Heer Oudeland…

Wel, niet, wel, niet. Ik werp één blik naar buiten en één op te klok. Het is droog en heb tijd zat. Oké, ik doe het. Snel ren ik naar boven om de juiste tas te pakken zodat ik niet het gevoel heb te hoeven slepen met al mijn spullen. Geoefend mik ik mijn spullen van de ene in de andere tas en snor mijn wandelschoenen op. Ik pluk nog snel even mijn handschoenen uit mijn andere jas en ik kan wandelend vertrekken naar mijn werk. 

De ijzige koude dagen hebben mij voorbereid. Maar het valt reuze mee. Ik geef het nog geen vijf minuten of het zweet zal waarschijnlijk alweer op mijn rug staan. Voel ik nu mijn knie? Echt serieus?? Ik verlaag mijn snelheid. Dit is niet het moment om geblesseerd te raken. Tijdens een simpele wandeling notabene. Na een paar honderd meter neemt het gevoel af en niet veel later is het compleet verdwenen. Gelukkig maar. Met de naderende wintersport kan ik geen pijn in mijn knie gebruiken. 

Inmiddels ben ik het park uit en ja hoor, snikheet. Wat een verkeer op het kruispunt en wat een drukte op dit tijdstip. Terwijl ik het verkeer langs mij heen laat razen vraag ik mij af hoe het er hier vroeger zou hebben uitgezien? Vast alleen maar drassig land. De weg die ik bijna vergeet in te slaan was er toen in ieder geval zeker nog niet. Al wandelend besluit ik dit eens op te zoeken. Ot en Sien achtige taferelen doemen zich voor mij op. 

Zwijndrecht blijkt een echt tuindersdorp te zijn (geweest). Het had genoeg vruchtbare grond om als moestuin voor Dordrecht en Rotterdam te fungeren. Er is nog steeds een gebied met moestuintjes, bedenk ik mij. Niet zo veel en groot als ergens in de 17e eeuw. Begin 1900 hadden we zelfs een van de grootste veilingen. Het gebied de Veilingdreef dankt hier zijn naam aan. Het schijnt dat we in de 19e eeuw zelfs een bierbrouwerij en een chocoladefabriek hebben gehad. Waarom toen wel? Ik kijk even van mijn telefoon op als ik de straat oversteek voor ook ik tot de geschiedenis behoor.

Wapen Oudeland

De site heeft inmiddels mijn aandacht. Ik scroll door naar nog langer geleden. Het is het jaar 1331. Acht personen besloten mee te betalen aan de bedijking van Zwijndrecht. Deze personen kregen als dank 1/8 deel van de waard in leen en werden Ambachtsheer van dat gebied. Jan Oudeland (Heer Oudelands Ambacht) N. van de Lindt (Groote en Kleine Lindt) Daniel & Arnold van Kijfhoek, om er een paar te noemen. En zo komen dus de verschillende wijken en (buiten)gebieden in Zwijndrecht aan hun naam. Een aantal had zelfs zijn eigen wapen. Een tijd lang heeft het wapen van Heer Oudelands Ambacht op een terp aan het begin van de wijk gestaan. 

Wauw, wat een historie heeft ons “dorp” eigenlijk!! Ik ben nog lang niet uitgelezen op de site maar ben wel aangekomen op mijn werk. Een plek die ik inmiddels met heel andere ogen bekijk. De site staat in mijn favorieten. Wanneer ik tijd heb duik ik nog eens in de geschiedenis van Zwijndrecht. Ik las iets over een kasteel en een stadsgalg… 

*met dank aan De Vergulde Swaen voor deze geweldige geschiedenis les!!

 

 

***

De jeugdsentiment tag… 

Gevonden op de site van Villa Sappho. Erg leuk om hem in te vullen omdat hij mij weer even mee terug bracht naar vroeger. Altijd leuk zo aan het einde van het jaar. De antwoorden komen vanuit mijn vroegste herinneringen tot aan mijn 12e/13e jaar. 

Wat wilde je worden als je groot zou zijn?
Advocaat. Ergens ging het mis. Het is er nooit van gekomen. 

Was je een mama’s of een papa’s kindje?
Ik was het liefst bij mijn vader. Ik had zelfs plannen om bij hem te gaan wonen. Maar door een speling van het lot bleef ik hangen aan mijn moeder.

Waarmee speelde je het liefst?
Het boomhuis of met My Little Pony. Knutselen met klei, gips, filigraan en verf deden wij ook vaak. En natuurlijk koekjes bakken op regenachtige zondagmiddagen. 

Wat zag je het liefste op tv?
Tekenfilms en toen ik iets ouder werd Nightrider en The Flying docters.  

Wat deed je het liefste?
Buitenspelen, rolschaatsen, fietsen en stickers verzamelen. Vooral van die stickerboeken die je nooit vol kreeg en waarmee je met heel veel dubbele stickers achterbleef. Daarna konden we ruilen op het schoolplein omdat mijn moeder weigerde nog meer geld hieraan uit te geven.  

Welk boek was jouw favoriet?
Als klein kind werd ik voorgelezen uit Pinkeltje. Als kind vond ik lezen nooit leuk. Maar mijn vader zorgde ervoor dat ik met behulp van de Lecturama luisterboeken toch met lezen bezig bleef. Echt boeken verslinden doe ik pas een jaar of tien. 

Welke muziek beluisterde je het meest?
Ik was niet met muziek bezig en kan mij ook niet herinneren waar ik naar luisterde. Afgezien van de muziek waar mijn ouders naar luisterde. Maar dat was bij voorbaat al “stomme” muziek haha. Daar denk ik nu natuurlijk heel anders over.  

Welk kledingstuk droeg je het liefste?
Mijn zwarte lakschoentjes met een klein schattig hakje en op de neus zo’n diamantje. Janken toen ze kapot waren. Ik zal niet ouder dan 6 of 7 geweest zijn. 

Welk kledingstuk verafschuwde je?
Spijkerbroeken en wollen truien. Dat vond ik als kind echt verschrikkelijk. 

Wat was jouw favoriete snoepgoed?
Zolang het maar gekleurd en mierzoet was. Dip-dap, knetter-kauwgom, spekjes, suikerspin. Hoe chemischer hoe beter. 

Wie was jouw lievelingspersoon buiten het gezin?
Mijn oom D. en tante F. Ze zorgden voor afleiding, geborgenheid en gaven mij een gevoel van rust wanneer het thuis “onrustig” was.  

Welk kattenkwaad vrat jij uit?
Ik ging wel eens mee met de “stoere kids” dan klommen we op het oude “pullman” gebouw (levensgevaarlijk want dat stond op instorten) of deden we belletje trekken bij de buren. Niet echt heel bijzonder dus. 

Waar droomde je als kind altijd van?
Over een normale toekomst. Afgezien daarvan, dat ik kon vliegen en dat ik zo van onze flat afsprong. Mijn moeder werd altijd een beetje bang als ik dit tegen haar zei haha.

Welke geur herinnert je aan vroeger?
Er zijn zo verschrikkelijk veel geurtjes die mij aan vroeger doen denken dat ik daar een blog hierover kan schrijven. Geuren zijn voor mij heel belangrijk geworden. Ze voeren mij mee naar lang vervlogen tijden en herinneren mij aan momenten die nooit meer terug komen. 

Wat at je het liefst?
Naast snoep, vlees, patatjes en pannenkoeken. Zolang het maar geen groente was. 

 

 

***

(T)Huiswerk…

Ergens aan de periferie van mijn bewustzijn knaagt iets. Het is aanwezig maar ik kan er niet bij. Alsof mijn inspiratie om een hoekje staat te wachten. Het steekt zijn tong uit en iedere keer als ik kijk duikt hij weg achter het muurtje dat hersenschors heet. Nog even hoop ik stiekem op een spontane brainwave. Het geeft zo’n voldaan gevoel als ik mijn creatieve hersencellen aan het werk kan zetten. Dat kennen jullie toch wel? Dat gevoel waarbij je vingers als vanzelf over het toetsenbord vliegen en er binnen een mum van tijd een blog verschijnt.

Inmiddels staar ik al geruime tijd naar mijn beeldscherm als zoonlief tegenover mij komt zitten. Hij schuift van alles opzij om plaats te maken voor zijn survivalkit dat bestaat uit koekjes, chips en flesjes met ongedefinieerde plakzooi. Vervolgens tovert hij het ene na het andere document uit zijn schooltas. Tussen de ongeorganiseerde chaos komt ook nog een laptop mee. Hij schuift het ding zover naar achteren dat onze schermen elkaar raken. Mijn blik verplaatst zich van, naar over mijn scherm en even kijken we elkaar zwijgend aan. Daarna gaat mijn blik van links naar rechts over mijn, tot voor kort, opgeruimde tafel. Zoonlief staart mij nog steeds aan en laat zo op zeer subtiele wijze weten dat ik het niet in mijn hoofd moet halen er ook maar iets van te zeggen. Dat doe ik dan ook wijselijk niet. Voor nu heb ik namelijk voldoende aan mijn eigen werk. 

Door mijn andere afspraken deze week loop ik nogal achter met het schrijven van mijn blogs. Ik had de stille hoop dat in te kunnen halen nu ik wat meer tijd heb. Er staan wat loze kreten en halve zinnen op papier maar om nu te spreken van een blog?! Tot zover mijn inspiratie. Net wanneer ik op het punt sta mijn laptop dicht te klappen komt het kind tegenover mij tot leven. Hij brabbelt iets binnensmonds waaruit ik opmaak dat hij zijn boek uit heeft en nu aan de eerste van de zeven boekverslagen aan het werk is. “Dat vond ik altijd de leukste opdrachten.” Zeg ik hem. Daarmee heb ik zijn aandacht.  

Met een bak koffie en hernieuwde energie schuif ik even later weer achter mijn laptop. Zoonlief probeert mij te betrekken bij zijn huiswerk door heel subtiel wat vragen te laten vallen. Voor ik er erg in heb, heb ik hem met maar liefst vier vragen geholpen terwijl ik zelf nog aan het ploeteren ben op de eerste alinea van mijn blog. Bij vraag vijf besluit ik geen antwoord meer te geven. “Maar ik dacht dat jij dit zo leuk vond!!” Probeert hij nog verontwaardigd. “Ja vroeger! Nu tik ik blogjes! Althans, dat probeer ik.”

Bruisend van enthousiasme duikt hij weer achter zijn laptop. Het leven van een examinerende puber is echt HELL. De hongerspelen zijn er niets bij, wat een kwelling. Iedere volgende vraag word door mij beantwoord met een wedervraag. Ik merk dat zoonlief dit zonder al te veel morren oppikt en er zelfs over nadenkt. Een vraag van verschillende kanten bekijken en de mogelijkheid dit op diverse manieren te beantwoorden. Ik pik stiekem wat koekjes uit zijn voorraad. Die heb ik nu wel verdiend. Zijn docent kan trots op mij zijn. Zoonlief die (bijna) zelf zijn verslag heeft gemaakt en ik heb inmiddels voldoende inspiratie voor een blog. 

 

***

Komt dat even mooi uit…

“Zo, dat zijn nog de originele die er onder zitten!” “Ja ja” zeg ik tegen de fietsenmaker terwijl we alle twee over mijn fiets gebogen staan. “Zeker 16 jaar oud!” Zeg ik er nog achteraan. “Dan heb je hem niet zo heel veel gebruikt?!” Is zijn weerwoord. Netjes in de schuur gestaan en alleen gebruikt met mooi weer. Dat zeg ik overigens niet. Ik antwoord met een lachje. De binnenband komt op verschillende plaatsen door de buitenband en veroorzaakt ook nog het gevoel alsof er een slag in mijn wiel zit. Dat ze nog niet uit elkaar geklapt zijn is een wonder. De rem loopt aan, snelbinders zijn stuk en zo zijn er nog een aantal zaken die gefixt moeten worden. Mijn fiets bleef in de werkplaats achter en ik ging lopend naar huis.

Net nu ik de smaak weer te pakken had, twee keer op een dag naar Poownie (gewoon omdat het kan!) en het mooie weer spelen natuurlijk ook mee, is ie stuk. Sinds ik dit blog schreef, heb ik veel vaker de fiets gepakt dan anders. En ja, dit keer zelfs in de regen! Maar…. Nu dus even niet. Van de vier fietsen die in onze schuur staan zijn er ook nog eens drie werkeloos. Twee van vriendlief en een van zoonlief. Ik ben voorstander van herintreden op de werkvloer dus besloot ze alle drie aan een inspectie te onderwerpen. Twee van de drie voldeden in ieder geval aan mijn eis.

Die van vriendlief was, zelfs met het zadel en stuur op de laagste stand, veel te groot voor mij. Haha ik kon niet eens bij de trappers. De fiets van zoonlief zag er, op wat spinnenwebben na, zo goed als nieuw uit. Hij heeft er maar een paar keer op gefietst, maar een mountainbike was niet geschikt als vervoermiddel naar school. Zadel en stuur bleken nog een stukje opgekrikt te kunnen worden. Hoewel hij nog iets aan de kleine kant was bleek ik er prima op te passen. Kwam dat toch even mooi uit…

Ik besloot er direct een rondje mee door de polder te crossen. Dat viel zwaar tegen. Hoe heeft hij het al die tijd uitgehouden op dat zadel. Alsof ik met mijn achterwerk op een spijkerbed was gaan zitten. Stug trapte ik door in de hoop dat de zadelpijn die ik nu aan het ondergaan was van tijdelijke aard zou zijn. De dagen die volgden ging het steeds iets beter. Ik kreeg zowaar de smaak te pakken. Bijna iedere avond trok ik eropuit. Al dan niet gecombineerd met een bezoek aan de Poownie. Mijn bovenbeenspieren wisten niet wat hen overkwam. Om niet na twee rondjes al geblesseerd te raken (inmiddels heb ik daar ervaring mee nl) bouwde ik mijn afstanden en snelheid langzaam op.

Zoonlief had niet eens in de gaten dat ik al meer dan een week op zijn “oude” fiets aan het touren was. Daarmee wist ik dat hij hem niet zou missen. Inmiddels was mijn eigen fiets ook weer terug en kon ik mijn rondjes afwisselen. Daar werden mijn bovenbenen blij van. Binnenkort wordt het tijd om de ruiterpaden (bij gebrek aan heuvels en zanderige weggetjes) in de polder al fietsend te gaan verkennen. Eens kijken of ik klaar ben voor wat offroad werk.

 

 

 

***

Never a dull moment…

5 jaar terug was ik voor “een meisje” echt nog heel goed! Nu schaamt ie zijn ogen uit zijn kop voor mij (of mijn lompigheid) Een van de redenen waarom ik mij van zoonlief niet mag bezighouden met zijn hobby dan enkel vanachter m’n camera. Gelukkig kon niemand ons zien dus mocht ik mijn goddelijke gang gaan. Daar op het loei hete sportveld, zonder zuchtje wind, zes hoog achter, tussen uitgehakte rotsen bij ons hotel op Gran Canaria. En dan jank ik die bal ook nog eens de verkeerde kant op. Zo over het veel te laag gespannen net dat daar onder andere geplaatst was voor dit soort lompe acties. De bal kwam, iets harder dan gepland, op het balkon van compleet onbekende mensen. En wat denk je, niemand “thuis”. Nog geen 10 minuten bezig en we waren de bal nu al kwijt.

Terwijl vriendlief en ik aan het kijken waren naar de verschillende mogelijkheden om het balkon op te komen, want zo hoog was het nu ook weer niet, had zoonlief het al opgegeven…. Daar stond ie dan. Met zijn ziel onder zijn arm, voetballen met je ouders in plaats van je matties is echt een dingetje, en als je jezelf er dan eindelijk overheen gezet hebt, is de bal weg. Vriendlief kwam met verschillende opties om de bal terug te krijgen terwijl zoonlief al onderweg was naar de winkel om een nieuwe te kopen. “Euh?? Hoe bedoel je klimmen? Dat lukt toch nooit? Mij waaraan vast houden? Hoe dan? Zijn jullie gek of zo….” 

De uitdrukking op zijn gezicht was zo komisch, dat ik even heel hard heb staan lachen. Hij was bloedserieus. Maar wij ook. Ook al mocht het niet, wij deden vroeger niet anders. Op daken van schuurtjes, de school of in bomen. Het liefst zo hoog mogelijk. Hoe we naar beneden kwamen zagen we dan wel weer. We hebben hier duidelijk te maken met de generatie “playstation- en iPhone-kids”. Die klimmen en klauteren blijkbaar alleen nog maar digitaal.

“Sjees!” Riep ik naar hem. “We willen toch voetballen? Klim naar boven, pak de bal en kom weer naar beneden.” Alsof ie water zag branden. Nadat ik op het punt stond het zelf te doen kwam hij in actie. Er zijn blijkbaar toch grenzen aan wat je aan je ouders overlaat. Nadat onze lenige Harrie uitleg had gekregen wat ie moest doen kon het avontuur beginnen. Wat voor ons “vroeger” dus heel normaal was, was voor hem echt hogere wiskunde. Na drie pogingen stond ie dan eindelijk op het balkon. Alle ruiten waren nog heel en op een stoel en tafel na lag er niks op het balkon dat stuk kon. De bal werd over het net richting sportveld gegooid en zoonlief kon weer naar beneden. 

In de tussentijd waren er verschillende mensen voorbij gekomen. Er was werkelijk niemand die aan ons kwam vragen wat wij met zijn drietjes in vredesnaam aan het doen waren. Ook werd er geen hulp aangeboden. Maar dat kwam misschien meer omdat ik als een malle heb staan lachen om deze hele komische actie. Later bleek dat de hotelkamer niet in gebruik was en we de sleutel gewoon konden halen bij de receptie. Met deze wetenschap konden we de rest van de week met een gerust hart het sportveld gebruiken. 

 

PS: Ik kreeg geen toestemming om de foto’s te plaatsen. Ze waren hilarisch, echt waar! 
PPS: Je had er waarschijnlijk bij moeten zijn!!  
PPPS: Ja, uiteraard hebben we de veiligheid in acht genomen 😉

***

Meet Milo…

Er komt een tijd dat je afscheid van elkaar moet nemen. Dat wist ik. Maar ik stelde het zo lang mogelijk uit. De meeste mensen zullen maar wat graag de sleutels inleveren zodra ze de kans krijgen. Om daarna in hun nieuwe(re) bolide weg te scheuren. Dat kan ik niet. Mijn auto is mijn maatje. (Je kent Herbie toch wel?!) Met zorg uitgekozen op model en op kleur. Hij brengt mij van A naar B. Luistert altijd als ik mijn verhaal kwijt moet. Hij vind het niet erg als ik kneiterhard vals mee blèr op de muziek. Ik klaag en praat hardop over bepaalde zaken. Mijn auto weet dus heel veel. En als hij kon praten…. (had ie vast gevraagd of ik mn snater eens zou willen houden.) Zoals je ziet is mijn auto dus meer dan zomaar een koekblik op wielen.

Het begon met Beetle Juice, afgekort BJ. Mijn appelgroene VW Beetle. Verliefd was ik op die wagen. En nog steeds. Jaren gespaard voor ik hem kon kopen. En tot die tijd heeft er een miniatuurversie van hem in het raamkozijn gestaan. Ooit zou hij van mij worden. Trots dat ik was toen ik hem dan eindelijk in mijn bezit had. Na een tijdje had hij wel meerdere kleuren groen. Van granny smith tot jonagold groen. Toen hij te oud werd ruilde ik hem, met pijn in mn hartje, in voor een nieuwer exemplaar.

Dat werd King Toet. Een VW Beetle Cabrio. Hoewel er grotere, duurdere en vooral, nieuwere auto’s op de parkeerplaats stonden, was het toch altijd King Toet die daar op de troon in zijn parkeervak stond te shinen. Hij viel op met z’n baby blauwe kleur en z’n zwarte cabriodak. Al snel kwam ik er achter dat een cabrio helemaal niet mijn ding was. Of het was te slecht weer om met open dak te rijden. Of je brandde weg met een veel te felle zon. Ook moest ik altijd een petje op om veilig tegen de zon in te kunnen rijden. Toch hield ik King Toet. Hij was geweldig. Hij was leuk!! En nog steeds…. Maar ouderdom komt, ook bij auto’s, met gebreken. Ik moest uiteindelijk dus die bekende keus gaan maken. 

Na een jaar (ja echt, zolang heb ik er over gedaan, afscheid nemen is niet echt mijn ding) wikken en wegen kwam daar eindelijk de auto voorbij waarin ik mijzelf wel al pratend, zingend en lachend zag rijden. Ik hakte de knoop door. King Toet kreeg een nieuwe eigenaar.

Na een kleine 10 jaar Beetle te hebben gereden was het wel even wennen. Maar ik ben er reuze blij mee. Meet Milo. Mijn nieuwe(re) scheurmonster. En ja, ook Milo is de leukste van de hele straat. Wat zeg ik!? Van het huizenblok!! En zeg nu zelf, hij is toch ook gewoon heel cute!?!?!

Witte Alfa Mito met nieuwe eigenaar

 

***

Je ruikt in ieder geval niets meer…

“Van de week zat ik te grasduinen op mijn eigen blog en kwam verhaaltjes tegen die ik alweer helemaal vergeten was. Om sommige verhaaltjes heb ik zelfs moeten lachen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij weer hoe het één en ander er aan toe ging en hoe ik vervolgens onderstaand blogje geschreven heb. Dit weekend een blog uit de oude doos.”

“Moet dat zakje opgezogen worden?” “Ja, volgens de gebruiksaanwijzing wel.” “Maar dan raakt ie verstopt, dat past nooit!!” “Zet die stofzuiger nu maar aan, dan zien we wel wat er gebeurd.” Op bevel van vriendlief zet ik de stofzuiger aan en zuig het zakje met het witte poeder van de grond. De stofzuiger slurpt het op, maakt even een stikkend geluid om vervolgens op volle toeren verder te gaan. Zo, die zit. Kunnen we eindelijk het huis stofzuigen zonder muffe lucht. Ik trek “fikkie” achter mij aan door het huis en begin aan mijn klus.

“ZOOO PHOE .” Ik kijk geschrokken achterom en zie vriendlief nog net niet groen en geel worden. “Wat een lucht komt er uit dat ding…” Verontwaardigd kijk ik hem aan. “Wil je nu van die stofzuigergeurtjes af of niet?” Maar dan bereikt de bedwelmende geur van Lilly of the Valley ook mijn neusgaten. Niet alleen mijn neusharen voelen a la minuut verschroeit aan. Ook mijn reukvermogen neemt drastisch af. Nu begrijp ik waarom je nare stofzuigergeurtjes niet meer ruikt, je ruikt gewoon helemaal niets meer als je klaar bent met stofzuigen.

Zodra de kamer weer stofvrij is zetten we de deuren even tegen elkaar open. Frisse lucht gaat boven Lilly of the Valley. Volgende keer nemen we lavendel… :mrgreen:

 

***

Een andere wereld…

Mooi, dit keer staat er geen rij. Geen 100 vrachtwagens en geen 75 motormuizen. Ik scheur met mijn Beetle dwars over de vrachtwagenparkeerplaats, neem iets te ruim de bocht. Ach, wat maakt het uit er is vandaag toch niemand die ik tot last kan zijn. Nou niemand? Als ik het terrein van het onbemande tankstation oprijd staat er een auto. Een zwarte mercedes. Geen idee wat voor type. Hij ziet er in ieder geval een heel stuk netter, schoner en glimmender uit dan mijn vaal blauwe onder de modder zittende auto.

Ik parkeer twee tankautomaten verder en zing nog even met de muziek mee terwijl ik mijn pasje zoek. Ik realiseer mij te laat dat mijn stem misschien ook wel buiten de auto te horen is. Als ik uitstap kijk ik in twee gitzwarte ogen van, vermoedelijk, de chauffeur van de mercedes. Ik wil hem vriendelijk gedag zeggen maar krijg daar de kans niet voor. Hij draait zich met een ruk om en vervolgens kijk ik tegen zijn kaal wordende achterhoofd aan. Het beetje haar dat hij nog bezit is zo te zien met veel zorg in model gebracht.

Terwijl ik de dorst van mijn auto aan het lessen ben kan ik het niet laten om nog een blik te werpen op de man naast mij. Hij ziet er erg netjes uit. Zijn voeten gestoken in mooie glimmende schoenen. Goed gesteven zwarte broek. Mooie zwarte wollen jas met bijpassende sjaal. Als ik zijn beroep zou moeten raden zou het eerste wat in mij opkomt een begrafenisondernemer zijn. Zijn blik past er in ieder geval goed bij. Hij kijkt nogal doods. Ik verplaats mijn blik van hem naar mijn eigen voeten. Gestoken in afgetrapte witte gympies met nog net geen gaten. Een oude rijbroek met wat gaten. Een zwarte jas, dat dan weer wel. Maar iets viezer dan die van de man. Ik zie er ongeveer zo uit als mijn auto. Maar ik ben dan ook gekleed om naar mijn paard te gaan.

Ik waag nog een keer een blik over mijn schouder en probeer te vergeefs mijn tandpasta-reclame-lach. De beste man kijkt niet eens. Voor hem besta ik niet. Hij steekt de slang terug in de tankautomaat, gooit vervolgens zijn jas op de achterbank en gaat zelf weer achter het stuur zitten. De vrouw, die naast hem zit, ziet er al net zo levendig uit. Zonder richting aan te geven draait hij de tankplaats af en weg is de Mercedes. Een bijzondere ontmoeting. Waar komen ze vandaag? Waar gaan ze naar toe?

Zoonlief dacht “vroeger” dat ik iedereen die we tegen kwamen kon. Ik heb namelijk de gewoonte om iedereen, op mijn weg naar wat dan ook, te groeten. Meestal krijg ik een groet of glimlach terug. Soms wordt ik alleen maar stoïcijns aangekeken, of straal genegeerd. Maar af en toe is er zelfs gelegenheid voor een praatje. Gezellig toch?! Voor sommige mensen niet. Overigens al helemaal niet als je een puber bent. Want een wildvreemde groeten is gewoon niet chill. Zoals bovenstaande mensen kom ik wel vaker tegen. Ze horen of zien je niet. Ach en dat geeft ook helemaal niet. We bevinden ons dan wel op dezelfde planeet maar leven nu eenmaal in een compleet andere wereld…

***

Fotograferen maakt zen…

Heel stil blijf ik liggen. Als ik doe alsof ik slaap kan ik mijn lichaam misschien wel voor de gek houden. Want alleen als ik slaap voel ik mij beter. Dus ik adem langzaam in en uit. Ik beweeg mij verder niet, ook al “slaapt” mijn arm, hij wel! Ik ben zogenaamd nog ver in dromenland. Veel later dan half 9 ’s morgens kan het nog niet zijn. Ik hoor de kinderen van de school hiernaast gillen en zingen. De werklui van een paar straten verderop zijn ook al even aan de gang. Auto’s, brommers en blaffende honden. Normale alledaagse geluiden. Alleen komt alles keihard mijn oorschelp in gedenderd. Maar ik zou niet bewegen, dus blijf ik liggen zoals ik lig.

Mijn lichaam laat zich niet langer voor de gek houden. Een flinke hoestbui is het gevolg. Mijn ribben voelen aan alsof er een stomp op is gegeven. Als ik hiervan op adem ben gekomen, open ik heel voorzichtig één oog. De kamer draait om zijn as. Laat maar. Ik sluit hem snel. Al een paar dagen lig ik met griepverschijnselen op bed. Zielig te liggen wezen. Ik ben bijna nooit ziek. Meestal stel ik ziek zijn gewoon uit tot hij mij vergeten is en verder gaat naar een volgend slachtoffer. Heel de winter was het mij gelukt hem te ontlopen. Ik had immers veel te vaak leuke dingen op de planning staan om ziek te kunnen zijn. Maar dit keer was er geen ontkomen aan. Mijn limiet van verschuiven was voorbij.

Terwijl de heren al vertrokken zijn lig ik dus zielig in mijn bed. Hopen dat de wereld snel stopt met draaien. Dit is overigens een stuk goedkoper dan een dagje Efteling, dat dan weer wel! Maar ik moet er niet aan denken om nu een zak popcorn weg te werken. Of een hotdog. Of een suikerspin. Ik troost mij met alle leuke dingen die ik de afgelopen weken heb gedaan. Een van die dingen was het maken van vogelfoto’s. Wat een geweldige ervaring was dat. Nog dagen na de bewuste dag keek ik mijn foto’s terug. Iedere keer zag ik weer iets nieuws, of bewerkte ik hem weer iets anders. Het gaf mij zo vreselijk veel voldoening. Dat ik in staat ben geweest om die platen zo te maken!?

Ik realiseerde mij dat ik dit euforische gevoel ook heb bij het maken van voetbalfoto’s. Hoewel ik deze natuurlijk ook voor de spelers en de club maak, geeft het mij heel veel voldoening. Ook met die foto’s kan ik uren bezig zijn en als ik ze terug kijk trots zijn op mijn werk. Als ik aan het fotograferen ben ga ik helemaal op in het moment. Dit werkt voor mij zo ongeveer hetzelfde als mediteren of hardlopen. Ik zit zo in het hier en nu dat ik mij geen moment druk maak over andere dingen. Mijn zorgen zijn er even niet en alles waar ik mij druk over zou kunnen maken doet er gewoon niet toe. Het enige dat telt is het vangen van die ene plaat.

Gelukkig is het nu weer wat warmer en voel ik mij alweer iets beter dan van de week. Hopelijk kan ik snel weer aan de slag langs het veld. En wat de vogels betreft… We hebben al een nieuwe locatie gespot. Eens zien wat we daar kunnen “vangen”.

Deborah achter fototoestel met grote witte lens.

@ work. Foto gemaakt door Ed Baars van EB Sportfotografie.

 

***

Al die keuzes…

Vakanties uitzoeken, ik kan er weken mee bezig zijn voordat het moment daadwerkelijk aanbreekt. Uitzoeken welk land kan al voor veel voorpret zorgen. Dan het verblijf en vervolgens de mogelijke excursies doorspitten. Veelal nam ik het voortouw hierin. Hiermee bezig zijn gaf mij energie en ik kon er heel wat tijd in steken, zoals ik al schreef. Maar de laatste paar jaar werd dat steeds iets minder. Het is nu eenmaal een dingetje dat moet gebeuren om weg te kunnen. Internet is makkelijk maar ook vreselijk vervuild. Door de vele aanbieders zie ik door de bomen het bos soms niet meer.

Zoonlief heeft de leeftijd dat hij ook een en ander kan op- en uitzoeken. Ik besloot hem op te zadelen met mijn “oude” zomervakantieklus. Want anders doen we iets wat mij leuk lijkt: een blue cruise bijvoorbeeld. Niet te verwarren met een boos-cruise. Want verder dan een Fristi on the Rocks kom ik niet. Dus, zei ik tegen hem, zoek een land en verblijf uit waar we ons allemaal kunnen vermaken. Vervolgens stoof hij met zijn laptop, telefoon en headset naar boven om vanuit zijn eigen Tactisch Commando Centrum (het ontoegankelijke terrein dat ook wel slaapkamer heet) met zijn matties te overleggen. Gedeelde smart is halve smart…

Terwijl ik, eveneens boven, aan het opruimen was hoorde ik hem druk overleggen met wie er dan ook allemaal aan de andere kant van de lijn aanwezig was. Hij moest keuzes maken. Ging hij voor de vele glijbanen of werd het een voetbalveld? Een druk centrum of werd het een privéstrand? Slapen in een tipi of een 5* hotel. Ik hoorde hem vloeken toen hij bij het onderdeel “prijzen” was aangekomen. “Huh, wanneer ik op school zit is het allemaal veel goedkoper. Hoe oneerlijk?! Ik neem wel een week eerder vrij!!” Geweldig, het had een opmerking van mij kunnen zijn…

Stiekem was ik toch wel heel benieuwd naar wat hij allemaal gevonden had. Geduldig bleven wij wachten tot hij naar beneden zou komen om ons te “briefen” over zijn bevindingen. Hij had zich in een paar uur tijd door 101 websites geworsteld. Alle voors en tegens afgewogen en kwam heel subtiel nog even terug op het weekje eerder vrij om zo de kosten te drukken. Aller eerst, zo begon hij zijn betoog, gaat het geen cruise worden. Sorry, ik weet dat je dat leuk vind. Maar al die haaien op zee vind ik maar niks! Uiteindelijk had hij een top drie samengesteld.

De locatie: een warm land want dat is gewoon “chill”… Verblijf: hotel, want (godzijdank) een camping was een no-go. Inclusief zwembaden, strand, eetgelegenheden, voetbalvelden en niet geheel onbelangrijk gratis Wi-Fi. Toen bleek dat twee van zijn drie opties al volgeboekt waren en de derde een 16+ hotel was zakte de moed hem in de schoenen. Ik prees hem voor zijn zoektocht, afwegingen en keuzes. Hij heeft nu zelf ervaren dat het best een hele klus is om iets te vinden dat past binnen het budget en waar iedereen zich in kan vinden.

Natuurlijk hadden wij zelf ook gezocht. Iets uit de richting van zijn eigen keus. Hemelsbreed 4500 km bij elkaar vandaan. Maar nadat we hem hadden laten zien wat er allemaal gedaan kon worden werd hij steeds enthousiaster. Als er geen haaien zitten, mag ik daar dan ook surfen?? We moeten nog even geduld hebben, maar wij zijn er klaar voor!

***