Krontjong…

“Sorry, waar hield hij van?” Vraag ik mijn tante nogmaals. “Je Opa hield van Krontjong muziek”. Eerst lig ik in een deuk om de term. Haha wat is dat nu voor naam voor muziek?! Daarna gaat er vaag een belletje rinkelen maar het is nog te ver weg om het te herkennen. Het belletje wordt luider zodra mijn oom via internet wat muziek opzoekt. Verdraaid, ik herken het van vroeger. Van heel lang geleden weliswaar, maar toch herken ik het. “Vooral de elektrische gitaar vond je opa geweldig. Het was maar goed dat hij daar het geld niet voor had, anders had hij die zeker gekocht. In plaats daarvan tokkelde hij geregeld op zijn ukelele en speelde hij op zijn mondharmonica.”

Geweldig toch? Weer een stukje geschiedenis waar ik niets van afwist. Dit keer ben ik met mijn andere tante om de tafel gekropen om wat meer familiegeschiedenis op te rakelen. Dat mijn ooms en tantes van muziek houden wist ik wel. Maar dat ook mijn opa een voorliefde had voor muziek wist ik helemaal niet. De ukelele en mondharmonica zijn zelfs nog in de familie. Toen mijn tante voordeed hoe mijn opa er bijstond wanneer hij op zijn ukelele aan het tokkelen was moest ik lachen. Ik zag hem namelijk zo voor mij.

De volgende dag, wanneer ik het huis voor mij alleen heb, besluit ik mij onder te dompelen in de lievelingsmuziek van mijn opa en oma. Ik struin rond op Youtube tot ik geen krontjong muziek meer kan horen. Echt er komt geen einde aan. Van het ene liedje val ik in het volgende en voor ik het weet ben ik een hele middag verder. Internet leerde mij dat de naam Krontjong afkomstig is van de Indonesische naam voor een combinatie van een vijfsnarige gitaar en een tamboerijn of voetbelletjes. De gitaar komt oorspronkelijk uit Portugal. De Portugezen brachten dit mee naar Batavia nog voor het van Nederland was. De muziek van deze mensen was afkomstig uit verschillende delen van Portugal. In de loop van de tijd kreeg dit steeds meer Maleise en uiteindelijk ook Nederlandse woorden en uitdrukkingen.

Ik word een beetje weemoedig van het luisteren naar deze muziek. Ik verlang naar een tijd die ik nooit gekend heb. Naar het land en leven van mijn opa en oma. Ik kan er niks aan doen dat ik niet kan mee praten over “vroeger”. Ik heb heimwee naar een tijd die ik niet ken en nooit heb meegemaakt. Hoe meer ik daar aan denk hoe gekker dit klinkt. Maar toch kan ik het niet anders omschrijven. Natuurlijk speelt ook “het verhaal” mee. Een stuk geschiedenis van mijn familie dat ik samen met hen op papier aan het zetten ben.

Juist daardoor wordt ik steeds weer mee getrokken naar vroeger. Heen en weer geslingerd tussen toen en nu. Naar lang vervlogen tijden. Wat ik heerlijk vind, daar niet van! Ik geniet er van om te horen hoe het vroeger was. Juist omdat ik daar niet over mee kan praten. Ik zuig de informatie op als een spons en vind het geweldig om naar oude foto’s te kijken. Maar het maakt het gemis ook een stukje groter. En daarom is het fijn dat ik nu weet wat Krontjong muziek is. Want bij het horen van deze muziek ben ik er toch een beetje bij. Maak ik deel uit van wat ooit was en nooit meer zal zijn…

Youtube staat vol met krontjong muziek. Ik weet niet helemaal zeker of Manise van Rudi van Dalm ook onder “krontjong” valt. Het geeft mij in ieder geval het gevoel van “vroeger”.

Thank god I’m a country girl…

Ongeveer 17 jaar geleden werd ik door mijn tante mee op sleeptouw genomen. “Kom eens gezellig mee. Het is hartstikke leuk!” Tante dulden geen tegenspraak. Een tijdje later zat ik naast haar in een zaal naar mensen te kijken die aan het dansen waren. Ze stonden in rijen naast, voor en achter elkaar. Duimen achter hun riem gehaakt terwijl hun voeten iets deden dat leek op hakken-teen, hakken-teen. De beste stuurlui staan aan wal, dus nam ik plaats tussen al deze mensen om zelf te ervaren of dit “hakken-teen” iets voor mij was. Mijn tante had mij heel subtiel kennis laten maken met het countrydansen. Ik kon toen nog niet weten dat dit een hobby zou worden die ik met grote passie een aantal jaar heel intensief zou uitvoeren.

Voor ik het wist ging ik iedere week mee. Ik kwam er achter dat country dansen helemaal niet duf was. En ook niet alleen maar bestond uit hakken-teen. Er werd en wordt nog steeds, gedanst op alle soorten muziek. Er zijn daarom ook veel stijlen in het countrydansen zelf. De chachacha, salsa en wals zijn zomaar wat voorbeelden. Funky en pop zijn inmiddels ook niet meer weg te denken.

Het duurde niet lang voor we kennis maakten met onze buren op de dansvloer.  Een groep indo’s met een gemiddelde leeftijd van rond de 50 jaar. We konden het direct met elkaar vinden. Ik was met nog geen 20 jaar de jongste van het gezelschap, dat niemand iets leek uit te maken. Deze mensen werden mijn nieuwe dansfamilie waar ik heel veel uren mee heb doorgebracht.

Een keer in de week dansen werd al snel twee keer en daarna drie keer. De groep vroeg ons mee naar andere dansscholen, die als paddenstoelen uit de grond schoten. Ook de weekenden waren we op pad. Er werd altijd wel ergens een cd-avond georganiseerd en anders waren er nog de grotere country evenementen zoals de Western Experience in Den Bosch of Rijswijk.

Op één van deze evenementen werd ik door Bob de Jong  (de organisator en producent van De Heilige Koe, Als je van paarden houdt en Veronica strandrace) gevraagd om mee te dansen in zijn theater show: “The Country Music Hall of Fame”. Vanaf toen maakte ik deel uit van de groep: The Country Line Dance Machine die meermaals NL en Europeeskampioen waren. Ik werkte oa samen met wereldkampioene en altijd enthousiaste Ivonne van Loon. In die periode danste ik gerust vier keer in de week plus een avond in het theater ergens in het land.

Na jaren zo intensief te hebben gedanst begon ik het plezier te verliezen. Ik besloot radicaal te stoppen. Het werd tijd om mij bezig te houden met andere dingen in mijn leven. Hoewel ik de groep soms best wel miste had ik er geen spijt van. Tot kort geleden. Ik hoorde een bekend liedje en zocht de dans erbij. Tot grote vreugde bleek de dans na 12 jaar nog steeds in mijn geheugen gegrift te staan. Na wat oefenen danste ik zo mee.

Ik trok de stoute dansschoenen aan en vroeg of ik weer eens mee mocht met mijn tante, die nog steeds iedere week een uur of wat aan het dansen is. Het weerzien van de groep en hun lieve reacties, brachten mij letterlijk tot tranen. Ze waren niets veranderd. Alleen wat ouder geworden. Wij allemaal. Inmiddels dans ik alweer een aantal weken mee. Ik ben nog steeds de jongste, wat wederom niemand uitmaakt. Zo intensief als vroeger zal het niet meer worden. Maar wat heerlijk om als van ouds met zijn allen op de vloer te staan.

Jij had het kunnen zijn…

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk. Gebeurt het… Ik vang een glimp van je op. Ik zie je fietsen. Gekleed in je gele jas en afgetrapte gympies. Door weer en wind maar altijd zonder handschoenen. Gebogen over het stuur alsof je windje tegen hebt trappend op de pedalen op weg naar je bestemming.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik hoor je stem. Ik hoor je lachen, uitbundig en zonder schaamte. Ik hoor je mijn naam fluisteren wanneer je mij wakker maakt. Ik hoor je hoesten en proesten als jij ‘s morgens wakker wordt. Ik hoor je schelden als je boos bent. Ik hoor hoe jij de telefoon op neemt met een simpel: “Ja hallo..” of “Hey hoi met mij.”
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik zie je handschrift. Op een blaadje neergekrabbeld. Onleesbaar en doorelkaar. Ik zie hanenpoten en inktvlekken over het papier. De tekst is doorgehaald, opnieuw geschreven en wederom doorgehaald. Maar eindigt altijd met een kusje.
Het had van jou kunnen zijn. Maar dat is het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik ruik je geur. Zomaar in een vlaag onder mijn neus. Wanneer ik ergens binnen stap. Tijdens het koken wanneer ik iets maak wat jij ook wel eens maakte. Wanneer er iemand langs mij loopt met het zelfde luchtje dat jij droeg.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. Heus echt waar.
Op momenten dat ik niet aan je denk gebeurt het… Ik merk dat ik een kind van jou ben mam. Wanneer ik op dezelfde lompe manier op de bank zit met mijn arm over mijn hoofd. Wanneer ik voor de spiegel naar mijn eigen spiegelbeeld kijk en gekke bekken trek. Wanneer ik de dieren in huis roep dat het eten klaar staat.
Jij had het kunnen zijn. Maar je bent het niet.

~

Het zou minder worden. En dat doet het, heus echt waar. Het verdriet is niet meer zo intens. De leegte niet meer zo’n groot gat. Nu denk ik aan je, heel bewust. Jij bent nooit heel ver weg. Ik zie je… Ik hoor je… Ik ruik je … Ik voel je…
Jij bent overal om mij heen. Ik hoef maar aan je te denken en jij bent het die daar staat.

Mama, moeder, liefde, missen

24 januari 1961 – 17 november 2011

Boors boekenweek… #4

Ik was uit mijn ritme en had heel andere dingen aan mijn hoofd. Het lukte mij gewoon niet. Lezen vermoeide mij in plaats dat het ontspanning bracht. Hoe spannend het verhaal ook was. Het komt het verhaal niet ten goede wanneer je door concentratieproblemen het boek steeds moet wegleggen of pas na een week weer verder gaat met lezen. De spanningsboog die door de schrijver zo subtiel wordt opgebouwd wordt hierdoor te niet gedaan. En dat is zonde. Maar gelukkig duurde deze periode niet lang. Ik las de afgelopen weken een drietal boeken van drie verschillende schrijvers. Ik deel graag mijn mening met jullie.

Jussi Adler-Olsen, De Grenzeloze;
Dit is het zesde en tot nu toe laatste deel van de Q-serie, waarin het oplossen van oude (Zweedse)politiezaken centraal staat. Het boek bestaat uit twee verhaallijnen die in eerste instantie niks met elkaar te maken hebben en die pas ver over de helft samen komen. Ik vond het te langdradig. Sterker nog, ik vond dit het slechtste deel van de hele serie. Er zit niet genoeg spanning in waardoor ik soms moeite had om door te lezen. Maar ik wilde weten wie de moord begaan had en waarom. Het verhaal kreeg wel steeds een andere wending waardoor ik pas aan het einde van het verhaal wist hoe het zat.

De relatie tussen de hoofdpersonen groeit met ieder boek dat verschijnt. Dat is dan wel weer erg leuk. Ik hoop dat deel zeven wat meer pit bevat en iets meer over de geschiedenis van Assad en Rose vrijgeeft. De personages waar ik toch wel erg nieuwsgierig naar geworden ben. Ondanks dat er aardig wat humor in verwerkt zat voldeed dit boek helaas niet aan mijn verwachting. Ik heb hem dan ook plichtmatig uitgelezen.

Karin Slaughter, Mooie meisjes.
Karin is één van mijn favoriete schrijfsters. Dit was het eerste boek dat ik gelezen heb die niet behoort tot de Grant County reeks met Sara Linton in de hoofdrol. Ik wist niet wat ik er van moest verwachten. De levensverhalen van drie hoofdpersonen worden los van elkaar verteld en pas later in het boek verstrengelen deze zich tot één pijnlijke geschiedenis. Daarom duurde het even voor ik in het verhaal zat. Maar toen ik er eenmaal inzat kon ik het boek niet meer wegleggen. Het is zo spannend geschreven dat ik de spanning in mijn eigen lijf kon voelen. Het bevat aardig wat gruwelijke- en sadistische details die ik eerder bij een schrijfster als Tess Gerritsen zou verwachten. Het einde van het verhaal vind ik typisch Amerikaans met een “happy end” terwijl deze voor mijn gevoel helemaal niet zo “happy” was. Slaughter heeft mij positief verrast met dit boek en ik ben zeker niet teleurgesteld. Het verhaal leest vlot weg en is lekker spannend. Dus dat minpuntje is haar vergeven.

Jodi Picoult, het verdwenen meisje.
Picoult is een kei in het uitdiepen van gevoelige onderwerpen en in ieder boek weet ze een sfeer neer te zetten waarin je letterlijk ondergedompeld wordt. Ze sleurt je mee in een emotionele achtbaan van ethische dilemma’s en wanneer je het eindstation bereikt hebt hoop je nooit zo iets zelf mee te hoeven maken.

Het verdwenen meisje is zo’n verhaal. Het verhaal greep mij aan. Zeker de stukken met betrekking tot de alcoholverslaafde ouder waren voor mij erg confronterend en helaas herkenbaar. Het verhaal wordt door alle personages belicht waardoor er aardig wat diepgang in het geheel zit. Dat heeft tevens een keerzijde want de vaart wordt zo wel uit het verhaal gehaald. Het boek heeft spannende fragmenten. Ondanks dat het confronterend was vond ik het heerlijk om weer eens mee gesleept te worden door Picoult. Hoewel dit geen pareltje was, ze heeft betere/mooiere boeken geschreven, heeft ze mij tot de laatste bladzijde geboeid.

 ** Klik op de cover van het boek voor een samenvatting van het verhaal.

Vergeef mij, dat ik je achterlaat…

De regen komt met bakken uit de hemel. Het is donker en somber buiten. Zodra ik mijn auto voor de deur van het afgesproken adres geparkeerd heb, blijf ik nog even zitten. Het is een trieste dag en ik moet iets gaan doen waar ik als een berg tegenop zie. Ik haal een paar keer diep adem en stap uit. Ik hoef gelukkig niet lang te wachten voor de deur open gaat. De eerste voorstelronde vind plaats in de gang. Als ik achter de man des huizes aanloop word ik in de woonkamer begroet door een schaterlachende peuter. Aan tafel zit haar moeder met de kleine meid op schoot. Zodra onze blikken elkaar treffen kijk ik in een paar prachtig helderblauwe ogen. Ze zet het meisje op de grond en geeft mij een trillende hand.

Haar man vertrekt naar de keuken om koffie voor ons te zetten terwijl wij alle tweeliefde, moeder en dochter, achterlaten, plaats nemen aan de grote tafel. De woonkamer ligt bezaait met speelgoed, duploblokken en knuffelbeesten. Deze jonge dame komt wat dat betreft niets te kort. Toch trekt mijn maag samen. Ik krijg een brok in mijn keel en voel een pijnlijke steek. Het leven is soms zo oneerlijk. Zonder dat iemand hier iets aan kan doen, gaat het belangrijkste in haar prille leventje haar binnenkort ontnomen worden. Haar moeder.

Alsof ze mijn gedachte kan lezen begint ze te vertellen. Over de diagnose die gesteld is net na de geboorte van haar dochtertje. De slopende ziekte, het verloop hiervan en wat nu nog rest. Ondertussen staat de dampende koffie op tafel inclusief wat lekkers. Maar ik krijg geen hap door mijn keel. Haar ogen beginnen te stralen zodra ze over haar dochtertje begint te praten. Ze is haar lust en, zolang het nog duurt, haar leven. De reden waarom ik gekomen ben is niet alleen een kennismaking met de familie. Maar ook om te kijken of ik iets voor hen kan betekenen op de uitvaart van deze vrouw.

Haar man pakt een dik boek uit de kast en legt het voor mij neer. Het is hun trouwalbum met prachtige sfeervolle foto’s. De foto’s die gemaakt moeten worden op de uitvaart moeten dezelfde stijl en sfeer hebben als hun trouwfoto’s. Ik heb de vraag nog niet gesteld of de man geeft al antwoord. De trouwfotograaf heeft nooit eerder een uitvaart gefotografeerd en had hun een rouwfotograaf aangeraden. De vrouw begint weer te vertellen. “Als ik er straks niet meer ben, wil ik dat mijn dochter een naslag werk heeft. Een trouwboek en een rouwboek. Voor later, zodat ze kan zien hoe het was.” Ze zucht. “Haar vierde verjaardag zal ik naar alle waarschijnlijkheid niet meer mee gaan maken.” Haar man pakt boven tafel haar hand en knijpt er zachtjes in. Even zijn we allemaal stil.

Ik ben ontroerd door haar verhaal. Ze kijkt letterlijk de dood in ogen en toch kan ze zo krachtig vertellen. Want dat heeft ze gelukkig nog, haar kracht en haar wil om te genieten van de tijd die rest. Het moet een verschrikkelijke gedachte zijn om te weten dat ze er straks niet meer is terwijl haar kindje haar zo hard nodig heeft. Bij het afscheid kijk ik haar nog eenmaal aan. Haar helder blauwe ogen zal ik bij onze volgende ontmoeting niet meer zien…

Dit blog verscheen eerder op: Familieberichten.

Geschiedenis komt tot leven…

In de week dat mijn vader overleed, begon mijn tante verhalen over vroeger te vertellen. Het ophalen van herinneringen deed iedereen goed. Ik moest bij sommige verhalen heel hard lachen. Andere verhalen brachten mij tot tranen. Ik had ze nog nooit gehoord en heb ademloos naar haar geluisterd. Haar herinneringen waren zo gedetailleerd. Ze wist namen, plaatsen, datums en zelfs tijden op te noemen van gebeurtenissen uit lang vervlogen tijden.

Toen de uitvaart achter de rug was en wij weer in iets rustiger vaarwater beland waren kwamen mijn tante ik nog eens voorzichtig op deze mooie herinneren terug. We liepen namelijk met hetzelfde idee rond, maar wisten niet zo goed hoe we dit in het vat moesten gieten. Tot we er gewoon een middag voor zijn gaan zitten. Mijn tante begon te vertellen vanaf haar familiewapen Hamar aller eerste herinnering. De periode dat ze samen met haar ouders (mijn opa en oma) in Indonesië woonden. De geboorte van haar eerste broertje (mijn vader) en de reis naar Nederland. Ze vertelde ook over het leven in het pension en de geboortes van broers en zussen. Ik zoog alle verhalen op als een spons en werkte dit later uit tot een lopend verhaal. In de tussentijd kreeg ik van mijn oom een foto met daarop ons familiewapen. Die blijken wij namelijk ook te hebben.

Maar toen overleed mijn moeder. Hierdoor had ik niet veel energie meer voor dit project. Ik plaatste de uitwerking van ons idee tijdelijk in de kast. Daar bleef het tot mijn oom, de jongste broer van mijn tante, kort geleden kwam te overlijden. Alle herinneringen en heel veel meer, kwamen naar boven. Niet alleen bij mijn tante maar ook bij haar broers en zussen. Wederom hoorde ik verhalen die ik nog nooit had gehoord. Wat zou dat prachtig zijn om deze verhalen ook op te nemen in het “herinneringen boek” van mijn familie.

Mijn tante en ik besloten er weer voor te gaan zitten. Als oudste van het gezin heeft ze de periode rond de bevalling van al haar broertjes en zusjes meegemaakt. Dat staat inmiddels, naast de reis uit Indonesië naar Nederland, ook op papier. Nu zijn we bezig met het wel en wee van vroeger. Het werk van mijn opa en oma. Het huis en de indeling van de kamers. Want waar laat je negen kinderen? En hoe zat het met huisdieren? School? Vriendjes en vriendinnetjes? Gingen ze naar de kerk? Hoe organiseerde opa en oma dat in hemelsnaam?

Mijn tante toverde een oud fotoboek uit de kast. Voor het eerst zag ik daar mijn overgroot ouders. Samen poserend in misschien wel hun achtertuin. Die foto raakte mij. Ik stam van deze mensen af maar ik heb ze nooit gekend. Ik zag de jonge versie van mijn opa en oma, hun trouwfoto’s en feestjes met (onbekende) familieleden en vrienden. Babyfoto’s van mijn vader en schoolfoto’s van ooms en tantes.

We hebben nog wat avondjes te gaan voor alles goed en wel op papier staat. Ook wil ik nog heel graag wat gesprekken met andere ooms en tantes inplannen. Hoe kijken ze terug op hun jeugd en wat zijn hun vroegste herinneringen? En wat dacht je van het uitpluizen van de fotoalbums? Het is een project waar aardig wat tijd in gaat zitten, maar wat erg leuk is om te doen! De geschiedenis komt weer een beetje tot leven. Niet alleen voor mijn ooms en tantes maar zeker ook voor de tweede en derde generatie. Zelf voel ik een verbondenheid met mensen die ik niet gekend heb en loopt er een onzichtbaar draadje naar een land waar ik nog nooit geweest ben.

Foto Hamar, familie Hamar, opa en oma

Clash of Clans…

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief werd die van mij in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je weer troepen trainen en uiteindelijk dus je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik het internet en Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik daar terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads naast elkaar. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn tanden bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Maar ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛

Ons water…

Begin van de maand vroeg mijn oom om eens te kijken bij zijn laatste foto’s op facebook. En als ik dan toch een blik had geworpen… Of ik dan ook de moeite wilde nemen om ze te liken. Want hij deed mee aan een fotowedstrijd. Ik bezocht de pagina waar hij ze had geplaatst. Deze was door de gemeente Zwijndrecht gelanceerd in het kader van “Ons water”. Met dit thema wil de overheid Nederlanders bewust maken van het feit dat schoon, veilig en voldoende water niet altijd zo vanzelfsprekend is. Er zal meer geïnvesteerd moeten worden om te kunnen blijven genieten van ons water. Maar ook om ons te beschermen tegen water van buiten af door middel van duinen en dijken. Deze (grote) projecten zijn nooit af.

Het onderwerp van de wedstrijd was dan ook: “Ons water, Zwijndrecht…” Inwoners van Zwijndrecht en Heerjansdam mochten hun waterfoto’s, in de ruimste zin van het woord, plaatsen. De drie foto’s met de meeste likes zouden winnen. Precies een jaar geleden had ik ook een aantal mooie foto’s gemaakt van de zonsopkomst in Heerjansdam. Met daarop  het water de Devel. Waar ik overigens dit blog over schreef: Een nieuwe dag…  Ik besloot ook een gokje te wagen en plaatste mijn foto, nadat ik de foto’s van mijn oom van een like had voorzien.

Vijf dagen nadat ik mijn foto had geplaatst verscheen de uitslag op de facebookpagina. Mijn foto zat bij de eerste drie met de meeste likes. De wethouder zou de zaterdag daarop de winnaars in het zonnetje zetten. Helaas was ik verhinderd. Maar dat was geen punt voor de Gemeente Zwijndrecht. Ze kwam gewoon naar mij. En dus ontving ik een paar dagen later alsnog een pakketje met daarin leuke hebbedingetjes zoals een paraplu, dopper, koffiebeker en een cadeaukaart van de Hema. De volgende dag stonden de drie foto’s ook nog eens met naam en toenaam in de krant.

Sorry oom B. Het was niet mijn bedoeling om er met de prijs vandoor te gaan.
Kan ik het goed maken met een BBQ? (bij ons uiteraard…) 😉

zonsopkomst, ons water, de Devel, Zwijndrecht

The Circle of Life…

Al geruime tijd staar ik naar een blanco pagina. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Flarden van tekst schieten mij te binnen. Maar zodra ik mijn handen over het toetsenbord laat gaan ben ik ze alweer kwijt. Nog niet het kleinste atoom van een idee word gevormd. Irritant!! Een viertal blogjes staan onafgemaakt op mijn bureaublad en een lijstje met onderwerpen vind ik terug in mijn notitieboekjes. Wat ik ook doe… De inspiratie blijft weg. En dat vind ik erg jammer. Want ik wil nog over zoveel onderwerpen bloggen. Er zijn momenten dat ik er alleen tijd voor hoef te maken. Een vel papier voor mijn neus en schrijven maar. De ene na de andere zin komt dan vanzelf. Voor ik het weet heb ik een blog af. Heerlijk wanneer ik in zo’n flow zit.

De flow van het lezen heb ik daarentegen dubbel en dwars te pakken. Mijn boekenplank is op dit moment aardig gevuld en ik kan niet wachten om al die verhalen te gaan ontdekken. Even ontsnappen aan de werkelijkheid. Mijn eigen verdriet en emoties loslaten en mij verdiepen in een compleet andere wereld die niet van mij is. Het niet zelf ondergaan maar toekijken vanaf de zijlijn.

Dat zal er ook wel mee te maken hebben dat het schrijven niet echt wil vlotten. Emotioneel zaten we wederom in een achtbaan. Een kort ritje dit keer. Maar wel een ritje die diepe wonden nog even voorzichtig openrijt. Je er haarfijn aan herinnert dat het leven niet eeuwig is. Niet voor jou. Niet voor mij. Ook deze nieuwe wond heeft tijd nodig om te helen. Om dicht te groeien. En wanneer deze nieuwe pijn straks alleen nog op de achtergrond aanwezig is, is er ruimte om herinneringen levend te houden. Het zal nog even duren voor het zover is. Uit ervaring weet ik inmiddels dat deze tijd ooit komt.

Voor nu noem ik het maar even The Circle of Life

Tot ooit…

Vanaf je geboorte wandelt hij onzichtbaar met je mee. Hij slaat toe wanneer het hem uitkomt. Hier en daar. Bij jou, bij mij. Hij kent geen genade. Smeekbedes worden niet gehoord. Bij de een kondigt hij zichzelf aan. Voor de ander is hij er totaal onverwachts. Vroeg of laat. Jij en ik, we komen er niet onderuit. De dood maakt voor niemand een uitzondering.

Afgelopen week kwam hij weer, geheel onverwachts, bij mijn familie binnen vallen. Dit keer voor mijn oom. Zijn werkplek leek hem de juiste plaats om toe te slaan.
BAM. Uit het niets…
Hij liep binnen zonder te kloppen en nam hem mee zonder een groet.
Geen afscheid en vaarwel.
Geen knuffel en een zoen.

Lieve Ray
Met slechts 47 levensjaren is jouw reis veel te vroeg begonnen
Wij gaan je vreselijk missen
Tot ooit…

Afscheid, de weg, hemel, dood