De Liebster Award…

Hij gaat al enige tijd rond op het www. Het is een lijst van in totaal 11 vragen, verzonnen om het gezicht achter een (beginnend) blog beter te leren kennen. Afgelopen week ben ik genomineerd door: Desire, waarvoor dank!! De bedoeling is haar vragen te beantwoorden en daarna zelf 11 nieuwe vragen te verzinnen. Vervolgens een aantal andere bloggers taggen die op hun beurt het stokje overnemen.  Wees gerust, dat laatste stuk sla ik over. Ik ga geen nieuwe vragen verzinnen en ga ook niemand anders taggen 😉

  1. Als je een beroemdheid was, wie zou je dan willen zijn?
    Een beroemdheid zou ik niet willen zijn. Al die aandacht lijkt mij vreselijk. Alles wat je doet wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Wel zou ik eens een dag met een van mijn huisdieren willen ruilen. Het lijkt mij heel bijzonder om te kunnen vliegen, te slapen bovenop de verwarming, of door het weiland te crossen.
  1. Welke muziek heb jij meestal aan als je een (b)logje aan het schrijven bent?
    Ik heb geen muziek aan als ik aan het bloggen ben. Meestal kan ik het niet laten om mee te zingen. Dat werkt niet voor mij.
  1. Kreeg je één minuut om te shoppen in de supermarkt, waar zou je het eerst naar toe rennen?
    Tja, ik denk dat ik deze beurt aan vriendlief overdraag. Hij doet meestal de boodschappen. Ik heb waarschijnlijk al een minuut nodig om het juiste gangpad te vinden. Als ik in die minuut tijd het gangpad gevonden zou hebben, dan zou ik mijn karretje volladen met koffie en wasmiddel.
  1. Koffie of thee?
    De laatste tijd ben ik meer van de koffie.
  1. Hoe zou het ideale huwelijksaanzoek eruitzien?
    Niet te formeel. Dus geen gezemel op één knie in een romantische setting. Nee, niks voor mij. Eenmaal gevraagd, dan samen een mooie reis boeken naar een ver exotisch oord om elkaar daar het ja-woord te geven.
  1. Wat is je favoriete dag van de week?
    Eigenlijk heb ik iedere dag wel wat leuks te doen. Ik heb ook geen probleem met de maandagochtend. Als ik dan toch zou moeten kiezen, dan voel ik mij het meest ongedwongen op vrijdagmiddag rond een uurtje of 16.00. Dan heb ik er vijf dagen werken opzitten en hoef ik even een paar uur helemaal “niks” te doen. Uiteraard staat het weekend voor de deur waarbij ik ’s morgens niet gewekt wordt door een wekker.
  1. Als er dit jaar één ding gebeurd is, dat héél speciaal voor je is, wat zou dat dan zijn?
    Een telefoonverbinding met de hemel… Ik zou zo graag weer eens willen praten met mijn vader en mijn moeder. Maar ook met mijn opa’s en mijn oma’s. Ik heb ze nog zoveel te vragen en inmiddels nog meer te vertellen. Hoewel ik weet dat ze over mijn schouder meekijken lijkt het mij heerlijk om al hun stemmen weer eens te horen.
  1. Favoriete film?
    Er zijn meerdere films die ik goed vind en daar zit niet zozeer een favoriete film tussen. Er moet in ieder geval genoeg actie inzitten en flink wat spanning ook.
  1. Huil je snel tijdens films?
    Ik jank al als ze op het weerbericht vertellen dat het gaat regenen 😉
  1. Waar kan je je ongelooflijk aan irriteren?
    Aan televisieprogramma’s van tegenwoordig. Het lijkt wel of het volk alleen nog maar op een domme manier vermaakt kan worden. Een van de redenen waarom ik de tv bijna niet meer aan heb staan. Verder irriteer ik mij mateloos aan mensen die altijd te laat komen en die hun verantwoordelijkheid, op wat voor manier dan ook, niet willen nemen.
  1. Waar ben je bang voor?
    Dat de mensen die mij dierbaar zijn mij zullen ontvallen.

Count Your Blessings #3…

Met een grote papierstapel op schoot en een kop koffie voor mijn neus ben ik bezig de administratie te scheiden van de reclamefolders die in de loop van de week één grote stapel geworden is. Mijn oog valt op de kennismakingsfolders met een klassenfoto van zoonlief. De foto is gemaakt nog voor de zomervakantie goed en wel begonnen was, na de kennismaking met zijn nieuwe klas en mentor. De kinderen staan er wat onwennig bij. De haantjes pik ik er nu al uit. Evenals de modepopjes. Ergens tussen deze mix van brugpiepers staat zoonlief. Ik kijk nog eens goed naar de foto en ben enigszins verbaasd. Ik draai mijn hoofd naar zoonlief die een stukje verder op de bank “hangt”. Ik werp nog een blik op de foto en dan weer naar hem. Zoonlief kijkt mij met een opgetrokken wenkbrauw aan. Ik beantwoord zijn vragende blik eveneens op een zwijgende manier en werp hem een glimlach toe.

Oh mijn god. We zijn nog geen drie maanden verder. Maar wat is hij veranderd!! Op de foto staat een jochie uit groep 8 in zijn voetbaltenuetje met een ietwat verlegen lachje. Naast mij zit die zelfde jongen. Nu is hij een beginnende puber. Die zich druk maakt over zijn kapsel en sinds kort ook zijn kleding. Tot aan zijn sokken aan toe! Groter, brutaler, ietwat gespierder en wijzer. Ik slik de brok in mijn keel weg. Kleine kindjes worden groot. Met mijn vinger raak ik de foto aan. Alsof ik daarmee het verleden terug kan halen. Ik werp hem voorzichtig een blik toe. Hij merkt niet dat ik naar hem kijk, zo verzonken is hij in zijn spelletje op de Ipad. Waar blijft toch de tijd? Hij lijkt in zijn geheel wel een sprong naar volwassenheid te hebben gemaakt. Nu al!! Hij wordt zo snel, al zo groot.

Wat zit je nu naar mij te kijken!? Vraagt zoonlief een beetje kregel. Ik was diep verzonken in mijn melodramatische gemijmer over het verleden en het heden, dat ik mijn gestaar niet door had. Ik ben daarom een beetje van mijn stuk gebracht door zijn resolute vraag. Ik besluit mijn dagdroom te stoppen bij het feit dat iedere leeftijd zijn charmes heeft. Mijn blik rust nog steeds op hem. Maar hij heeft zijn ogen alweer afgewend en is nog steeds druk bezig met zijn spelletje. Ik zeg hem dat ik mij verwonder over zijn groeispurt. Zowel lichamelijk als geestelijk. Dat hij alleen maar knapper wordt en dat hij gewoon een heerlijk jong is. Zoonlief kijkt mij met een ontwapenende blik aan. Met zijn grote ogen en lange wimpers. Die blik had hij als kleuter al en daar zullen wel wat meisjes voor gaan vallen. Dan wordt zijn gezichtsuitdrukking harder. Hij voelt zich in verlegenheid gebracht en zegt dat het zo wel weer genoeg is. Dat je knap bent is leuk om te horen van je vriendinnetje. Maar niet van je moeder.

Ik moet lachen. Complimentjes in ontvangst nemen is niet zijn sterkste kant. Nog zo iets moois aan hem. Zijn bescheidenheid. Gelukkig voelt hij zich nog niet te “groot” voor een knuffel en een zoen. Die ik dan ook iedere keer met liefde in ontvangst neem. Ik voel mij bevoorrecht met zo’n knappe lieve zoon!!

Dat mag gevierd worden…

Ik heb nog geen twee passen in de tuin gezet of de voordeur gaat al open. Een gezellige bedrijvigheid komt mij tegemoet zodra ik het huis binnen stap. Ik hoor gelach, geroezemoes en een hoop kinderstemmetjes binnen in huis. Hier had ik mij niet op voorbereid. Het lijkt eerder op een verjaardag dan op een condoleance. Ik maak kennis met de familie en word daarna naar de kamer gebracht waar de kinderstemmetjes vandaan komen. Daar moet ik mij een weg banen door een vijftal met helium gevulde ballonnen die de deur barricaderen. De uitvaartbegeleidster had mij al verteld dat dit een bijzondere familie was en ik mag dit nu aan den lijve ondervinden.

Onder het raam staat een witte kist. In de kist ligt Oma die geflankeerd wordt door een vijftal kleinkinderen met stiften in hun handen. De leeftijd varieert van 4 tot een jaar of 14. Vandaag mogen ze de kist van Oma voorzien van hun eigen boodschap. Een van de koters ziet mij en mijn camera en weet zichzelf even geen houding te geven. Zijn sproeterige gezicht straalt blijheid uit maar zijn ogen vullen zich al snel met tranen. Om het ijs te breken begin ik een gesprek met hem en ik vraag welke mooie boodschap hij mee wil geven aan Oma.

Dat werkt. Hij droogt zijn tranen en trekt mij mee naar de kist. Ik zak door mijn knieën en ben nu net zo groot als hij. Hij toont mij zijn tekening: een zon, een bloem en een vogel. Want waar Oma naar toe gaat schijnt altijd de zon, bloeien er altijd bloemen en leven de dieren vrij. Ook de andere kinderen willen laten zien wat ze voor moois voor Oma hebben gemaakt. Teksten, tekeningen, gedichtjes of een simpel zinnetje als: Ik mis u nu al. Als de kinderen eenmaal over hun verlegenheid heen zijn vertellen ze honderduit.

Vol belangstelling luister ik naar hun verhalen. Langzaam wordt mij duidelijk dat de vrouw in de kist niet zomaar een Oma is. Voor deze kinderen was ze een super Oma die voor ze klaar stond en waar altijd iedereen mocht blijven eten en slapen. Waar griezel- en verkleedpartijtjes gehouden werden. Ze hielp zelfs mee met boomhutten bouwen. De teksten en tekeningen op de kist raken mij. Hoe eenvoudig ook. Dit is hun manier van afscheid nemen. Van de familie heb ik toestemming om alles op de foto te zetten, toch vraag ik dit ook aan de kinderen. Ze hebben er geen moeite mee en wijzen mij trots hun geschreven teksten nogmaals aan.

Als alles op de foto staat loop ik naar de keuken waar ik ontvangen word door Opa. Hij vertelt hoe de uitvaart, die morgen plaats zal vinden, er uit gaat zien en wat hij verder nog op de foto wil hebben. Ik ben nog steeds onder de indruk van de gezellige sfeer in huis. Hij moet lachen en zegt: “Oma gaan we zeker missen! Maar de dood hoort bij het leven en dat mag gevierd worden!” Als ik even later het huis verlaat voel ik mij niet gelaten of verdrietig maar moet ik ook lachen. Als uitvaartfotograaf maak ik best heel bijzondere en verdrietige dingen mee. Deze familie heeft gelijk. Ondanks het verdriet en gemis hoort de dood wel bij het leven, en ook dat mag gevierd worden…

Dit blog verscheen eerder op: familieberichten.nl 

Q-time…

De motor resoneerde nog wat na toen ik de sleutel in het contact omdraaide. Even bleef ik in de stilte zitten. Mijn ogen gesloten. Einde van de werkdag en ik was versleten. En het was nog niet eens weekend. De regen liet zich gestaag op het dak van de auto vallen. Met mijn ogen dicht kon ik ze bijna sierlijk uit de lucht zien vallen om vervolgens mijn cabrio-dak als trampoline te gebruiken en dan in duizenden kleine spettertjes uiteen te spatten. Het geluid gaf mij een gevoel alsof ik onder een immens grote paraplu verscholen zat. Het werkte hypnotiserend. Heerlijk.

De verleiding was groot om hier nog even te blijven zitten. Op te gaan in het geluid. In het hier en nu en de saaie stille werkdagen en korte nachten van de afgelopen dagen te vergeten. Uiteindelijk pakte ik mijn spullen bij elkaar en besloot toch maar uit te stappen. Ik realiseerde mij dat ik de rest van de middag, voor zover deze nog restte, en de avond voor mijzelf had. De heren waren elk nog op het werk en op school en daarna zouden ze door gaan naar de voetbal. Ik voelde mij opleven. De vermoeidheid ebde weg. Dat gevoel duurde overigens maar even. Maar… Ik hoefde niet meer weg. Zelfs geen bezoek aan Poownie. Die het ook zonder mij prima doet op zijn nieuwe stek. Ik kon mijn nette kleding omruilen voor mijn slobbertrui en dito broek. Iets makkelijks eten en daarna languit op de bank. Gewoon even wat tijd voor mijzelf.

Na het eten stak ik één van de waxmelts aan. De heerlijke geur vulde al snel de kamer. Hoewel de zomer nog niet ten einde is leek het hier binnen wel winter. Met de gordijnen dicht en de kaarsjes aan. Eigenlijk moest ik de foto’s van de uitvaartreportage nog overzetten. Maar ik kon mij er niet toe zetten de pc aan te doen. Er lag ook nog een wasmand met strijk en helaas moest ik ook nog een stofzuiger door de kamer halen. Ik besloot het werk dat nog moest gebeuren een dag uit te stellen en neer te ploffen op de bank. Ik zat nog geen twee tellen of kleine krijger kroop op schoot. Ik kreeg spontaan zin om mij ook zo op te rollen onder een fleecedekentje en te slapen tot de volgende dag. Maar als ik dat zou doen, zou mijn boek moeten wachten. En dat wilde ik nu juist niet. Het verhaal was spannend en ik wilde heel graag weten hoe dit zou eindigen. Ik las “passagier 23” van Sebastian Fitzek. Het boek was uit net voor de heren weer thuis kwamen. Prima getimed dus.

Gewoon even de boel de boel laten en wat Q-time inlassen voor mijzelf doe ik soms te weinig. Er is zoveel dat gedaan moet worden. Er is zoveel dat ik zelf graag doe. Ik kan opgaan in heel veel dingen. Dat geeft mij energie. Net zoals hardlopen of een andere intensieve sport dat zou doen. Ik neem mij altijd plechtig voor om de volgende dag op tijd naar bed te gaan. Maar meestal komt dit er ook niet van. Tegen het einde van de week begon mijn batterij toch echt een beetje op te raken. Dan zijn dit soort avondjes een prima gelegenheid om toch even bij te tanken.

Ik moest nog maar één dag werken dan was het weekend. Inmiddels is deze ook alweer half achter de rug. Gevuld met een wedstrijd, huishouden en foto’s bewerken. Gelukkig worden we morgen niet bruut gestoord door de wekker. Maar kunnen we lekker uitslapen.

Goed weekend allemaal.

Even bijpraten…

De vakantie is weer voorbij. Dat betekent dat het leven bij ons weer een beetje ritme begint te krijgen. Zowel zakelijk als privé. Tegelijkertijd gebeurt er van alles. Voldoende stof voor een blog zou je denken. Maar omdat er zoveel gebeurt weet ik ook weer niet zo goed waar ik moet beginnen. Daarom maak ik van de gelegenheid gebruik door hier een theeleutenblog van te maken. Gewoon, even bijkletsen over de afgelopen weken. Iemand thee of koffie?

School:
Zoonlief heeft zijn eerste week als brugpieper overleefd. Nadat ik deze term had laten vallen kreeg ik een blik toegeworpen die de vijand zou doen afdruipen. Dus bij deze beloof ik plechtig dit woord nooit meer te noemen (in zijn bijzijn…) Hij vond het (verbazingwekkend genoeg) erg leuk. Indrukwekkend, dat dan weer wel. Hij was gesloopt. Niet alleen de hoge school met daarbij alle nieuwe indrukken. Maar natuurlijk ook iedere dag een stuk fietsen en drie keer in de week een pittige voetbaltraining. Het is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Ik heb hem verzekerd dat dit na een week of twee/drie al een heel stuk minder vermoeiend zal zijn. Als hij eenmaal gewend is, zal het in ieder geval iets minder zwaar aanvoelen…

Verhuizing:
Poownie staat nu een maand op zijn nieuwe stek. We hebben het er alle twee erg naar ons zin. Direct vanaf dag één voelde het goed. Ook voor mij. Hij durft zijn vriendinnetje al wat meer los te laten en zoekt contact met andere paardjes. Ik heb volgens mij nog lang niet iedereen gezien en gesproken. Maar we raken langzaam ingeburgerd. Ik ben nog wel een beetje aan het afkicken van mijn stalgewoontes. Want mesten, vegen, mesthoop opsteken en andere stalklusjes hoeven nu niet meer. Dat wordt allemaal voor ons gedaan. Heerlijk toch!!

Kapsel:
De kapster vroeg mij wanneer ik voor het laatst was geweest. Dat durfde ik niet met zekerheid te zeggen. Ik gokte ergens eind winter, begin lente. Naar de kapper gaan is namelijk niet zo mijn ding. Zeker niet om de zes weken zoals de kapster dat het liefst ziet. Zelf knippen kan ik niet. Dus toen mijn krullen wel erg begonnen uit te zakken en ik er echt helemaal niks meer mee kon dan alleen nog rondlopen met kapsel windhoos of in een knot op mijn hoofd werd het toch echt tijd om weer eens een afspraak te maken. Ik heb er dan ook direct maar wat “me-time” van gemaakt. Wassen, maskertje en na het knippen in model laten brengen. Zonde van het geld. Maar heerlijk als iemand zo met je haar bezig is.

Blessure:
Tja, wat zal ik hier eens van zeggen. Ik rek nog steeds, dat dan weer wel. Maar het hardlopen is met de vakantie een beetje naar de achtergrond verplaatst. Omdat ik maar twee keer mocht lopen, met een schema van maar een paar minuten, was de lol er af. Ik ben wel erg benieuwd hoe het voelt wanneer ik weer ga rennen. Week drie van het schema ga ik deze week uitproberen. En daarna de fysio weer eens contacten. Om mij gemotiveerd te houden volg ik diverse hardloopbloggers die schrijven over trainingen, voeding en de komende wedstrijden. Variërend van 5 km tot de marathon van New York.

Blog:
In mei werd ik gevraagd of ik wilde gastbloggen voor familieberichten.nl. Inmiddels hebben ze al een aantal blogs van mij online staan. Nog steeds vind ik dit leuk om te doen. Mijn laatste verhaal heeft zo’n beetje de records voor mij als huis tuin en keukenblogger gebroken. Een hoog bezoekersaantal en heel veel keer gedeeld op FB, Twitter en LinkedIn. Hoewel het verhaal twee weken terug geplaatst is, wil ik hem toch graag nog een keertje met jullie delen: Nog eenmaal.

We zijn nog lang niet bijgepraat. Maar de rest moet ik misschien maar voor een andere keer bewaren. En, wat heeft jullie de afgelopen weken bezig gehouden? Haal ik in de tussentijd nog een bakkie thee. Willen jullie ook?

Groepsbinding…

Begin van dit jaar begon voor zoonlief een leuke uitdaging. Eerst mocht hij mee doen aan de voetbalschool van FC Dordrecht en daarna mocht hij instromen in het team voor onder 14. De trainingen, dit keer drie keer in de week, begonnen halverwege de zomervakantie al. Gevolgd door hier en daar een oefenwedstrijd. Hij leert zijn teammaatjes steeds iets beter kennen. Met sommige heeft hij zelfs al een redelijke, digitale, vriendschap opgebouwd.

Voor mij is dat toch weer anders. Met zijn vorige clubgenootjes ben ik zo’n beetje “opgegroeid”. Sommige van de jongens bleven wel eens slapen en zijn zelfs met ons op vakantie geweest. In vijf jaar tijd heb ik ook de ouders leren kennen. We hebben samen aan de lijn gestaan tijdens trainingen. koffie gedronken voor en tijdens wedstrijden. Staan blauwbekken en klappertanden in de winter en zonnebrandcrème gedeeld in de zomer. Gejuicht wanneer ons kroost won. Staan stampvoeten wanneer ze verloren.

Niet alleen zoonlief moet kennismaken en zijn plekje zien te vinden in een nieuwe groep. Ook ik moet opnieuw de spelers en hun ouders leren kennen. Hoewel het voor zoonlief natuurlijk compleet anders is dan voor mij. Maar toch, oude gewoontes en gebruiken moeten plaats maken voor nieuwe. Met nieuwe mensen in een nieuwe omgeving. Een perfecte gelegenheid om hier een start mee te maken, deed zich voor aan het einde van onze zomervakantie. Het team van zoonlief werd uitgenodigd om deel te nemen aan een voetbaltoernooi in België. Het Raymond Goethals Creativity Tournament om precies te zijn. Hier deden onder andere ook Standard Luik, Anderlecht en FC Antwerp aan mee.

In verband met het tijdstip en de reisafstand werd aangeraden om in de buurt van het sportcomplex te overnachten. Dus boekten wij, en met ons nog een aantal andere ouders, een hotel overnachting in Brussel. We wisten niet wie er ook zouden komen. Des te leuker als je elkaar tegen komt in de hal. Uiteindelijk samen gaat eten en dan ‘s avonds, terwijl de kids het hotel onveilig maakten, nog een drankje doet in de pub aan de overkant van de straat.

De volgende dag zagen we de rest op het voetbalveld. De spelertjes hadden hun orders van de trainer gekregen en verdwenen uit het zicht. Wij bleven alleen achter. Al snel was het contact gelegd. Er vormden her en der groepjes en gesprekken werden gestart. Tijdens de wedstrijden zat ik aan de kant met mijn camera. Tussen de wedstrijden en gesprekken door probeerde ik zoveel mogelijk namen uit mijn hoofd te leren en te achterhalen welke ouders en speler er bij elkaar horen. Ik ken ze nog lang niet allemaal en ook de combinatie van ouder en kind is mij bij sommige spelers nog niet duidelijk. Maar een begin is in ieder geval gemaakt.

Het was een gezellige, zonnige (lange) voetbal dag waarop we elkaar een beetje beter hebben leren kennen. Het team heeft helaas geen prijsje in de wacht gesleept. De Belgen kunnen er nl ook wat van ;). Maar ook voor de jongens zal deze dag in het kader van de groepsbinding goed geweest zijn…

FC Dordrecht, Toernooi, wedstrijd, Foto Hamar

FC Dordrecht, Voetbal, Toernooi, Foto Hamar

FC Dordrecht, Toernooi, Voetbal, Foto Hamar

FC Dordrecht, Toernooi, Voetbal. Foto Hamar

Uit de oude doos: Het zijn net kinderen…

“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar de groene Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar kleine Krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker.

Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger buiten aan het spelen is, kan ik mij weer concentreren op mijn boek. We gaan richting het einde en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoudkreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” “Doei, tot strakjes” aan toe. Ik laat hem gaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt.

Krijger sluipt het huis in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle bek of snavel miauwen of praten kunnen ze namelijk niet. Heerlijk die rust!

Het leed dat blessure heet…

“Wat sta jij nu weer te doen?” Zegt een collega tegen mij zodra ze de hoek om komt en mij in een halve spagaat op de grond ziet zitten. “Wat denk je dat ik aan het doen ben?!” Vraag ik haar terwijl ik met een zucht opkijk. “Ik rek mijn beenspier!” Zeg ik er ietwat geïrriteerder achteraan. “Oh oké..” Zegt mijn collega die daarna snel haar eigen weg weer gaat. Ik zit daar niet voor mijn lol. Ik zit daar omdat ik een blessure heb. En door die blessure kan ik nu niet hardlopen zoals ik zou willen. Wat betekend dat mijn geplande wedstrijd van deze zomer samen met neef en oom niet door kan gaan. Mijn overige planning mogelijk ook in gevaar komt. Net nu ik zo lekker aan het lopen was geslagen.

Het begon tijdens mijn rustige zondagse loopje van 8 km. Bij km 6 ging het mis. Last van mijn knie met uitstraling naar mijn scheen/kuit. Na een stukje gewandeld te hebben was het redelijk weg. Maar hardlopen zat er die dag niet meer in. Nadat ik die week rust had gehouden kon ik daarna wel weer een rondje van 4 en van 5 km maken. Dat ging lekker. Maar zodra ik het rondje weer groter maakte begon de stekende pijn weer. Dit keer bij 5.5 km. Een weekje rust volgde en de keer daarop kwam de pijn al bij 4.5 gevolgd door 3.5 km. Ik was er klaar mee. Stoppen wilde ik niet. Maar er moest wel iets gebeuren.

Internet hielp mij nu ook niet bepaald. Mijn zoektocht vertelde mij dat het mijn schoenen, mijn knieën, mijn heup, maar zelfs mijn linkeroor zou kunnen zijn… Dat het een overbelasting was daar was ik bij de eerste pijnscheut zelf al achter gekomen. Maar de vraag was nu waar dit door veroorzaakt werd en hoe ik nu verder moest. Ik besloot een fysiotherapeut te raadplegen. Ik kwam bij iemand terecht, gespecialiseerd in hardloopblessures. Lucky me…

Na een grondige intake werden eerst mijn schoenen onderzocht. Hij legde uit waar hij naar keek en vooral waarom. Hij vertelde waar ik zelf op kon letten bij het kopen van een nieuw paar. Met mijn schoenen was gelukkig niks mis. Daarna werd mijn knietje onderzocht. Daar was, voor zover hij kon zien, niks mis mee. Wat volgden waren de voetjes, de heupen en mijn benen zelf. Iets wat ik verwacht had, werd nu bevestigd. Een lopersknie. Mogelijk veroorzaakt door een beenlengte verschil van een paar mm in combinatie met mijn nieuwe fanatieke hardloopschema. Hij nam de tijd om uit te leggen wat er nu precies mis was. Het menselijk skelet werd van de “hanger” gehaald. Op het whiteboard werd gekleurd en ook de computer deed mee om mij duidelijk te maken waar ik last van had en hoe we dit moesten gaan aanpakken.

Na ruim twee uur stond ik weer buiten, heel wat wijzer over mijn blessure. Mijn been hoeft er gelukkig niet af. Wel kreeg ik diverse tips en trucks van hem mee en natuurlijk een aantal rek- en strekoefeningen die ik minimaal vijf keer per dag moet herhalen. Hij drukte mij op het hart om hier serieus mee aan de slag te gaan als ik weer pijnvrij wil hardlopen. Later die week ontving ik ook nog een aangepast hardloopschema waar ik mij de komende drie weken mee mag bezig houden. Weer even terug bij af als ik de tijden in het schema zie. Maar alles voor een goed doel zullen we maar zeggen. Dus, nu snel weer terug naar mijn “yoga matje” voor mijn volgende serie rek- en strekoefeningen…

De verhuizing…

Een paar jaar terug had de “nieuwe” gefuseerde gemeenten aan de boer duidelijk gemaakt dat zijn hobby niet in het beleidsplan paste. Dat zijn hobby tevens zijn inkomen was en dat dit al meer dan 20 jaar geaccepteerd werd door de “oude” gemeente daar hadden ze geen boodschap aan. Dus moesten twee van onze paardenvriendjes opzoek naar een ander onderkomen. Want precies die twee paardenstallen zouden een doorn in het oog zijn in ons buitengebied. Aldus de gemeente.

Poownie bleef samen met zijn buurvrouw over. Ooit maakte hij deel uit van een kudde die bestond uit een paard of 16. Dat werd in verband met een verhuizing voor zijn gezondheid (van een binnenstal naar loopstal met paddock) teruggebracht naar vier. Hier kon hij, als kuddedier, prima mee leven. Maar een kudde van twee, zijn er twee te weinig…

Ik zag poownie steeds ongelukkig worden. Het weiland was met twee paarden kaal. De paddock was met twee paarden kaal. En tussen hem en zijn buurvrouw was niet bepaald een klik dus stonden ze ook vaak nog eens ieder op hun eigen stukje. Hij verveelde zich te pletter. Hier moest ik echt iets mee. Dus ging ik op zoek naar een nieuw onderkomen. Dat bleek nog niet zo makkelijk. In mijn directe omgeving zijn heel veel paardenstallen. Maar bijna geen enkele stal bied de mogelijkheid die wij nu hebben. Ik wilde niet terug naar een te kleine stal, in een loods en zonder paddock waar hij 22 uur per dag zou worden “opgehokt”. Na 21 jaar heeft Poownie zijn vrijheid verdient.

Ik trok de stoute schoenen aan en mailde één van mijn oude stalgenootjes. Eerder was ze met haar paard verhuisd naar een stal net over de grens in Brabant. Daar staan de paarden in diverse koppeltjes bij elkaar. Zomers in het weiland, ‘s winters in de paddock en er is altijd wel een vriendje om mee te spelen. Diezelfde week reed ik met haar mee naar stal om te kijken of het wat voor hem zou zijn. Ik was direct verkocht. Ook Poownie zou het hier fantastisch vinden. Dus was de beslissing om te verhuizen snel gemaakt. Er was helaas geen plek meer vrij dus werden we op een wachtlijst gezet.

Een aantal maanden gingen voorbij. Toen kwam dan eindelijk het verlossende telefoontje. Poownie kon binnen een week al over! Er moest van alles geregeld gaan worden. Ik moest de boer en zijn vrouw het “slechte nieuws” gaan vertellen. Dat viel, na zeven jaar dagelijks over de vloer te zijn gekomen, niet mee. Toen begon het puinruimen op stal. Het sorteren van spullen wat mee moest of weg kon. En natuurlijk het regelen van vervoer.

Deze zaterdag, in alle vroegte, was het zover. De trailer reed voor en Poownie mocht mee. Op naar zijn nieuwe stal. Het weerzien met zijn vriendinnetje, die hij twee jaar niet had gezien, was op zich al een feestje. Na elkaar uitgebreid besnuffeld en begroet te hebben mochten ze samen het weiland in. Poownie was zo rustig en mak. Ik weet zeker dat, wanneer de eerste indrukken en geuren een plekje hebben gekregen, en hij de rest van de kudde heeft leren kennen, hij het er meer dan goed zal hebben…

paarden, verhuizen, weiland

Afscheid, verhuizing, het weerzien, de rondleiding van zijn vriendinnetje, en daarna samen grazen…

Boors boekenweek… #3

Mijn ogen branden in hun kassen. Mijn zicht is wazig en mijn oogleden zijn zwaar. Ik zou moeten stoppen. Maar ik kan het niet. Ik wil het niet. Iedere vrije minuut en niet vrije minuut wordt besteed aan lezen. Boek één van de drie die op mijn boekenplank stond, was binnen twee dagen uit. Jeetje wat een verhaal… dagen nadat ik het boek uit had, was ik nog steeds diep onder de indruk.

Ik las de afgelopen weken drie boeken, van drie verschillende schrijvers met drie verschillende verhalen. Ze hadden echter één ding gemeen, het onderwerp. In ieder boek wordt het leven van de hoofdpersonen dat zich afspeelt voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog beschreven. Hoewel de boeken geromantiseerd en fictief zijn, hebben de verhalen mij stuk voor stuk aangegrepen. Tijd om dit met jullie te delen.

Josha Zwaan, Parnassia:
De 4-jarige joodse Rivka wordt in de oorlog bij een gereformeerd boekverslag, Josha Zwaan, Parnassiadomineesgezin ondergebracht. Ze groeit op als Anneke, haar ouders zijn voor de buitenwereld bij het bombardement op Rotterdam omgekomen.Wanneer na de bevrijding haar vader en haar broer op de stoep staan om haar op te halen, herkent ze hen niet meer en gaat ze niet mee. Ze ontkent haar joodse afkomst en blijft Anneke. Jaren later woont Anneke in Leiden. Is lerares en wordt verliefd op Joost. De geboorte van hun kinderen maakt bij zowel Joost als Anneke een stroom aan onderdrukte gevoelens en herinneringen los die niet meer te stoppen lijkt. Terwijl Joost zich steeds meer tot het joodse geloof begint te wenden, neemt Anneke afstand van hem en van haar gezin. Ze blijkt niet bij machte van haar kinderen te houden en een leven op te bouwen met anderen. Na de dood van Joost ontmoet Anneke haar dochter Sandra op het strand, en stukje bij beetje vertelt Anneke aan Sandra het verhaal van Rivka die Anneke werd, en hoe het zo ver heeft kunnen komen dat zij haar kinderen in de steek liet zonder ooit nog om te kijken…

Anthony Doerr, Als je het licht niet kunt zien:
Anthony Doerr, verhaal, boekverslagDe jonge Marie-Laure is blind. Ze woont met haar vader in Parijs naast het Natuurhistorisch Museum, waar hij werkt als curator. Als Marie-Laure twaalf is bezetten de nazi’s Parijs en vader en dochter vluchten naar het Bretonse Saint-Malo. Ze hebben de grootste en meest waardevolle schat van het museum meegenomen. In een Duits mijnstadje groeit Werner Pfennig op in een weeshuis samen met zijn jongere zusje Jutta. Werner belandt bij de Hitlerjugend en wordt vervolgens naar het front gestuurd. Via Rusland komt hij tenslotte in Saint-Malo terecht, waar zijn verhaal en dat van Marie-Laure samenkomen. 

Simone van der Vlucht, De lege stad: De lege stad, Simone, boekverslag
Op 14 mei 1940 wordt Rotterdam getroffen door het zwaarste bombardement dat Nederland heeft gekend. Voor de pasgetrouwde Katja betekent dit het einde van haar onbezorgde leven. Bijna de helft van haar familie komt om. Samen met haar man neemt ze haar overgebleven broertjes en zusjes in huis. Ze is vastbesloten hen door de oorlog heen te helpen. Maar naarmate het leven grimmiger wordt, wordt dit steeds moeilijker.

Ik begon met het verhaal van Josha Zwaan. Haar manier van vertellen, op een chronologische manier met flashbacks, las erg fijn en liet mij soms een traantje laten. Zo mooi en aangrijpend geschreven dat ik het verdriet kon voelen. Anthony Doerr heeft zijn verhaal opgesplitst. De twee hoofdpersonen hebben ieder hun eigen verhaal en beleven de oorlog op een andere manier. In korte hoofdstukken wordt er heen en weer gesprongen in de tijd wat wel even wennen is in het begin. De twee personages hebben heel veel met elkaar gemeen, maar komen elkaar pas later in het verhaal tegen. Simone van der Vlucht heeft met haar verhaal heel goed weergegeven hoe het leven er in Rotterdam uit heeft moeten zien voor, tijdens en na het bombardement. Het verhaal mist hier en daar wat aan spanning. Iets wat ze in andere boeken wel heel goed weer heeft gegeven. Maar de pijnlijke, hartverscheurende en moedige passages maken alles meer dan goed!

Ieder boek is een pareltje die je echt wel gelezen moet hebben!! Ze hebben mij stuk voor stuk geraakt en een heel bijzondere indruk bij mij achtergelaten.