Onverwacht gezelschap…

De werkdag was een drama. Een hoop gezeur, vervelende telefoontjes en geïrriteerde collega’s. Voeg daar een dosis slaaptekort aan toe en de chaos is compleet. Ik voelde mij ellendig. Tijd om de negatieve energie van mij af te rennen. Rondje polder stond er op de planning. Eenmaal thuis stuif ik door naar boven, spring in mijn hardloopkleding en trek mijn i-pod uit de kast. Terwijl mijn GPS verbinding zoekt met de satelliet sta ik mijn veters te strikken, gevolgd door een warming up.

Ik ben het park nog niet uit of het gezemel begint al. Mijn broek zit niet lekker, mijn sok zit dubbel in mijn schoen en mijn oortjes vallen steeds uit. De ellende van de dag hangt als een wolk muggen om mij heen. Ik kan wel janken… Ik zet mijn muziek wat harder en schroef mijn tempo op om alles achter mij te kunnen laten. Links van mij duikt er plots een fietsertje op. Ik schuif een stukje naar rechts zodat hij kan passeren. Maar dat doet hij niet. Hij blijft naast mij fietsen. Ik werp hem een blik toe die op onweer staat. Ik kijk in zijn fel blauwe ogen en sproeterige gezicht. “Hoi” roept hij met een glimlach. Ik pers een “hoi” over mijn lippen om daarna weer stoïcijns voor mij uit te kijken. Inmiddels zijn we bij de polder aangekomen. Het ellendige jong op zijn groene fiets blijft maar naast me en kijkt mij aan alsof hij iets verwacht.

“Wat bent u aan het doen?” Ik zet mijn muziek uit. Hoor ik dat goed? Vraagt hij nu echt wat ik aan het doen ben?! “Ik werp de etter een venijnige blik toe. “Ik ben aan het kunstschaatsen en heb zojuist een drie dubbele cherryflip gemaakt.” “Oh ja… Nu zie ik het ook.” Is zijn antwoord, gevolgd door “Mooie paarse schaatsen heeft u!” Wijzend naar mijn schoenen. “Waar moet je heen?” vraag ik hem, in de hoop dat hij zegt rechtdoor te moeten waar ik linksaf ga. “Oh, nergens, ik fietste gewoon wat rond tot ik u zag.” We zijn inmiddels 1.5 kilometer verder en ik ben bang dat ik de overige kilometers niet van hem af kom. Ik schat het joch niet ouder dan een jaar of tien. Ik moet er niet aan denken dat Uk met een onbekend persoon mee de polder in fietst. Daar zal ik hem haarfijn aan helpen herinneren als ik thuis kom. “Ik vraag mij af wat je ouders er van vinden dat je een wildvreemd persoon gezelschap houdt tijdens het hardlopen?” “Zo wild ziet u er nu ook weer niet uit.” Wuift hij met zijn handen los van het stuur. “En mijn vader doet ook aan hardlopen!” Alsof hiermee mijn vraag beantwoord is.

Ik besluit het kind naast mij te negeren en ren door. Mijn blik gericht op de komende paar meters voor mij. Steeds sneller en sneller gaan mijn benen en mijn voeten raken de grond nauwelijks. Ik geniet van het zweef moment. Dit tempo houd ik niet lang vol en ik moet gas terug nemen. “Stop je nu al? Ren door tot aan de laatste boom!” Ik wil mij de les niet laten lezen, maar ik wil ook niet onderdoen voor het joch. Dus ik zet alles op alles en ren door tot aan de laatste boom. Dan ga ik over op een lichte dribbel om bij te komen. De laatste kilometer heb ik mooi onder de zes minuten gelopen. Geheel buiten adem, dat dan weer wel. “Kom, we doen dat stuk nog een keer. In het zelfde tempo!” We? Denk ik bij mijzelf. Hij heeft zijn fiets al omgekeerd en staat mij verwachtingsvol aan te kijken. Ik draai om mijn as en ren naar hem toe. Samen vertrekken we weer vanaf de laatste boom naar de eerste in een flink vaart. Ondertussen roept hij kreten als, “Dit tempo vasthouden!! Nog een klein stukje!” Bij de eerste boom aangekomen draaien we weer om en in een lichte dribbelpas vervolgen we onze weg. Ik kan geen zinnig woord uitbrengen maar hij heeft praatjes voor tien. Hij verteld over school, zijn vervelende zusje, de vakantie naar Oostenrijk, zijn ouders en zijn overleden opa die hij heel erg mist. Alsof we elkaar al jaren kennen. Ik begin sympathie voor hem te krijgen. Zoals hij praat is het net of ik mijzelf hoor praten. Mijn norse blik ontdooit en de irritatie ebt langzaam weg.

Een blik op mijn horloge vertelt mij dat ik nog maar een kilometer hoef te gaan. Ik zet aan om mijn tempo te verhogen en hoor hem nog steeds naast me ratelen. “Kom we gaan intervallen van lantaarnpaal naar lantaarnpaal.” Weer dat WE!! Hij ziet mijn blik en alsof hij weet waar ik voor train zegt hij: “Anders wordt je nooit sneller!” Het kind heeft er blijkbaar verstand van. Ik versnel en verlaag mijn tempo gedurende een halve kilometer. Dan zit ik er echt doorheen. De laatste halve kilometer brengen we zwijgend door. Hij op zijn fiets en ik in een makkelijk vol te houden tempo. Bij het park gekomen gaat mijn dribbel over naar een wandeltempo. Van mijn ellendige gevoel is inmiddels niks meer over. De zwerm muggen heb ik achtergelaten in de polder. Waar ze horen. Ik voel mij heel licht en vooral moe. “Goed gedaan!!” Roept hij. “Dank u.” Zeg ik met een glimlach en ik geef het joch een high five. “Hier moet ik de straat in, ik woon een stukje verder.” Hij wijst in de richting van een rijtje huizen. “Bedankt dat ik met u mee mocht!” Nog voor ik kan antwoorden dat ik nooit toestemming heb gegeven maar toch stiekem wel blij ben dat hij mee gefietst was, steekt hij de straat over. Inmiddels razen de auto’s over de weg tussen ons door. Hij draait zich nog een keer om en zwaait naar me. Daarna is hij weg, mij alleen achterlatend. Ik draai mij om en moet lachen. Zo’n gekke training heb ik nog nooit mee gemaakt…

Verwerken kost tijd…

Door de drukte en de chaos van het afgelopen half jaar ben ik flink aan mijzelf voorbij gegaan. Ik liet steken vallen, zag soms door de bomen het bos niet meer en waar ik normaal in tijden van drukte wist wat ik doen moest, wist ik nu eigenlijk geen raad met mijzelf.

Ik zit in het midden van de kamer en om mij heen staan doosjes, tasjes, foto’s en ander prullaria. Iemand die nu de kamer binnen komt zou denken dat ik bezig ben met het verzamelen van spullen voor de rommelmarkt. Maar dit alles is niet voor de rommelmarkt. Het zijn spullen van mijn ouders die met zorg zijn uitgezocht en met liefde zijn neer gezet. Ik houd ze vast, ruik er aan en zet ze weer terug op de grond. Bij alles wat ik aanraak zit een herinnering, soms een vlaag van herkenning soms een heel verhaal dat zoveel emoties bij mij los maakt dat ik wil zwelgen in zelfmedelijden. Ik wil mij verdrinken in het verdriet dat ik te lang voor mij heb gehouden. Ik wil toegeven aan het gemis. Dus laat ik mij gaan. Niet voor twee minuten, nee, dit keer jank ik tot er geen traan meer vloeit.

Door de afgelopen periode andere prioriteiten te stellen is mijn rugzakje met onverwerkt verdriet opgeschoven. Het moet ooit eens geledigd worden. Dat gebeurt dan ook beetje voor beetje en meestal als ik mijn zwakste moment bereikt heb. De periode waarin de druk om te presteren hoog ligt. Of zoals nu, rond de datum van mijn moeders overlijden. Je kunt blijkbaar niet alles en mijn lichaam en geest zitten duidelijk niet op één lijn.

Ik vind het heel vermoeiend om mij bezig te houden met rouwverwerking. Spijtig genoeg is er geen protocol om te volgen. Dat zou het in ieder geval al een stuk makkelijk maken. Volg het stappen plan en binnen no-time bent u weer de oude. Maar nee, nu moet ik mij overgeven en lijdzaam toezien hoe het voortschrijden der tijd mijn verdriet, ervaringen en emoties een plaatsje geeft. Maar wat is precies “een plaatsje geven?” Het is een vage uitdrukking waar ik niets mee kan.

Ik verwerk mijn verdriet blijkbaar in puzzelstukjes. Iedere keer als ik denk dat de puzzel af is liggen er weer 1000 stukjes voor mijn neus. Geen begin en geen eind. Alleen de mededeling: “SUCCES!” Pas als ik halverwege de puzzel ben realiseer ik mij dat ik “weer” bezig ben met puzzelen. Na drie of vier van dit soort puzzels denk je: “Nu is ie toch wel af?” “Nu ben ik er toch wel?” Maar nee, dan blijkt dat je alleen nog maar de weg hebt gepuzzeld. De weg naar de plaats. Het plaatsje waar je verdriet een plekje zou moeten krijgen…

Niemand kan mij vertellen wanneer ik het plaatsje bereikt hebt. Niemand kan mij vertellen of het dan überhaupt al af is. De enige persoon die dit weet ben ik zelf. Iets met gevoel en lichaam & geest die weer op één lijn zitten. Tenminste dat denk ik. Voorlopig puzzel ik nog even door en mag ik hopen dat mijn plaatsje voor mijn verdriet, een verdomd mooi plaatsje gaat worden!!

Bovenstaand is een blog dat ik vorig jaar november geschreven heb. Ik heb het nooit online gezet. Te veel verdriet, te persoonlijk, als ik er niet over praat dan is het er niet? Ik weet eigenlijk niet waarom. Maar er zijn zoveel mensen om mij heen die de afgelopen periode iemand hebben moeten verliezen dat ik toch besloten heb het alsnog online te zetten. Om te laten weten: Je leven staat nu stil en het zal even duren voor het met dezelfde vaart verder gaat als voorheen. Als je denkt dat je er eindelijk bent, zul je misschien toch weer een paar stapjes terug moeten doen…Misschien wel meer dan één keer?! Maar er komt een tijd dat je weer in rustig vaarwater beland. Je leven zal waarschijnlijk nooit meer het zelfde zijn. Maar je kunt weer genieten. Geef jezelf de tijd en de ruimte…

Wat was er mis met de oude?

Mijn lieftallige collega’s waren hem gesmeerd en ik bleef als enige over om het fort te bewaken. In rustige tijden vind ik het niet erg om alleen achter te blijven. Sterker nog, ik vind het heerlijk. De rust die dan op de werkplekken hangt is bijna sereen te noemen. Totdat het gesnerp van de telefoon de lucht om je heen doet trillen en het geluid als een straaljager je oorschelp invliegt. Maar so far, so good. Het is stil, op een zacht melodietje na. Ik kan het niet direct plaatsen en denk dat één van mijn collega’s zo slim is geweest om haar telefoon te vergeten. Ik loop één voor één de kantoorruimtes af maar zie geen telefoon liggen. Na enige tijd is het geluidje ook weer weg. Meer aandacht verdiend het niet dus ga ik verder met mijn werk.

Enkele dagen later, als ik in de keuken bezig ben met koken hoor ik dat zelfde melodietje weer. Dit keer niet ergens vaag op de achtergrond maar kneiterhard. Ik ben zo gebiologeerd door het geluid dat ik vergeet waar ik mee bezig ben. Ik loop naar de tuin om te horen of ik het kan lokaliseren. Het is zo’n bekend deuntje en dan opeens weet ik waar ik het van ken. Het komt uit het oude sierradendoosje wat ik als klein kind heb gehad. Zo eentje met een ballerina die opgevouwen ligt te wachten tot jij met je gretige handjes het dekseltje open (dicht-open-dicht) doet. Vervolgens draait ze 100.000 pirouettes, aangezien ze niets anders kan dan dat, voor het spiegeltje waar jij jezelf in moet bewonderen maar dat kan niet omdat haar tutu in de weg zit!! (Ken je die doosjes?)

En daar stond ik dan… Als aan de grond genageld en gehypnotiseerd door het bekende deuntje. Ik kon nog maar aan één ding denken: Ik moet daar ook naar toe!!! Het geluid kwam nu duidelijk hoorbaar uit de straat. Dus liep ik naar de voorkant van het huis. Ik had een soort voorbijtrekkend circus verwacht, iets met rondhuppelende ballerina’s (daar heb je haar weer) een clown op een rode bal (ik haat clowns) een leeuwentemmer (ik vind tijgers mooier) en jongleur met brandende fakkels (wat een stomme sport) en een aantal witte paarden die de mooiste kunstjes deden (waar mijn paardenbeest jaloers op zou zijn) maar niets van dit alles trok er nu aan mijn neus voorbij. Het was nog veel schokkender, het was onze nieuwe ijscoman….

Het deuntje werkt als vliegen op stroop. Hordes kinderen liepen er achteraan. verbaast liet ik het tafereeltje aan ons huis voorbij gaan. Moeten we dit nu echt iedere avond aan gaan horen? Nog voor ik aan het eten begonnen ben? En waar is die “oude” gebleven?

(filmpje is niet door mij gemaakt, het is zelfs niet dezelfde ijscokar. Maar het deuntje inclusief volume zijn identiek!)

 

Wist je dat…

  • Mijn blog vandaag precies twee jaar bestaat!! HIEP HIEP HOERA! HIEP HIEP HOERA!
  • Ik begonnen ben met bloggen op Hyves maar graag een breder publiek wilde zonder direct mijn privacy en dat van mijn familieleden en vrienden overboord te gooien. Via, via kwam ik bij WordPress terecht en zit hier nog steeds;
  • Ik niet verwacht had dat ik het zo lang vol zou houden om iedere week, en in het begin twee tot drie keer in de week, een stukje te schrijven. Maar dat ik het nog steeds erg leuk vind om te doen. Hoewel ik mijzelf niet meer de druk op leg om perse iets te plaatsen. Als de inspiratie of tijd er niet is, dan moet het maar even wachten;
  • Mijn blog gaat over de dagelijkse dingen die ik mee maak. Verder komen mijn hobby’s: fotografie en hardlopen, veelvuldig aan bod. Ik schrijf eigenlijk nog steeds zonder vooropgesteld plan en wil dit blijven doen;
  • De onderwerpen die geplaatst worden in Afscheid, uitvaart en uitvaartfotografie verreweg het meest gelezen worden. De dood is een fascinerend onderwerp. Dat was zo toen ik er net over begon te bloggen en dat is nog steeds zo. Het is geen makkelijk onderwerp en luchtig is het al evenmin. Maar het is goed dat er over gesproken en geschreven wordt. Ook het onderwerp uitvaartfotografie kan niet vaak genoeg onder de aandacht gebracht worden. Mensen moeten het “normaal” gaan vinden. Hoe jong of oud ze ook zijn;
  • Er sinds een aantal maanden veel meer “likes” worden geplaatst op mijn blog. Zelf vind ik dat ook een handige knop.  Als alles al is gezegd, of je ergens geen woorden voor hebt, dan volstaat een simpele klik op die knop waarmee je toch kunt laten weten dat je het gelezen hebt;
  • Mensen door verschillende zoektermen op mijn blog terecht komen. Afgezien van mijn eigen naam, Foto Hamar en alles wat met Uitvaart & uitvaartfotografie te maken heeft zijn de woorden Wordfeud en Dans Macabre favoriet;
  • Ik het erg leuk vind om jullie reacties te lezen! Het motiveert mij en zet aan tot meer schrijfsels. Het is leuk dat je werk door andere en (vooral) onbekende(bloggers) gelezen wordt die  daadwerkelijk de moeite nemen om een reactie achter te laten. Bedankt voor al jullie grappige, lieve, leuke en hart-onder-de-riem-stekende reacties en natuurlijk ook de feedback die ik per mail, twitter en facebook van jullie mag ontvangen;
  • Ik nu door ga voor een derde jaar bloggen op rij! Een eigen domein durf ik nog niet aan want ik snap niet zoveel van HTML codes en dat soort dingen. Voorlopig volstaat dit. Ik hoop dat ik jullie, zowel de oude als de nieuwe lezers, ook het komende jaar weer terug mag zien op mijn blog!!

Foto van de maand: juli

Dit thema is niet zelf verzonnen, ik werd geïnspireerd door Patricia van “donderdesign”.
Ik maak geregeld foto’s waar ik, afgezien van de verkoop, verder niets mee doe. Soms spam ik wat op Facebook maar daar blijft het dan ook bij. Ik ga proberen om aan het eind van iedere maand een foto, of fotoreeks, te kiezen van de afgelopen vier weken en die hier te showen. Uiteraard valt er over smaak niet te twisten. Wat ik mooi vind kan een ander oerlelijk of saai vinden. Toch zou ik het leuk vinden om onderbouwend commentaar van mijn lezers te ontvangen. Zie het als positieve feedback. Iets waar ik weer van kan leren.

De maanden mei en juni stonden nog in het teken van de sportfotografie. De laatste inhaalwedstrijden waren een feit en de toernooien konden beginnen. Daarna werd het stil. Ik kon eindelijk weer eens uitslapen en mijn zaterdag anders in gaan delen. Na twee zaterdagen niet gefotografeerd te hebben ben ik er met mijn mega telelens en monopod (een éénpoot statief) in de avond op uitgetrokken. De polder in. Op zoek naar vogels. Het voelde wel een beetje onwennig. Normaal zit ik aan de zijlijn en val ik niet op. Nu stond ik aan het riet, langs de kant van de weg waarbij ik geregeld aangesproken werd met wat ik daar ik vredesnaam aan het doen was. Het leek mij logisch met zo’n lens, maar blijkbaar besefte niet iedereen dit. Een eerst volgende keer zal ik mij in het groen verkleden, een netje met takken en bladeren over mij heen spannen ergens in het land gaan liggen om niet de aandacht te trekken van mens en/of dier. Na 1.5 uur staan en heel wat klikken verder had ik de vogels in het riet wel gezien. Het resultaat viel mij thuis een beetje tegen. Bewegende voorwerpen of mensen fotograferen is voor een “sport”fotograaf heel normaal. Maar rondvliegende vogels en slingerende rietstengels waren een ander verhaal. Geduld en veel proberen was het devies van een vogelspotter met wie ik ook nog even heb staan praten en mij direct vertelde wat voor bijzondere vogelsoorten wij in onze polder hebben.

De eerste en meest geslaagde foto van die avond vind je in mijn header. De vogelspotter vertelde dat het een rietzangertje was. Een heel klein vogeltje dat mooie geluidjes produceert (waar mijn papegaai nog wat van kan leren) en zich niet liet afschrikken. Hieronder nog drie geslaagde foto’s van die avond. De laatste is als het goed is een kiekendief. Ik had de stille hoop dat hij zich op één van die vogeltjes zou laten storten. (niet aaaah zielig! Dat is de natuur!!) Dan had ik in ieder geval een paar mooie actie foto’s. Maar dat gebeurde niet. Hij vloog éénmaal over, keek in de camera en daarna heb ik hem de rest van de avond niet meer gezien…

IMG_2994kopiekopie

Rietzangertje

IMG_2877kopie3

Stilte na de storm…

Druk, drukker en drukst. Zo is de afgelopen periode bij ons op de zaak het best te omschrijven. Er is meer werk bijgekomen, maar de deadlines zijn het zelfde gebleven. Om de georganiseerde chaos in goede banen te (blijven)leiden is er een blik oproepkrachten open getrokken. Zijn de teams nog meer op elkaar aangewezen om er voor te zorgen dat alles bleef lopen zoals het zou moeten lopen. En werd er een beroep gedaan op onze eigen creatieve geest om zaken nog efficiënter af te handelen. Uiteindelijk bleef de geoliede machine lopen zoals het moest. Baas blij, klanten blij en wij genoeg overuren op onze kaart om daar, waar nodig, van het zonnetje te kunnen genieten.

Je raakt gewend aan een bepaalde werkdruk als je een tijd lang op één en het zelfde tempo door racet. Ook aan je werkzaamheden die langzaamaan, ook-al-wil-je-het-niet-maar-het-gebeurt-toch, steeds meer worden. Soms mopper je eens wat, maar veelal doe je gewoon wat er van je verwacht wordt. Nu we per team een aantal vaste helpers hebben is het werk beter te verdelen waardoor we toch de kwaliteit kunnen leveren zoals iedereen dat van ons gewend is.

Zoals ik al zei raak je gewend aan de werkdruk en deadlines. Als dan opeens, zo uit het niets, de zomervakantie voor de deur staat is het een vreemde gewaarwording als je van de chaos en hectiek in eens stil staat. Het is net zoiets als de wildwaterbaan in de Efteling overleefd hebben waarbij je probeert niet nat te worden en dus halsbrekende toeren uithaalt waardoor je bijna dat rubberbootje uit lazert en daarna in de gondoletta belanden (je weet wel, die saaie witte bootjes die in een gezapig tempo door het water worden voortgetrokken) S T I L  &  S A A I.

De eerste week was het dan ook even wennen. Ik had iedere dag het gevoel iets over het hoofd te zien. Ik maakte lijstjes om te voorkomen dat ik daadwerkelijk iets zou missen. Alsof mijn dagindeling niet meer klopte. Ook de extra helpers werden een stuk minder ingezet en konden genieten van hun vrije dagen, zodat we elkaar niet om 12.00 uur wezenloos aanzaten te gapen.

Gelukkig vieren niet alle bedrijven vakantie deze zomer dus draaien we op een rustig tempo door. Naast de normale werkzaamheden hebben we nog wat zomerklusjes op onze 2-do lijst staan. Helemaal stilstaan doen we niet. Het fijne van deze periode is dat we nu bij kunnen komen van de afgelopen paar maanden. Even een tandje terug schakelen en rustig opstarten. Aan het einde van de middag zijn de meeste bureaus ook daadwerkelijk leeg in plaats van de stapels papierwerk dat in de drukke periode blijft liggen. Maar als ik heel eerlijk ben hoeft zo’n rustige periode niet al te lang te duren. Ik word er zo verveeld van en heb vervolgens moeite om het beetje werk dat er ligt in de juiste volgorde weg te krijgen.

Voor nu moet ik maar niet al te veel klagen en het er even van nemen.
Ik vraag mij af hoe de baas tegen siësta’s aan kijkt…

 

Zien lopen, doet lopen: N.O.A.D.

Op het programma stond een fartlek, een vaartspel. Oftewel enige vorm van tempolopen, waarbij het terrein en de omgeving onder andere bepalend is voor je tempo. Heuveltje op, heuveltje af, sprinten, dribbelen en dat ongeveer 1,5 uur lang. Het is uiterst vermoeiend en het zal niet in mij opkomen om deze vorm van lopen te integreren in mijn eigen training wanneer ik alleen de straat op ga. De atletiekvereniging daarentegen, laat zijn lopers graag zweten. Je wordt er sneller en sterker van. En moe!!!!

Na iets meer dan 1.5 kilometer rennen hebben we het park bereikt en krijgen we de opdracht ons in een cirkel op te stellen. Terwijl de grondige warming-up stelselmatig wordt afgewerkt tel ik het aantal aanwezige personen. In totaal zijn we met 28 man. Een grote opkomst voor dit warme weer en de vakantietijd. We hebben met het losdraaien van de schouders, heupen en knieën de aandacht getrokken van de mensen en kinderen die in het park aanwezig zijn. Het moet er natuurlijk ook wel erg stom uit hebben gezien zoals we daar stonden en dat met die hitte.

De trainer zette met behulp van pionnetjes een rechthoek uit op het grasveld. Op de lange zijde versnellen en op de korte zijde dribbelen. Alsof ik mijzelf tegen mijn paard hoorde praten. Iets wat wij in de rij-bak ook wel eens oefenen om hem “aan het been” en dus sneller te maken. 15 minuten lang. Het zweet gutste bij de eerste lange zijde rennen al van mijn voorhoofd. Op gras lopen kost meer energie met het ontwijken van kuilen en hobbels. De jeugd vond het niet alleen amusant om ons te zien rennen, ze deden zelfs met ons mee. Na een rondje sprinten hielden ze het echter al voor gezien. Veel te warm voor die onzin. Toen het eindsignaal klonk moesten we, om bij te komen, een rondje dribbelen op verhard wegdek om het park heen. Mijn benen voelde aan als lood maar wat een verademing om weer op asfalt te kunnen rennen.

Terug op het grasveld had de trainer twee tegenover elkaar liggende lijnen uitgezet. In drietallen moesten we nu om en om gaan sprinten. Acht minuten lang. De eerste paar minuten werden er onderling nog wedstrijdjes gehouden wie als eerst aan de overkant was. Maar naarmate de tijd vorderde liep ook het tempo bij de snelste lopers een heel stuk terug. Het sprinten en stilstaan is erg vermoeiend maar opgeven is geen optie. Daarom is lopen in een groep zo motiverend.

Na deze sessie hadden we wel wat drinken verdiend. Dorstiger dan ooit greep ik naar mijn drinkgordel. In een lichte dribbel liepen we daarna naar het einde van het park. Daar volgende nog een estafette run. Geen idee wat ik mij daarbij voor moest stellen, afgezien van het “stokje” doorgeven. Het stokje bleef dit keer achterwege. Persoon één liep een rondje om het kikkerbadje, persoon twee bleef wachten tot hij aan de beurt was om de taak over te nemen. Ik was erg blij met dit rustmoment in de training. Maar eenmaal bezig besefte ik dat dit nog vermoeiender is dan te blijven rennen. De eerste helft van iedere ronde ging perfect. Een mooie snelle tijd. Maar halverwege begonnen mijn benen te verzuren en werd ik links en rechts ingehaald door de andere lopers. Een loper riep in niet mis te verstane woorden: NOAD naar me. Het vraagteken dat boven mijn hoofd verscheen kon zo’n beetje het park verlichten als het donker was geweest. Hij moest lachen en vertelde mij waar het voor stond: Nooit Opgeven Altijd Doorgaan!! Dus draafde ik achter de groep aan om daarna de beurt aan mijn nichtje over te dragen.

Toen dit kwartier ook voorbij was en iedereen zijn veters had gestrikt, een slok water had genomen en er weer klaar voor was, liepen we in een rustig tempo met zijn allen door het park terug naar de atletiekvereniging. Daar volgden nog een relaxte cooling down. Het was een korte trainingsavond met maar 6.5 kilometer op de teller. Maar wel een explosieve 6.5 kilometer. Ik heb mijzelf er door heen geNOAD en hoop dat het afzien op dit soort avonden resulteert in een snellere tijd op de wedstrijd in augustus.

Het zijn net kinderen…

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar Kleine krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom ook nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker. De rollen zijn hier duidelijk omgekeerd.

Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger lekker buiten aan het spelen is kan ik mij weer concentreren op mijn boek, De Fazantenmoordenaars. We gaan richting het einde van het boek en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoud kreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er al snel af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het flink op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “lekker werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” aan toe. Ik laat hem begaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt dus echt.

Krijger sluipt het huis weer in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle mond praten of miauwen kunnen ze namelijk niet.

Heerlijk die rust!

Toeren met Toet …

Het kwik steeg in onze achtertuin tot een graadje of 31. In de schaduw was het heerlijk vertoeven. In de zon misschien net iets te warm. Maar het kon mij niet schelen. Ik had wat zonnestraaltjes in te halen dus bleef ik liggen waar ik lag, ondanks de zweetpareltjes die langzaam op mijn voorhoofd zichtbaar werden. Vriendlief lag op de lounge set met zijn pootje omhoog, net zoals de afgelopen drie dagen. Na een meniscusoperatie mocht hij de eerste vier dagen niets anders doen dan alleen het noodzakelijke, naar de wc en koffie zetten. Heel vervelend met dit weer!! Maar na drie dagen “binnen” zitten wilde hij er toch ook wel even tussenuit.

“Boor… Wil jij zo even een stukje toeren met mij?” klonk het rechts van mij. Ik draaide mijn hoofd en keek in het gezicht van vriendlief die mijn blik met zo’n grote smile beantwoorde dat een tandpasta reclame er jaloers op zou zijn. Dat kon ik niet weigeren en binnen een minuut of tien zaten we in King Toet met het dak open en de raampjes omlaag. Met het zonnetje aan een blauwe hemel is het heerlijk om een cabrio te hebben.

Zonnebril en petje op mijn knar, ik was er klaar voor. “Waar wil je naar toe?” Riep ik als chauffeur. “Oh, gewoon een stukje rijden. “ Was zijn antwoord. “Een stukje rijden? Heb je geen idee waar je heen wilt of wat je wilt zien?” Als ik iets niet kan is het doelloos rondrijden. Voor je het weet rij je vijf keer het zelfde rondje. Dus ik kraakte mijn hersens en bedacht mij dat mijn laatste rondje hardlopen van acht kilometer door de polder een mooie begin voor onze route was. Ik had dit stuk zelf ook nooit eerder gereden of gelopen en verbaasde mij vooral over al het groen, de stilte en de vele paarden die er vanaf de dijk te zijn zien. De mooie dijkhuisjes zijn ook echt de moeite waard om eens te bekijken. “En dit heb jij allemaal gelopen van de week?” “ja ja!!” Zelf ook nog steeds onder de indruk van mijn eigen hardloopprestaties. We kwamen aan de achterkant van het dorp uit en ik besloot langs het water “De Waal” verder te rijden richting Rijsoord. Zo’n beetje alle jongelui uit het dorp hadden zich hier verschanst om te zwemmen, varen en te zonnen. Wat een leuke bedrijvigheid aan de waterkant.

De rit ging verder langs oude boerderijen, mooie villa’s en pittoreske dijkhuisjes. De dijkhuisjes lagen overigens aan een zeer claustrofobisch dijkje. Dus waren we erg blij toen we dit stuk achter ons konden laten. Ooit reed ik hier met het paard en was het mij niet opgevallen dat de huizen wel heel dicht op elkaar staan. Maar ik moest nu geen tegenligger tegenkomen want dan had één van ons het stuk achteruit terug moeten rijden. (En nee, het was geen één richtingsverkeer). Inmiddels waren we twee dorpen en een uur verder. Wat was ik blij met mijn petje op mijn knar aangezien mijn gezicht al aardig verkleurd was. Mijn armen daarentegen waren mooi rood. Bizar hoe snel dat gaat, alsof je aan het strand ligt te bakken. Vriendlief had nergens last van en genoot van het zonnetje en het uitzicht.

Het werd tijd om weer richting huis te rijden maar ik werd de andere kant op gedirigeerd. Eerst moest er nog een lekker Italiaans ijsje gehaald worden bij de ijssalon. Het leven van een chauffeur is zo gek nog niet!!

Nog eenmaal…

Een laatste groet

Terwijl het een komen en gaan is van mensen sta ik zo stil mogelijk en probeer één te worden met het meubilair in mijn omgeving. Ik wacht op een teken van de uitvaartverzorgster, die nog druk in gesprek is met de familie voor wie ik gekomen ben. Foto’s maken tijdens het allerlaatste afscheid is mijn taak voor die middag. Ik wacht geduldig tot ze er klaar voor zijn.

Verdriet, angst, boosheid maar ook dankbaarheid en liefde. De lucht vibreert van de emoties in de kleine ruimte, om zich daarna te laten versmelten tot een grote onzichtbare bal. Een bal die zonder vaart te minderen op mij af komt denderen. Een bijzondere familie, dat had ik tijdens de kennismaking al in de gaten, en dat het wat met mij zou doen was te verwachten. Onbewust zet ik een stap naar achteren, alsof ik hiermee de emoties op afstand kan houden.

Twee mensen komen de kamer naast mij uitgelopen, gevolgd door de uitvaartbegeleidster. Ze knikt mij toe. Een teken dat ik naar binnen mag. Ik stap een onzichtbare drempel over en laat het geroezemoes aan geluiden achter mij. De serene rust die nu heerst doet mij huiveren. In het midden van de kamer staat de kist met daaromheen een zee van bloemen en kaarsen. Aan het hoofdeinde zit een oudere vrouw op een stoel. Ze kijkt mij met waterige ogen aan en perst een glimlach op haar gezicht. “Het leven is soms wrang” zegt ze en haar blik verplaatst zich van mij naar haar dochter in de kist. “Wat heb je nu aan een lang leven als je iedereen van wie je houdt achter je moet laten? Eerst mijn man, toen mijn zoon en nu mijn dochter. Allemaal getroffen door kanker.” Ik kijk de oudere vrouw aan en weet niet zo goed wat ik moet zeggen behalve dat ik het heel erg voor haar vind. Het verdriet om het verlies van iemand van wie je houdt is mij maar al te bekend. Maar een kind verliezen … Nee, daar kan ik niet over mee praten. Ik kan mij alleen maar een voorstelling maken van de emoties die nu door haar heen razen.

Ze schuift een stoel op en klopt met haar andere hand op de plek die vrij komt. “Wil je even bij mij blijven?” Vraagt ze. Getroffen door haar blik en de simpele vraag stap ik op de lege stoel af. Ze pakt resoluut mijn hand en even blijven we heel stil zitten. Een moeder zonder dochter, een dochter zonder moeder. “Straks sluiten we de kist. Maar ik wil haar nog één keer vasthouden. Nog één keer aanraken en ik wil haar nog één keer een kus geven. Wil jij dat voor mij vastleggen?” Vraagt ze zonder haar blik van haar dochter los te maken. Ik zeg dat ik dit heel graag voor haar wil doen.

Ik loop naar de andere kant van de kist om haar de ruimte en tijd te geven. In de kamer achter mij hoor ik verschillende mensen zachtjes praten. Het doet de vrouw niks. Ze is op dit moment alleen op de wereld. Zo ferm als ze mijn hand zojuist had gepakt zo teder raakt ze nu haar dochter aan. Ze streelt haar gezicht, haar haar en raakt vervolgens haar handen aan. Ik ben getuige van een bijzonder emotioneel moment en probeer zo waardig mogelijk mijn werk te doen. De vrouw buigt voorover en kust haar dochter voor een aller laatste maal op het voorhoofd. Er vormt zich een brok in mijn keel en even ben ik blij dat ik aan het werk ben. Ik concentreer mij volledig op de fotografie.

Alsof het afgesproken is komt de uitvaartbegeleidster de kamer in. Het is tijd om de kist te sluiten. De oudere vrouw kijkt mij aan. Met haar blik bedankt ze mij voor dit moment. Ik buig lichtjes mijn hoofd uit respect voor haar en haar dochter.

Niet lang hierna wordt de vrouw omringt door haar familie. Ik plaats mijzelf weer op de achtergrond om van daaruit mijn werk te doen. Samen met haar familie sluit ze de kist. De bloemen worden overgebracht naar de aula en de dragers staan klaar om de kist mee te nemen. De uitvaartdienst gaat beginnen. Een bijzondere en mooie dienst die mij nog lang bij zal blijven…