Count your blessings #5

Jeetje, wat was mei een bewogen maand. We hebben weer een hoop gedaan, gezien en meegemaakt. Overigens bijna alleen maar mooie en leuke dingen. Een goed moment om de hoogtepunten de revue te laten passeren.

Voetbal:
Aan het begin van de maand diende zich de laatste competitiewedstrijd aan die zoonlief met FC Dordrecht speelde. We moesten daar wel helemaal voor naar Almere. De heren van Dordrecht verloren deze wedstrijd. Ik had in ieder geval weer mooie plaatjes dus was tevreden. Kort daarna volgden de tweede selectiedag van de KNVB in de Meern. Zoonlief mocht zich weer een hele middag uitleven. Na de wedstrijden volgden een korte evaluatie en dat was het dan. De KNVB is altijd heerlijk duidelijk in wat ze nu precies verwachten en waar ze naar toe werken. NOT… De rest van de maand werd gevuld met verschillende toernooien door het land. De grootste was toch wel het driedaagse internationale in Den Helder. Waar ook Engeland, België en zelfs Egypte aan mee deden. FC Dordrecht bleek de verrassing van het toernooi te zijn. Van de 16 teams zijn ze 4e geworden. Het team is tevens verkozen tot het best voetballende team van het hele toernooi. Leuk toch?! De voetbalkleding is inmiddels ingeleverd en nu hebben we een paar weken “voetbal”-rust.

Roparun:
Het pinksterweekend stond voor mij in het teken van de Roparun. Mijn eerste keer. Wat een happening!! Hoewel we nu drie weken verder zijn droom ik nog geregeld over deze ervaring. Mijn dromen zijn heel uiteenlopend. Mensen en routes die we kwijt zijn. De parkeerplaats die we niet kunnen vinden of vol zijn. Dat ik zelf moet hardlopen terwijl ik geen schoenen bij mij heb. Feestjes onderweg en de finish die we halen. Het grappige is dat in al die dromen mijn neef ook steeds aanwezig is. Terwijl hij heeft deelgenomen met een heel ander team. Het hele Roparun-avontuur heeft nogal wat indruk op mij gemaakt en ik ben nog steeds bezig met het verwerken hiervan. Gisteren is tevens de opbrengst bekend gemaakt. In totaal is er
€ 5.415.692.- opgehaald. Waarbij wij als team 282 ICR, er ongeveer € 6000-, aan hebben bijgedragen. De drie Roparun-dagen heb ik als heel bijzonder ervaren. Wie weet volgend jaar weer!?

Logé:
Voor Groene Draak was ik al even opzoek naar een maatje. Vriendlief moest er niets van weten. Nog zo’n terrorist in huis? Wat als ie ook op jou “lijkt”? Weet je wel hoeveel herrie en stof ze maken? Toch kreeg ik hem zover om naar een foto te kijken die op internet voorbij kwam.
Zijn stem zou doorslaggevend zijn om het wel of niet te doen. Na een week wikken en wegen gaf hij “groen licht” en hebben we eea in gang gezet. Om in aanmerking te komen voor deze vogel moesten we bij Stichting Vrolijke Papegaai in Goes een cursus volgen. Groene draak kon direct mee om kennis te maken met zijn mogelijk nieuwe vriend. Die dag was naast een kennismaking ook gevuld met heel veel informatie en praktijkopdrachten met onze (en opvang) gevleugelde vrienden. Vriend- en zoonlief werden direct van hun angst afgeholpen en lopen nu “vrolijk” met groene draak op de arm door het huis. Na een bedenkperiode van ons, maar ook van de stichting, werd de knoop doorgehakt. Sinds twee weken hebben wij een tweede groene draak te logeren. Deze periode duurt een aantal weken zodat er gekeken kan worden of de klik er voor iedereen is. Het is een komisch duo bij elkaar. Binnenkort volgt er een update over onze (mogelijke) gezinsuitbreiding.papegaai, Amazone, groene draak

 

Je hebt wel eens van die avonden…

Het is nog licht wanneer ik op stal aankom. Alleen dat gegeven maakt mij al vrolijk. Als ik dan ook nog eens de lege parkeerplaats zie, word ik nog vrolijker. Niet dat ik mijn stalgenootjes niet mag. In tegendeel. Met 20 paarden zou je denken dat het iedere avond een drukte van jewelste is. Niets is minder waar. Bij ons op stal wordt alles gedaan. En juist daarom heb je niet de “verplichting” om iedere dag naar stal te moeten. Mesten, voeren, buiten en binnen zetten. De stal eigenaresse doet alles voor ons. Wanneer je naar stal komt kun je direct alle tijd en aandacht aan je paard schenken. Eigenlijk had ik tien jaar terug al naar deze stal moeten verhuizen.

Voorheen vond ik al die stalklusjes geen enkel probleem. Nog steeds niet eigenlijk. Ik heb 18 jaar lang dagelijks gemest, het terrein geveegd, heen en weer gereden om de paarden te voeren of binnen te zetten.  Maar het went toch wel erg snel nu dit allemaal voor mij gedaan word en ik direct alle aandacht aan Poownie kan schenken. Het is de afgelopen weken erg druk geweest zowel thuis als op de zaak. Ik kan dan extra genieten van de uren die ik hier doorbreng. Helemaal wanneer er dus, zoals deze avond, niemand aanwezig is.

Alle paarden staan nog in de paddock. Een buitenspeelplaats met eet- en drinkgelegenheid. Mijn aanwezigheid word al snel opgemerkt en ik krijg een vrolijk gehinnik als welkom. Het werkt aanstekelijk want uit diverse hoeken hoor ik nog meer gehinnik gevolgd door hoefgetrappel. De paarden zijn gewend om begin van de avond terug naar stal te mogen.  Ze denken dat ik ze kom halen en ik moet ze één voor één teleurstellen.

Poownie is behoorlijk in de rui. Dat betekend veel en overmatig verharen. Voor ik het weet zit ik er helemaal onder. Het geeft een voldaan gevoel wanneer hij weer schoon is. Jammer genoeg vind je de haren een jaar later nog in de voering van je jas terug. Er is ruim drie kwartier verstreken met tutten en poetsen. Tijd om Poownie te zadelen. We hebben verlichting in de rijbak, dus kunnen ook in de avonduren een rondje hobbelen. Dat hadden we al heel de week niet gedaan. Mijn vrees voor een paar flinke bokkensprongen was onterecht. Poownie liep de sterren van de hemel. Hij had er ook zin in vandaag.

Nog steeds is er helemaal niemand op stal of het erf. Afgezien van de eigenaresse die even daarvoor alle paarden heeft binnen gezet. Het enige dat ik hoor zijn wat fluitende vogeltjes en de takken van de bomen die ruisen op het beetje wind dat er staat. Het is zo vredig en stil. Heerlijk! Ik hoor de kerkklok van het dorpje even verderop en weet dat we inmiddels een half uur aan het rijden zijn. We stappen nog een paar rondjes voor we teruggaan naar stal. Voor Poownie met zijn neus de voerbak induikt laat ik hem eerst nog even lekker rollen in het zand. Een groter plezier, naast grazen en eten, kan ik hem daar niet mee doen. Om wat tijd te rekken haal ik nog even een borstel over hem heen. Zo kan ik nog even genieten van de serene rust terwijl de paarden staan te knagen op hun hooi. Je hebt wel eens van die avonden die vaker terug mogen komen. Dit was er zo een.

paard, rijden, rijbak, selfie

Een winterse middag…

Halverwege januari had ik wat moeite om op stal te komen. Naast een aantal geplande afspraken stond met enige regelmaat de A16 muurvast. Gelukkig heb ik nu niet meer de verplichting om iedere dag op stal te zijn. Poownie wordt goed verzorgd. Ondanks dat gaf het mij geen fijn gevoel om hem een hele week niet gezien te hebben. Hoewel de agenda gevuld was met afspraken en administratieve verplichtingen dwong ik mijzelf minimaal een paar uur op stal door te brengen. Achter die computer weg en lekker naar buiten. Nu had ik het geluk dat het buiten prima te doen was. Een mooie blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil.

Hier op het Brabantse platteland lijkt het vaak een paar graden kouder. De gure wind in combinatie met de regen van de afgelopen dagen zorgen er voor dat je (poownie in dit geval) snel een virus te pakken hebt. Daarom staat Poownie sinds enige tijd onder dek. Voor mij is dat ideaal. Normaal ben ik een uur bezig om mijn onder de modder en mest zittend paard weer een beetje toonbaar te maken. Nu dus niet. Ik gesp zijn dek af, prop een wortel in zijn bakkes en nog voor hij klaar is met kauwen ben ik klaar met poetsen. Bij wijze van spreken… Als ik uiteindelijk klaar ben met poetsen kan onze wandeling beginnen.

Dat weekend was er voor de verandering geen enkele boer in de buurt aan het werk. Er waren geen fietsers, wandelaars of auto’s. Het enige dat ik hoorde waren de vogels die van boom naar boom vlogen en de ganzen in het land. Verder was het nagenoeg stil. Het was koud, dat wel. Maar ik was gekleed alsof ik een bezoek ging brengen aan Antarctica. Mijn handen gestoken in dikke handschoenen en een sjaal tot over mijn oren. Het zonnetje verwarmde alles dat ik niet kon bedekken. Wat kan ik genieten van dit soort momenten. Terwijl Pony naast mij rustig aan het grasmaaieren was dwaalden mijn gedachtes af. Ik sloot heel even mijn ogen. Poownies gemaal werkte ook nog eens hypnotiserend. Wanneer hij prompt ophoudt met kauwen open ik mijn ogen. Hij stond als aan de grond genageld naar iets te kijken aan de overkant van de sloot. Ik volgde zijn blik en stond vervolgens net zo stil als hem.

Wauw!! Hij zat muisstil op nog geen vier meter bij ons vandaan. Hij hield ons waarschijnlijk al even in de gaten. Ik keek recht in de ogen van een buizerd (gok ik…) Poownie verloor zijn interesse en ging weer grazen. Ik durfde mij niet te bewegen. Bang de vogel weg te jagen. Uiteindelijk besloot hij te verkassen. Hij klapte zijn vleugels open waardoor Poownie geschrokken opzij sprong en van mij naar de vogel keek. Nog een keer WAUW! Hij heeft misschien wel een spanwijdte van meer dan een meter. Zonder moeite en met grote elegantie trok hij zich los uit de modderkluiten en vloog naar een rij bomen een stuk verder bij ons vandaan.

Toen we weer alleen waren hopten we van het ene stukje groen naar het volgende. Staken kriskras de weg over. Het zal er voor omwonende grappig uitgezien hebben. De gemeente heeft enige tijd terug de sloten gebaggerd en de rommel in het gras achtergelaten. Daar zijn wij, bermgrazers, helemaal niet blij mee. Nu moeten we zoeken naar stukjes eetbaar gras om toch ook in poownie’s hobby te voorzien. Als we een uur verder zijn komen we al grazende weer terug op stal. Het was nodig, even de boel de boel laten en er op uit te gaan. Mijn hoofd was weer lekker leeg. Van mij mogen winterse dagen er uitzien als deze heerlijke middag. Veel beter dan het smerige regenachtige weer van de afgelopen dagen.

laan, polder, boom

#instaparrot…

Hij gaat al een aardige tijd rond op internet. De Instagramtag. Sinds enige tijd heb ik ook instagram. Leek mij leuk om mijn bezigheden met de wereld te delen. Aangezien ik meer volgers (en likers per foto) heb dan “vrouwtje” heeft ze deze tag aan mij overgedragen. Overigens, voor de vaste lezers, jullie kennen mij waarschijnlijk onder de naam: “kleine groene draak.” Volgens haar past deze naam prima bij mij. Ik snap het alleen niet. Ik spuug toch geen vuur? Ik ben juist het (ama)zonnestraaltje in huis 🙂

Wat is je allerlaatst geplaatste foto op Instagram?
Een throwbackfriday. Ik verlang naar een douche buiten in de tuin en daarna opdrogen in de zon. Wanneer het zomer is staat de deur bijna altijd open en ik hoor dan de vogels en de kinderen buiten. Die doe ik uiteraard graag na.
https://www.instagram.com/p/BAkSst2vj1I/?taken-by=cooc.n.friends

Wat is de allereerste foto die je plaatste op Instagram?
Ben niet heel erg blij met deze foto. Ik was nog niet zo thuis in het maken van selfies, Ik sta er dus een beetje verschrikt op. De foto leverde mij toch 43 likes op. Niet verkeerd, al zeg ik het zelf.
https://www.instagram.com/p/_BilJOPjzx/?taken-by=cooc.n.friends

Wat is je allerleukste foto op Instagram waar je zelf op staat?
Is dit een strikvraag? Mijn hele account staat vol met foto’s van mijzelf. Onderstaande foto vind ik wel  grappig.
https://www.instagram.com/p/_o0Y85Pj5M/

Van welke Instagramfoto krijg jij ter plekke heimwee?
Ik mocht een middag mee naar het werk. Dat vond ik echt geweldig. Eindelijk eens echt werken. Telefoons opnemen, dossiers doornemen, koffie drinken. Ja, daar zou ik heel graag nog eens naar terug willen.
https://www.instagram.com/p/_q-wv2vj2p/?taken-by=cooc.n.friends

Wat is het állerlekkerste gerecht dat je op Instagram hebt gezet?
Druifjes en banaan zijn mijn all time favorite snack. Maar mais vind ik ook erg lekker.
https://www.instagram.com/p/BAU1uN2Pj57/?taken-by=cooc.n.friends

Welke foto kreeg de meeste likes?
Of ik even wilde komen voor een foto terwijl ik druk bezig was met de verbouwing. Zoals jullie zien reageerde ik een beetje geïrriteerd. Maar… Wel de meeste likes tot nu toe!
https://www.instagram.com/p/BARu90dPj18/?taken-by=cooc.n.friends

Wat is de allerleukste foto die je maakte van een (huis)dier?
Euh, volgens jullie normen ben ik het huisdier. Laat ik dan een foto kiezen waar ik samen met een ander huisdier opsta. Kleine Krijger en ik. Kijk die blik!!
https://www.instagram.com/p/_Wfc13vj5K/?taken-by=cooc.n.friends

Welke fotobewerkingsapps (of Instagramfilter) gebruikte jij het meest?
Net wat uitkomt. Ik gebruik geen vast filter.

Wat is jouw meest gebruikte hashtag op Instagram (top 3)?
Dat zijn er meerdere. Ik moet toch een beetje bekendheid zien te verwerven tussen al die andere leuke gevederde vrienden over de hele wereld. Je vindt mij in ieder geval terug onder: papegaai, prettybird,  parrots_life & greenbird.

Dit is alweer het einde van de tag.
Voel je vrij om mij te volgen op Instagram. Zelf volg ik over het algemeen alleen gevederde vrienden 🙂

Uit de oude doos: Het zijn net kinderen…

“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”

Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw….

Met een zucht gooi ik mijn boek neer op de bank. Oké, nu ben ik het zat. De kat miauwt, de vogel reageert hierop door hem na te doen. De kat gaat nog zieliger miauwen en de vogel doet hem nog dramatischer na. Dit gaat al heel de middag zo door. Ik kijk naar de kat, die op zijn beurt weer geërgerd naar de vogel kijkt. En de vogel? Die houdt nu wijselijk zijn snavel.

Jij, je kooi in. Wijs ik naar de groene Draak. En jij, naar buiten. Wijs ik naar kleine Krijger. “Jaaa, pasterop hoor!” roept Draak nog even snel voor ie in de kooi achter één van zijn speeltjes verdwijnt. Altijd het laatste woord willen hebben, van wie zou hij dat nu hebben geleerd?

Soms zijn het net twee kleine kinderen. De vogel is jaloers op de kat. De kat is jaloers op de vogel. Tot op heden heeft hij het lef nog niet gehad om de vogel een keer van repliek te dienen. De vogel daarentegen heeft er totaal geen moeite mee om de kat te benaderen en zijn snavel te testen op zijn tijgervelletje. Ik kan ze daarom nooit alleen laten. De kat is zijn leven niet zeker.

Nu Draak weer in zijn kooi zit en Krijger buiten aan het spelen is, kan ik mij weer concentreren op mijn boek. We gaan richting het einde en dat betekent ook de ontknoping van het één en ander. Ik zit nog niet koud twee minuten in mijn luie stoel of het gedonder begint weer. Krijger is gespot door een buur-kat en ze rennen nu als een malle door de tuin, over de schutting, door de brandpoort en weer terug. Natuurlijk is het feest pas compleet als Draak zich er mee gaat bemoeien en roept “JAAAAAA en JOEHOEEEEEE” gevolgd door wat oerwoudkreten in het kwadraat. Waar is de harmonie op deze zonnige dagen gebleven?

FOEI galmt het door de tuin waardoor de katten alle twee wegstuiven. Voor Draak is de lol er af en hij scharrelt wat over de bodem van zijn kooi. Totdat er buiten een kindje met zijn fietsje valt en het op een krijsen zet. Een mooie gelegenheid voor hem om te laten horen wat hij van de buurkinderen geleerd heeft. Het kindje is door zijn vader alweer gesust maar ik zit de komende tien minuten met een jankende papegaai opgescheept.

Ik stop twee onzichtbare proppen in mijn oren. Pak mijn boek en lees het hoofdstuk uit. Draak is inmiddels op dreef. Hij brengt nu, ongevraagd, zijn complete repertoire ten gehore. Van de eerste twee letters van het alfabet (AB-AB-AB-AB) “werken”, “Pino weer schooooooon” tot aan “slaaplekker” “Doei, tot strakjes” aan toe. Ik laat hem gaan, schenk er geen aandacht aan. Na een paar minuten brabbelt hij nog wat in zijn eigen taaltje en daarna is het weer stil. Het heeft moeite gekost maar negeren werkt.

Krijger sluipt het huis in en laat door een voorzichtige miauw weten dat ie er weer is. Dit wordt opgemerkt door Draak en jawel, daar gaan we weer…

… Miauw, miauw.
Miauw, miauw.
Miauw, miauw…

Langer negeren kan ik niet. Ik ren naar de kast met snoepjes en voer. Voorzie Draak van een handje vol nootjes en zaden en geef Krijger een extra zakje van zijn favoriete voer. Niet geheel pedagogisch verantwoord maar het werkt wel. Want met een volle bek of snavel miauwen of praten kunnen ze namelijk niet. Heerlijk die rust!

Count your Blessings … #1

September 2014 begon het. Poownie liep kreupel. Ik gaf hem een paar dagen rust en liet de hoefsmid komen. Deze verhielp het probleem. Dachten we. Maar na een week liep hij nog steeds niet goed. Sterker nog, het werd alleen maar erger want hij stond die week nog maar op drie benen. De vee arts kwam langs. Hij onderzocht zijn hele been en maakte foto’s. Diagnose: een ontsteking tussen twee botten van het voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. De verhalen lees je hier & hier…  Advies: volledig boxrust. Daar was ik het niet helemaal mee eens. Poonwie ophokken, langer dan een dag, zou alleen maar meer stress geven met alle gevolgen van dien. Gelukkig hebben wij een paddock aan stal en dat was volgens de arts een goede tweede keus. Zolang hij maar rustig zou blijven en niet opgejaagd kon worden door andere paarden.

De weken die volgden waren best wel spannend. Als Poonwie slechter zou gaan lopen moest ik de vee arts weer bellen. Twee keer per dag was ik op stal te vinden. ’s Morgens om hem zijn medicijnen te geven en te kijken hoe hij de nacht door was gekomen. ’s Avonds om hem van de nodige aandacht te voorzien. Hij was nog eens extra zielig omdat zijn maatje nog lekker in het weiland stond en hij het moest doen met een zandbodem en hooi. Daarom ging ik iedere dag minimaal een uur met hem grazen zodat hij in ieder geval nog dagelijks met één van zijn hobby´s bezig kon zijn.

Na de derde week in de paddock zag ik zijn kreupelheid afnemen. Alleen nog bij het opstaan ´s morgens liep hij een paar minuten kreupel. Na de vijfde week was er in stap niks meer te zien aan zijn been. In draf liep hij echter nog steeds steenkreupel. Inmiddels had ik mij er bij neer gelegd dat rijden er misschien niet meer in zou zitten. Zolang hij maar pijnloos door het leven kon gaan, dat was en is, voor mij het belangrijkste. Pas na een week of acht werd ook de kreupelheid in draf steeds iets minder. Hierdoor had ik goede hoop dat hij zou herstellen en geen pijn meer zou hebben. Aan rijden zelf wilde ik liever nog niet denken.

Begin december besloot ik een aantal keer per week korte stukjes met hem te gaan wandelen. Zomaar een kwartiertje en dan lekker grazen. Dit ging erg goed. Ik merkte ook aan Poonwie dat hij het fijn vond weer eens wat anders te zien en te ruiken dan de bekende dijk en zijn stal. Het ging zelfs zo goed dat we in januari de afstand één keer per week wat zijn gaan opvoeren. Poownie begon ook steeds vaker bokkensprongen te maken in de paddock zonder daar iets aan over te houden. Op 15 februari liepen we samen onze eerste vijf kilometer. Dat voelde als een grote overwinning.

Zou Poownie nu genoeg aangesterkt zijn dat ik ook op zijn rug kon gaan zitten? Dinsdag 17 maart, het zonnetje scheen en de lente was in aantocht. Na een aantal dagen van uitstel, straks zijn we weer terug bij af, besloot ik het er op te wagen. Poownie werd van een flinke poetsbeurt voorzien en toen was het zover. Zadel op zijn rug en hoofdstel in. Voorzichtig klom ik op zijn rug. Dat was inmiddels meer dan aan half jaar geleden. Ik merkte aan Poownie dat hij wat moeite had met zijn, en mijn,  evenwicht. Bij iedere pas was ik bang dat hij weer kreupel zou gaan lopen. We waren nog geen honderd meter van stal toen hij zich herpakte. Hij werd zekerder van zich zelf. Zijn passen werden ruimer en hij slingerde niet meer.

Ons stapritje duurde niet langer dan 30 minuten. Maar oh, wat hebben we er beiden van genoten. Poownie was één bonk energie. Zijn oortjes stonden rechtop en met zijn hele houding liet hij merken dat hij er zin in had. Ik moest mijzelf, maar zeker ook hem, inhouden om niet sneller en meer te vragen dan alleen een stukje stap. We liepen de zonsondergang, die op die dag mooier was dan anders, tegemoet. Wat voelde het goed om na zo’n lange tijd er weer samen op uit te kunnen.

Poownie

Kreupel … (deel 2)

Lees hier deel één…

Na de boodschap van de veearts ging ik een slapelozenacht tegemoet. De volgende dag was al niet veel beter. Ik was aanwezig op mijn werk maar er kwam niet veel nuttigs uit mijn handen. De collega’s waren gelukkig erg meelevend. Her en der mocht ik een schouder lenen om op uit te huilen. Einde van de dag ging ik met lood in mijn schoenen naar Poownie. Die stond heerlijk te grazen. Bij het zien van dat plaatje werd de brok in mijn keel alleen maar groter. Ik viste hem uit het land en begon aan zijn dagelijkse poetsbeurt. Ik moest uitgaan van het ergste maar dat wilde nog niet zeggen dat het direct afgelopen was. Dus, stoppen met kniezen en malen. Eerst het tweede onderzoek, dan de rest.

De veearts kwam en onderzocht hem zoals de dag ervoor. Dit keer maakte hij van zowel zijn linker- als rechterbeen foto’s. Vanuit alle hoeken werden zijn benen op de gevoelige plaat vastgelegd. Zo had hij vergelijkingsmateriaal. Poownie vond alles prima zolang hij zijn beloofde appel na afloop maar kreeg. Ik reed mee naar de kliniek om zelf de foto’s te kunnen bekijken. Overleggen aan de hand van beeldmateriaal en deze met eigen ogen zien, is een stuk fijner dan een diagnose aan te horen via de telefoon.

De arts liet mij diverse foto’s zien en vroeg mij of ik het ook zag. Het enige dat ik als leek zag, waren de zwart-wit foto’s van een been. Dat net zo goed een arm van een mens had kunnen zijn. De beste man had geduld met mij. Hij legde uit waar ik naar keek. Waar ik op moest letten en wat er verkeerd was aan de eerste serie foto’s. Hij legde mij tevens uit hoe hij tot een conclusie van een mogelijke tumor was gekomen. Ter verduidelijking werden nu de foto’s van zijn andere been er bij gehaald. Daar zagen we echter een soortgelijk beeld. Dat was in het voordeel van Poownie. Nu hij zijn been van meerdere hoeken op de foto had gezet kon de diagnose iet wat bijgesteld worden. Tevens liet hij mij aan de hand van botten en andere foto’s van paardenbenen zien hoe het been beschadigd was en hoe het nu wel zou moeten zitten. Hij moest zijn eerdere diagnose voorlopig (gelukkig) herzien, maar kon hem nog niet helemaal van de baan schuiven.

De voorlopige diagnose is nu een grote ontsteking/ irritatie in zijn voorbeen. Te vergelijken met een tennisarm bij mensen. We kregen medicatie mee en verplicht zes weken rust voorgeschreven. Na deze zes weken gaan we opnieuw foto’s maken van zijn been en kijken of er verschillen zijn waar te nemen. Mits hij niet slechter gaat lopen dan nu. Ik was zo blij met dit (voorlopige) nieuws, dat ik nog zeker een week nodig had om bij te komen.

Inmiddels hebben wij ruim anderhalve week rust achter de rug en ben ik twee keer per dag op stal om hem te voorzien van zijn medicijnen. Poownie heeft zich tot nu toe, afgezien van dit weekend waarop hij het nodig vond om het weiland rond te crossen, keurig gedragen. Rust doet hem goed. Als het daadwerkelijk een ontsteking is, dan hebben we een lange herstelperiode voor de boeg, waarin het twee stapjes vooruit zal zijn en één achteruit. Zelf moet ik geduld hebben (en dat is moeilijk!!) Poownie overstelp ik met aandacht, liefde en appeltjes, want liefde gaat bij hem voor een groot deel door de maag…

 ***
Wordt vervolgd…
***

Bedankt voor al jullie lieve en opbeurende berichtjes, hier, op FB, en per mail!!

Kreupel … (deel I)

Al een tijdje liep poownie te tobben. Dan weer wat last van zijn linkerbeen, dan weer van rechts. Hij liep af en toe zoals ik mij voel wanneer ik mijn bed uitkom (wanneer de wekker iets te vroeg gaat) en ik de dag ervoor iets te hard heb gesport. Een beetje stram dus… Na een stuk gestapt te hebben werden zijn bewegingen steeds wat soepeler. Maar het was hem toch niet helemaal. De hoefsmid kwam en ik vroeg hem eens goed naar zijn hoeven te kijken.

Hij onderzocht hem grondig en kwam al snel tot de conclusie dat de zool van zijn hoef gekneusd was. Waarschijnlijk door het lopen over het grind dat kortgeleden op de weg gestrooid was. In zijn andere hoef was een scheur ontstaan. Dat zou eveneens kunnen verklaren waarom hij op “eieren” liep. Gelukkig  kon hij nog het één en ander aan zijn hoeven sleutelen om het pijnlijke minder pijnlijk te maken. Poownie zou nog een weekje gevoelige hoeven hebben maar daarna zou het beter moeten gaan.

Hij kreeg een week rust en het leek beter te gaan. Maar de dagen na zijn verplichte vakantie werd het niet veel beter dan wat het was. Ik besloot korte stukjes te gaan wandelen om de doorbloeding te stimuleren. In de hoop het euvel wat sneller verholpen te hebben. Na een paar dagen liep hij niet meer zo stram. Hij was echter compleet kreupel. Hinkend kwam hij vanuit het weiland naar mij toe. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was om op (bijna) drie benen te lopen. De veearts kwam. Hij zag het aan, sloeg wat met een speciale hamer op zijn hoef. En kneep met een tang op de plekken waar je mogelijk een hoefzweer zou verwachten. Poownie gaf geen kik. Met zijn hoef was niks mis. Toen hij zijn been in een positie boog die normaal geen reactie zou moeten geven gebeurde dat bij Poownie wel.

Aha, waarschijnlijk een verrekking in zijn onderbeen. We kregen medicatie mee en wederom een weekje rust. Gelukkig ging het al snel wat beter. Poownie stond weer op alle vier zijn benen. In stap was zelfs niks meer te zien. Alleen in draf liep hij nog niet zoals het zou moeten. We plakten er nog een weekje rust achteraan en hielden het qua inspanning bij wat grazen buiten het weiland. (Het gras bij de buren is volgens hem nu eenmaal groener).

De ene dag was er niks aan de hand. De volgende dag liep hij weer te hinken.  De pijn in zijn been leek maar niet over te gaan. Een nader onderzoek van de veearts volgde. Er werden röntgenfoto’s gemaakt. Om de juiste locatie te vinden werd zijn been, beetje voor beetje verdoofd. Na iedere verdoving moesten we een stukje draven. Wanneer hij uiteindelijk niet kreupel meer zou lopen hadden we de juiste plek gevonden.

‘s Avonds werd ik door de veearts gebeld om het eerste onderzoek te bespreken. Hij legde mij uit wat hij zag. “Donkere plekken op de foto…”  “Botoplossing…” “Mogelijk een tumor…” “Afgeschreven…” Het duizelde mij, ik kon niet helder meer denken. De arts ratelde nog wat door maar mijn gedachten waren al mijlen ver. Het zal toch niet… Wat bedoelde hij met afgeschreven? Al 18 jaar mijn maatje… Hoe kan dat nu?? Zou er na zoveel jaar vriendschap zo abrupt een einde aan komen? Niet weer afscheid nemen…

De arts gaf op mijn verzoek een samenvatting van het geheel, zodat ik echt begreep waar hij het over had. Hij wilde nog een reeks foto’s maken zodat er een betere conclusie getrokken kon worden. Mocht het nodig zijn zou er nog een scan volgen, evenals een bloedonderzoek en een biopt. Ik vroeg hem naar een mogelijk behandelplan als het echt een tumor mocht zijn. Zijn antwoord klonk hol: “Die is er niet.” Want een tumor op die plek, in zijn bot, is niet te genezen. We spraken af voor de volgende dag.

Ik moest mij voorbereiden op het ergste…

***
Wordt vervolgd

***

Kleine ellendelingen…

 

BBBBBBZZZZZZZZZZZZZZZZZ……

Je weet dat het niet goed voor je is. Maar je moet…
Je weet dat je er spijt van gaat krijgen. Maar je moet…
Je weet dat het beter is om er niet aan te zitten. Maar je moet…

Vaak raak je heel onbewust de “zone” aan en vervolgens is het einde zoek. Daar ga je…
Je krabt, KRABT en K R A B T dat het een lieve lust is. Links om, rechts om. Van boven naar beneden en van beneden naar boven. En dan nog een keer. Je krabt tot je huidschilfers zich als rouwrandjes onder je nagels hebben opgehoopt. Het kriebelt, het jeukt!!! Ik snap Poownie op dit soort momenten helemaal wanneer hij zich weer eens aan een buis of paal staat te schuren in het weiland.

Het voelt heerlijk, een verademing. Het voelt zelfs bevrijdend. Bij het bereiken van je pijngrens, dat is vaak sneller dan verwacht, weet je dat je te ver bent gegaan. De verademing was van korte duur. Pijn, PIJN en P I J N. Maar dan is het te laat. Het gevolg: Nog meer jeuk en een knijter harde schijf zo groot als de palm van je hand. Daar ben je mooi klaar mee. De jeuk is in alle hevigheid terug, samen met de pijn…

In korte broek en topje naar Poownie of in lange broek en trui. Iedere zomer is het weer raak. Vliegenspray, azijn, knoflook, geurkaars, citroenella, ik heb het allemaal geprobeerd. Behalve een klamboe. Het maakt voor de kleine rovers niet uit. Ze prikken waar ze prikken kunnen. Zelfs door kleding heen.

Azaron, Bite, anti mug, Deet, zelfs pure azijn werken (bij mij) niet om de jeuk weg te nemen. Ik lijk wel allergisch voor dazenbeten. Het enige middel dat wel werkt is zorgen dat je niet gestoken wordt. Maar daar is het nu te laten voor. Dus negeren. Negeer de bult, negeer de jeuk. Maar eerst koelen die hap. Au, au, au….

Ellendige dazen…

**Note to self: Kijken voor een imker pak!!

Met Draak op stap…

“He kijk nu eens? Die vrouw heeft een vogel op haar rug!!” Ik hoor het gebabbel achter mij lachend aan. Toen hij in de gaten had dat ze het over hem hadden liet hij direct wat van zich horen. Een gebrabbel van “hallo en euh euh” steeg op uit de tas waarna er een aantal “Ohhh’s en Aaaah’s” van de fietsers achter mij volgden. Ze haalden ons in, we groeten elkaar en wij bleven weer alleen achter. Mijn tempo lag dit keer wel heel lag. Maar dat was niet voor niets. Ik had namelijk mijn kleine groene draak voor het eerst mee op de fiets. En omdat ik hem niet direct aan de grote boze buitenwereld wilde blootstellen hebben we een speciale reistas voor hem gekocht zodat hij langzaam kan wennen aan het buiten zijn.

Toen ik online tegen de backpackers rugzak voor papegaaien opliep was ik direct geïnteresseerd. Het was echter de prijs, en de garantie dat de draak hem niet binnen twee dagen aan flarden zou “scheuren”, die mij tegenhielden van de koop. Draak moest vaker mee naar buiten en zo nu en dan eens mee kunnen op visite. Maar na een paar maanden tobben kwam ik er achter dat ik na een wandeling een arm met gaatjes overhield (niet alleen zijn snavel is scherp…) of met een overbelaste arm rondliep van het dragen van zijn “opstap ring”. Omdat ik mijzelf nu niet bepaald zag rondsjouwen met een kinderwagen, mijn kleine groene draak is dan wel mijn allesje, een kinderwagen heet niet voor niets een kinderwagen, besloot ik de gok te wagen… We kochten de Pak-O-Bird.

Draak kennende zou dit wel eens een tien-jaren-plan kunnen gaan worden. Want een rugtas, ook al is het rondom voorzien van gaas om naar buiten te kijken, een mooie stok en voerbakjes gevuld met de lekkerste papegaaiensnoepjes, is nu eenmaal niet iets waar je zomaar in gaat zitten. Met open mond hebben vriendlief en ik toe staan kijken hoe hij, na een kwartier rondjes om de tas te hebben gelopen en sommige onderdelen met zijn snavel te hebben uitgetest, zonder pardon in de tas stapte. Zelfs het dichtmaken van de voorkant leek hem niet van zijn stuk te brengen. (in tegenstelling tot de bench waar hij wel eens in moet als we een bezoek aan de dierenarts moeten brengen…) Onze eerste testronde kon beginnen. Een rondje wandelen door het park.

Dat bleken wij beiden lastig te vinden. Een wiebelende tas is natuurlijk iets anders dan een kooi op wieltjes. Na een kwartiertje gelopen te hebben besloot ik weer naar huis te gaan. De kleine groene draak was onder de indruk. Hij was de hele wandeling stil en zijn verenpak was bij het uitstappenPapegaai, rugzak, Pak-O-bird een beetje verfomfaaid. Ik was bang dat hij er na deze ervaring niet zo makkelijk meer in zou gaan. Maar niets was minder waar. Toen ik de volgende dag met de tas aan kwam lopen was hij zelf al van zijn kooi geklauterd en binnen een minuut was hij in de tas geklommen. Het ritueel van de dag ervoor herhaalde zich. Dit keer had hij al snel zijn evenwicht gevonden. De ronde door het park werd een stukje groter en her en der bleven we staan om naar de andere vogels te luisteren of te genieten van het samen buiten zijn. Hij kreeg zowaar wat (brutale) babbels. Een pauze op het voetbalveld bij Uk, onder het genot van een stukje fruit en wat nootjes, vond hij prachtig.

Nu het wandelen na twee weken zo goed ging en Draak zijn “draai” had gevonden, was het de beurt aan de fiets. We reden op ons gemak door de polder en hij maakte Pak-O-bird, rugzak, papegaaiuiteindelijk kennis met Poownie, die op zijn beurt niet zo goed begreep waarom de tas kon praten. Draak had praatjes voor tien, riep “Hallo, doei, dag en werken” achter elkaar en floot alsof hij nooit anders deed. Hij heeft het naar zijn zin zonder zich verloren te voelen in de buitenlucht. Dit had ik veel eerder moeten doen! Zeg nu zelf, de wereld is toch veel te mooi om die alleen maar vanuit je woonkamer te (kunnen) bekijken?! Ik ben benieuwd wat hij van het bos of het strand gaat vinden…