Boor’s boekenweek…

Het duurde even voor ik de serie van schrijfster Elizabeth George compleet had. Maar afgelopen zomer kon ik beginnen aan de Inspecteur Linley reeks. In de voorgaande jaren had ik al drie boeken van deze schrijfster gelezen maar iedere keer kwam er weer een andere schrijver tussendoor wiens boek dan net weer iets spannender leek, dat het er niet van kwam om de hele serie achter elkaar uit te lezen. Deze winter sloot ik af met het tot nu toe laatste deel van de reeks, Verloren onschuld.

De hoofdpersoon in de serie is Thomas Lynley. Hij is van adellijke afkomst en hoeft eigenlijk niet te werken voor zijn geld. Hij is inspecteur bij Scotland Yard. Zijn partner is brigadier Barbara Havers. Het tegenovergestelde van Lyney. Slecht gemanierd, slonzig gekleed en heeft het leven niet op een presenteerblaadje aangereikt gekregen zoals haar baas. Ze heeft moeite met gezag en doet er alles aan om niet volgens het boekje te werken. Zodra ze een mogelijkheid ziet bijt ze zich vast in een zaak om pas los te laten zodra deze is opgelost. Dit met alle gevolgen van dien. De andere hoofdrollen zijn weggelegd voor Simon en Deborah St. James, dit zijn vrienden van Lynley. Winsten Nkata, eveneens brigadier bij Scotland Yard. Taymullah Azhar en zijn dochtertje Hadiyyah, de buren van Barbara. Om het compleet te maken moet er in ieder verhaal een moord opgelost worden.

Elizabeth George is een Amerikaanse schrijfster. Het decor voor de serie is echter Engeland. Ze weet haar verhalen op een spannende manier neer te zetten. Ze geeft haar personages gevoel voor humor mee. Een tikkie sarcasme komt hier en daar ook terug. Dat mag ik wel. Ieder verhaal uit de serie had een bijzondere wending. Ook dat vind ik belangrijk. Het is niet leuk om vooraf al te weten hoe het plot in elkaar steekt. De rode draad door de serie zijn hun persoonlijke gebeurtenissen. Ik voelde mij zo nu en dan verbonden met hen, alsof het verhaal echt was. Dat zorgde er voor dat ik bleef lezen want zo nieuwsgierig als ik ben, wilde ik weten waar het verhaal heen ging en hoe het afliep. De boeken zijn overigens ook los van elkaar te lezen. Voor de niet serie liefhebber…

Sommige hoofdstukken waren wat langdradig. De schrijfster is een kei om tot in detail iemands verleden neer te zetten of een omschrijving te geven van een bepaalde kamer of locatie. Dat zorgt er voor dat het verhaal tot de verbeelding spreekt. Maar het leid ook af. Het is informatie waar je verder niks mee doet. Het boek In wankel evenwicht is hier een voorbeeld van. Tot aan de graspollen aan toe wordt de omgeving van Cornwall omschreven. Dat had van mij niet gehoeven. Een ander nadeel vind ik de vele namen die er in voor komen. Zeker bij de eerste paar delen had ik moeite om alles te onthouden en de verbanden te zien. Soms moest ik daardoor terugbladeren om een overzicht te krijgen wie nu bij wie hoort.

Ik heb niet de complete serie gelezen. Er zijn op dit moment namelijk 18 boeken, waarvan ik er nu 11 gelezen heb. Ik vind het jammer dat ik het laatste deel bereikt heb. Nu moet ik weer wachten tot het 19e deel uitkomt. Als het een beetje mee zit, is dat dit jaar. Inmiddels heb ik nu de serie van Lars Kepler op mijn reader gezet. Ik ben nu in het eerste deel bezig en vind het wat knullig geschreven (of vertaald…) Ik heb het gevoel alsof bepaalde zaken maar half verteld worden. In tegenstelling tot de boeken van George. Waarschijnlijk moet ik gewoon even wennen aan een andere manier van schrijven. De recensies zijn veelbelovend dus ik hoop dat mijn geduld beloond zal worden.

Ik zoek nu, voor mij, nieuwe schrijvers die spannende boeken hebben geschreven en waarvan meerdere delen zijn uitgebracht. Welke serie, van welke schrijver zouden jullie mij aanrader?

Stilte…

“Sjees… Die klep van jou staat echt nooit stil he?!” Zegt vriendlief quasi geïrriteerd terwijl hij zijn haar in model aan het brengen is. Ik kijk al tandenpoetsend via de spiegel naar hem en vervolgens naar de klok. Het is 07.00 uur in de ochtend. Wakker is wakker. Maar dat geldt niet voor iedereen in huis hihi. Ik geef wederom, al tandenpoetsend, antwoord en maak nog wat gebaren met mijn andere arm. Wijs hiernaar, daarnaar en kijk hem daarna vragend aan. Hij knikt ten teken dat ie mij begrepen heeft of om van mij af te zijn. Vervolgens drukt hij ter afscheid een zoen op mijn hoofd om daarna naar zijn werk te vertrekken.

Na het badkamerritueel gaat mijn gemekker in de woonkamer verder. De enigen die het horen zijn Kleine Krijger en Groene Draak. Die alle twee op hun beurt ook wat te vertellen hebben. Op weg naar mijn werk staat de radio aan en ook dan zing ik uit volle borst mee. Op de zaak begroet ik collega’s en wederom kletsen wij er heerlijk op los. Over koetjes & kalfjes en ditjes & datjes. De zwaardere onderwerpen zoals geloof en levensbeëindiging passeren de revue en we filosoferen er ook nog even op los… Dit alles tussen de werkzaamheden door, uiteraard.

Mijn klep staat inderdaad niet stil. Praten is voor mij normaal. Praten is informatie uitwisselen. Praten is de stilte verbreken. Hoe vaak haak je niet in tijdens een gesprek? Of gil je wat naar je collega’s (of wie dan ook…) om wat duidelijk te maken terwijl dit misschien helemaal niet hoeft? Praten kan gezellig zijn. Maar (onnodig) praten kan ook als een stoorzender werken. Niet alleen voor anderen maar zeker ook voor jezelf.

Tijdens een cursus in de zomer van 2014 hebben we met de groep een stiltewandeling gemaakt. De wandeling, bedoeld om onze zintuigen te prikkelen, voerde ons door het bos en over de heide van het Buurserzand. Een prachtige omgeving waar ik veel minder van zou hebben meegekregen als ik die al babbelend, ginnegappend en lachend, zou hebben gelopen.

Nu ik zelf een aantal keer heel bewust heb ervaren hoe het is om de stilte en rust om je heen op te merken, bedacht ik mij dat het heerlijk moet zijn om dit langer dan een uurtje vol te houden en niet alleen tijdens een meditatie of (stilte)wandeling. De volgende dag stond ik op met als doel: als ik spreek moeten mijn woorden beter zijn dan mijn zwijgen. Een citaat, geen idee van wie, dat ik ooit eens gelezen heb op het wereldwijde web.

Je mond houden en heel bewust bezig zijn met wat je op dat moment aan het doen bent. De mijzelf opgelegde taak leek heel eenvoudig. Het bleek bijna een onmogelijke opgave. Zeker op een werkvloer met alleen maar dames, in een open space en telefoons die achter elkaar overgaan. Het vergde drie dagen en heel wat concentratie. Maar toen ik eenmaal in die flow aan het werk was kwam ik in mijn eigen persoonlijke bubbel terecht. De geluiden en stemmen die er op dat moment niet toe deden dreven langs mij heen en waren alleen op de achtergrond waarneembaar. Ik was geconcentreerder en veel meer bezig met mijn eigen zaken. Het werk vloog uit mijn handen. En antwoorden kwamen al in mij op nog voor ik de vraag gesteld had. Daardoor voelde ik mij aan het einde van de dag zo voldaan dat het de rest van de week een vervolg kreeg.

Je wordt je pas echt bewust van je gewauwel op het moment dat je jezelf hebt voorgenomen meer te zwijgen. Het zal heel lastig voor mij worden. Maar toch ga ik proberen dit meer eigen te maken. Dus mochten jullie mij minder horen praten, vrees niet dat er iets ergs gebeurd is, dat ik chagrijnig of boos ben. Ik probeer bewuster om te gaan met wat ik zeg.

Wat is nu het moraal van dit verhaal? Dat is er niet. Wel een klein verzoek: Sta zelf ook eens wat vaker stil bij wat je (voor onzin) uitkraamt. Denk eens na bij wat je zegt. Hoe je het zegt. Wat is je intentie? Voegt het iets toe aan het geheel?  Sta gewoon eens wat vaker stil, bij de stilte om je heen!!

The Living Years …

3 januari 2011. Vandaag precies 4 jaar geleden. Mijn eerste werkdag van het jaar stond op het punt om te beginnen. Om 07.30 uur, net voor ik mijn jas van de kapstok wilde plukken om weg te gaan, werd er aangebeld. De Hulp Officier van Justitie stond voor de deur. Na een aantall jaar bij de politie gewerkt te hebben weet ik ook wel dat die om dit tijdstip niet persoonlijk komt zeggen dat ik fout geparkeerd sta.

Ik kreeg het nieuws te horen dat mijn vader zojuist was overleden. Ik moest mee naar het ziekenhuis om hem te identificeren. Naast alle emoties die vanaf dat moment als een achtbaan door mijn lichaam raasden, vond ik het afschuwelijk. Nog nooit had ik zoiets ergs hoeven doen. Vriendlief bood aan om te gaan. Maar als zijn dochter vond ik, dat ik het hem verplicht was om zelf te kijken en te bevestigen of hij het wel of niet was… Toen ik de kamer binnen kwam, lag hij daar. Onder een laken met ontbloot bovenlijf. Hij was zo klein, zo fragiel. Hij was mijn vader…

De band met mijn vader was vanaf mijn pubertijd niet om over naar huis te schrijven. Ik zag hem feitelijk nooit terwijl we nog geen km van elkaar vandaan woonden. In 2010 besloot ik dat ik het contact met mijn familie en ook met mijn vader weer wilde aanhalen. We belden, mailden en zagen elkaar geregeld. Het deed ons alle twee goed. In 2011, nadat we even daarvoor nog heel gezellig met de familie kerst en Oud & Nieuw hadden gevierd, kwam daar heel abrupt een eind aan.

Mijn band met hem is alleen maar sterker geworden, nu hij er niet meer is. Raar om te zeggen maar zo voelt het voor mij. Ik hoor hem soms zo duidelijk in mijn gedachten. Ik zie hem soms zo scherp voor mij in mijn dromen en ik hoor zijn muziek op momenten dat ik het niet verwacht. Hij is er, zonder er te zijn. Hij is het die mij steunt door in moeilijke tijden te zeggen dat het goed is. Door mij een duwtje in de rug te geven als ik twijfel. En dat alles met een paar simpele woordjes: “Het is goed, meisje!” Deze woorden zijn zoveel meer voor mij gaan betekenen dan wanneer ik als negenjarige om een zakje chips vroeg.

Ik mis hem.
Ik mis hem meer dan ooit…

Onderstaand liedje ving ik op tijdens oudejaarsavond. Het deed mij plots aan hem denken. Een steek van gemis en tegelijk hoorde ik daar zijn geruststellende woorden: “Ach, het is goed zo, meisje!!”

 

2014 in vogelvlucht…

Het jaar loopt alweer bijna op zijn eind. Gek eigenlijk hoe snel dat toch iedere keer weer gaat. Vorig jaar, met oud & nieuw, waren we met heel de familie bij elkaar gekomen in het nieuwe huis van mijn oom en tante. We hadden een super gezellige avond. De heren hadden het nodige knal en siervoorwerk gekocht dat tussen de regeldruppels door werd afgestoken. De dames bleven lekker binnen en vanachter het keukenraam hadden we zicht op wat er buiten gebeurden. Zo begon het jaar voor mij.

@Work:
2014 was, op een aantal kleine dingen na, een rustig jaar. Geen gekke uitspattingen zoals ik in mijn vorige blog al schreef. Alleen op mijn werk was er wat commotie. We kregen een nieuw systeem om mee te werken. Dat moest niet alleen van de grond af opgebouwd worden. Maar dat moest ook grondig getest worden. Daarnaast moesten we dit ons eigen maken en dat alles tussen de bedrijven door. We kregen te maken met de verkoop van ons “zusje” waarmee een vijftigtal collega’s ons pand ging verlaten. Om in ons pand te blijven moesten wij van drie naar één hoog verhuizen.

Poownie:
De herfst was voor Poownie en mij een iets minder fijne start. Hij werd kreupel en bleef kreupel. De veearts stelde mij ook niet bepaald gerust toen hij kwam met zijn eerste diagnose. Die week hakte er wel even in. Het was afwachten of hij zou herstellen en hoe hij zou herstellen. Inmiddels zijn we ruim drie maanden verder. Hij heeft al die tijd op rust gestaan. Gelukkig in de paddock en niet op stal. Zijn enige uitje was een uurtje per dag grazen aan de dijk. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. In stap is er helemaal niks meer van de kreupelheid te zien. Afgelopen week heb ik een stukje met hem aan de hand gedraafd. Ook toen liep hij goed. In het nieuwe jaar worden er weer foto’s van zijn been gemaakt en hopen we voorzichtig weer een wandelingetje te kunnen maken.

Hardlopen:
Eindelijk kan ik zeggen dat ik al mijn doelen op het gebied van hardlopen heb gehaald dit jaar. Ik begon met een snelle vijf km. Die liep ik in 29.17 minuten. Als ik niet te lui was om te trainen dan had ik hem waarschijnlijk nog sneller kunnen lopen. In mei 2015 ga ik voor een herkansing. Ook liep ik eindelijk tien km. Hoewel ik deze afstand niet geheel had ingepland, ik ging voor 8 km maar de route bleek 10 km te zijn, heb ik heerlijk gelopen. Beide doelen had ik mijzelf opgelegd om mijzelf te pushen, door te gaan wanneer het even tegen zat. Te lopen wanneer het vies weer was. Te gaan wanneer ik eigenlijk geen tijd of puf had. Hoewel ik niet iedere training met even veel plezier of gemak gelopen heb, deed ik het wel. Ben niet gesmolten, ben niet ziek geworden en ik ben er niet slechter door geworden. We hebben nu een winterrust ingelast. In het nieuwe jaar pakken we de draad weer op. Ik kan niet wachten!!

KNVB:
En dan hebben we natuurlijk nog de prestaties van Uk. Die werd zowaar gescout door de KNVB. Na twee wedstrijden werd hij voor het A-team geselecteerd en kreeg hij tevens te horen dat hij er tot en met de winterstop bij zat. Met zijn nieuwe team mocht hij deelnemen aan twee wedstrijden waarvan één tegen de jeugdopleiding van Excelsior. In het nieuwe jaar zullen er wederom diverse selectiewedstrijden volgen om te kijken wie van de spelertjes door mag voor het selectieteam van Regio West. Het hield echter niet op bij de KNVB. Bij één van de laatste wedstrijden op zijn eigen club bleek er ook een scout van FC Dordrecht aanwezig te zijn. In het nieuwe jaar mag hij een aantal trainingen bijwonen voor jongens onder de 14 jaar.

Persoonlijk:
Ik schreef in mijn vorige blog al dat ik niet zo veel bijzondere dingen gedaan heb maar dat er wel een aantal deuren voor mij geopend zijn. Het verhaal lees je hier: Liefde is, loslaten… Op persoonlijk gebied was dit wel de mooiste les die ik heb meekregen dit jaar. In 2015 gaat mijn spirituele groei voortgezet worden. Ik ga mij namelijk bezig houden met Reiki/Shamballa. Vanaf de zomer heb ik al verschillende keren met energie mogen werken. Het blijft erg bijzonder om dit zelf te voelen en ook om te zien hoe een ander, zowel mens al dier, het ervaart. Ik ben heel benieuwd hoe deze nieuwe weg, die ik inmiddels al een aantal maanden bewandel, zal lopen en wat ik op mijn pad tegen kom.

Bedankt dat jullie er het afgelopen jaar bij waren. Dat jullie hebben mee gelezen en hebben gereageerd. Bedankt voor jullie lieve reacties op de momenten dat het even tegenzat. (ook per mail en op fb). Ik hoop dat jullie er in 2015 weer bij zullen zijn.

Voor nu wens ik jullie allemaal een heel mooi uiteinde van 2014 en een sprankelend begin van 2015!!

Tot volgend jaar.

Liefde is, loslaten…

2014 is alweer bijna teneinde. Ik stond afgelopen week stil bij wat ik dit jaar allemaal gedaan heb. In eerste instantie niet zo veel. Geen bijzondere dingen of uitspattingen. Maar toen realiseerde ik mij dat ik wel degelijk iets heel bijzonders heb gedaan. Eerder dit jaar heb ik twee cursussen gevolgd bij Mieke Zomer en Nathalie Steffens op de Zomerhof. Hiermee zijn er deuren voor mij open gegaan waarvan ik niet eens wist dat ze er waren… Ik leerde daar onder andere hoe ik moest mediteren, hoe ik dichter bij mijzelf kon blijven en hoe ik mijzelf moest aarden. Ik werd bewust gemaakt van mezelf, mijn manier van denken, mijn handelen en mijn ego. Wat dit allemaal met je doet en wat voor invloed dit heeft op andere, zowel mens als dier. Bovenal leerde ik weer te vertrouwen op mijn intuïtie.

Tijdens de verschillende meditatietechnieken werd ons aangeleerd om ons hart te openen. Vanzelfsprekend zou de liefde uit je hart moeten stromen. Vanuit die basis worden alle verdere oefeningen gedaan. Daar waar een ieder de verschillende vormen van liefde ervoer, werd ik bij een hoop oefening en meditaties terug geslingerd naar 17 november 2011.

Ze lag daar hulpeloos in het ziekenhuisbed waarin ze nog kleiner leek dan ze was. Nu was het alleen nog wachten. Wachten tot haar lichaam ophield met vechten. Ik hield mijn moeder in mijn armen. Ik zong voor haar het liedje dat ze altijd zong als één van ons pijn had. Ik deed haar voorhoofd af met een koud washandje en vertelde haar dat Papa en Opa haar zouden opwachten. Ik zei haar dat het goed was, ze mocht gaan.. Heus, het was goed! Wij redden ons wel. De laatste 20 minuten van mijn moeders leven trokken in een snik en een traan aan mij voorbij. Ik putte kracht uit een onzichtbare bron. Op dat moment was ik er voor haar en voor haar alleen.

Het duurde een paar weken maar uiteindelijk lukte het mij om bovenstaande herinnering niet meer zo sterk binnen te laten komen. Ik kon mij toch bezig houden met de verschillende oefeningen en meditaties zonder alle bijkomende extra emoties. Maar tijdens en vooral de weken na de cursus, toen ik op mijzelf aangewezen was, bleef ik vechten met het woordje liefde en het overlijden van mijn moeder in combinatie met mijn nieuwe vaardigheden. Waarom hing dat zo sterk aan elkaar?

Een maand of twee later, toen ik in mijn eentje tussen de paarden in het weiland liep, het zonnetje hoog aan de hemel stond en ik genoot van de rust om mij heen, werd ik getroffen door een ingeving. Alsof iemand het zachtjes in mijn oor fluisterde en daarmee de watten die het beeld zo vertroebelde deed oplossen. Het was ineens zo helder en zo duidelijk. De bron waar ik toen, op 17 november 2011, mijn kracht vandaan haalde was een onuitputtelijke bron van liefde. Het onbaatzuchtigste dat ik ooit in mijn leven heb gedaan was daar zijn voor mijn moeder. Aan haar zijde staan terwijl ze begon aan een nieuwe reis. Beseffen dat ik haar los moest laten en dat ten volle accepteren zonder mijzelf af te vragen waarom.

Ik moest er even bij gaan zitten om deze gedachten tot mij door te laten dringen. Het heeft drie jaar geduurd voor ik er achter kwam, voor ik het begreep. Maar blijkbaar was de tijd nog niet rijp om dit eerder te beseffen. Ik liet mijn moeders leven hier op aarde los. En loslaten is liefde…

Toen dat besef eenmaal was doorgedrongen vond ik rust. Ik vond de rust in heel veel meer dingen dan de meditaties en oefeningen waarmee ik sinds afgelopen zomer ben bezig geweest. Alsof ik hiermee weer een stukje van het “rouwen” kon afsluiten. Daarmee wordt 2014 toch een heel speciaal jaar. Een jaar waarin mijn emotionele en spirituele groei centraal stond, zonder dat ik dit eigenlijk door had…

Skiën vs Boarden…

2011 was mijn eerste wintersportvakantie. Mijn eerste ervaring in de sneeuw met een plank onder mijn voeten in plaats van een slee onder mijn achterwerk. Uk had al eerder op ski’s gestaan en vriendlief daarentegen ontelbaar keer. De keus om te leren snowboarden vonden sommige dan ook wat raar. Skiën is toch makkelijker om te leren? Daar kon en kan ik niet over mee praten. Ik vind skiën helemaal niet leuk om te zien, laat staan om het zelf te doen. Op de piste zag ik geregeld ouders met hun jonge grut op een board voorbij komen. Hoe tof zou het zijn als Uk en ik samen zo van de berg af konden?? Geregeld gingen er dan ook plagerijen tussen Uk en mij over en weer: “Mijn board ziet er veel stoerder uit dan die twee latten van jou!” “Maar ik ga harder op die latten dan jij met je board…” “Skiën is voor oudjes, boarden is voor toffe gasten!!” “Ik kan tenminste pizzapunten, jij lekker niet!!” Maar wat ik ook zei, ik kon Uk niet overhalen om te gaan boarden.

Zijn motto was: Skiën kan ik nu goed, boarden moet ik nog leren. Oké, daar had hij een punt. Maar gasten die zo flexibel en lenig zijn leren over het algemeen snel. Ook dit werkte niet. Uiteindelijk hield ik erover op. Behalve de plagerijen. Die bleven over en weer staan!

Een van onze wintersportvrienden is ook gaan boarden. Het ging hem aardig goed af. De eerste wintersport was het voornamelijk roetsjen. Maar de daaropvolgende vakanties ging het steeds beter. Hij bedwong zelfs het funpark en werden de snelheden opgevoerd tot wel 70 km per uur. Toen werd Uk’s interesse gewekt. Hoewel je met een board niet kunt pizzapunten of im schuss van de berg af kunt stuiteren, kun je er toch beduidend meer mee dan dat ik hem had laten zien. De grapjes werden minder. Een boarder kwam gelijk te staan aan een skiër qua tofheidsgraad en aan het einde van de week werd er serieus over een lesje nagedacht. Kijk… Dat bied perspectief!!

Deze zomer, toen het buiten een graad of 20 was togen wij met een klein groepje naar de indoor berg in Den Haag. Met 5 graden onder 0 was Uk bereid de beginselen van het boarden door mij aangeleerd te krijgen. Ik had hem gewaarschuwd. Ik ben geen rolmodel wat boarden betreft, maar wat evenwichtsoefeningen, bindingen vast maken en het roetsjen moest toch wel lukken. Uk’s kennende zou ie waarschijnlijk na een half uurtje toch zijn board om gaan wisselen voor een paar ski’s omdat zijn voeten, board en bovenlichaam niet geheel zouden doen wat hij in zijn hoofd had zitten.

Mijn verbazing was dan ook groot, toen hij na een half uurtje ploeteren op de beginnersbaan vroeg of ie niet ff met de sleeplift naar boven mocht. Ik vond dit in eerste instantie niet zo’n strak plan. Maar toen hij met zijn puppy ogen naar mij keek, een pruillip maakte en 100 keer beloofde heel voorzichtig te zijn was ik overstag. De baan was nagenoeg leeg dus hij kon alleen zichzelf maar in de weg zitten.

Als volleerd boarder liet hij zich omhoog trekken door de sleeplift. Waar ik minstens drie lessen voor nodig had… Klikte bovenaan zijn binding weer netjes dicht en roetsjte de eerste paar meters naar beneden. Daarna zag ik hem toch echt voorzichtig een bochtje proberen te maken. Al roetsjend, glijdend, en af en toe vallend kwam hij beneden aan. Een grote glimlach op zijn gezicht maakte plaats voor opluchting aan mijn kant. Want berg je maar als een pre puber het niet voor elkaar krijgt dat te doen wat ie wil doen… Drie uur later dan verwacht gingen we moe maar zeer voldaan terug naar huis. Missie geslaagd!!

Uk had besloten dat het boarden wel iets voor hem was. Deze wintersport zal het er waarschijnlijk nog niet van komen, maar wie weet kunnen we volgend jaar samen boardend van de berg…

Uit eten bij, Gauchos…

Uit eten gaan, doen we geregeld. Vooral het aspect om zelf niet te hoeven koken bevalt mij uitstekend. Bijkomend voordeel, je hoeft de rommel niet op te ruimen. We besloten ons buikje te vullen bij Gauchos aan de Aert van Nesstraat in Rotterdam. Het is één van de twaalf vestigingen in Nederland. Gauchos is een Argentijns grillrestaurant, dat bekend staat om de kwaliteit van hun steaks. En alleen al bij het woord steak liep het water mij in de mond.

Ik was er nog nooit geweest en wist ook niet wat ik mij bij dit restaurant moest voorstellen. Ik had een donkere ruimte verwacht met rode-, oranje- of donkerkleurige kleden over de tafels. Bruine meubels voorzien van koeienprint en typische Argentijnse “hebbedingetjes” aan de muur. Waar een gezellige relaxte vakantiesfeer je zou omarmen zodra je over de drempel zou stappen. Ik weet niet hoe ik bij deze gedachte ben gekomen… Ik kan jullie wel zeggen dat ik er een beetje naast zat.

We stapten binnen in een gezellig moderne, iet wat kleine, zaak. De openkeuken viel direct op. Gauchos Niet dat ik iedere handeling van de kok wil zien, maar een transparante werkwijze mag ik wel. De bediening zag eruit om door een ringetje te halen. We werden vriendelijk ontvangen en naar onze plek gebracht. Eenmaal aan ons tafeltje gezeten kwamen we er al snel achter dat de ruimte nogal beperkt was. Zo beperkt dat wanneer de serveerster voorbij kwam lopen je spontaan twee extra Beef Wellington over de rand van je tafeltje zag schuiven… Er stonden te veel tafels in de ruimte. Waarschijnlijk is het in de zomer allemaal wat ruimer opgezet, wanneer het terras open is. Maar het was allerminst zomer. Het was net 3 graden boven 0.

De menukaart werd uitgedeeld. De  kaart was overzichtelijk. Duidelijke vermelding bij de gerechten en een niet al te grote keuze maar genoeg om je smaakpapillen blij te maken. Daar houd ik van! In de kaart stond ook een stukje geschiedenis vermeld. Grappig om te weten dat Gauchos niet zomaar een benaming van het restaurant is. Het verwijst indirect naar het eenzame leven van de veedrijvers op de pampa’s. Uiteindelijk koos ik voor Bife de Lomo, malse ossenhaas. Er werd verder niks anders bij geserveerd. Je komt immers voor het vlees, al het andere is bijzaak. Maar dat vonden wij wat karig. Frites, of gegratineerde aardappeltjes met wat salade moet er toch zeker wel bij. Of een geroosterde maïskolf? Alles kon extra bijbesteld worden. De kok draait daar zijn hand niet voor om. Dat maakt het uiteindelijk wel een stuk duurder dan vooraf berekend. Een sausje is bijvoorbeeld al €2,= en is net genoeg om je vlees drie keer doorheen te halen.

Ondanks dat de zaak vrij vol zat en ik maar twee koks heb gezien werd ons eten binnen no-time geserveerd. We werden niet teleurgesteld. Wat een prachtig stuk vlees. Super mals en heerlijk van smaak. Het was zo zacht dat ik bijna niet hoefde te kauwen. Wil je onbekommerd van je vlees genieten zonder al te veel liflafjes, dan zit je bij Gaucho’s helemaal op de juiste plaats! Plek voor een dessert hadden we niet meer. Zo vol zaten we. Maar wat ik zo links en rechts van mij voorbij heb zien komen zag er wel erg goed en smakelijk uit.

Gauchos

Toch miste ik de ambiance en inrichting die in mijn ogen zo bepalend zijn voor de sfeer die passend is voor een grillrestaurant. Of in ieder geval iets dat meer in de buurt van mijn voorstelling kwam. Ja, de stoelen, die voldeden wel. Met heuse koeienprint. Al met al hebben we heerlijk gegeten. Maar snel terug komen naar deze locatie van Gauchos zullen we niet.

 *Bron: Foto’s komen van de website van Gauchos.

De verschrikkelijke acht…

De afgelopen weken had ik niks te klagen. Hoewel ik jammer genoeg maar één keer in de week tijd kon vrij maken om te lopen ging het toch vrij goed. Het lukte mij iedere keer een halve km aan mijn route vast te plakken. Langzaam zou de tien km dichterbij komen. Ik besloot mijn planning met hardlopen om te gooien en de zondag werd mijn nieuwe hardloop dag. Die dag is mij heilig. Sterker nog, ik kijk reikhalzend uit naar mijn hardloop uurtje, zelfs wanneer het regent.

Zo ook afgelopen zondag. Ik schoof de gordijnen opzij en het leek zowaar lente. Het zou een prachte dag worden. Ik moest de neiging onderdrukken om niet direct mijn kleding uit de kast te plukken, schoenen uit het rek te trekken en zonder ontbijt de deur uit te gaan. Ik wilde rennen en het liefst een stukje verder dan anders. Heel de week had ik een steek van jaloezie gevoeld als ik mensen hun rondje zag rennen terwijl ik of op mijn werk zat, of met Poonwie aan de kant van de weg stond te grazen… Zij wel…

Het werd tijd om een nieuwe route toe te voegen aan mijn bestaande lijst. Afwisseling van spijs doet eten en dat is met hardlopen net zo. Doorbreek de sleur. Hoewel ik daar nog geen last van heb. We kunnen het maar vast voor zijn.

De warming-up ging goed. Mijn eerste paar passen wat minder. Daarna was het hek van de dam. Ik voelde een steek in mijn voet die een poos bleef aanhouden. Toen dat was weg gezakt voelde ik mijn scheenbenen, niet één maar alle twee. Mijn bovenbenen voelden zwaar. Mijn haar zwiepten alle kanten op en het irritantst van alles, mijn shirtje kroop bij iedere pas omhoog. De nieuwe route die ik had uitgestippeld wilde ik uitlopen. Mijn lichaam riep terug, TERUG, T.E.R.U.G!!! Mijn geest riep door, DOOR, D.O.O.R.

Ken je dat gevoel dat je ergens zo’n zin in hebt en dat het puntje bij paaltje heel erg tegen valt? Nou, dat had ik dus! Godbetert… Wat doe ik mij zelf aan? Waarom zo afzien? Na 1.5 km kon ik nog makkelijk omdraaien, door het park naar huis en regelrecht naar de bank om daar neer te ploffen. Toch liep ik door, DOOR, D.O.O.R. Ging het tunneltje onderdoor. Ik kwam in een andere wijk terecht waar de weg die ik wilde lopen was afgezet. Dus er omheen. Inmiddels had ik drie km achter mij gelaten. Mijn lichaam was opgehouden met vervelend doen. Alleen mijn benen waren nog wat zwaar. Mijn tempo had ik daarom terug laten zakken naar gemiddeld acht km/ph.

Pas bij vier km kwam ik lekker in het tempo en voelde ik geen ongemakken meer. Dit hield ik vol bij vijf en bij zes. Op het moment dat ik mijn eigen wijk weer binnen kwam was het alsof mijn lichaam er plots mee ophield. Ik besloot een stukje te wandelen. Daarna ging het geluid van mijn muziek naar standje oorverdovend en schroefde ik het tempo op. Die laatste twee km zou ik ook uitrennen!! Toen mijn horloge bij acht km een signaal gaf stopte ik zwaar geïrriteerd met rennen. Trok de muziek uit mijn oren en slaakte een diepe zucht. Een wandelaar die mij, samen met zijn hond, tegemoet kwam lopen riep mij toe: “Het zit niet altijd mee he!?”

Daar had hij helemaal gelijk in. Het waren acht lange en zware km’s. Die ik niet had hoeven lopen. Maar ik deed het wel. Ik heb niet toegegeven aan het luie moment, hoewel ik dat heel graag wilde, maar heb mij een uur lang in het zweet gewerkt. Ik keek de man na en bedacht mij dat het vandaag inderdaad niet mee zat. De boog kan niet altijd gespannen staan. Ik troostte mij met deze gedachte. Een volgende keer kan het alleen maar beter gaan!

De derde ronde …

Deel 1 lees je hier…

Daar zaten we, inmiddels voor een derde keer, in de kantine van voetbalvereniging Deltasport in Vlaardingen. Van de twee keer 48 spelertjes die eerder deel hadden genomen aan de twee selectiewedstrijden van de KNVB voor regio West II, waren er nog 35 heren en een enkele dame over. Onze Uk had de eerste twee rondes overleefd en was nu uitgenodigd voor een 3e.

We hadden verwacht dat de groep terug gebracht zou worden naar een speler of 16 en dat deze avond gebruikt zou worden voor een volgende afvalrace. Tijdens het welkomstwoord werd ons meegedeeld dat alle 35 spelertjes, die op dit moment in de kantine aanwezig waren, doorwaren tot aan de winterstop. Er ging een zucht van verlichting door de ruimte. Natuurlijk moest nog wel iedereen zijn beste beentje voorzetten. De KNVB was nog steeds druk aan het scouten en ook kandidaten die eerder afgevallen waren zouden mogelijk nog een keer benaderd worden. Ze willen alleen de beste spelers onder de 12 jaar op het veld hebben staan. Dat betekend aanwezig zijn, inzet tonen, in korte tijd bij kunnen en willen leren en vooral je stinkende best doen.

De scouts en trainers werden één voor één aan ons voorgesteld. Verder kwam het programma voor de komende periode ter sprake. Er zouden twee teams gemaakt worden waarbij ieder team twee wedstrijden zou spelen en twee trainingen zou volgen. Deze avond zou er een indeling voor de teams gemaakt worden aan de hand van, hoe kan het ook anders, een wedstrijd. Team A  zou de week daarop al aantreden bij niemand minder dan Excelsior. Team B zou beginnen met een training.

De relaxte sfeer bleef niet alleen in de kantine hangen. Het verplaatste zich rondom het veld. Gemoedelijk werd er gebabbeld met andere ouders over trainingen, voetbalclubs en wat ons nog allemaal te wachten stond… Na een half uurtje kwamen de kids het veld op lopen. Blauw naast rood, de kleuren waarin gespeeld werd. Uk liep vooraan en droeg een aanvoerdersband. Hoe gaaf is dat!! Vol enthousiasme begon het publiek te klappen. Het is natuurlijk (wederom) niet tof om te laten merken dat dit iets met je doet, dus slikte ik de brok in mijn keel weg en floot heel stoer op mijn vingers om toch wat geluid te kunnen produceren.

De scheids floot voor de aftrap en de wedstrijd begon. Ook op het veld was er een relaxte sfeer. De druk was van de ketel en dat was te merken. Niet iedereen speelde op scherp. Aan de kant werd verwoed geschreven en geschrapt door de scouts en trainers. Her en der was er overleg. Waar zouden ze nu toch allemaal op letten? Het zijn jonge spelertjes die allemaal over een bepaalde kwaliteit beschikken omdat ze hier anders niet hadden gestaan. Maar wanneer geef je iemand nu een kans en wanneer niet? Ik was blij dat ik hier zelf geen stem in had. Uiteindelijk werd er een volledige wedstrijd van twee keer 30 minuten gespeeld. Rond half negen reden we van het terrein, terug naar huis.

Tijdens de rit evalueerden wij de wedstrijd. Uk was matig tevreden. Hij kwam volgens eigen zeggen niet lekker in het spel. Hij gaf zijn eigen zwakke punten aan en kon tevens zijn sterke punten benoemen. Iets wat ik heel knap vind van iemand die pas elf jaar oud is. Wat ons betreft heeft ie lekker gespeeld. Een avondje ballen op een iets andere manier dan ie gewend is en aanvoerder zijn van spelers die normaal bij Feyenoord, Sparta en Excelsior spelen. Daar leer je ook weer van. Hij had zijn ding gedaan en het was afwachten in welk team hij geplaatst zou worden.

Een dag later, veel sneller dan verwacht, ontvingen wij het bericht dat ie geplaatst was in Team A!!  Daar was ie even stil van. Niet verwacht, maar stiekem toch wel gehoopt…

Excelsior… Here we come!

De herinnering, die blijft…

Kortgeleden kregen wij te horen dat de deal rond was en een onderdeel van ons moederbedrijf verkocht was. Dat betekende verschillende veranderingen voor een hoop collega’s. Sommige konden blijven maar moeten nu wel een eindje reizen naar hun nieuwe werkplek. Andere kregen een compleet nieuwe functie en voor een aantal hield het werk eenvoudigweg op.

Ik heb met mijn collega’s te doen als ik zie hoe een aantal van hen hiermee omgaat. Ze worstelen met tegenstrijdigheden, fijn dat ze hun baan nog hebben. Maar tegelijk is het een scheiding van werkplek, werkzaamheden en collega’s. Er zijn er bij die al meer dan 25 jaar voor dezelfde baas hebben gewerkt en daar komt nu abrupt een einde aan.

De onderneming waar ik voor werk bleef gelukkig onaangeroerd. De enige vraag die voor ons overbleef was of wij wel in ons huidige pand konden blijven. Zeker nu drie van de vier verdiepingen leeg zouden komen te staan. Er gingen geruchten dat ook wij naar verder weg moesten verkassen. Tegelijk werd er aangekondigd dat, als er al een verhuizing zou plaats vinden, het in de nabije omgeving zou zijn.

Ik was erg opgelucht toen ik hoorde dat wij mochten blijven waar we zaten. Weliswaar met wat aanpassingen en een interne verhuizing naar een verdieping of twee lager. Niet alleen opgelucht omdat de reisafstand niet vergroot zou worden maar vooral ook blij dat ik geen afscheid hoef te nemen van een pand waar ik inmiddels aan verknocht ben geraakt. En dan te bedenken dat het pand niet eens in de buurt komt als het gaat om beste werkplek, fijn klimaat of mooiste uitzicht. Het pand zelf ziet er ook nog eens afgrijselijk uit. Maar wat is het dan wel?

Ongeveer 14 jaar geleden is het bedrijfspand van Rolled Alloys met de grond gelijk gemaakt. Het bedrijf ging verhuizen. Mijn vader heeft een groot gedeelte van zijn leven daar gewerkt. Hij moest kiezen, of mee verhuizen naar elders in het land, of opzoek naar een andere job. Om dicht bij ons te kunnen blijven koos hij voor het laatste. Op de plek waar hij altijd met veel plezier gewerkt heeft werd een kantorencomplex uit de grond gestampt. Het pand waar ik inmiddels alweer bijna zeven jaar werkzaam ben.

Om het nog specialer te maken. Mijn kantoor is op precies dezelfde locatie gelegen als de ruimte waar mijn vader de orders aannam en verwerkte. Als ik naar buiten kijk zie ik de snelweg, het roestige dak van de garage tegenover ons en de opslagruimte van mijn vader die voor ons nu dienst doet als parkeerplaats. Ik heb hetzelfde uitzicht dat mijn vader jaren lang gehad heeft als hij uit het raam naar buiten keek, of de werkplaats uitliep om naar buiten te gaan.

Soms, als ik door de krochten van ons pand loop opzoek naar een doos briefpapier of enveloppen, ruik ik een vlaag van de lucht die altijd om mijn vader heen hing als hij gewerkt had. De bekende staal- en stoflucht. Als ik dan mijn ogen dicht doe zie ik mijn vader zo levendig voor me in zijn blauwe overal en die lompe veiligheidsschoenen daaronder. Ik zie hem lopen door de loods met opdrachten in zijn handen terwijl hij naar mij lacht en zegt: “He meisje, ik ben bijna klaar hoor!”

Zoals een hoop van jullie weten is mijn vader in 2011 overleden. Zijn werk betekende heel veel voor hem. Dat ik uitgerekend op dezelfde plek een baan heb gevonden waar ik (ook) met plezier werk, vind ik heel bijzonder. Daarom heeft het pand, zonder goed klimaat en mooi uitzicht, voor mij een emotionele waarde gekregen en ben ik blij dat ik voorlopig nog geen afscheid van dit alles hoef te nemen.