het voetbalseizoen is nu echt afgelopen. Het boek is uit, de koek is op! Na de zomerstop gaan we er weer tegenaan. Ik heb er nu al vreselijk veel zin in. Dat voetbal is echt zo gek nog niet!











Nederland waren. Voor mensen die daar bekend zijn: we zaten op de Vrachelse heide. Nog nooit van gehoord en al helemaal niet bekend. Dit stukje bos is een verademing vergeleken bij de randstadruiterpaden die Poownie en ik gewend zijn. De geur van dennenbomen deed mij meevoeren naar zomerse avonden en uren wandelen door bos en over hei. Helaas waren wij niet de enige die genoten van het mooie weer. Hordes fietsers, wielrenners (ook fietsers maar dan een stuk vervelender) motorrijders en honden waren ook van de partij. Gelukkig gunden een hoop van deze recreanten elkaar de ruimte tijdens deze heerlijke dag.

kinderen (nou vooruit, een van ons voldoet nog aan dat profiel 😜) naar het achterste deel. Een aaneenschakeling van grote en kleine trampolines. na 3 minuten springen wist ik dat 1 uur ook precies genoeg was!! Buiten adem renden we van de ene hoek naar de andere. Halverwege het park staat de foampit. Een grote bak met foamblokken. Voorzien van een slackline waarbij je je evenwicht kunt testen. En twee startblokken aan de andere kant waar je de meest gekste capriolen kunt uithalen. Landen doe je zacht. De pit uitkomen is een ander verhaal…
over die kaal geplukte geldboom. Ook dit jaar hebben we het weer vreselijk getroffen met het weer en de sneeuwcondities. Je raakt er een beetje aan gewend. Blauwe lucht, witte ondergrond en lege pistes zover als je bekrampte voetjes en slapende tenen aan kunnen (dat laatste lag overigens aan mijn te vast gesnoerde nieuwe snowboardschoenen) De langste wachtrij bij de gondel was hooguit vijf minuten.
uit. Ik heb niet zoveel lef en al helemaal niet zo veel snelheid. Aan de andere kant geniet ik er nu veel meer van dan wanneer ik een jaar of 15 zou zijn. Ik kan soms een pauze van een half uur inlassen alleen maar om te kijken. Te kijken naar de mensen op de piste, naar de betoverende witte omgeving. Te kijken naar het dorpje beneden mij dat er zo nep uitziet dat het wel een poster lijkt. Ik ben daar en geniet van alles om mij heen.




