Een toerke doen…

“Wat leuk om jou te zien, wat doe jij hier!!” Roept iemand met een wax hoed op en dito jas aan. Een van de dames herkent de cowboy en gilt enthousiast dat we een toerke gaan doen. “Een toerke doen?” Herhaal ik schaapachtig. “Ja joh, dat is Brabants!” Zegt mijn andere buurvrouw lachend. Haha een rit van 20 km vind ik niet bepaald een toerke. Gezien mijn fysieke gesteldheid zou ik het eerder een uitdagende onderneming willen noemen. Gelukkig was ik niet de enige van het stel die zich afvroeg hoe we ons aan het einde van de rit zouden voelen.

De Terheijdense Paardendagen werden dit jaar op 9 en 10 april georganiseerd. Dit paardenevenement is in en om Terheijden een hele happening. Terheijden is voor mij een onbekende plaats, net als het evenement. Er was van alles te doen. Naast de lente fair, werden er ook (mini)marathonwedstrijden gereden. Kon je zelf een ritje op de kar maken. Waren er verschillende demonstraties en ook aan de aller kleinste was gedacht. De zondag stond in het teken van de recreatierit. Eerder dit jaar werd mij gevraagd of ik ook zin had om mee te doen. Een buitenrit door het bos, daar had ik wel oren naar.

Niet iedereen op stal heeft de beschikking over een trailer. Het was daarom even puzzelen welk paard bij wie in de trailer kon. Uiteindelijk was er een indeling en konden alle 8 paarden mee, om zoals gezegd een toerke te doen. Gelukkig waren ook de weergoden ons goed gezind. Het was namelijk een prachtige zonnige dag. Een dag die al heel vroeg, maar goed begon. De staleigenaresse had voor koffie met wat lekkers gezorgd. Op een nuchtere maag  komen we niet zo ver. Daarna werd Poownie nog snel even door de wasstraat gehaald voor hij naast zijn nieuwe vriendin in de trailer stapte.

Het was nog geen 10 km van stal. Toch had ik het gevoel dat we in een compleet ander deel van Bos, hei, ruiterpadNederland waren. Voor mensen die daar bekend zijn: we zaten op de Vrachelse heide. Nog nooit van gehoord en al helemaal niet bekend. Dit stukje bos is een verademing vergeleken bij de randstadruiterpaden die Poownie en ik gewend zijn. De geur van dennenbomen deed mij meevoeren naar zomerse avonden en uren wandelen door bos en over hei. Helaas waren wij niet de enige die genoten van het mooie weer. Hordes fietsers, wielrenners (ook fietsers maar dan een stuk vervelender) motorrijders en honden waren ook van de partij. Gelukkig gunden een hoop van deze recreanten elkaar de ruimte tijdens deze heerlijke dag.

Bos, hei, buitenrit

De route was redelijk goed aangegeven. Volg de pijltjes. Dat bracht hier en daar wat verwarring, waardoor het even duurde voor we onze lunchplek gevonden hadden. We werden al opgewacht met een kop soep, heerlijke broodjes en wat te drinken. Na 1.5 uur gereden te hebben was ik blij dat ik mijn benen kon strekken. De pauze van een half uur werd afgesloten met een groepsfoto waarna de laatste etappe kon beginnen. Onderweg hielden we nog eenmaal een pitstop voor een fruithap, aangeboden door de organisatie. Ergens misten we een pijltje waardoor km 18 en 19 overging in 21 en 22. Maar ach, het was mooi weer en kei gezellig.

Dit soort teambuildingsuitjes met de dames van stal moeten we vaker doen. Daar was iedereen het over eens. De spierpijn viel gelukkig reuze mee. En als klap op de vuurpijl stonden we de volgende dag ook nog in de krant!!Krant, foto, terheijden, paardendagen

Everybody Jump…

Onze paasdagen verliepen iets anders dan gepland. Sterker nog ik had niks gepland. Vriendlief moest werken en zoonlief zou deze dagen elders doorbrengen. Ik had gerekend op twee pyjama dagen met lekker veel thee, chocolade eieren en een goed boek. Maar door omstandigheden ging het weekend van zoonlief niet door. We waren dus samen thuis. En aangezien ik zoonlief niet blij maak met thee en een goed boek hadden we thuis niet veel te doen. Dit vroeg om plan B. Ik herinnerde mij een youtube filmpje dat hij een tijdje terug had laten zien. Ik dook het internet op, vond wat ik zocht en reserveerde 2 kaartjes.

“Yes gaan we daar echt heen?!” Was zijn eerste reactie. “Is het maar een uurtje?” Was zijn 2e reactie. Dat vond ik zelf ook erg kort maar het was iets te prijzig om 2 uur te reserveren. Een kwartier voor we naar binnen mochten kwamen we aan bij Jumpsquare in Nieuwegein. Een indoor trampolinepark. Volgens zeggen de grootste van Europa. Na het tonen van onze reservering ontvingen we alle twee een paar zeer charmante sokken met anti slipprofiel aan de onderkant. Terwijl wij in het horecagedeelte stonden te wachten tot we het “luna park” mochten betreden keken we onze ogen uit. Overal rennende gillende en springende mensen. Die ook nog eens de ene na de andere acrobatische sprong lieten zien. Wauw!! Als kind droomde ik van dit soort parken! Nu ben ik er, maar helaas wat te oud om achterwaartse salto’s te maken.

Toen het licht op groen sprong en de nieuwe lichting nog fris en onbezweet naar binnen mocht, renden we als een stel maffeJumpwn, fun, springen, trampoline kinderen (nou vooruit, een van ons voldoet nog aan dat profiel 😜) naar het achterste deel. Een aaneenschakeling van grote en kleine trampolines. na 3 minuten springen wist ik dat 1 uur ook precies genoeg was!! Buiten adem renden we van de ene hoek naar de andere. Halverwege het park staat de foampit. Een grote bak met foamblokken. Voorzien van een slackline waarbij je je evenwicht kunt testen. En twee startblokken aan de andere kant waar je de meest gekste capriolen kunt uithalen. Landen doe je zacht. De pit uitkomen is een ander verhaal…

We sprongen nog wat rond in de sport area waarbij we probeerden de basketbal zo hard mogelijk te dunken. Testen daarna de high performance trampolines in de trick area. Omhooglopen tegen een muur was nog nooit zo makkelijk! Omlaag vallen trouwens ook. Maar ach, who cares, de trampoline veerde zo goed dat je binnen no-time weer overeind stond. Het leukste, naast de foampit, was de big airbag. Twee blokken waar vanaf gedoken en gesprongen kon worden. Toen ik boven stond vroeg ik mij even af: “ben ik nu echt te oud aan het worden?!” NEE!! Dus sprong ik van het blok in de trampoline om vervolgens als een ongeleid projectiel door de lucht te suizen en te landen op de airbag. Aan zoonlief z’n blik te zien zag het er niet zo tof uit 😂. De laatste 10 minuten heb ik overgeslagen en gebruikt om zoonlief te filmen. Ik was gesloopt.

Al met al een leuke tijdsbesteding en voor herhaling vatbaar. De rest van de avond hebben we heerlijk in onze pyjama voor de buis gezeten. Het koste hem wat moeite om toe te geven. Maar ook hij was moe van al dat springen, duiken en salto’s maken. Over de spierpijn die we de volgende dag hadden zullen we het maar niet hebben…

Hoe het balletje rollen kan… #2

Een kleine anderhalf jaar geleden viel er een brief op de mat. Geadresseerd aan Zoonlief. Afzender de KNVB. De enveloppe werd aan flarden gescheurd en de brief werd aandachtig gelezen. En nog eens gelezen. Toen kwam de vraag. Euh, staat hier wat ik denk dat er staat?? Zoonlief was gescout door de KNVB en mocht deelnemen aan diverse wedstrijden. Hij kreeg de kans om te spelen tegen de beste jongens uit de regio van zijn leeftijd. Met de bedoeling uitgedaagd en beter te worden. Na een paar maanden werd hij tevens gescout door FC Dordrecht. Hij stapte van zijn vertrouwde voetbalcluppie over naar een BVO. Ging van twee keer naar vier keer in de week trainen. De regionale wedstrijden werden landelijke wedstrijden. Met name vriendlief kreeg er een nieuwe job bij: navigeren en taxiën van training naar wedstrijd en van wedstrijd naar training.

De eerste paar maanden was het toch wel spannend. Hij was net 12 en de meerderheid was ruim 1 tot 1.5 jaar ouder dan hij. Ook de tegenstanders. Ze waren brutaler, gebekter en toonden in alles meer lef. We waren even bang dat dit hem de das om zou doen. Zoonlief hield zich goed staande. Na de herfstvakantie zagen we dat hij zijn draai echt gevonden had. Hij wist huiswerk, vriendjes en het voetballen prima te combineren. De extra trainingen begonnen hun vruchten af te werpen. Wat heerlijk om hem met zoveel plezier (durf en lef) te zien trainen en de wedstrijden te zien spelen.

Afgelopen week viel er een digitale brief op de mat. Geadresseerd aan Zoonlief. Afzender: de KNVB. De mail werd aandacht gelezen. En nog eens gelezen. Toen was het stil… Afwachtend keken we hem aan. De glimlach op zijn gezicht werd steeds groter. Zijn prestaties op het veld waren ook bij de KNVB niet onopgemerkt gebleven. Zoonlief was wederom gescout. Dit keer samen met een teammaatje. De twee dagen waarop beide heren mogen aantreden zijn voorselectiewedstrijden voor het nieuwe seizoen. De KNVB is verder niet echt duidelijk in haar berichtgeving. Dus we moeten nog even uitvogelen wat dat “nieuwe seizoen” precies inhoudt.

De deelnemerslijst die bijgesloten was liet zien dat de spelers vanuit heel Nederland komen, en onder andere spelen bij: Ajax, Feyenoord, PSV en NAC. Jeetje, zei vriendlief, je hoort hierbij gewoon tot de (om en nabij) 110 beste spelers van U13 van Nederland. Het duurde even voor de betekenis van die zin bij Zoonlief was geland. Hij was er sprakeloos van. Zo had hij het nog niet bekeken. Die avond zijn we lekker uit eten geweest om dit onverwachts leuke bericht van de KNVB te vieren. Gelukkig heeft hij inmiddels wat ervaring opgedaan bij voorgaande selectiewedstrijden. Ook zit hij alweer een jaar bij FC Dordrecht. (jeetje wat gaat dat snel!) Heel zenuwachtig zal hij hopelijk niet zijn. Maar spannend blijft het wel!!

Wordt vervolgd…

Voetbal, foto hamar, FC Dordrecht, NAC, KNVB

Je hebt wel eens van die avonden…

Het is nog licht wanneer ik op stal aankom. Alleen dat gegeven maakt mij al vrolijk. Als ik dan ook nog eens de lege parkeerplaats zie, word ik nog vrolijker. Niet dat ik mijn stalgenootjes niet mag. In tegendeel. Met 20 paarden zou je denken dat het iedere avond een drukte van jewelste is. Niets is minder waar. Bij ons op stal wordt alles gedaan. En juist daarom heb je niet de “verplichting” om iedere dag naar stal te moeten. Mesten, voeren, buiten en binnen zetten. De stal eigenaresse doet alles voor ons. Wanneer je naar stal komt kun je direct alle tijd en aandacht aan je paard schenken. Eigenlijk had ik tien jaar terug al naar deze stal moeten verhuizen.

Voorheen vond ik al die stalklusjes geen enkel probleem. Nog steeds niet eigenlijk. Ik heb 18 jaar lang dagelijks gemest, het terrein geveegd, heen en weer gereden om de paarden te voeren of binnen te zetten.  Maar het went toch wel erg snel nu dit allemaal voor mij gedaan word en ik direct alle aandacht aan Poownie kan schenken. Het is de afgelopen weken erg druk geweest zowel thuis als op de zaak. Ik kan dan extra genieten van de uren die ik hier doorbreng. Helemaal wanneer er dus, zoals deze avond, niemand aanwezig is.

Alle paarden staan nog in de paddock. Een buitenspeelplaats met eet- en drinkgelegenheid. Mijn aanwezigheid word al snel opgemerkt en ik krijg een vrolijk gehinnik als welkom. Het werkt aanstekelijk want uit diverse hoeken hoor ik nog meer gehinnik gevolgd door hoefgetrappel. De paarden zijn gewend om begin van de avond terug naar stal te mogen.  Ze denken dat ik ze kom halen en ik moet ze één voor één teleurstellen.

Poownie is behoorlijk in de rui. Dat betekend veel en overmatig verharen. Voor ik het weet zit ik er helemaal onder. Het geeft een voldaan gevoel wanneer hij weer schoon is. Jammer genoeg vind je de haren een jaar later nog in de voering van je jas terug. Er is ruim drie kwartier verstreken met tutten en poetsen. Tijd om Poownie te zadelen. We hebben verlichting in de rijbak, dus kunnen ook in de avonduren een rondje hobbelen. Dat hadden we al heel de week niet gedaan. Mijn vrees voor een paar flinke bokkensprongen was onterecht. Poownie liep de sterren van de hemel. Hij had er ook zin in vandaag.

Nog steeds is er helemaal niemand op stal of het erf. Afgezien van de eigenaresse die even daarvoor alle paarden heeft binnen gezet. Het enige dat ik hoor zijn wat fluitende vogeltjes en de takken van de bomen die ruisen op het beetje wind dat er staat. Het is zo vredig en stil. Heerlijk! Ik hoor de kerkklok van het dorpje even verderop en weet dat we inmiddels een half uur aan het rijden zijn. We stappen nog een paar rondjes voor we teruggaan naar stal. Voor Poownie met zijn neus de voerbak induikt laat ik hem eerst nog even lekker rollen in het zand. Een groter plezier, naast grazen en eten, kan ik hem daar niet mee doen. Om wat tijd te rekken haal ik nog even een borstel over hem heen. Zo kan ik nog even genieten van de serene rust terwijl de paarden staan te knagen op hun hooi. Je hebt wel eens van die avonden die vaker terug mogen komen. Dit was er zo een.

paard, rijden, rijbak, selfie

Die ene week…

Een fractie van een seconde vraag ik mij af waar ik in vredesnaam mee bezig ben. Waarom doe ik dit? Zover van huis, boven op een berg met een plank onder mijn voeten. De heren schieten mij links en rechts met een gangetje van 60 km/ph voorbij. En ik heb lef, maar niet zo veel, dus ga in standje slak naar beneden. Zoveel moeite voor een week actief bezig zijn om vervolgens de komende vier weken nodig te hebben om bij te komen!? Met op sommige afdalingen kramp in de voetjes of slapende tenen. Waarom doe ik mijzelf dit aan? Na deze afdeling stop ik echt! Schiet het door mij heen. Zodra ik een seconde verder ben denk ik daar weer heel anders over. Stoppen? Ben je gek of zo?! Dit is het leukste dat er is!! WOEHOE!! Doen wie als eerste beneden is? Ik in ieder geval niet hihi…

Als je mij 10 jaar geleden had gezegd dat ik een 9 uur durende autorit zou overleven om daarna een paar dagen te gaan snowboarden, had ik je keihard uitgelachen. Bergen, kou en autorijden zijn niet echt mijn ding. Tijden veranderen en mijn mening ook. Het hele jaar kijk ik er naar uit. Naar die ene week in de besneeuwde bergen met familie en vrienden. Het liefst zou ik vaker gaan. Maar dat laten mijn vrije dagen niet toe. Om nog maar te zwijgen wintersport, snowboardenover die kaal geplukte geldboom.  Ook dit jaar hebben we het weer vreselijk getroffen met het weer en de sneeuwcondities. Je raakt er een beetje aan gewend. Blauwe lucht, witte ondergrond en lege pistes zover als je bekrampte voetjes en slapende tenen aan kunnen (dat laatste lag overigens aan mijn te vast gesnoerde nieuwe snowboardschoenen) De langste wachtrij bij de gondel was hooguit vijf minuten.

Soms vind ik het jammer dat ik pas op latere leeftijd heb leren snowboarden. Als ik naar zoonlief kijk dan ben ik wel eens jaloers. Hij maakt optimaal gebruik van ieder stukje besneeuwde berg en springt over iedere heuvel. Hij kent (nog) geen angst. Een van ons twee haalt zijn skipas er in ieder geval drie dubbel WIntersport, snowboardenuit. Ik heb niet zoveel lef en al helemaal niet zo veel snelheid. Aan de andere kant geniet ik er nu veel meer van dan wanneer ik een jaar of 15 zou zijn. Ik kan soms een pauze van een half uur inlassen alleen maar om te kijken. Te kijken naar de mensen op de piste, naar de betoverende witte omgeving. Te kijken naar het dorpje beneden mij dat er zo nep uitziet dat het wel een poster lijkt. Ik ben daar en geniet van alles om mij heen.

Ik weet dat ik nog genoeg te leren heb. Ik sta nog lang niet zo ontspannen op mijn board als ik zou willen. Toch verleg ik ieder jaar mijn grenzen, leer ik bij en heb ik plezier in mijn actieve vakantie. Ik ben zelfs over mijn bospadenfobie heen. Ook dit jaar hebben we weer genoten. We hebben een heerlijke gezellige wintersportweek achter de rug. Veel gelachen, lol gehad en lekker gegeten. De dakkoffer is opgeruimd, de vuile was ligt weer schoon in de kast en de ski’s en het board zijn netjes opgeborgen op zolder. Op naar volgend jaar. Naar weer die ene week in de bergen!

Wintersport, snowboarden

Een weekje vakantie…

Moeten we niet alvast iets van zolder afhalen?” Vroeg vriendlief het weekend voor we weggingen. “Nee joh!” Riep ik overtuigd dat ik het allemaal wel zou gaan redden. “Ik ben een dag voor we weggaan al vrij, dan ga ik wel pakken.” Ik word zenuwachtig als ik overal door het hele huis spullen zie liggen die mee moeten op vakantie. Ik pak daarom het liefst alles pas in één dag voor we weg gaan. Als het kan in een uurtje tijd. Zodat het direct de auto in kan. Nu had ik toch wel een beetje spijt. Ik kwam overal tijd te kort en mijn 2-do lijstjes leken eindeloos. Terwijl ik toch al extra vroeg was opgestaan die dag. Uiteindelijk zaten we nog voor het geplande tijdstip bepakt en bezakt in de auto, onderweg naar Oostenrijk voor een week wintersporten met familie.

Waar dan nu de vakantiepret kan beginnen heb ik meestal wat last van heimwee en schuldgevoel. Waarom moet ik nu weg?! Mijn beestjes moet ik een hele week achter laten. In hun eigen vertrouwde omgeving met de vaste oppas. Dat dan weer wel. Maar toch… Het voelt alsof je als moeder je kind voor het eerst naar de crèche brengt. Schuldgevoel, twijfel en een miljoen stel dat’s… Vooral bang zijn dat je er niet goed aan doet. Wat onzin is natuurlijk. Ik kan er niks aan doen. Dit rottige gevoel neemt bezit van mij zodra ik de deur achter mij dichttrek. Met iedere kilometer die we van huis verwijderd zijn voel ik mij ellendiger. Tot we een uur of drie onderweg zijn. Dan ebt het gevoel langzaam weg. De muziek gaat harder en we zingen iedere noot lekker vals mee. Het vakantiegevoel komt langzaam terug.

Ieder jaar neem ik mij plechtig voor om voor te slapen. Zodat ik de negen tot tien uur durende reis fris en fruitig doorsta. Ieder jaar gaat dit idee in rook op. Nog niet één keer is het mij gelukt. Hoewel vriendlief het totaal niet erg vindt dat ik in de auto mijn ogen (en dus ook mijn mond) dicht doe zit ik ieder jaar solidair naast hem uit het raam te staren. Gehypnotiseerd door de donkere leegte voor mij. Als je Nederland uit rijdt is het alsof je een “wormhole” wordt ingezogen. De wegen zijn compleet donker.  Dat maakt het autorijden een stuk vermoeiender. En ik zit niet eens achter het stuur. Zoonlief ligt na een uurtje te knorren en wordt pas echt wakker als we de grens bij Oostenrijk over zijn. Lucky him!

Na een nacht rijden komen we rond zeven uur aan bij het hotel. We zijn de drempel nog niet over of we worden al vriendelijk begroet door het personeel. Dit is inmiddels al de zevende keer dat we inchecken bij dit hotel. Of we al trek hebben in het ontbijt? Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen! Onder het genot van een verse bak koffie en een broodje, dat nog lekkerder smaakt wanneer je heel de nacht wakker bent geweest, wordt de reis besproken. En nu is het wachten tot we de sleutel van de kamer krijgen. Zodat we alles wat we eerder zo zorgvuldig hebben ingepakt kunnen uitpakken. We de skipassen kunnen regelen, boodschappen halen voor de après-ski en de boards en ski’s weg kunnen brengen naar de piste. De vermoeidheid is nog ruimschoots aanwezig maar valt in het niets bij het enthousiasme dat ik voel zodra ik naar buiten kijk en de besneeuwde bergtoppen zie.

wintersport, uitzicht, berg, sneeuw

Een winterse middag…

Halverwege januari had ik wat moeite om op stal te komen. Naast een aantal geplande afspraken stond met enige regelmaat de A16 muurvast. Gelukkig heb ik nu niet meer de verplichting om iedere dag op stal te zijn. Poownie wordt goed verzorgd. Ondanks dat gaf het mij geen fijn gevoel om hem een hele week niet gezien te hebben. Hoewel de agenda gevuld was met afspraken en administratieve verplichtingen dwong ik mijzelf minimaal een paar uur op stal door te brengen. Achter die computer weg en lekker naar buiten. Nu had ik het geluk dat het buiten prima te doen was. Een mooie blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil.

Hier op het Brabantse platteland lijkt het vaak een paar graden kouder. De gure wind in combinatie met de regen van de afgelopen dagen zorgen er voor dat je (poownie in dit geval) snel een virus te pakken hebt. Daarom staat Poownie sinds enige tijd onder dek. Voor mij is dat ideaal. Normaal ben ik een uur bezig om mijn onder de modder en mest zittend paard weer een beetje toonbaar te maken. Nu dus niet. Ik gesp zijn dek af, prop een wortel in zijn bakkes en nog voor hij klaar is met kauwen ben ik klaar met poetsen. Bij wijze van spreken… Als ik uiteindelijk klaar ben met poetsen kan onze wandeling beginnen.

Dat weekend was er voor de verandering geen enkele boer in de buurt aan het werk. Er waren geen fietsers, wandelaars of auto’s. Het enige dat ik hoorde waren de vogels die van boom naar boom vlogen en de ganzen in het land. Verder was het nagenoeg stil. Het was koud, dat wel. Maar ik was gekleed alsof ik een bezoek ging brengen aan Antarctica. Mijn handen gestoken in dikke handschoenen en een sjaal tot over mijn oren. Het zonnetje verwarmde alles dat ik niet kon bedekken. Wat kan ik genieten van dit soort momenten. Terwijl Pony naast mij rustig aan het grasmaaieren was dwaalden mijn gedachtes af. Ik sloot heel even mijn ogen. Poownies gemaal werkte ook nog eens hypnotiserend. Wanneer hij prompt ophoudt met kauwen open ik mijn ogen. Hij stond als aan de grond genageld naar iets te kijken aan de overkant van de sloot. Ik volgde zijn blik en stond vervolgens net zo stil als hem.

Wauw!! Hij zat muisstil op nog geen vier meter bij ons vandaan. Hij hield ons waarschijnlijk al even in de gaten. Ik keek recht in de ogen van een buizerd (gok ik…) Poownie verloor zijn interesse en ging weer grazen. Ik durfde mij niet te bewegen. Bang de vogel weg te jagen. Uiteindelijk besloot hij te verkassen. Hij klapte zijn vleugels open waardoor Poownie geschrokken opzij sprong en van mij naar de vogel keek. Nog een keer WAUW! Hij heeft misschien wel een spanwijdte van meer dan een meter. Zonder moeite en met grote elegantie trok hij zich los uit de modderkluiten en vloog naar een rij bomen een stuk verder bij ons vandaan.

Toen we weer alleen waren hopten we van het ene stukje groen naar het volgende. Staken kriskras de weg over. Het zal er voor omwonende grappig uitgezien hebben. De gemeente heeft enige tijd terug de sloten gebaggerd en de rommel in het gras achtergelaten. Daar zijn wij, bermgrazers, helemaal niet blij mee. Nu moeten we zoeken naar stukjes eetbaar gras om toch ook in poownie’s hobby te voorzien. Als we een uur verder zijn komen we al grazende weer terug op stal. Het was nodig, even de boel de boel laten en er op uit te gaan. Mijn hoofd was weer lekker leeg. Van mij mogen winterse dagen er uitzien als deze heerlijke middag. Veel beter dan het smerige regenachtige weer van de afgelopen dagen.

laan, polder, boom

Team 282…

ROPARUN, Inner Circle Runners 2016

Vorig jaar deed mijn neef samen met nog een aantal hardloopmaatjes, mee aan de Roparun. De Roparun is een estafetteloop van meer dan 500 kilometer van Parijs (en Hamburg) naar Rotterdam waarbij mensen, in teamverband, een sportieve prestatie leveren om op die manier geld op te halen voor mensen met kanker. Het motto van de Roparun is: “Leven toevoegen aan dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven”. Op facebook kwam ik niets anders tegen dan oproepjes om gezellig samen te trainen. Oefenwedstrijden die ingepland werden. Foto’s en verhalen over nachtloopjes en berichtjes over het inzamelden van geld. Voor het goede doel uiteraard. Vol bewondering probeerde ik mijn neef uit te horen op momenten dat ik hem zag. Hoe hij het vond? Wat ze gedaan hadden? Hoe dat dan precies ging met de lopers en fietsers enzovoort…

Zelf liep ik ook al hard. Alleen zonder een doel. Vanaf toen werd mijn drive om te lopen gesterkt door zijn verhalen en wat ik las op internet. Ik raakte er door in de ban. Halverwege de zomer durfde ik mijn wens hardop uit te spreken: “Ik wil ook mee doen aan de Roparun!!” Linksom of rechtsom, ik wil ook onderdeel uitmaken van zoiets groots. Ervaren hoe je in korte tijd met een team iets kunt neerzetten. Door het stof en gebroken thuis komen. Een ervaring rijker en iets bijdragen voor een ander. Of zoals op de site van Roparun geschreven staat: “Het is een avontuur voor het leven…”

Op het moment dat ik een blessure opliep en niet verder kon met hardlopen werd ik gebeld door een van de hardlooptrainers. Hij had net als neef mee gedaan aan de Roparun en was vastbesloten om in 2016 een eigen team te formeren. Hij zocht een fotograaf die de Roparun van voor tot achter en van begin tot eind wilde vastleggen. Voor het team, maar ook voor de achterblijvers die zo een beeld krijgen bij dit evenement. Hij vroeg of ik hier oren naar had en het zag zitten om aan boord te stappen, om samen met een groep onbekenden dit avontuur aan te gaan. Ik was met stomheid geslagen. Over het antwoord hoefde ik niet eens na te denken. Natuurlijk stap ik aan boord!! Hoe tof is dat en wat een mooie kans!

Inmiddels zijn we een aantal maanden verder en zijn er al diverse bijeenkomsten geweest. Om het team te leren kennen en de taken te verdelen. Wie gaan er lopen? Fietsen? Chauffeuren en navigeren? Hebben we een masseur, of twee? Wie regelt de catering? Sommige deelnemers heb ik eens eerder gezien maar feitelijk ken ik niemand. Het team is een gemêleerd gezelschap. Een enkeling heeft al vaker deelgenomen. Maar voor veel van ons is dit de eerste keer. En zoals altijd met een eerste keer is het toch best spannend…  Drie dagen, met weinig slaap, vermoeide mensen en een strak schema. Maar ook drie dagen lol, gezelligheid en avontuur. Zaterdag 14 mei, het pinksterweekend, is het zover. Dan staat team 282, De Inner Circle Runners uit Hendrik Ido Ambacht aan de start in Parijs. Ik heb er in ieder geval heel veel zin in!!

Thank god I’m a country girl…

Ongeveer 17 jaar geleden werd ik door mijn tante mee op sleeptouw genomen. “Kom eens gezellig mee. Het is hartstikke leuk!” Tante dulden geen tegenspraak. Een tijdje later zat ik naast haar in een zaal naar mensen te kijken die aan het dansen waren. Ze stonden in rijen naast, voor en achter elkaar. Duimen achter hun riem gehaakt terwijl hun voeten iets deden dat leek op hakken-teen, hakken-teen. De beste stuurlui staan aan wal, dus nam ik plaats tussen al deze mensen om zelf te ervaren of dit “hakken-teen” iets voor mij was. Mijn tante had mij heel subtiel kennis laten maken met het countrydansen. Ik kon toen nog niet weten dat dit een hobby zou worden die ik met grote passie een aantal jaar heel intensief zou uitvoeren.

Voor ik het wist ging ik iedere week mee. Ik kwam er achter dat country dansen helemaal niet duf was. En ook niet alleen maar bestond uit hakken-teen. Er werd en wordt nog steeds, gedanst op alle soorten muziek. Er zijn daarom ook veel stijlen in het countrydansen zelf. De chachacha, salsa en wals zijn zomaar wat voorbeelden. Funky en pop zijn inmiddels ook niet meer weg te denken.

Het duurde niet lang voor we kennis maakten met onze buren op de dansvloer.  Een groep indo’s met een gemiddelde leeftijd van rond de 50 jaar. We konden het direct met elkaar vinden. Ik was met nog geen 20 jaar de jongste van het gezelschap, dat niemand iets leek uit te maken. Deze mensen werden mijn nieuwe dansfamilie waar ik heel veel uren mee heb doorgebracht.

Een keer in de week dansen werd al snel twee keer en daarna drie keer. De groep vroeg ons mee naar andere dansscholen, die als paddenstoelen uit de grond schoten. Ook de weekenden waren we op pad. Er werd altijd wel ergens een cd-avond georganiseerd en anders waren er nog de grotere country evenementen zoals de Western Experience in Den Bosch of Rijswijk.

Op één van deze evenementen werd ik door Bob de Jong  (de organisator en producent van De Heilige Koe, Als je van paarden houdt en Veronica strandrace) gevraagd om mee te dansen in zijn theater show: “The Country Music Hall of Fame”. Vanaf toen maakte ik deel uit van de groep: The Country Line Dance Machine die meermaals NL en Europeeskampioen waren. Ik werkte oa samen met wereldkampioene en altijd enthousiaste Ivonne van Loon. In die periode danste ik gerust vier keer in de week plus een avond in het theater ergens in het land.

Na jaren zo intensief te hebben gedanst begon ik het plezier te verliezen. Ik besloot radicaal te stoppen. Het werd tijd om mij bezig te houden met andere dingen in mijn leven. Hoewel ik de groep soms best wel miste had ik er geen spijt van. Tot kort geleden. Ik hoorde een bekend liedje en zocht de dans erbij. Tot grote vreugde bleek de dans na 12 jaar nog steeds in mijn geheugen gegrift te staan. Na wat oefenen danste ik zo mee.

Ik trok de stoute dansschoenen aan en vroeg of ik weer eens mee mocht met mijn tante, die nog steeds iedere week een uur of wat aan het dansen is. Het weerzien van de groep en hun lieve reacties, brachten mij letterlijk tot tranen. Ze waren niets veranderd. Alleen wat ouder geworden. Wij allemaal. Inmiddels dans ik alweer een aantal weken mee. Ik ben nog steeds de jongste, wat wederom niemand uitmaakt. Zo intensief als vroeger zal het niet meer worden. Maar wat heerlijk om als van ouds met zijn allen op de vloer te staan.

Clash of Clans…

“Kijk, ik val aan met mijn draak en ik ben aan het winnen.” “Mooi hoor!” Roep ik quasi nonchalant tijdens het voorbijlopen. “Hier, kijk dan?! Je kijkt niet eens!” Roept zoonlief terwijl hij met gevaar voor eigen Ipad het ding nog iets hoger in de lucht houdt zodat ik er niet omheen kan. Ik zie een tekenfilmachtige setting waar verschillende poppetjes heen en weer rennen en draken luchtballonnen kapot maken, of iets wat daar voor door moet gaan. Op dat moment maakte ik de grootste Ipad-fout van mijn leven door te vragen wat ie nu precies aan het doen was. Ik kreeg niet direct antwoord. Maar op slinkse wijze werd mijn Ipad mij ontfutseld en voor ik het wist blonk het icoontje van Clash of Clans ook op mijn beeldscherm.

Nu, een maand of twee later, volg ik de tovenaars op de voet en stuur mijn barbaren en boogschutters aan. Van zoonlief heb ik nog een aantal varkensruiters gekregen, daarmee moest ik de slag wel kunnen winnen. Het doel: de digitale wereld veroveren met toverspreuken, draken, luchtballonnen en P.E.C.C.A’.S (what’s in a name…) en dat met onze eigen “clan”. Ja ja, want die heeft zoonlief aangemaakt toen hij besloot mij eveneens verslaafd te maken aan één of ander spelletje. Onze clan wordt niet alleen bemand met beginnende puistenkoppen. Ook een aantal ouders dragen hun digitale steentje bij…

Maar voor het zover was moest ik eerst een dorp hebben. Zonder dorp geen clan. Zonder Clan geen Clash. Met de vingervlugheid van zoonlief werd die van mij in no-time opgezet, want ik begreep dat natuurlijk weer niet. Nu kon ik beginnen met het upgraden van alle onderdelen. Stadhuis, muren, verdedigingswerken, legerbasis maar ook de goudmijnen en de elixerpompen. Met deze laatste twee kun je weer troepen trainen en uiteindelijk dus je dorp upgraden.

Zoonlief kon ik natuurlijk niet steeds lastigvallen. Ik bedoel, zelfredzaamheid hebben wij hoog in het vaandel staan. Dus raadpleegde ik het internet en Youtube. Er ging een wereld voor mij open. Nu snap ik al die uren die hij youtubbend heeft doorgebracht. Indelingen van dorpen, aanvalstactieken en technieken en andere tips vond ik daar terug. Ik neusde net zolang tot ik een indeling vond die mij aansprak. Na een uur pielenmuizen en slepen met muurtjes en kanonnen was ik het zat. Ik had vierkante ogen en barstende koppijn. Zoonlief stond mij al even gade te slaan en kwam niet meer bij van het lachen. Hij besloot in te grijpen en binnen vijf minuten was mijn dorp aangepast.

De weekenden die volgden zaten zoonlief en ik gebroederlijk op de bank met onze Ipads naast elkaar. We vergeleken onze clanaanvallen, deelden troepen en verzonnen nieuwe aanvalstactieken. Vriendlief was er een beetje klaar mee en zei dat we er nu wel mee mochten ophouden. Hierop volgden een sneer van Zoonlief. “Ze is heel goed hoor pap!! Ze valt aan, verdedigt en wint. Ik heb haar nodig in mijn “clan”!” Er volgden nog wat verontwaardigde blikken van de één naar de ander. Ik hield wijselijk mijn mond en moest hard op mijn tanden bijten om niet in een gigantische lachbui uit te barsten. “Sorry pap, deze slag heb je verloren. Maar ik speel nog even door. Ik hoorde namelijk zojuist dat ik hier goed in ben.” 😛