Hoe het balletje rollen kan… #2

Een kleine anderhalf jaar geleden viel er een brief op de mat. Geadresseerd aan Zoonlief. Afzender de KNVB. De enveloppe werd aan flarden gescheurd en de brief werd aandachtig gelezen. En nog eens gelezen. Toen kwam de vraag. Euh, staat hier wat ik denk dat er staat?? Zoonlief was gescout door de KNVB en mocht deelnemen aan diverse wedstrijden. Hij kreeg de kans om te spelen tegen de beste jongens uit de regio van zijn leeftijd. Met de bedoeling uitgedaagd en beter te worden. Na een paar maanden werd hij tevens gescout door FC Dordrecht. Hij stapte van zijn vertrouwde voetbalcluppie over naar een BVO. Ging van twee keer naar vier keer in de week trainen. De regionale wedstrijden werden landelijke wedstrijden. Met name vriendlief kreeg er een nieuwe job bij: navigeren en taxiën van training naar wedstrijd en van wedstrijd naar training.

De eerste paar maanden was het toch wel spannend. Hij was net 12 en de meerderheid was ruim 1 tot 1.5 jaar ouder dan hij. Ook de tegenstanders. Ze waren brutaler, gebekter en toonden in alles meer lef. We waren even bang dat dit hem de das om zou doen. Zoonlief hield zich goed staande. Na de herfstvakantie zagen we dat hij zijn draai echt gevonden had. Hij wist huiswerk, vriendjes en het voetballen prima te combineren. De extra trainingen begonnen hun vruchten af te werpen. Wat heerlijk om hem met zoveel plezier (durf en lef) te zien trainen en de wedstrijden te zien spelen.

Afgelopen week viel er een digitale brief op de mat. Geadresseerd aan Zoonlief. Afzender: de KNVB. De mail werd aandacht gelezen. En nog eens gelezen. Toen was het stil… Afwachtend keken we hem aan. De glimlach op zijn gezicht werd steeds groter. Zijn prestaties op het veld waren ook bij de KNVB niet onopgemerkt gebleven. Zoonlief was wederom gescout. Dit keer samen met een teammaatje. De twee dagen waarop beide heren mogen aantreden zijn voorselectiewedstrijden voor het nieuwe seizoen. De KNVB is verder niet echt duidelijk in haar berichtgeving. Dus we moeten nog even uitvogelen wat dat “nieuwe seizoen” precies inhoudt.

De deelnemerslijst die bijgesloten was liet zien dat de spelers vanuit heel Nederland komen, en onder andere spelen bij: Ajax, Feyenoord, PSV en NAC. Jeetje, zei vriendlief, je hoort hierbij gewoon tot de (om en nabij) 110 beste spelers van U13 van Nederland. Het duurde even voor de betekenis van die zin bij Zoonlief was geland. Hij was er sprakeloos van. Zo had hij het nog niet bekeken. Die avond zijn we lekker uit eten geweest om dit onverwachts leuke bericht van de KNVB te vieren. Gelukkig heeft hij inmiddels wat ervaring opgedaan bij voorgaande selectiewedstrijden. Ook zit hij alweer een jaar bij FC Dordrecht. (jeetje wat gaat dat snel!) Heel zenuwachtig zal hij hopelijk niet zijn. Maar spannend blijft het wel!!

Wordt vervolgd…

Voetbal, foto hamar, FC Dordrecht, NAC, KNVB

Je hebt wel eens van die avonden…

Het is nog licht wanneer ik op stal aankom. Alleen dat gegeven maakt mij al vrolijk. Als ik dan ook nog eens de lege parkeerplaats zie, word ik nog vrolijker. Niet dat ik mijn stalgenootjes niet mag. In tegendeel. Met 20 paarden zou je denken dat het iedere avond een drukte van jewelste is. Niets is minder waar. Bij ons op stal wordt alles gedaan. En juist daarom heb je niet de “verplichting” om iedere dag naar stal te moeten. Mesten, voeren, buiten en binnen zetten. De stal eigenaresse doet alles voor ons. Wanneer je naar stal komt kun je direct alle tijd en aandacht aan je paard schenken. Eigenlijk had ik tien jaar terug al naar deze stal moeten verhuizen.

Voorheen vond ik al die stalklusjes geen enkel probleem. Nog steeds niet eigenlijk. Ik heb 18 jaar lang dagelijks gemest, het terrein geveegd, heen en weer gereden om de paarden te voeren of binnen te zetten.  Maar het went toch wel erg snel nu dit allemaal voor mij gedaan word en ik direct alle aandacht aan Poownie kan schenken. Het is de afgelopen weken erg druk geweest zowel thuis als op de zaak. Ik kan dan extra genieten van de uren die ik hier doorbreng. Helemaal wanneer er dus, zoals deze avond, niemand aanwezig is.

Alle paarden staan nog in de paddock. Een buitenspeelplaats met eet- en drinkgelegenheid. Mijn aanwezigheid word al snel opgemerkt en ik krijg een vrolijk gehinnik als welkom. Het werkt aanstekelijk want uit diverse hoeken hoor ik nog meer gehinnik gevolgd door hoefgetrappel. De paarden zijn gewend om begin van de avond terug naar stal te mogen.  Ze denken dat ik ze kom halen en ik moet ze één voor één teleurstellen.

Poownie is behoorlijk in de rui. Dat betekend veel en overmatig verharen. Voor ik het weet zit ik er helemaal onder. Het geeft een voldaan gevoel wanneer hij weer schoon is. Jammer genoeg vind je de haren een jaar later nog in de voering van je jas terug. Er is ruim drie kwartier verstreken met tutten en poetsen. Tijd om Poownie te zadelen. We hebben verlichting in de rijbak, dus kunnen ook in de avonduren een rondje hobbelen. Dat hadden we al heel de week niet gedaan. Mijn vrees voor een paar flinke bokkensprongen was onterecht. Poownie liep de sterren van de hemel. Hij had er ook zin in vandaag.

Nog steeds is er helemaal niemand op stal of het erf. Afgezien van de eigenaresse die even daarvoor alle paarden heeft binnen gezet. Het enige dat ik hoor zijn wat fluitende vogeltjes en de takken van de bomen die ruisen op het beetje wind dat er staat. Het is zo vredig en stil. Heerlijk! Ik hoor de kerkklok van het dorpje even verderop en weet dat we inmiddels een half uur aan het rijden zijn. We stappen nog een paar rondjes voor we teruggaan naar stal. Voor Poownie met zijn neus de voerbak induikt laat ik hem eerst nog even lekker rollen in het zand. Een groter plezier, naast grazen en eten, kan ik hem daar niet mee doen. Om wat tijd te rekken haal ik nog even een borstel over hem heen. Zo kan ik nog even genieten van de serene rust terwijl de paarden staan te knagen op hun hooi. Je hebt wel eens van die avonden die vaker terug mogen komen. Dit was er zo een.

paard, rijden, rijbak, selfie

Die ene week…

Een fractie van een seconde vraag ik mij af waar ik in vredesnaam mee bezig ben. Waarom doe ik dit? Zover van huis, boven op een berg met een plank onder mijn voeten. De heren schieten mij links en rechts met een gangetje van 60 km/ph voorbij. En ik heb lef, maar niet zo veel, dus ga in standje slak naar beneden. Zoveel moeite voor een week actief bezig zijn om vervolgens de komende vier weken nodig te hebben om bij te komen!? Met op sommige afdalingen kramp in de voetjes of slapende tenen. Waarom doe ik mijzelf dit aan? Na deze afdeling stop ik echt! Schiet het door mij heen. Zodra ik een seconde verder ben denk ik daar weer heel anders over. Stoppen? Ben je gek of zo?! Dit is het leukste dat er is!! WOEHOE!! Doen wie als eerste beneden is? Ik in ieder geval niet hihi…

Als je mij 10 jaar geleden had gezegd dat ik een 9 uur durende autorit zou overleven om daarna een paar dagen te gaan snowboarden, had ik je keihard uitgelachen. Bergen, kou en autorijden zijn niet echt mijn ding. Tijden veranderen en mijn mening ook. Het hele jaar kijk ik er naar uit. Naar die ene week in de besneeuwde bergen met familie en vrienden. Het liefst zou ik vaker gaan. Maar dat laten mijn vrije dagen niet toe. Om nog maar te zwijgen wintersport, snowboardenover die kaal geplukte geldboom.  Ook dit jaar hebben we het weer vreselijk getroffen met het weer en de sneeuwcondities. Je raakt er een beetje aan gewend. Blauwe lucht, witte ondergrond en lege pistes zover als je bekrampte voetjes en slapende tenen aan kunnen (dat laatste lag overigens aan mijn te vast gesnoerde nieuwe snowboardschoenen) De langste wachtrij bij de gondel was hooguit vijf minuten.

Soms vind ik het jammer dat ik pas op latere leeftijd heb leren snowboarden. Als ik naar zoonlief kijk dan ben ik wel eens jaloers. Hij maakt optimaal gebruik van ieder stukje besneeuwde berg en springt over iedere heuvel. Hij kent (nog) geen angst. Een van ons twee haalt zijn skipas er in ieder geval drie dubbel WIntersport, snowboardenuit. Ik heb niet zoveel lef en al helemaal niet zo veel snelheid. Aan de andere kant geniet ik er nu veel meer van dan wanneer ik een jaar of 15 zou zijn. Ik kan soms een pauze van een half uur inlassen alleen maar om te kijken. Te kijken naar de mensen op de piste, naar de betoverende witte omgeving. Te kijken naar het dorpje beneden mij dat er zo nep uitziet dat het wel een poster lijkt. Ik ben daar en geniet van alles om mij heen.

Ik weet dat ik nog genoeg te leren heb. Ik sta nog lang niet zo ontspannen op mijn board als ik zou willen. Toch verleg ik ieder jaar mijn grenzen, leer ik bij en heb ik plezier in mijn actieve vakantie. Ik ben zelfs over mijn bospadenfobie heen. Ook dit jaar hebben we weer genoten. We hebben een heerlijke gezellige wintersportweek achter de rug. Veel gelachen, lol gehad en lekker gegeten. De dakkoffer is opgeruimd, de vuile was ligt weer schoon in de kast en de ski’s en het board zijn netjes opgeborgen op zolder. Op naar volgend jaar. Naar weer die ene week in de bergen!

Wintersport, snowboarden

Een weekje vakantie…

Moeten we niet alvast iets van zolder afhalen?” Vroeg vriendlief het weekend voor we weggingen. “Nee joh!” Riep ik overtuigd dat ik het allemaal wel zou gaan redden. “Ik ben een dag voor we weggaan al vrij, dan ga ik wel pakken.” Ik word zenuwachtig als ik overal door het hele huis spullen zie liggen die mee moeten op vakantie. Ik pak daarom het liefst alles pas in één dag voor we weg gaan. Als het kan in een uurtje tijd. Zodat het direct de auto in kan. Nu had ik toch wel een beetje spijt. Ik kwam overal tijd te kort en mijn 2-do lijstjes leken eindeloos. Terwijl ik toch al extra vroeg was opgestaan die dag. Uiteindelijk zaten we nog voor het geplande tijdstip bepakt en bezakt in de auto, onderweg naar Oostenrijk voor een week wintersporten met familie.

Waar dan nu de vakantiepret kan beginnen heb ik meestal wat last van heimwee en schuldgevoel. Waarom moet ik nu weg?! Mijn beestjes moet ik een hele week achter laten. In hun eigen vertrouwde omgeving met de vaste oppas. Dat dan weer wel. Maar toch… Het voelt alsof je als moeder je kind voor het eerst naar de crèche brengt. Schuldgevoel, twijfel en een miljoen stel dat’s… Vooral bang zijn dat je er niet goed aan doet. Wat onzin is natuurlijk. Ik kan er niks aan doen. Dit rottige gevoel neemt bezit van mij zodra ik de deur achter mij dichttrek. Met iedere kilometer die we van huis verwijderd zijn voel ik mij ellendiger. Tot we een uur of drie onderweg zijn. Dan ebt het gevoel langzaam weg. De muziek gaat harder en we zingen iedere noot lekker vals mee. Het vakantiegevoel komt langzaam terug.

Ieder jaar neem ik mij plechtig voor om voor te slapen. Zodat ik de negen tot tien uur durende reis fris en fruitig doorsta. Ieder jaar gaat dit idee in rook op. Nog niet één keer is het mij gelukt. Hoewel vriendlief het totaal niet erg vindt dat ik in de auto mijn ogen (en dus ook mijn mond) dicht doe zit ik ieder jaar solidair naast hem uit het raam te staren. Gehypnotiseerd door de donkere leegte voor mij. Als je Nederland uit rijdt is het alsof je een “wormhole” wordt ingezogen. De wegen zijn compleet donker.  Dat maakt het autorijden een stuk vermoeiender. En ik zit niet eens achter het stuur. Zoonlief ligt na een uurtje te knorren en wordt pas echt wakker als we de grens bij Oostenrijk over zijn. Lucky him!

Na een nacht rijden komen we rond zeven uur aan bij het hotel. We zijn de drempel nog niet over of we worden al vriendelijk begroet door het personeel. Dit is inmiddels al de zevende keer dat we inchecken bij dit hotel. Of we al trek hebben in het ontbijt? Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen! Onder het genot van een verse bak koffie en een broodje, dat nog lekkerder smaakt wanneer je heel de nacht wakker bent geweest, wordt de reis besproken. En nu is het wachten tot we de sleutel van de kamer krijgen. Zodat we alles wat we eerder zo zorgvuldig hebben ingepakt kunnen uitpakken. We de skipassen kunnen regelen, boodschappen halen voor de après-ski en de boards en ski’s weg kunnen brengen naar de piste. De vermoeidheid is nog ruimschoots aanwezig maar valt in het niets bij het enthousiasme dat ik voel zodra ik naar buiten kijk en de besneeuwde bergtoppen zie.

wintersport, uitzicht, berg, sneeuw

Een winterse middag…

Halverwege januari had ik wat moeite om op stal te komen. Naast een aantal geplande afspraken stond met enige regelmaat de A16 muurvast. Gelukkig heb ik nu niet meer de verplichting om iedere dag op stal te zijn. Poownie wordt goed verzorgd. Ondanks dat gaf het mij geen fijn gevoel om hem een hele week niet gezien te hebben. Hoewel de agenda gevuld was met afspraken en administratieve verplichtingen dwong ik mijzelf minimaal een paar uur op stal door te brengen. Achter die computer weg en lekker naar buiten. Nu had ik het geluk dat het buiten prima te doen was. Een mooie blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil.

Hier op het Brabantse platteland lijkt het vaak een paar graden kouder. De gure wind in combinatie met de regen van de afgelopen dagen zorgen er voor dat je (poownie in dit geval) snel een virus te pakken hebt. Daarom staat Poownie sinds enige tijd onder dek. Voor mij is dat ideaal. Normaal ben ik een uur bezig om mijn onder de modder en mest zittend paard weer een beetje toonbaar te maken. Nu dus niet. Ik gesp zijn dek af, prop een wortel in zijn bakkes en nog voor hij klaar is met kauwen ben ik klaar met poetsen. Bij wijze van spreken… Als ik uiteindelijk klaar ben met poetsen kan onze wandeling beginnen.

Dat weekend was er voor de verandering geen enkele boer in de buurt aan het werk. Er waren geen fietsers, wandelaars of auto’s. Het enige dat ik hoorde waren de vogels die van boom naar boom vlogen en de ganzen in het land. Verder was het nagenoeg stil. Het was koud, dat wel. Maar ik was gekleed alsof ik een bezoek ging brengen aan Antarctica. Mijn handen gestoken in dikke handschoenen en een sjaal tot over mijn oren. Het zonnetje verwarmde alles dat ik niet kon bedekken. Wat kan ik genieten van dit soort momenten. Terwijl Pony naast mij rustig aan het grasmaaieren was dwaalden mijn gedachtes af. Ik sloot heel even mijn ogen. Poownies gemaal werkte ook nog eens hypnotiserend. Wanneer hij prompt ophoudt met kauwen open ik mijn ogen. Hij stond als aan de grond genageld naar iets te kijken aan de overkant van de sloot. Ik volgde zijn blik en stond vervolgens net zo stil als hem.

Wauw!! Hij zat muisstil op nog geen vier meter bij ons vandaan. Hij hield ons waarschijnlijk al even in de gaten. Ik keek recht in de ogen van een buizerd (gok ik…) Poownie verloor zijn interesse en ging weer grazen. Ik durfde mij niet te bewegen. Bang de vogel weg te jagen. Uiteindelijk besloot hij te verkassen. Hij klapte zijn vleugels open waardoor Poownie geschrokken opzij sprong en van mij naar de vogel keek. Nog een keer WAUW! Hij heeft misschien wel een spanwijdte van meer dan een meter. Zonder moeite en met grote elegantie trok hij zich los uit de modderkluiten en vloog naar een rij bomen een stuk verder bij ons vandaan.

Toen we weer alleen waren hopten we van het ene stukje groen naar het volgende. Staken kriskras de weg over. Het zal er voor omwonende grappig uitgezien hebben. De gemeente heeft enige tijd terug de sloten gebaggerd en de rommel in het gras achtergelaten. Daar zijn wij, bermgrazers, helemaal niet blij mee. Nu moeten we zoeken naar stukjes eetbaar gras om toch ook in poownie’s hobby te voorzien. Als we een uur verder zijn komen we al grazende weer terug op stal. Het was nodig, even de boel de boel laten en er op uit te gaan. Mijn hoofd was weer lekker leeg. Van mij mogen winterse dagen er uitzien als deze heerlijke middag. Veel beter dan het smerige regenachtige weer van de afgelopen dagen.

laan, polder, boom

Team 282…

ROPARUN, Inner Circle Runners 2016

Vorig jaar deed mijn neef samen met nog een aantal hardloopmaatjes, mee aan de Roparun. De Roparun is een estafetteloop van meer dan 500 kilometer van Parijs (en Hamburg) naar Rotterdam waarbij mensen, in teamverband, een sportieve prestatie leveren om op die manier geld op te halen voor mensen met kanker. Het motto van de Roparun is: “Leven toevoegen aan dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven”. Op facebook kwam ik niets anders tegen dan oproepjes om gezellig samen te trainen. Oefenwedstrijden die ingepland werden. Foto’s en verhalen over nachtloopjes en berichtjes over het inzamelden van geld. Voor het goede doel uiteraard. Vol bewondering probeerde ik mijn neef uit te horen op momenten dat ik hem zag. Hoe hij het vond? Wat ze gedaan hadden? Hoe dat dan precies ging met de lopers en fietsers enzovoort…

Zelf liep ik ook al hard. Alleen zonder een doel. Vanaf toen werd mijn drive om te lopen gesterkt door zijn verhalen en wat ik las op internet. Ik raakte er door in de ban. Halverwege de zomer durfde ik mijn wens hardop uit te spreken: “Ik wil ook mee doen aan de Roparun!!” Linksom of rechtsom, ik wil ook onderdeel uitmaken van zoiets groots. Ervaren hoe je in korte tijd met een team iets kunt neerzetten. Door het stof en gebroken thuis komen. Een ervaring rijker en iets bijdragen voor een ander. Of zoals op de site van Roparun geschreven staat: “Het is een avontuur voor het leven…”

Op het moment dat ik een blessure opliep en niet verder kon met hardlopen werd ik gebeld door een van de hardlooptrainers. Hij had net als neef mee gedaan aan de Roparun en was vastbesloten om in 2016 een eigen team te formeren. Hij zocht een fotograaf die de Roparun van voor tot achter en van begin tot eind wilde vastleggen. Voor het team, maar ook voor de achterblijvers die zo een beeld krijgen bij dit evenement. Hij vroeg of ik hier oren naar had en het zag zitten om aan boord te stappen, om samen met een groep onbekenden dit avontuur aan te gaan. Ik was met stomheid geslagen. Over het antwoord hoefde ik niet eens na te denken. Natuurlijk stap ik aan boord!! Hoe tof is dat en wat een mooie kans!

Inmiddels zijn we een aantal maanden verder en zijn er al diverse bijeenkomsten geweest. Om het team te leren kennen en de taken te verdelen. Wie gaan er lopen? Fietsen? Chauffeuren en navigeren? Hebben we een masseur, of twee? Wie regelt de catering? Sommige deelnemers heb ik eens eerder gezien maar feitelijk ken ik niemand. Het team is een gemêleerd gezelschap. Een enkeling heeft al vaker deelgenomen. Maar voor veel van ons is dit de eerste keer. En zoals altijd met een eerste keer is het toch best spannend…  Drie dagen, met weinig slaap, vermoeide mensen en een strak schema. Maar ook drie dagen lol, gezelligheid en avontuur. Zaterdag 14 mei, het pinksterweekend, is het zover. Dan staat team 282, De Inner Circle Runners uit Hendrik Ido Ambacht aan de start in Parijs. Ik heb er in ieder geval heel veel zin in!!

Thank god I’m a country girl…

Ongeveer 17 jaar geleden werd ik door mijn tante mee op sleeptouw genomen. “Kom eens gezellig mee. Het is hartstikke leuk!” Tante dulden geen tegenspraak. Een tijdje later zat ik naast haar in een zaal naar mensen te kijken die aan het dansen waren. Ze stonden in rijen naast, voor en achter elkaar. Duimen achter hun riem gehaakt terwijl hun voeten iets deden dat leek op hakken-teen, hakken-teen. De beste stuurlui staan aan wal, dus nam ik plaats tussen al deze mensen om zelf te ervaren of dit “hakken-teen” iets voor mij was. Mijn tante had mij heel subtiel kennis laten maken met het countrydansen. Ik kon toen nog niet weten dat dit een hobby zou worden die ik met grote passie een aantal jaar heel intensief zou uitvoeren.

Voor ik het wist ging ik iedere week mee. Ik kwam er achter dat country dansen helemaal niet duf was. En ook niet alleen maar bestond uit hakken-teen. Er werd en wordt nog steeds, gedanst op alle soorten muziek. Er zijn daarom ook veel stijlen in het countrydansen zelf. De chachacha, salsa en wals zijn zomaar wat voorbeelden. Funky en pop zijn inmiddels ook niet meer weg te denken.

Het duurde niet lang voor we kennis maakten met onze buren op de dansvloer.  Een groep indo’s met een gemiddelde leeftijd van rond de 50 jaar. We konden het direct met elkaar vinden. Ik was met nog geen 20 jaar de jongste van het gezelschap, dat niemand iets leek uit te maken. Deze mensen werden mijn nieuwe dansfamilie waar ik heel veel uren mee heb doorgebracht.

Een keer in de week dansen werd al snel twee keer en daarna drie keer. De groep vroeg ons mee naar andere dansscholen, die als paddenstoelen uit de grond schoten. Ook de weekenden waren we op pad. Er werd altijd wel ergens een cd-avond georganiseerd en anders waren er nog de grotere country evenementen zoals de Western Experience in Den Bosch of Rijswijk.

Op één van deze evenementen werd ik door Bob de Jong  (de organisator en producent van De Heilige Koe, Als je van paarden houdt en Veronica strandrace) gevraagd om mee te dansen in zijn theater show: “The Country Music Hall of Fame”. Vanaf toen maakte ik deel uit van de groep: The Country Line Dance Machine die meermaals NL en Europeeskampioen waren. Ik werkte oa samen met wereldkampioene en altijd enthousiaste Ivonne van Loon. In die periode danste ik gerust vier keer in de week plus een avond in het theater ergens in het land.

Na jaren zo intensief te hebben gedanst begon ik het plezier te verliezen. Ik besloot radicaal te stoppen. Het werd tijd om mij bezig te houden met andere dingen in mijn leven. Hoewel ik de groep soms best wel miste had ik er geen spijt van. Tot kort geleden. Ik hoorde een bekend liedje en zocht de dans erbij. Tot grote vreugde bleek de dans na 12 jaar nog steeds in mijn geheugen gegrift te staan. Na wat oefenen danste ik zo mee.

Ik trok de stoute dansschoenen aan en vroeg of ik weer eens mee mocht met mijn tante, die nog steeds iedere week een uur of wat aan het dansen is. Het weerzien van de groep en hun lieve reacties, brachten mij letterlijk tot tranen. Ze waren niets veranderd. Alleen wat ouder geworden. Wij allemaal. Inmiddels dans ik alweer een aantal weken mee. Ik ben nog steeds de jongste, wat wederom niemand uitmaakt. Zo intensief als vroeger zal het niet meer worden. Maar wat heerlijk om als van ouds met zijn allen op de vloer te staan.

Clash of Clans…

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief werd die van mij in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je weer troepen trainen en uiteindelijk dus je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik het internet en Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik daar terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads naast elkaar. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn tanden bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Maar ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛

Grensverleggend bezig zijn…

Iets dat is begonnen met een uurtje les op een rollende mat en een week spierpijn over mijn hele lichaam is nu een weekje wintersporten waar ik het hele jaar reikhalzend naar uitkijk. Voorafgaande aan de eerste vakantie heb ik menig uur doorgebracht op indoor pistes om het snowboarden te leren en zo optimaal te kunnen genieten van mijn vakantie. Ik kwam er al snel achter dat een weekje wintersporten heel andere koek was dan vier uurtjes pionieren op een indoor baan.

In 2011 heb ik de bergen in Oostenrijk voor het eerst leren kennen. Daar leerde ik vallen en opstaan. Leerde ik dat bospaadjes doodeng zijn, zeker die zonder “vangrail”. Maakte ik kennis met die verrekte stoeltjesliften. Creëerde ik een voorliefde voor gondels (dankzij de stoeltjesliften). Ondervond ik dat een berg soms steiler is dan lijkt en andersom en maakte ik kennis met de germknödel, Tiroler gröstl en Almdudler.

Iedere vakantie ging het boarden mij beter en beter af. Als ik dacht mijn grens van leren bereikt te hebben ging het toch weer iets beter. Iedere vakantie groeit mijn zelfvertrouwen. En dat geeft zo’n gaaf gevoel!! Hierdoor durf ik mijn grenzen voorzichtig te verleggen. Ik durf nu van de steilere stukken af. Ben over mijn bospadenfobie heen en ook al ben ik nog steeds de laatste van ons groepje, de heren gaan twee keer zo snel als mij van de berg, ze hoeven niet meer (zo lang) op mij te wachten. Ik heb nu de kans om te genieten van het uitzicht en van het boarden zelf. En dat zonder spierpijn.

Voor mij leek het skigebied de eerste twee vakanties nog eindeloos en sommige stukken onbereikbaar. Als deBospad heren richting zwart gingen bleef ik pionieren op blauw. Gingen de heren naar de top… Bleef ik achter om wat te drinken. Nu heb ik het hele skigebied, dat uiteraard niet zo heel groot is, nog voor de lunch gezien. Inmiddels heb ik mijn favoriete stukjes op blauw, rood en zelfs zwart. Heb ik mijn snelheidsrecord verbroken, lang leve de iskitracker, en heb ik zowaar een bospad dat ik erg leuk vind om te nemen. Alleen al omdat het mij een sprookjesgevoel geeft wanneer de bomen besneeuwd zijn en het pad voorzien is van een verse laag sneeuw. Geregeld was ik daar helemaal alleen. De stilte lijkt dan oorverdovend. Maar wat is de natuur dan mooi!!

Ook dit jaar hebben we het getroffen met het weer en de drukte. Stukken piste waren soms helemaal uitgestorven en hadden we dus voor ons alleen. Hoewel we geen volle week zon hadden, mochten we zeker niet klagen. De pistes werden zowel ’s nachts als overdag van verse sneeuw voorzien. Skiën en boarden door de verse poedersneeuw is ook een leuke ervaring. Mist en sneeuw is helaas geen fijne combinatie om te boarden. Maar het uitzicht dat we op dat moment hadden was prachtig.

De spullen zijn inmiddels gewassen, gesorteerd en opgeruimd. De skibox is van de auto en de winterbanden kunnen er ook weer onderuit. Laat de lente nu maar komen. Maar oh… Wat kijk ik alweer uit naar volgend jaar….

© Foto Hamar

Hoe het balletje rollen kan…

Vorig jaar kregen wij te horen dat onze Uk een mogelijk talentje in de dop was. Dat hij goed kon voetballen en aardig kon meekomen met gasten die zo’n beetje allemaal twee jaar ouder zijn dan hij konden wij ook wel zien. Maar dat de scouts van de KNVB hem wel zagen zitten wisten wij toen nog niet. Des te blijer (lees uitzinniger) waren wij toen er een brief op de mat viel waarin stond dat Uk uitgenodigd werd voor een selectiewedstrijd. Hij worstelde zich door de eerste twee wedstrijden heen en uiteindelijk werd hij uitgenodigd voor een derde. Dat lees je HIER en HIER.

Diezelfde week kregen we al bericht dat hij door de eerste selectieprocedure heen was. Tot en met de winterstop was hij verzekerd van een plaatsje in het team. De eerste wedstrijd speelden ze tegen Excelsior, waarbij Uk het laatste doelpunt maakte en de eindscore op 0-3 bracht. Er volgden nog een aantal andere wedstrijden, zowel bij de KNVB als bij zijn eigen club, voor de winterstop zich aandiende. Bij de laatste thuiswedstrijd werd Uk gevraagd even mee te komen naar de kantine. Daar stond een man, gehuld in een donsjack en een baseballpet op zijn knar, hem op te wachten. Hij stelde zich voor als één van de scouts van FC Dordrecht. Hij vertelde Uk dat hij, na het zien van zijn acties op het veld, hem graag wilde uitnodigen om eens wat trainingen mee te doen aan de andere kant van de tunnel.

In een jubelstemming verlieten we dat jaar voor de laatste keer het voetbalveld. Wat een super leuk nieuws!! En voor Uk direct een eyeopener, Scouts lopen niet alleen maar in blauwe jassen met KNVB op de rug maar zijn vermomd in verschillende soorten kledingstukken waardoor ze er uitzien als “supporter”.

2015 was nog maar net begonnen of de officiële uitnodiging van FC Dordrecht lag al op de mat. Uk mocht vier trainingen bij de Voetbalschool voor jongens onder de 13 jaar bijwonen. De voetbalschool is een verzameling van talentvolle jeugdspelers van 11 tot 13 jaar, geselecteerd bij de clubs uit de regio. Met deze groep jongens wordt eenmaal per week getraind op techniek en tactiek. Daarnaast is het een kennismaking met de club zelf. De trainingen gaan er daar mogelijk anders aan toe dan bij een eigen club. Na vier weken wordt er gekeken of je de komende vier weken weer mag komen  of dat het ophoud. De samenstelling van spelers zal dus per vier weken kunnen wijzigen.

Gelukkig had hij al wat ervaring opgedaan met de wedstrijden bij de KNVB. Dus echt zenuwachtig was hij niet. Nieuwsgierig was hij echter wel. Wat staat mij te wachten? Wie kom ik tegen? Wat moet ik doen en vooral, wat ga ik leren? Uiteindelijk vond hij het erg leuk. Hij kon goed meekomen met de andere jongens. Het is een uitdaging om met onbekenden een partijtje te spelen, elkaars ervaringen af te tasten en te kijken of het niveau haalbaar is.

Na de derde training, die hij helaas niet heeft kunnen volgen omdat hij een wedstrijd had van de KNVB, lag er een brief op de mat. Uk maakte hem open met de verwachting dat hij was uitgenodigd voor de komende vier trainingen. Maar toen hij hem las werd hij even stil… “Euh… Ik begrijp het niet… Staat hier wat ik denk dat er staat?” Vroeg hij lachend. Uk is uitgenodigd om volgend jaar te gaan spelen in het team onder de 14 jaar bij FC Dordrecht. Dit betekent een overstap naar een andere club, van de D vervroegd naar de C en landelijke wedstrijden in plaats van regionale. Als klap op de vuurpijl verscheen er twee uur later een mail van de KNVB met de mededeling dat hij geselecteerd was voor één van de twee teams van de KNVB. De eerste vijf wedstrijden staan reeds gepland.

Onze kanjer staat aan het begin van twee heel mooie uitdagingen. En voor ons… Een spannende tijd…