“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”
Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….
Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.
Jij, je kooi in. Wijs ik naar de groene Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar kleine Krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?
Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker.
Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger buiten aan het spelen is, kan ik mij weer concentreren op mijn boek. We gaan richting het einde en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoudkreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?
FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.
Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” “Doei, tot strakjes” aan toe. Ik laat hem gaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt.
Krijger sluipt het huis in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…
… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…
Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle bek of snavel miauwen of praten kunnen ze namelijk niet. Heerlijk die rust!





Om dit toch te bereiken moest ik de knoop doorhakken. Juni werd de maand om echt in actie te komen. Daarom ging om 05.55 uur mijn wekker voor mijn aller eerste echte ochtend run ever… Een kwartiertje later stond ik buiten, mij heel even af te vragen of dit wel zo’n goed plan was. Ik had immers ook nog gewoon 1,5 uur in mijn bed kunnen blijven liggen. Maar, de zon scheen. De vogeltjes floten. En ik wil een betere conditie. Dus begon ik met mijn uitgebreide warming-up.
Muziek had ik expres thuisgelaten zodat ik niet in mijn eigen bubbel zou lopen. Ik wilde zelf ervaren hoe het is wanneer de wereld om mij heen ontwaakt terwijl ik daar doorheen ren. Feitelijk had ik hier nog iets vroeger mijn bed voor uit gemoeten. De zonsopkomst tegemoet lopen bijvoorbeeld. Maar toch was er nog geen hond op straat. De ochtendlucht voelde heerlijk en werkte als een verkwikkende douche. Ik snapte niet waarom ik dit niet eerder had ondernomen. Want hoe lekker mijn warme bedje ook is… Deze run, in de stille vroege ochtend, was net zo lekker!! Sterker nog, ik had mijzelf ingesteld op dit rondje rennen dat ik het niet eens erg vond toen mijn wekker zo vroeg af ging. In tegenstelling tot vriendlief, die mij voor gek verklaarde.
ochtendruns opzitten. Heb ik mijn afstand van 3,5 naar 5 km verlegt en gaat mijn wekker zelfs nog een half uur eerder dan voorheen. In tegenstelling tot wat ik altijd dacht is het heerlijk om zo je dag te starten. Na het rennen volgt een douche, lekker bakkie koffie en mijn ontbijt. Zodra ik op de zaak ben hoef ik niet eerst nog op te starten want dan heb ik er al ruim drie uur opzitten. Het werkt verslavend en ik ben aan het overwegen om mijn training van drie keer hardlopen naar vier keer hardlopen in de week aan te passen. Dan kan ik mooi twee keer in de ochtend rennen.
ontwikkelingslanden en kennis te delen. Vlak voor mijn verjaardag kreeg ik te horen dat ik was geaccepteerd, wat een mooi cadeau! Waar ik precies naar toe zou gaan en wanneer was toen nog niet bekend, maar inmiddels weet ik dat ik mag afreizen naar Cambodia! En omdat de reis geheel word betaald door VSO ben ik als tegenprestatie aan het fondsenwerven, zodat zij nog veel meer mensen zoals mij kunnen uitzenden.
Gezonder eten en voldoende water drinken is meer dan gelukt. Dit was makkelijker dan ik dacht. Het minderen van suiker en het weren van snoepjes heeft er voor gezorgd dat ik de natuurlijke zoetheid van bepaalde groenten en fruit meer proef dan anders. Ik dwong mijzelf groenten te eten die ik anders niet zou eten. Nu lust ik gek genoeg prei, tomaat en courgette, en vind het nog lekker ook. Een cadeautje dat ik erbij kreeg en een nieuwe sensatie voor de smaakpapillen.
omgebogen naar wat voor mij haalbaar was. Mijn spieren konden het tempo niet aan dat werd opgegeven. Nu doe ik ze minimaal drie keer per week. Daar heb ik het touwtje springen aan toegevoegd. Dit deed ik vroeger gerust een hele middag. Maar dat houd ik nu niet meer vol. Wat vermoeiend. Een giller als je leest op internet dat je moet beginnen met 15(!) minuten springen. Ik hield het nog geen minuut vol. Het motiveert wel enorm zodra je merkt dat je het langer dan die ene minuut vol gaat houden. Ook het hardlopen gaat fijner. Binnen twee weken merkte ik al verschil. Mijn bovenbenen en achterwerk voelen een stuk steviger aan. Mijn passen zijn compacter en zekerder. Ik voel mij af en toe net een springveer als ik loop.